Barbaarsheid en vervolging zonder einde

Terwijl de Nationale Regering redevoeringen afsteekt die de echte realiteit, die we dagelijks beleven en waaraan de Vredesgemeenschap en de bevolking van de omgeving voortdurend onderworpen zijn, verbergen en verduisteren, daagt ze met de grootste schaamteloosheid de hele Internationale Gemeenschap uit die er reeds meer dan 16 jaar op aandringt een einde te maken aan de barbaarsheid en de vervolging tegen onze Vredesgemeenschap.

Met vernederende laagheid legt de hoge regering talrijke vonnissen van het Grondwettelijk Hof , alsook de Resoluties van het Interamerikaans Hof voor de Mensenrechten en de aanmaningen van het Internationaal Strafhof, naast zich neer. Inderdaad het Grondwettelijk Hof vaardigde precieze orders uit voor de regering door middel van resolutie 164/12 , die refereerde naar het uitvoeren van het vonnis T-1025/07. Die orders hadden betrekking op de herziening en de toepassing van de Rechtspraak voor misdaden begaan tegen de Gemeenschap, op het overleg over hoe de aanwezigheid van de Strijdkrachten in de zone kan zijn zonder dat ze gevaren vertegenwoordigt voor de burgerbevolking, en op de preventie en de bescherming van de rechten van de Vredesgemeenschap. Deze orders waren erop gericht het proces van breuk tussen de Vredesgemeenschap en de staatsinstellingen , dat reeds meer dan acht jaar duurde, te deblokkeren. Wat verordend werd door het eerbiedwaardig Grondwettelijk Hof werd een mislukking. De regering gehoorzaamde keer op keer de orders niet en dit op herhaalde en halsstarrige wijze. Dat alles kon vastgesteld worden na verschillende bijeenkomsten die belegd werden met de hoge Regering in uitvoering van het mandaat van het Grondwettelijk Hof. Na zes maanden bijeenkomsten met de hoge regering werd door de Regering niets nagekomen. Eens te meer steunt de Regering deze schendingen van de Grondwet en van de Wetten  als voorbeeld voor haar onderdanen. Dit niet uitvoeren van de Grondwet en de Wetten door de Staat brengt ons ertoe dat onze betrekkingen verbroken blijven.  Onze waardigheid en onze rechten blijven met de voeten getreden worden en roepen om gerechtigheid.  De feiten die we hierna toevertrouwen aan de mensheid en de geschiedenis zijn de volgende:

Op vrijdag 14 juni 2013 kondigden verschillende bekende paramilitairen , die bewoners van de streek ontmoetten, aan dat ze de Vredesgemeenschap gingen binnenvallen, want volgens de paramilitairen heeft de Gemeenschap hen veel schade berokkend door internationaal hun band met de Strijdkrachten aan te klagen. Ze verklaarden ook dat alias “SOPA” de opdracht heeft van zijn oversten om de Vredesgemeenschap aan te vallen, dat ze wachten tot op het moment dat de internationale begeleiders (= vredesbrigadisten) niet in de nederzettingen zijn om een bloedbad aan te richten in coördinatie met de Strijdkrachten.

Op zaterdag 15 juni 2013 kondigen de paramilitairen in Nuevo Antioquia opnieuw aan een bloedbad aan te richten tegen de Vredesgemeenschap, bovendien kondigden ze de vervolging met de dood aan tegen de boer Ángel Eusebio Graciano, die onlangs bij twee gelegenheden moordpogingen onderging, waaraan hij levend kon ontsnappen. 

Ook op dezelfde zaterdag 15 juni werd de jongere Luis Albeiro CORREA BORJA, bewoner van het dorpscentrum van San José, door militairen van de militaire basis van San José aangehouden. Ze beschuldigden hem daar een collaborateur van de guerrilla te zijn en schuldig te zijn aan de bomexplosie van 7 juni in San José.

Op zondag 16 juni 2013 vanaf 9:30 tot 11:00 uur werden in het gehucht La Esperanza botsingen geregistreerd tussen het Leger en de guerrilla van de FARC.

Op donderdag 20 juni 2013 ontvingen bewoners van de gehuchten Arenas Altas en La Cristalina van het district San José telefoonoproepen van een individu dat zich identificeerde als alias “COFLAS”, een gedemobiliseerde van de FARC. Hierin waarschuwde hij dat,  ofschoon hij als verantwoordelijke van de zone belast was met de ontploffing van een bom op 7 juni 2013 in het dorpscentrum van San José, ze reeds helemaal een montage hadden ineengestoken om de bewoners van de zone als verantwoordelijken voor de feiten te beschuldigen en hij vertelde erbij dat ze dat onder druk gedaan hadden van de militairen , omdat ze resultaten moesten aantonen.

