Apartadó onder het territoriaal en politiek bevel van het paramilitarisme

Opnieuw ziet onze Vredesgemeenschap van San José de Apartadó zich genoodzaakt om een beroep te doen op het land en de wereld om getuigenis af te leggen van de laatste feiten waarvan we slachtoffer werden door de paramilitairen, die elke keer meer onze regio onderwerpen aan de vernietiging , door een einde te maken aan alle waarden van het boerenleven en door het onderwerpen van de burgerbevolking aan een oorlog, die in de plaats van uit te doven zonder ophouden heropleeft.

De medeplichtigheid  van de organismen van de Staat, zoals daar zijn de 17-de Brigade van het Leger, de Politie van Urabá, het Gemeentebestuur van Apartadó en de bedrijven die het paramilitarisme promoten, is het die ertoe geleid heeft dat de regio van San José de Apartadó reeds in zijn totaliteit onderworpen is door de paramilitairen die zo leven dat de boerenbevolking gedwongen wordt  zich aan te passen aan hun belangen.

De laatste dagen werd onze Gemeenschap geïnformeerd  dat in de gehuchten Mulatos en La Esperanza een hoge medeplichtigheid wordt aangetoond tussen militairen van het Bataljon Bejarano Muñoz van de 17-de Brigade en de paramilitaire groepen die de gehuchten controleren. Daar nemen de militairen foto’s van leden van onze Vredesgemeenschap die op hun gronden wonen en nadien overhandigen ze die aan de paramilitairen. Deze informatie hebben de paramilitairen zelf verschaft in de huizen van de bewoners van de gehuchten La Esperanza en Mulatos.

Schuldige is de Regering met haar militaire en administratieve instellingen die in de plaats van het paramilitarisme te ontmantelen bezig zijn het te versterken. Want hoe is het mogelijk dat de 17-de Brigade van het leger haar bataljons ter beschikking stelt  van de paramilitairen in de 32 gehuchten van San José de Apartadó? Hoe is het mogelijk dat in de laatste weken militairen van de bataljons Voltígeros, Vélez en Bejarano Muñoz foto’s nemen van de boeren en ze aan de paramilitairen geven? Het is duidelijk dat er geen duidelijke interesse van de regering  bestaat om aan dit fenomeen van de dood een einde te maken.

Reeds lanceren sommige functionarissen die publieke ambten bekleden smadelijke laster tegen onze Vredesgemeenschap, zoals het geval is voor het Gemeenteraadslid van Apartadó Carlos Betancur die beweert: dat de Vredesgemeenschap zich verzet tegen de investering en de ontwikkeling van het district van San José de Apartadó, dat  de boeren goede en erg nobele mensen zijn maar dat ze enkel de instellingen belasteren en in twijfel trekken, maar dat de waarheid heel anders is. Op perverse wijze bevestigt het raadslid: “Persoonlijk denk ik dat de Vredesgemeenschap zich staande houdt door haar terugtrekking uit het openbaar leven en door de desinformatie en het in vraag stellen van de instellingen en haar enige doel is internationaal geldmiddelen voor hulp te kunnen binnenhalen in sommige landen.” Mijnheer Raadslid wij herinneren u eraan dat onze Vredesgemeenschap zich nooit heeft verzet tegen de ontwikkeling maar dat ze wel in vraag heeft gesteld vanwaar de ontwikkelingsplannen komen. Zal u in staat zijn de illegale wegen die de paramilitairen hebben geopend vanuit Nuevo Antioquia naar het gehucht La Esperanza en tot in het gehucht Rodoxalí en La Hoz te rechtvaardigen? Alsook de projecten van veeteelt, van verbetering van de woningen in Rodoxalí, van herstelling van de wegen in de gehuchten en het rekruteren van minderjarigen, de onderwerping van de Raden voor Gemeentelijke Actie, de mijnuitbating , tussen andere projecten door de paramilitairen ontworpen en uitgevoerd?  Volgens u moet de boer van de zone deze projecten aanvaarden en zich zonder enige reactie onderwerpen aan de belangen die deze projecten verbergen. Weet u niet Raadslid Betancur dat in San José de Apartadó in de laatste 21 jaren de “ontwikkeling” ontworpen en geleid werd door het paramilitarisme  en dat veel ondernemingen die hun profijt en de ondergang en de uitdoving  of de onderwerping van de boeren op het oog hebben en de agenten van de regering zelf zich beschermen achter deze “ontwikkeling”? Het is duidelijk dat de 17-de Brigade van het Leger en de Politie van Urabá een heel  werk van verberging hebben opgezet voor dit straffeloos beleid van deze valse “ontwikkeling” door het paramilitarisme en dat ze het proberen te bedekken met feestelijkheden, feesten en valse beloften die ze doen aan de boerenbevolking in het dorpscentrum van San José de Apartadó.  Naar ons oordeel zouden personen die zo geëngageerd zijn ten voordele van projecten van het paramilitarisme geen publieke mandaten mogen bekleden.

