Aanvallen en overvallen op de agenda van het Staatsbeleid

Opnieuw ziet onze Vredesgemeenschap van San José de Apartadó zich genoodzaakt om een beroep te doen op het land en de wereld om getuigenis af te leggen van de laatste agressies die we moesten doorstaan vanwege deze Paramilitaire Staat die elke keer meer zijn misdadige houding laat blijken.

De nederzettingen van onze Vredesgemeenschap zien zich elke keer meer belegerd door groepen paramilitairen die sinds meer dan 20 jaar onze bergen doorkruisen met de arrogantie van hen die zich beschermd voelen door de macht van de Staat en zijn wapenmacht en die zich in deze conjunctuur van “post-vredesakkoord” nog meer aangemoedigd weten. Hierbij bevestigen zij dat zij de opperste autoriteit van de regio zijn en dat iedereen zich aan hen moet onderwerpen. Ofschoon onze nederzettingen met borden, waarop onze principes staan en de reglementen van een Gemeenschap die buiten de oorlog staat, zijn afgebakend, schenden deze tussenpersonen van de misdaad , zoals roofdieren zonder rede, enkel actief of passief gesteund  in hun brute verborgen  kracht door de instellingen van de huidige macht, onze heiligste rechten.

Tot wanneer zal dit cynisme zonder grenzen van deze dove en blinde regering nog voortduren? Van een regering die geen enkele jammerklacht van de slachtoffers aanhoort en die instemt met de blik afgewend  van de misdadige praktijken van haar onderdanen,  gericht naar andere windstreken.   Een Regering die niet ophoudt aan de wereld te herhalen dat “er geen paramilitairen bestaan in San José de Apartadó noch in Colombia”,  terwijl de paramilitairen, onder de bescherming van haar dekking en van haar misleidende verklaringen, deze verklaringen tot de hunne maken en de rechten van het volk aan diggelen slaan.  En het zijn niet alleen meer de vaccins (belastingen),   de informanten,  of “punten” (zoals zij die noemen), de gedwongen rekrutering, het verbod hen aan te klagen, de bedreigingen, maar nu heeft ook de brutaliteit hen ertoe gebracht uit te trekken naar de wegen, waarlangs de burgerbevolking passeerde met haar landbouwproductie, om hen te beroven van het geld van de verkoop van hun schaarse producten.  Vandaag bovendien zijn het deze misdadige groepen die beslissen wie de eigendom mag behouden van de voorouderlijke stukken land en wie niet.  We zijn werkelijk omsingeld door demonen die alle toestemming en tolerantie van de Staat en zijn instellingen genieten.

Reeds vele jaren gelooft onze Gemeenschap niet (meer) in het gerecht omdat ze gedurende verschillende tientallen jaren vaststelde dat het corrupt was en dat hun “onderzoeken” nooit geloofwaardige resultaten opleverden. Maar wanneer we het uiterlijk, de gedragingen, de haarsnit, de voertuigen waarmee ze zich verplaatsen en de stijl van de bewegingen analyseerden van wie gewapenderhand en met arglistigheid de laatste diefstallen van onze Gemeenschap pleegden, dan vonden we dat ze erg geleken op de leden van de Strijdkrachten, die de zorgen voor de “veiligheid” van de bank waarbij we onze rekening hebben.

De laatste feiten waarvan we getuigenis afleggen voor het land en voor de wereld zijn de volgende:

Op woensdag 25 oktober 2017 werd in het gehucht Mulatos Medios van San José de Apartadó een gekende paramilitair gezien die momenteel werkt als informatiepunt in de gehuchten Mulatos en La Resbalosa.  Daar was hij gedurende verschillende uren bezig foto’s te nemen van de huizen van de burgers en te vragen naar leden van onze Vredesgemeenschap, in het bijzonder naar enkele leden die met de dood bedreigd werden.

Op donderdag 16 november 2017 om 8:50 uur ’s morgens kwam een groep van 7 paramilitairen, met onder hen een vrouw, en met als bevelvoerder alias “Darío y Pantera” aan.  Ze reden rond op hun paarden zonder dat iemand hen ook maar hinderde in hun rondrit.  Ze drongen  onze nederzetting Vredesgehucht Luis Eduardo Guerra in het gehucht Mulatos Medios van San José de Apartadó binnen. Daar vroegen ze dringend naar Gildardo TUBERQUIA, lid van onze Vredesgemeenschap  en haar Interne Raad. En ook vroegen ze naar de gronden die onze Gemeenschap bezit voor het gemeenschapswerk. Ze zeiden: “Als de gronden van de Gemeenschap zijn waarom verkavelen we ze dan niet?”  We maakten duidelijk dat onze Gemeenschap enkele gronden verworven had , die gemeenschappelijk zijn en ten bate zijn van de leden van ons gemeenschappelijk levensproces. Geen enkele gewapende groep gaat ons opleggen wat we met deze gronden moeten doen.  Van voordat onze Vredesgemeenschap was opgericht is het duidelijk dat het paramilitarisme met de steun van de Strijdkrachten  de streek wilde domineren om heel het vruchtgebruik te genieten. Daarbij bedreigden ze iedereen die zich niet zou onderwerpen aan hun project van de dood.  Ten aanzien van dit feit en andere die dagelijks gebeuren in onze regio stellen we de Regering en haar militaire instellingen verantwoordelijk voor wat zou kunnen voorvallen aan de leden van onze Gemeenschap of aan andere bewoners van de zone.

