De camouflages van de dood (moorden) in de echte pandemie

Onze Vredesgemeenschap van San José de Apartadó richt zich opnieuw tot het land en de wereld om ze de feiten mee te delen, die de criminele politiek van de Colombiaanse Staat blijven onthullen en zijn tolerantie en heimelijke verstandhouding met alle misdadige processen die uit het verleden komen.

 

De afslachting van de gewone Colombianen, die ontevreden en/of kwetsbaar zijn, begon reeds vele decennia geleden. De Strijdkrachten van de Staat werden gedurende lange tijd geacht toelating te hebben om te doden door enkel te steunen op de kwalificatie van de slachtoffers als vijanden van de dienstdoende macht. Na verloop van tijd leerden de Verenigde Staten in het geheim aan de Colombiaanse Regeringen om de burgerbevolking in de oorlog te betrekken niet alleen als doelwit, dat ze reeds was in haar ontevreden en arme lagen, maar ook als strijders onder de vorm van paramilitairen of van clandestiene gewapende armen van de Staat. Dit gebeurde in 1962 met de zending naar Colombia van de Noord Amerikaanse Generaal William Yarborough en zijn geheime richtlijnen zodat op deze wijze de Staat niet het volle gewicht van de morele beschadiging en de onwettigheid van zijn imago zou dragen en een universele veroordeling op zich zou laden. Toen het paramilitarisme in het zicht kwam van sommige rechters, spande de Staat zich in om het te doen verdwijnen in de media en bedacht hij de naam BACRIM (afkorting van Bandas Criminales) of criminele bendes om de maatschappij te doen geloven dat het een probleem betreft van gewone misdaad. Toen de Vredesakkoorden verhinderden om de slachtoffer van executies en verdwijningen te benoemen als guerrilleros, begon men de moord op sociale leiders en van de ontevreden of “wegwerpbare” sectoren toe te schrijven aan intrafamiliaal geweld, aan problemen over grenzen tussen buren, aan slangenbeten of aan gevechten tussen dronkaards. In het algemeen werden valse redenen opgelegd tegen de kennis van ganse bevolkingen in, die de waarheid verzwijgen uit vrees om vermoord te worden of gestigmatiseerd.

 

De gewelddadige moorden gepleegd door het paramilitarisme, dat onze zone van San José de Aartadó blijft controleren, hebben de laatste tijd gezocht naar vormen van camouflage die de kennis van de boerenbevolking tarten. In de huizenrij van San José was de stilte voelbaar die de executie omgaf van de jongere Rafael Antonio Guerra op 12 mei laatstleden op de plek Caño Seco van het gehucht Alto Bonito. Volgens de commentaar die circuleert onder de bewoners van San José moest de familie de misdaad camoufleren achter de versie dat het ging om een “sterfgeval door een slangenbeet” om de toelating te krijgen om de kist te laten passeren door het dorpscentrum. De laatste executie die plaatsgreep vorige zondag 7 juni werd door veel inwoners gelezen als effect van “zondagse dronkenschap” of van “gevechten tussen collega’s” of van conflicten tussen de paramilitairen zelf. De media spreken in deze gevallen niet over gerechtelijke procedures en ze verwijzen evenmin naar de context van complete controle door de paramilitaire structuren. De lokale en regionale media, in de plaats van de feiten te helpen ophelderen, hebben altijd geholpen om versies van camouflage te verspreiden die de belangen dienen van de dominante politieke sector, belangen die zich soms projecteren in de noodzaak om hun eigen paramilitaire dienaars te elimineren, wanneer deze laatsten zich moe en ontgoocheld voelen in hun moorddadige missie en hun wens uiten om de criminele rangen te verlaten, of de confrontatie aangaan met de eigen paramilitairen over de geldmiddelen die besloten zijn in de drugsmarkt. Versies over de laatste moorden wijzen in sommige van deze richtingen.

