Criminele militaire doctrine: ze wordt ontkend maar ze is wel van kracht

Ofschoon we slechts luttele dagen geleden een andere getuigenis van agressies tegen onze Vredesgemeenschap hebben doorgestuurd, zien we ons in de dringende noodzaak opnieuw een beroep te doen op het land en de wereld, om hen nieuwe episodes van onze tragedie mee te delen.

Onze regio is steeds meer gestigmatiseerd door deze paramilitaire Staat, die nog niet in het staat was het paramilitair fenomeen te ontmantelen en waarbij bovendien deze illegale gewapende groepen door de militaire brigades in de regio van Urabá worden beschermd. De burgerbevolking is uitgeput door het moeten verdragen van alle soort gewelddadigheid tegen hun familiale en persoonlijke integriteit.

De paramilitairen hebben reeds in verschillende gehuchten aangekondigd dat er sommige groepen dieven actief zijn die andermans goederen stelen en die onderscheppen wie passeert om hem te bestelen. Het is reeds duidelijk dat het paramilitarisme zich wil witwassen en een vriendelijk gezicht wil opzetten voor de burgerbevolking en daartoe heeft ze deze groepen opgestart die reeds in de zone stelen en zich camoufleren als gewone misdadigers.

Anderzijds blijft de Staat op overtuigende wijze aantonen dat haar stevig verankerde repressieve militaire doctrine, die misdaden tegen de menselijkheid en praktijken van uitroeiing van elke sociale beweging rechtvaardigt,  even sterk van kracht blijft als 50 jaar geleden. Ze is geen duimbreed veranderd. De Staat heeft dat duidelijk gemaakt door het opnieuw stigmatiseren van de stichter van San José de Apartadó, omwille van het feit dat hij Raadslid was van de Unión Patriotica. Tegelijkertijd blijft die aantonen dat hij niet bekwaam is om de akkoorden, die hij ondertekent,  ook uit te voeren. Dit door het gewelddadig onderdrukken van de cocatelers, door zijn belofte niet na te komen deze teelten niet uit te roeien, zonder alternatieven om te overleven aan te bieden aan de arme boeren, die hiervan (moeten) leven door het ontbreken van andere mogelijkheden.

De laatste feiten waarvan we getuigenis afleggen zijn de volgende:

Op donderdag 12 oktober 2017 was een groep gewapende paramilitairen in uniform aanwezig in de plaats bekend als El Barro in het gehucht Mulatos van San José de Apartadó, waarbij ze het terrein, dat de boerderijen van leden van onze Vredesgemeenschap omvat, verkenden.

Op zaterdag 14 oktober 2017 benaderde een paramilitair de woning van een lid van onze Vredesgemeenschap in de plaats El Barro. Hij beweerde dat hij op zoektocht was om kazen te kopen en dat na hem heel de paramilitaire koepel kwam.

Op dinsdag 17 oktober 2017 was er een ontscheping van militairen tussen de plaats El Barro en het centrum van het gehucht Mulatos, juist daar waar de paramilitairen zich dagen van tevoren bevonden. Dit gebeurde zonder dat er ook maar enige confrontatie plaats vond tussen de twee krachten. Eens te meer bevestigen ze hiermee opnieuw de eenheid van actie tussen de Strijdkrachten en de paramilitaire structuren, die onze Gemeenschap altijd heeft aangeklaagd.  Want ze was gedurende 20 jaar getuige van deze medeplichtigheid.

Dezelfde dinsdag 17 oktober 2017 ’s avonds laat, toen een bewoonster van La Unión vanuit San José de Apartadó naar het gehucht La Unión klom, nadat ze haar producten op de markt verkocht had, werd ze onderschept door dieven die haar het geld afpakten van haar verkoop. Deze en andere diefstallen die in onze streek gebeuren waren georganiseerd door dezelfde paramilitairen, die uiteindelijk hun handen wassen door te zeggen dat zij het niet waren.

Op woensdag 18 oktober 2017 toen een groep van onze Gemeenschap passeerde door de plaats El Barro richting Mulatos Medios werd ze benaderd door een groep militairen. Eén van hen vroeg of ze wisten waar “hun neven” waren, een duidelijke verwijzing naar de paramilitairen die daar dichtbij op weg waren. Bij het vragen of het zo was dat ze familieleden in de zone hadden antwoordde hij dat ze wel “vrienden” hadden en dat ze informatie hadden dat ze zich daar ergens in de zone bevonden. En inderdaad in die zone bevonden zich de paramilitairen. Dezelfde militair probeerde informatie van de leden van de Gemeenschap te registreren, zelfs door fouillering, wat verboden is door het Grondwettelijk Hof.

Op donderdag 19 oktober 2017 vond  het militair contingent dat de dinsdag voordien ontscheept was op de plaats El Barro in het gehucht Mulatos Medios een centrum van teelten en verwerking van coca. Het ging ertoe over alle werktuigen te vernielen en te verbranden en alle arbeiders gevangen te nemen. Dat leidde tot algemeen protest van de bewoners omdat hierdoor het Vredesakkoord van Havana werd geschonden, door het gewelddadig uitroeien en door het bestraffen van de boeren die uit noodzaak hiervan leven, zonder hen ook maar enig alternatief om te overleven aan te bieden. Het protest slaagde erin de gevangenneming stop te zetten, maar het probleem van de overleving was hierdoor dramatisch opgeworpen.

De laatste maanden werd de verandering van de naam van het Educatief Centrum, gelegen in de huizenblokken van San José de Apartadó publiek gemaakt. Vroeger werd het  “El Mariano” genoemd en nu werd het door beslissing van de Gemeenteraad “Educatief Centrum Bartolomé Cataño” genoemd, om eer te bewijzen aan de stichter van San José de Apartadó. Hij was Raadslid van Apartadó voor de Unión Patriótica. Hij werd in 1996 vermoord door het leger en de paramilitairen. De Burgemeester van Apartadó, de Commandant van de 17-de Brigade en andere instellingen van de Strijdkrachten en bewoners die met hen dwepen hebben zich verzet tegen de nieuwe naam. De Commandant van de militaire basis die opereert  naast dat college is verschillende keren samengekomen met de leerlingen om te eisen dat ze deze naam zouden weigeren, door te beweren dat Don Bartolomé een guerrillero en terrorist was, omdat hij lid was van de UP. Dit maakt eens te meer duidelijk dat de perverse en criminele militaire doctrine, die ertoe leidde dat elke sociale beweging en elke politieke oppositiegroep gedurende 60 jaar gestigmatiseerd werd, en die de moord of de gedwongen verdwijning van de militanten van al deze groepen rechtvaardigde, een doctrine is die meer dan ooit van kracht blijft. Hier schittert het vermogen van leugen en hypocrisie van de Strijdkrachten, want terwijl ze belijden de “verdedigers van de democratie en van de Constitutie” te zijn en ontkennen dat ze ook maar enige criminele principes en doctrine hebben, toch blijven ze deze doctrine toepassen met overduidelijk fanatisme.

Onze Gemeenschap bedankt opnieuw diegenen die vanuit zoveel hoeken van ons land en van onze planeet ons spirituele energie van verzet blijven toedienen.