Brief aan de hoogste autoriteiten van de Staat, voor de moord van het meisje Mileidy DAVID

Uit “Fusil o Toga? Toga y Fusil! El Estado contra la Comunidad de Paz de San José de Apartadó”blz. 73

Op dinsdag 18 maart 2003 namen legertroepen het gehucht La Cristalina in. Wanneer één van hun bewoners, Conrado DAVID, naar huis terugkwam van het werk hielden ze hem aan en ze verplichtten hem op de grond te gaan liggen, ze zegden dat ze hem gingen vermoorden en eerst gingen ze een spade bemachtigen opdat hij daarmee zijn graf zou graven. Hij smeekte dat ze niet zouden gaan schieten omdat zijn oude moeder en zijn meisjes achterop kwamen. Minuten later schoten de soldaten op de moeder en verwondden ze dodelijk zijn dochtertje van 3 jaar, Mildrey Dayana (Mileidy) DAVID TUBERQUIA.  Ze stierf toen ze haar naar het hospitaal in Apartadó brachten. De soldaten-daders smeekten de moeder van Conrado dat ze bij het Parket zou verklaren dat het meisje gestorven was te midden van een confrontatie tussen het leger en de guerrilla. Maar zij weigerde dat, omdat het helemaal niet waar was.”

Brief aan de hoogste autoriteiten van de Staat, voor de moord van het meisje Mileidy DAVID

                                                                                        San José de Apartadó, Antioquia , 23 augustus 2013.

Aan de President,

Aan de (Fiscal General) Procureur Generaal,

Aan de Procurador General (hoogste disciplinaire instantie voor ambtenaren),

Aan de Minister van Landsverdediging,

Aan de Minister van Binnenlandse Zaken,

Aan de Voorzitter van het Opperste Gerechtshof,

Aan de Voorzitter van de Staatsraad,

Aan de Voorzitter van de Hoge Raad van het rechtswezen,

Aan de Directeur van de DIAN (Nationale Directie van Belastingen en Douane)

 

Wij, Conrado DAVID DAVID en Noelia TUBERQUIA SALAS, doen een beroep op de hoogste autoriteiten van de Staat op zoek naar integrale gerechtigheid ter wille van de moord van onze dochter Mileidy DAVID TUBERQUIA, 3 jaar oud, die terecht werd gesteld door leden van het Nationale Leger op 18 maart 2003 in het gehucht La Cristalina van het district van San José, gemeente Apartadó, departement Antioquia.

Het Administratief Gerechtshof van het Gebied van Turbo velde op 31 maart 2011Vonnis Nr. 025 geregistreerd als 0583733310012006-00089-00, waarin het het Ministerie van Landsverdediging veroordeelde tot het schadeloos stellen voor de schade veroorzaakt aan onze familie door dit misdrijf. Zij die voor ons de burgerlijke partij opgenomen hadden om deze eis af te dwingen hebben ons op de hoogte gebracht dat het Ministerie van Landsverdediging de betalingen, die door het gerecht gevorderd werden,reeds heeft uitgevoerd.

Deze geldelijke compensatie moest vergezeld worden van enkele daden van verontschuldiging, gevorderd door hetzelfde gerecht, maar het Ministerie van Landsverdediging heeft die nog niet volbracht en ofschoon het gerecht stappen heeft ondernomen om ze te volbrengen, brengen de opgeworpen obstakels ons ertoe te denken dat het Ministerie die evenmin zal volbrengen.  Want reeds driemaal heeft men deze officiële ceremonie moeten uitstellen. De laatste geprogrammeerde was die van 31 juli laatstleden en op de vooravond van de datum werden we geïnformeerd dat op bevel van de Commandant van het Nationale Leger deze ceremonie was afgelast zonder dat we tot op heden de redenen hiervoor kennen.  De compensatie kan als een bijkomende daad van agressie schijnen, wanneer ze samengaat met totale afwezigheid van straf van de verantwoordelijken,met afwezigheid van publiek eerherstel van de waarheid en van wederopbouw van de waardigheid van het slachtoffer en zijn gemeenschap, die reeds meer dan 16 jaar verschrikkelijk geslachtofferd werd , alsook met afwezigheid van plannen die de niet-herhaling waarborgen van dit type van barbaarsheden.