 

Onze gemeenschap wil getuigenis afleggen van de volgende feiten:

 

  • Op zondag 10 mei 2020 lieten de paramilitairen de viering van Moederdag toe en ze moedigden die aan in het gehucht La Unión. Dit met een hoog verbruik van sterke drank en ze miskenden zo de controlemaatregelen van de pandemie.

  • Op zaterdag 16 mei 2020 gaven de paramilitairen opnieuw toestemming voor de viering van Moederdag en ze moedigden die ook aan met overvloedige consumptie van sterke drank.

  • Op donderdag 4 juni 2020 werd opnieuw een groep paramilitairen gezien met zware wapens en in uniform in de boerderij van de heer Muñoz in het gehucht La Esperanza. Reeds verschillende keren voordien had onze Gemeenschap de leden van die paramilitaire groep verrast, gefotografeerd en gefilmd op deze plaats. En de leden van de Senaat van de Republiek konden deze video’s bekijken, maar dit leidde niet tot enige maatregel van repressie of beteugeling, en nog minder tot een veroordeling en sanctie van die paramilitaire structuur. Bij verschillende gelegenheden nadien werden ze verrast op dezelfde boerderij, bewapend en in uniform, zonder dat ook maar enige instelling iets had gedaan om onderzoek tegen hen in te stellen of om ze te vervolgen.

  • Op vrijdag 5 juni 2020 vond een bijeenroeping plaats van paramilitairen in het gehucht Playa Larga. In deze bijeenkomst, waaraan minstens 50 paramilitairen deelnamen , werd aangedrongen op de noodzaak om de bevolking van de zone vlak bij San José, waarbij personen zijn die geëlimineerd moeten worden, sterker te controleren.

  • Op zaterdag 6 juni 2020 kwamen eenheden van de 17-de Brigade van het Leger aan in het gehucht La Unión en gingen een publieke instelling binnen, waar ze sterke drank gebruikten. Toen haar bevelhebber ondervraagd werd door bewoners van La Unión dat hij zou uitleggen waarom het leger de paramilitairen niet bevocht, antwoordde hij dat ze hen niet bevochten hadden omdat zij hen nadien, wanneer zij er de licentie toe zouden krijgen, zouden kunnen aanvallen. Deze officier bevestigde dat hij vanaf 15 juni het bevel zou aanvaarden over de basis van San José.

  • Op zondag 7 juni 2020 rond 20:00 uur vermoordde een groep paramilitairen in het gehucht La Victoria van San José de Apartadó de jongere Jesús Alberto MUÑOZ YEPEZ, 35 jaar oud, bijgenaamd “El Tato”, bewoner van de wijk Policarpa van Apartadó. Tegelijk verwondde ze een jonge vrouw, Leidy genaamd, die hem vergezelde en die zwanger was en die nicht is van de jongere Yeminson Borja Jaramillo, vermoord op 7 juli 2019 in de buurt van het gehucht La Balsa door paramilitairen die deze route controleren en die de burgerbevolking onderwerpen aan hun orders door middel van bedreigingen en executies. Verschillende versies over de motieven van deze misdaad doen de ronde, met inbegrip van deze versie die het slachtoffer voorstelt als actief lid van het paramilitarisme dat zich terugtrok en daardoor de doodstraf verdiende. De toegeeflijke en medeplichtige stilte van de autoriteiten, vergezeld van de angstaanjagende stilte van de bevolking van de bevolking uit de omgeving geeft vorm aan het monsterlijke mechanisme van de heersende totale straffeloosheid.

  • Op vrijdag 12 juni 2020 riepen de paramilitairen de raden van gemeentelijke actie samen in het gehucht Mulatos Medio, in de omsloten ruimte van de pasgebouwde school, aan de rand van het Vredesgehucht van onze Gemeenschap. Aan deze bijeenkomst nam een paramilitaire leider deel, die regels uitvaardigde voor de bewoners. Onze Gemeenschap had reeds het voorgevoel dat deze bouw, gemotiveerd door aanbiedingen van de regering, ging gebruikt worden voor politieke evenementen en voor feesten en voor consumptie van sterke drank. Dit alles om de principes van onze Vredesgemeenschap te saboteren, met daar bovenop het gebruik van de ruimtes van ons gehucht voor hun bijeenkomsten.