Dezelfde donderdag 16 november 2017 om 10:00 uur werd de jongere, Juan de la Cruz GUZMÁN SUCERCIA, vanuit de militaire basis van El Mariano,  vanaf zo’n 200 meter, beschoten. Dat gebeurde  toen hij van zijn boerderij kwam, gelegen in het gehucht El Mariano, en langs de rivier Mariano aankwam bij de huizenrij van San José  om zijn moeder op te halen met een lastdier. Hij onderging verschillende kogelinslagen in zijn lichaam en moest onmiddellijk gehospitaliseerd worden. Juan de la Cruz werd in september 2015 gedwongen ontheemd door de paramilitairen uit het gehucht Playa Larga van San José de Apartadó wat hem dwong een stuk grond te kopen in El Mariano. Bovendien is hij de zoon van Ernesto GUZMÁN, die op 21 september 2015 in het gehucht Playa Larga vermoord werd  door de paramilitairen omdat hij hen weigerde zijn boerderij te verkopen. Hier wordt opnieuw de eenheid van belangen uitgedrukt tussen militairen en paramilitairen.

Op zondag 19 november 2017 ’s morgens kwam een groep zwaar bewapende paramilitairen aan bij onze nederzetting in het gehucht La Esperanza van het district San José de Apartadó. Daar gingen ze binnen zoals een hond zijn huis  binnengaat. Daarbij schonden ze de private eigendom omdat er niemand thuis was. Daarna verwijderden ze zich  en kruisten ze een bewoner van de zone aan wie ze verklaarden: “Waar bevond zich de eigenaar van de boerderij van de Vredesgemeenschap?  Of was het zo dat hij op de vlucht ging toen hij ons zag? Want daar vonden we enkel de kolen van het fornuis omdat we op zoek zijn naar hem omdat we nog een eitje met hem te pellen hebben. Want we weten dat dit hoerenjong hier in La Esperanza  en Gildardo TUBERQUIA  in Mulatos degenen zijn die ons aanklagen als we passeren door de boerderijen. Maar dit kleine vuur raakte op omdat we hen hoe dan ook en boven wie dan ook uit hun huizen gaan halen.” Met onze Vredesgemeenschap hebben we reeds meer dan 20 jaargetuigenis afgelegd van de barbaarsheid van de Strijdkrachten en van de paramilitairen die het nooit moe zijn om ons te vermoorden en te bedreigen. Daarom zullen we nooit ophouden het land en de wereld te informeren over heel deze grote medeplichtigheid die bestaat tussen de 21-ste Brigade  en het paramilitarisme die vandaag onze regio controleren.

In de laatste weken heeft onze Vredesgemeenschap kennis gekregen van een plan dat werd uiteengezet door leden van de 17-de Brigade ten aanzien van bewoners van het dorpscentrum van San José de Apartadó om verschillende gemeenschapsruimten van onze Vredesgemeenschap wederrechtelijk en frauduleus in te nemen. Het gaat over ruimten,  die onder het geweld opgelegd  door  toenmalig President Uribe Vélez  bij het militariseren van onze leef- en werkruimten op 1 april 2005, in de steek werden gelaten. Volgens hetgeen men ons ter kennis bracht hebben de militairen de bedoeling daar ontmoetingssalons en kantoren te plaatsen.  Hiermee schenden ze op flagrante wijze de normen van de Verenigde Naties die de goederen van de ontheemden beschermen. Opnieuw leggen we getuigenis af dat onze Vredesgemeenschap enkele eigendommen bezit in het dorpscentrum van San José de Apartadó, zoals ook verschillende families van onze Gemeenschap er ook bezitten. Het zijn ruimten die in de steek gelaten zijn op 1 april 2005 en met zegels en hangsloten afgemaakt , die verwoest werden door militairen en politieagenten in de ergste roversstijl. Niemand en nog minder de Strijdkrachten mogen eigendommen innemen die goederen zijn van een Gemeenschap die gedwongen ontheemd werd  en van families die gedwongen ontheemd werden.  Het document van de Verenigde Naties,  DE LEIDENDE PRINCIPES VAN INTERNE ONTHEEMDING (E/CN.4/1998/Add.2), stelt in zijn PRINCIPE 21: “ De eigendom en de bezittingen van intern ontheemden zullen in elke omstandigheid bescherming genieten, in het bijzonder tegen de volgende handelingen:  a) beroving; b) rechtstreekse of willekeurige aanvallen of andere daden van geweld; c) het gebruik als schild bij militaire operaties en doelwitten; d) represailledaden; en e) vernielingen en onteigeningen als vorm van collectieve bestraffing.”

Opnieuw bedanken we alle verschillende nationale en internationale personen en organisaties, die ons politiek en moreel ondersteunden met hun krachtige stemmen van aanmoediging . En we nodigen hen uit dat ze nooit stoppen met hun brieven druk uit te oefenen  op deze paramilitaire, dove en blinde Staat, voor wie het leven van de boer nooit belang heeft gehad.