We kunnen niets minder doen dan ons hieraan ergeren en de systematische straffeloosheid van deze Staat, die zovele duizenden misdaden heeft bedreven tegen de onschuldige burgerbevolking, aan de kaak stellen, wanneer we zien dat dezelfde gerechtsorganen heel goed de identiteit kennen van wie verantwoordelijk waren voor dit misdrijf. Maar de wettelijke doorverwijzingen en de coördinaties tussen de verschillende instanties, zodat er snelle en stipte rechtspraak zou zijn, hebben niet  gewerkt.

Inderdaad in hetzelfde administratief dossier komen duidelijk de namen naar voor  van de verantwoordelijken van de “Operatie Mandragón” toevertrouwd aan Compagnie DANTA 6 van het Bataljon Contra guerrillera Nr. 26 ARUHACOS, Compagnie gecommandeerd door Kapitein NEL MAGIN CÁRDENAS DÍAZ, vergezeld in deze operatie door de soldaten: JAIRO ALFREDO SÁENZ TEHERÁN, JOSÉ ALIRIO GARCÍA RIVERA, MANUEL ÁNGEL GIRALDO VALENCIA, JUAN POSADA GIL, CARLOS ROMERO VEGA, Tweede korporaal FREDY PARRA RAMÍREZ, Tweede Sergeant MOSQUERA en Onderluitenant VALDÉS RAMÍREZ.  Wij vragen ons af waarom zij niet gestraft werden na zo’n afschuwelijke misdaad, zoals evenmin hun superieuren gestraft werden, die hen de orders gaven en die de operatie ontwierpen op een in alle opzichten onverantwoorde en criminele wijze zonder zorg te dragen voor de burgerbevolking, zoals Brigadegeneraal  PAUXELINO LATORRE GAMBOA, Commandant van de XVII-de Brigade en Luitenant Kolonel JORGE ENRIQUE MALDONADO ESCOBAR, officier verantwoordelijk voor de operaties van dezelfde brigade. We vragen ons ook af waarom de Regering, na zulk een afschuwelijke misdaad als de moord op een kind van nauwelijks drie jaar, geen enkele maatregel genomen heeft om te waarborgen dat dit soort barbaarse daden niet zouden herhaald worden, omdat de barbaarsheid van de Strijdkrachten in de laatste 10 jaar in de zone van onze Vredesgemeenschap niet heeft opgehouden. Het is overduidelijk dat de straffeloosheid waarmee de daders van deze misdaad bedekt werden de voornaamste verklaring vormt voor de misdaden die daarop aan de lopende band volgden.

Als ouders van dit onschuldig slachtoffer verhindert ons geweten ons om op dit moment de geldelijke schadeloosstelling te ontvangen, omdat ze vergezeld gaat van een totaal gebrek aan gerechtigheid, waarheid en waarborgen van niet herhaling tegen de burgerbevolking van de zone die onze Vredesgemeenschap en haar geografische en sociale omgeving is. Daarom houden we deze som geld bevroren in afwachting van integrale rechtvaardigheid zoals de Grondwet van het land en het internationaal recht dat vereisen.

We eisen van jullie dringend de Grondwet na te komen door de verantwoordelijken te straffen, door de waardigheid van het slachtoffer en van zijn gemeenschap te herstellen en door te waarborgen dat zo’n barbaarse en misdadige praktijken zich niet meer herhalen.  Het tegengestelde is het menselijk leven, en in ons geval het leven van een kind dat nauwelijks begon te leven, beschouwen als een smerig stuk koopwaar dat kan getaxeerd worden in een som geld.

Hoogachtend,

Conrado DAVID DAVID

Noelia TUBERQUIA SALAS