Cynische onverstoorbaarheid bij geprogrammeerde terechtstellingen

Zoals bij vele gelegenheden gedurende deze 22 jaar legt onze Vredesgemeenschap opnieuw getuigenis af aan het land en aan de wereld van de laatste feiten waarvan wij het slachtoffer werden bij het willen voortzetten van ons burgerlijk verzet ter verdediging van het leven en het territorium.

Onze regio is opnieuw in rouw, dank zij de permissiviteit van de 17-de Brigade van het Leger, want de paramilitairen vermoordden een andere jonge boer van ons District die weigerde zich te onderwerpen aan de arbitraire en absurde belastingheffingen.  Nog maar eens het bewijs dat het paramilitarisme de handen vrij heeft om zich uit te roepen als de eigenaar van het leven en de dood van de burgerbevolking. Terwijl de Regering en haar 17-de militaire Brigade van Carepa bevestigen dat het paramilitarisme niet (meer) bestaat en dat onze Vredesgemeenschap misdrijven uitvindt om hen in diskrediet te brengen, blijft er bloed vloeien in ons territorium. De daders blijven in vrijheid en krijgen ‘carte blanche’ om te blijven moorden, om de lijsten van de nakende geëxecuteerden te laten circuleren en terreur te blijven zaaien, op het moment dat de burgerorganisaties, zoals de gemeenschapsraden, die energiek zouden moeten reageren, de stilte bewaren en verlamd worden.

De feiten waarvan we vandaag getuigenis afleggen zijn de volgende:

Op zondag 18 augustus 2019 tussen 5 en 6 uur ’s namiddags werd de jongere WEVER ANDRÉS ARIAS GARZÓN  of UBER, zoals de familie hem noemde, vermoord tussen de gehuchten La Linda en la Cristalina , van het district van San José de Apartadó.  Het misdrijf werd gepleegd door paramilitairen die de zone controleren. Ze drongen de woning waarin Wever Andrés zich op dat moment  alleen bevond binnen. Want zijn vrouw was toen in San José naar de markt.  Hij werd met vier kogels uit een vuurwapen neergeschoten waarbij hij het leven liet. Dezelfde zondag, bij het ter ore komen van dit feit, organiseerde onze Vredesgemeenschap een humanitaire commissie om naar de plaats van de feiten te gaan en om de familie te begeleiden.  Om 11:00 uur ’s nachts konden we vertrekken en we kwamen ter plekke aan om 1:30 maandagmorgen 19 augustus en we konden de familie en de vrienden die zich daar bevonden  vergezellen.  Tegelijkertijd werd er gepraat met het Kantoor van de Ombudsman voor de Mensenrechten om de procedures met betrekking tot de lijkschouwing en het verwijderen van het lichaam uit te voeren.  Pas om 12:30 ’s maandags 19 augustus 2019, 19 uren na de moord kwamen de leden van de SIJIN (eenheden voor crimineel onderzoek), van de politie en van het leger ter plaatse toe in de veronderstelling de lijkschouwing  te doen.    Een Sergeant zegde evenwel aan de moeder van het slachtoffer dat het beter was dat de burgers die daar waren het lichaam zouden bergen en het zouden meenemen naar San José waar een groep van de politie hen zou opwachten, omdat ze erg moe waren en geen helikopter konden bellen.

Leden van onze Gemeenschap drongen er bij de Ombudsman voor de Mensenrechten van Apartadó  op aan dat hij de bevoegde autoriteiten zou bellen en van daaruit communiceerden ze met Kolonel  Pavón, operatiecommandant, maar hij antwoordde dat het de politie was die de lijkschouwing moest doen en het lijk moest overbrengen naar San José. De twee tegenstrijdige orders maakten alleen de routineonverantwoordelijkheid maar duidelijk van de Strijdkrachten die altijd proberen te ontkomen  en hun verplichtingen te ontlopen. Omwille van zoveel getreuzel had de familie even gedacht zelf het lichaam op te tillen en het naar San José te brengen, maar bij het zien toekomen van de Strijdkrachten verwachtte zij dat  zij dat zouden doen. Onze Gemeenschap, die een beetje op afstand stond om, volgens haar principes  niet te samen te verblijven met gewapende personen, kwam dichterbij om hen te claimen toen ze zag dat de leden van de GOES (Groep voor Speciale Operaties) zich gingen terugtrekken en het lijk daar gingen achterlaten. De politiemannen maakten zich kwaad en ze herhaalden dat ze vermoeid waren en ze zegden dat ze dan nog 6 uur langer zouden moeten wachten om een helikopter daar te krijgen en ze bolden het af en ze kondigden aan dat ze achteraf het lijk zouden ophalen.

Terwijl de leden van onze Gemeenschap terugkeerden, gescheiden van de Strijdkrachten, en de moeder van het slachtoffer vergezelden werden ze ingehaald door familieleden en vrienden van Wever Andrés, die omwille van de onverantwoordelijkheid van de Strijdkrachten beslisten het lichaam in een hangmat op te tillen en het mee te nemen naar San José.

Dezelfde maandag 19 augustus 2019 bevonden de paramilitair alias ARCADIO TAMAYO en zijn jongere broer zich dicht bij de rivier, op zo’n 50 meter van het dorpscentrum van San José, in afwachting van het nemen van foto’s van de commissie van onze Gemeenschap  die terugkwam van de plaats waar de paramilitairen de jongere Wever Andrés hadden vermoord.