De feiten waarvan we getuigenis afleggen zijn de volgende:

Op zondag 15 juli 2018 kwamen 12 paramilitairen in uniform en met zware wapens aan in de omheinde veeweide van de naburige boerderij die grenst aan de Gemeenschap in het gehucht La Esperanza. Uren later verbleven ze dicht bij het huis van een inwoner. Daar namen ze 16 bierkratjes mee en op het moment van hun weggaan verplichtten ze boer om voor hen een geweer te bewaren en een 1.500 duizend pesos (zo’n 500,00 Euro). De bevelhebber van deze troep liet zich Aquiles noemen. Om 2:00 ’s morgens vertrokken ze naar de boerderij van de heer Muñoz, boerderij waar ze gedurende maanden ingekwartierd waren zonder dat ze ook maar door enige autoriteit gehinderd werden.

Op maandag 16 juli 2018 kwam een groep paramilitairen aan bij het huis van de moeder van een lid van onze Vredesgemeenschap in het gehucht Mulatos en zij vroegen haar naar haar zoon, want ze zegden dat ze reeds wisten dat hij daar leefde. Op dezelfde wijze verklaarden ze: “ in dit gehucht zijn er drie verklikkers[1], onder hen een minderjarige en één van deze verklikkers verhinderde de doorgang door dit gehucht voor de soldaten van het Bataljon Bejarano Muñoz van de 17-de Brigade. Dit alles weten we omdat de soldaten zelf op dat moment foto’s namen en ze naar ons paramilitairen doorstuurden.” Ook bevestigden ze: “Wij zijn de aanklachten die de Vredesgemeenschap tegen ons maakt moe en als ze ons blijven aanklagen dan gaan we geen klein beetje maar wel grote schade aanrichten.” Ze wilden zeggen dat alle bedreigingen en moordpogingen waarvan wij als Vredesgemeenschap slachtoffer werden dat zij daarvan de daders waren.

Dezelfde maandag 16 juli 2018 bedreigt een paramilitair bevelhebber die zich “Cementerio = Begraafplaats” laat noemen op een andere plaats in het gehucht Mulatos Medio met grote beslistheid de leden van onze Vredesgemeenschap die in het gehucht Luis Eduardo Guerra leven. Hij verklaart: “ vanuit dit gehucht klagen ze ons aan als we langs daar passeren, maar we gaan daar om het even welke dag van de komende dagen binnendringen  en dan gaan we zien wie is wie, omdat we reeds het bevel kregen om deze verklikkers, die ons in deze “hoerenjong” gemeenschap aanklagen,  te vermoorden.” Over dit type bedreigingen legden we reeds getuigenis af in 2004 over de aanwezigheid van paramilitairen in gemeenschap met militaire troepen in Mulatos en nadien op 21 februari 2005 greep het bloedbad plaats van 8 personen onder wie 3 minderjarigen, bedreven door paramilitairen en militairen. Volgens onze analyse is het dus dezelfde strategie waarmee de Strijdkrachten vandaag deze paramilitaire groepen beschermen, die alles controleren en  de burgerbevolking naar hun goeddunken gebruiken.  Als Vredesgemeenschap moeten we elke dag het hoofd bieden aan nieuwe bedreigingen die niet ophouden ons schade te berokkenen. Maar nog steeds gaan we zo vooruit in ons burgerlijk verzet.

Op donderdag 19 juli 2018 passeerden 8 paramilitairen in camouflage en met zware wapens door ons Vredesgehucht Luis Eduardo Guerra  en zo passeren ze er alle dagen terwijl ze deze plaats doorlopen die gemarkeerd is als private eigendom van onze Vredesgemeenschap.