  • Op zondag 14 juni 2020 organiseerde de gemeenschapsraad van het gehucht Arenas Altas in de school van het gehucht, wat een terrein betreft van onze Vredesgemeenschap, een feest met consumptie van sterke drank en hiermee schenden ze alle geldende normen van afzondering, wat aanleiding geeft tot ruzies en gewonden. Eén van de paramilitaire organisatoren was Jhon Edison Góez, alias “El Pollo” (“Het Kieken”).

  • Op woensdag 17 juni 2020. Vertrekkend van de veiligheidscontroles die de burgerbevolking van San José de Apartadó in het gehucht La Balsa uitvoert om de verspreiding van het coronavirus (Covid-19) te voorkomen is men van daaruit beginnen organiseren hoe men de bewegingsvrijheid van onze Gemeenschap kon inperken, zogenaamd door te zeggen dat er buitenlanders gaan binnenkomen en dat die het virus gaan meebrengen. Daarom dat er reeds gezegd wordt: “Daar gaan mensen van andere plaatsen binnenkomen die daarmee de Nationale quarantaine schenden en dit is een geval dat moet passeren bij de autoriteiten omdat, indien er een zieke komt, het de schuld is van de Vredesgemeenschap.” Als Vredegemeenschap wijzen we deze beschuldigingen af want het is geen verantwoordelijkheid van onze Vredesgemeenschap om te vermijden dat de bevolking zich besmet, meer nog wanneer al de mensen van de zone dagelijks naar het dorpscentrum afdalen zonder ook maar de minste beschermingsmaatregel. Het zijn het paramilitarisme zelf en de publieke strijdkrachten die het risico op besmetting van de bevolking veroorzaken, omdat zij het zijn die het meest patrouilleren door de regio, bovendien bezoeken ze regelmatig de publieke plaatsen van San José en zijn gehuchten om er sterke drank te drinken. En nu wil men onze Gemeenschap verantwoordelijk stellen als schuldige, terwijl wij de enigen in de zone zijn die het best deze autonome quarantaine wisten te managen. Daarom zal het niet onze verantwoordelijkheid zijn noch deze van onze nationale en internationale begeleiders. Mocht er een besmetting met het virus covid-19 zich voordoen in de zone, dan is dat de verantwoordelijkheid van dezelfde bevoegde autoriteiten omdat men geen echte noodzakelijke voorzorgsmaatregel genomen heeft opdat er elke dag niet meer besmette personen zouden zijn in Urabá. Het zijn dezelfde Publieke Strijdkrachten die de meeste besmette personen tellen in Urabá. Bovendien is er de bewegingsvrijheid van het paramilitarisme die het heeft toegelaten grotere controle uit te oefenen op de burgerbevolking. Want ze doorkruisen zonder enige beperking wegen en paden vanaf de Regio van Urabá tot in Chocó en andere plaatsen in het land.

 

In de verschillende gehuchten van het district van San José blijft onze Vredesgemeenschap de aanwezigheid vaststellen van paramilitaire controlestructuren van de bevolking via personen of families die spionnen zijn, “punten” genaamd, die de paramilitaire chefs van de zone informeren over de bewegingen en gedachten van de bewoners, terwijl de” para”bevelhebbers zich vrij en gewapend verplaatsen doorheen het territorium. Via de “punten” leggen ze de bewoners normen op, ze roepen ze bijeen op vergaderingen en incasseren illegale belastingen en ze bedreigen hen met de dood als zij zich niet onderwerpen aan hun orders en aan hun overheersing. Geen enkele Staatsinstelling heeft gedemonstreerd die criminele structuur te controleren, die achter de doodsbedreigingen zit en achter de executies, die vandaag gecamoufleerd zijn achter fictieve oorzaken.

 

Opnieuw bedanken we de personen en gemeenschappen die in verschillende plaatsen van het land en van de wereld ons proces volgen en ons moreel aanmoedigen om onze principes te verdedigen.