Op dinsdag 20 augustus 2019 werd onze Gemeenschap op de hoogte gebracht dat de paramilitairen de burgerbevolking bedreigden zodat ze de berging van het lichaam van Wever Andrés niet zouden gaan doen, wat uitlegde dat geen enkele van de Raden voor Gemeentelijke Actie met inbegrip van ACASA (Boerenorganisatie van San José de Apartadó) de plaats van de feiten benaderde. Volgens de informatie die meegedeeld werd aan onze Gemeenschap , waren de paramilitairen  alias ALFREDO of ALFREDITO, alias ARCADIO, alias SANTIAGO en alias KALET , ex-strijder van de FARC en begunstigde van het programma van gedemobiliseerden  van de Nationale Regering, tussen anderen, die  gerekruteerd waren door  de paramilitairen alias RENÉ en de gebroeders CARDONA,  de materiële daders van deze en andere moorden, vergezeld van hun onmiddellijke chefs. En ze brengen hun tijd door met al de overige paramilitaire commandanten te midden van de politie en van het leger in San José terwijl ze alcohol drinken en nieuwe criminele acties coördineren.

Maar het blijkt zo te zijn dat WEVER ANDÉS ARIAS GARZÓN  reeds ter dood veroordeeld was, zoals anderen dat waren die terecht gesteld werden voor hem.  Hij stond op de DODENLIJST VAN DE PARAMILITAIREN. Op dinsdag 18 september 2018 werd hij met de dood bedreigd in het gehucht La Cristalina, toen hij deel uitmaakte van de familie Guisao, omdat hij niet accepteerde dat de paramilitairen hem fouilleerden zodat ze controle zouden kunnen hebben over zijn leven en hem zouden verplichten deel te nemen aan paramilitaire activiteiten (Zie getuigenis van 14 oktober 2018). En toen hij reeds enkele maanden onafhankelijk leefde met zijn vrouw werd hij opgenomen in een lijst van 8 te vermoorden personen op 17 januari 2019 (Zie getuigenis van 18 januari 2019). Nadien, op 20 april 2019 pasten  de paramilitairen de lijst aan om opnieuw  te moorden, na een onderbreking van de misdaad, volgens hen, ter wille van het gerucht veroorzaakt door publieke getuigenissen. En op 25 april 2019 verhinderden de paramilitairen alias SANTIAGO en alias ARCADIO de jongere Wever Andrés een stoppelveld neer te leggen om een partij maïs te zaaien op zijn boerderij. En zo hij dat toch zou doen dan zou hij een boete moeten betalen van 5 miljoen pesos  (zo’n 1.500,00 Euros!!!). Het waren orders die hij niet wilde gehoorzamen en hij zaaide zijn maïsteelt (Zie getuigenis van 9 mei 2019). Vandaag 3 maanden later, werd hij vermoord om zich niet te onderwerpen aan hun doodsprojecten.

Het zijn reeds veel gelegenheden waarbij we getuigenis hebben afgelegd dat er een groep burgers is die bedreigd worden door de paramilitairen, maar de militaire en politionele instellingen doen zich voor als doven ten overstaan van de agressies die de boeren van de zone lijden. Op 22 december 2017 legden we getuigenis af dat er een plan bestond om onze wettelijk vertegenwoordiger Germán Graciano te vermoorden en 7 dagen later op 29 december greep de aanslag op zijn leven plaats. Die aanslag kon men weerstaan dank zij God en onze Vredesgemeenschap (Zie getuigenis van 22 december 2017). Met diezelfde lijst die de paramilitairen aankondigen zijn ze aan het moorden, ofschoon wij het land en de wereld hiervoor waarschuwden  in verschillende Getuigenissen.  Van die lijst zijn reeds 3 personen recent vermoord: op 16 januari  DEIMER USUGA HOLGUÍN; op 7 juli YEMINSON BOTJA JARAMILLO; op 18 augustus WEVER ANDRÉS ARIAS GARZÓN. En de competente autoriteiten blijven een oogje toeknijpen  voor de feiten.  We stellen de 17-de Brigade van het Leger en de Politie van Urabá verantwoordelijk voor deze misdrijven die de paramilitairen pleegden, want mochten zij zich wijden aan hun echte opdracht van het waarborgen van de bescherming van de burgerbevolking en niet aan de medeplichtigheid met die groepen die sedert 22 jaren samenleven met hen, dan zouden geen honderden personen vermoord zijn in onze regio. Tegelijkertijd stellen we de Nationale Regering verantwoordelijk voor wat verder om het even welk lid van onze Vredesgemeenschap of een ander bewoner van onze omgeving kan overkomen, want op de lijsten van de paramilitairen wordt aangekondigd dat er leden bij zijn van onze Vredesgemeenschap evenals boeren uit onze buurt. Sedert 22 jaar komen onze Getuigenissen met morele censuur en eis op rechten toe in het Presidentieel Paleis maar ER GEBEURT NIETS.  ALLES BLIJFT HETZELFDE.

Opnieuw bedanken we de vele stemmen van aanmoediging die we dagelijks vanuit het land en de wereld ontvangen en die ons sterke morele en politieke steun aanbieden om verder te doen met ons ethisch verzet en om nooit te zwijgen over de misdaden tegen de menselijkheid. Aan hen allemaal onze diepe dank.