Op vrijdag 20 juli 2018 werd onze Gemeenschap geïnformeerd over een vermeend plan van de paramilitairen die het dorpscentrum van Apartadó  controleren, volgens hetwelk ze een groep van sociale schoonmaak zouden sturen voor de gehuchten La Balsa en La Victoria, een verplichte passage om in onze nederzettingen te geraken, langs de weg die van Apartadó naar San José voert, met het oog op het een einde maken van onze Vredesgemeenschap. In vroegere jaren plaatsten ze in die zone militaire en paramilitaire controleposten waar ze een groot aantal mensen vermoordden, ze coördineerden het hongerbeleg waarbij ze alle voedsel en drank, dat de chiveros[2] vervoerden, vernietigden of afpakten, ze bedreigden, folterden, deden mensen verdwijnen  en ze vielen op duizend manieren de boeren aan, en dit beschermd door een absolute straffeloosheid.

Op zaterdag 20 juli 2018 kwamen 40 bewapende paramilitairen aan in het Resguardo[3] Uradá Jiguamiandó in het Departement Chocó. Daar omcirkelden ze op illegale wijze de bewoners gedurende verschillende uren. Feiten zoals deze lieten we week na week na in onze getuigenissen en de Regering heeft altijd al dit paramilitair optreden, beschermd door militaire Brigades,  ontkend.

Op zondag 22 juli 2018 zouden, volgens info van bewoners van de regio van San José de Apartadó, de paramilitairen een reeks bijeenkomsten belegd hebben met de burgerbevolking van het gehucht Arenas Bajas en van het punt dat bekend is als Caraballo van ditzelfde gehucht.  Deze bijeenkomst werd gecoördineerd door de paramilitair alias “Chiquito Malo”.

Op vrijdag 27 juli 2018 om 8:40 ’s morgens passeerden door ons Vredesgehucht Luis Eduardo Guerra in het gehucht Mulatos Medio 6 paramilitairen in uniform en met zware wapens. Daar bevond zich een delegatie van onze Vredesgemeenschap met internationale begeleiding, die getuige was van de paramilitaire aanwezigheid. Deze groepen paramilitairen blijven nog steeds de private eigendommen van boeren doorkruisen en ze laten zich zien alsof ze een militaire groep vormen, want ze laten als bewijs de kracht zien die ze hebben om de boerenbevolking te controleren en te onderwerpen.

In de laatste weken heeft men vastgesteld dat de paramilitairen die opereren in het district van San José de Apartadó  al hun leden, zowel zij die reeds lang toegetreden zijn als de pas gerekruteerden in het district en in de gehuchten,  verzameld hebben om ze training  te geven en om doelstellingen en strategieën te plannen. De trainingscentra zijn in verschillende gehuchten zoals Arenas Bajas, Playa Larga, Naín en Saiza (dit laatste in het Departement Córdoba).

De paramilitairen bewegen zich doorheen de gehuchten in grote groepen met militaire uniformen en met zware wapens. De Strijdkrachten weten dat en wat ze gedaan hebben is voor langdurige tijden militaire troepen plaatsen op specifieke punten, op plaatsen waar ze de paramilitaire ontplooiing niet storen en waar ze info en foto’s kunnen aanbieden aan de paramilitairen.

Als Vredesgemeenschap die in deze 21 jaar te midden van bedreigingen,  verdwijningen, folteringen, agressie van elk type, stigmatiseringen, laster, berovingen en bloedbaden heeft overleefd, blijven we nog steeds hier met ons vurig verlangen op een dag echte vrede te zien. We hebben het leven gedurende deze jaren toegewijd aan de verdediging van het leven en de grond. En daarom zullen we niet ophouden getuigenis af te leggen van de barbaarsheid die we beleven, want noch deze Regering, noch de voorgaande hebben zich ook maar iets aangetrokken van het leven van de boerenbevolking maar wel van het verdedigen van hun eigen economische en politieke belangen.

Vanuit ons hart bedanken we erg diep al die vrienden en vriendinnen, verbroederde organisaties in het land en in de wereld die weet hebben van ons lijden en die bereid zijn samen met ons weerstand te bieden, met hun  fysisch en spiritueel gezelschap,  en die ons elke dag doen opstaan met meer zin om te leven om ons proces van gemeenschapsleven te versterken.  We blijven hen uitnodigen om niet op te houden deze Regering,die zich elke dag minder aantrekt van het waardig leven van ons mensen die in vrede willen leven in onze territoria, het hoofd te bieden.



[1] Sapo = letterlijk kikker, wordt gebruikt voor verklikkers of spionnen van de guerrilla

[2] Chivero = is een ‘informeel’ transportmiddel in Antioquia, meestal zijn het jeeps

[3] Resguardo = een soort inheems reservaat met eigen autonomie maar reeds toegekend door de Spaanse koning in de periode van de kolonisatie (eigendomstitels bevinden zich nog in Spanje)