Op maandag 8 juli 2013 rond 8:30 drong een groep paramilitairen in het gehucht La esperanza de eigendom binnen van de boer Reinaldo CARDONA. Ze vroegen naar hem omdat hij op dat moment niet thuis was. De paramilitairen verzekerden dat hij hen ontsnapt was, want ze kwamen voor hem, omdat zij hem ervan beschuldigden op de hoogte te zijn van de aanwezigheid van de guerrilla in de zone en van medeplichtig te zijn aan de moord op militairen op donderdag 30 mei 2013 waarbij zijn huis omzeggens vernietigd werd bij de botsing. Vanuit het huis namen ze twee sim-kaarten mee die toebehoorden aan de familie. Daar kondigden ze de inval aan die ze gepland hadden met het leger tegen de Vredesgemeenschap. Toen ze terugkeerden naar Nuevo Antioquia hielden ze een boer uit de zone aan,  die ze beschimpten en ze verplichten hem een last te dragen die zij bij hadden.

Dezelfde maandag 8 juli 2013 rond 15:00 uur bereikte deze paramilitaire groep de school en het Gezondheidscentrum van het gehucht La Esperanza,  vlakbij de nederzetting van de Gemeenschap daar. Bij deze groep bevonden zich de bekende paramilitairen José Adelmo OSORNO MEJÍA alias “PANELO”en de gedemobiliseerde van de FARC alias “MAJUTE”, paramilitaire commandant, die zich lange tijd  ophield in de Brigade XVII van het nationale leger.

Op zaterdag 13 juli 2013 bevonden zich militaire troepen op de eigendom van een lid van de Interne Raad van onze Vredesgemeenschap in het gehucht La Unión. Toen men eiste dat ze zich uit deze plaats zouden terugtrekken beweerden ze dat ze zich niet op vreemde eigendom bevonden, maar op terreinen van de Staat.

Vanaf 15 tot 17 juli 2013 werden zware gevechten geregistreerd tussen paramilitairen en guerrilleros van de FARC in het gehucht La Hoz, dat tot het district San José behoort. Verschillende boerenfamilies werden bedreigd door de paramilitairen en verplicht op de vlucht te gaan.

Op zaterdag 20 juli 2013 registreerden de communicatiemedia de dood van een guerrillero en de gevangenneming van een andere guerrillero in het gehucht Rodoxali (behorend tot het district San José de Apartadó) als resultaat van gevechten tussen het leger en de FARC.

Op maandag 22 juli 2013 rond 13:00 uur en gedurende verschillende minuten registreerde men het overvliegen van militaire helikopters die twee antidrugsvliegtuigjes escorteerden, die in de gehuchten Mulatos en Resbalosa besproeiingen uitvoerden. De teelten voor huishoudelijk gebruik van de families werden beschadigd door de besproeiing van het gif,  ook geraakten de wateren (riviertjes) van deze gehuchten besmet. In de rivier Mulatos werden dode vissen aangetroffen.

Op vrijdag 26 juli 2013 kwamen verschillende boeren van het district van San José naar leden van de Vredesgemeenschap om te vertellen dat het Leger en het Openbaar Ministerie via gerechtelijke montages gerechtelijke processen aan het opzetten zijn tegen bewoners van de zone waartegen ze de bedoeling hebben om ze een proces aan te doen als verantwoordelijken voor de bom die tot ontploffing werd gebracht op 7 juni 2013 in het dorpscentrum van San José,  waarbij verschillende militairen zwaar gewond werden.

Op zaterdag 27 juli 2013 vertok een familie van het gehucht La Cristalina (dat tot het district San José behoort) op de vlucht door bedreigingen van militairen die hen zegden dat het beter was de zone te verlaten want dat zij niet konden instaan voor hun leven.

Op maandag 29 juli 2013 rond 15:20 werd John Fredy Usuga, lid van onze Vredesgemeenschap en coördinator van het gehucht Arenas Altas, een nederzetting van de Vredesgemeenschap, benaderd door agenten van de Nationale Politie, terwijl hij zich in een voertuig van publiek vervoer van Apartadó naar San José begaf.  Bij het tegenhouden van het voertuig eisten ze onmiddellijk de documenten van Usuga en ze gaven hem het bevel uit te stappen terwijl ze aankondigden dat er tegen hem een aanhoudingsbevel liep. Leden van de gemeenschap en internationale begeleiders (= vredesbrigadisten) die hem vergezelden bemiddelden voor hem en na enkele minuten werd hij in vrijheid gesteld.

De laatste weken werd de bekende paramilitair alias “GUACHIPIN” opgemerkt te midden van de troepen die patrouilleerden in de gehuchten van het district van San José.

We doen een beroep op de onwankelbare solidariteit van personen in het land en in de wereld zodat ze er bij de Regering op aandringen dat ze de grondwet en de wet zou respecteren en een einde zou maken aan de barbaarsheid en de vervolging van onze Vredesgemeenschap.

We bevestigen opnieuw ons engagement in de principes voor leven en waardigheid bij het bouwen aan een meer rechtvaardige wereld en we zullen niet wijken voor de zaaiers van de dood.

Vredesgemeenschap van San José de Apartadó

1 augustus 2013

www.cdpsanjose.org