De laaghartigheid en de wreedheid van de staat duurt voort

Opnieuw ziet onze Vredesgemeenschap zich verplicht om getuigenis af te leggen aan de mensheid en aan de geschiedenis over de verschrikkingen waaraan haar leden en de boerenbevolking uit de omgeving onderworpen werden. De feiten van de laatste dagen die we willen voorleggen aan het oordeel van de geschiedenis zijn de volgende:

Op vrijdag 12 april 2013 rond 17:00 uur greep er een nieuw gevecht plaats in het geghucht La Linda van het district van San José de Apartadó, tussen troepen van het nationale leger en guerrilleros van de FARC. Dit kruisvuur duurde ongeveer een uur lang en bracht de bevolking van de omgeving in groot gevaar.

 Op zaterdag 13 april 2013 rond 5:10 kwam een groep van ongeveer 40 paramilitairen aan bij de woning van een lid van onze Gemeenschap in het gehucht Arenas Bajas waar ze verscheidene uren kampeerden. Dicht bij deze plaats bevonden zich troepen van het nationale leger, die de paramilitairen beschermden in hun bewegingen.

Op dinsdag 16 april 2013 werd Jhon Fredy  ÚSUGA, lid en coördinator van onze Vredesgemeenschap in het gehucht Arenas Altas, rond 14:00 uur in het gehucht Arenas Altas, aan de nederzetting van de Gemeenschap, aangehouden door troepen van het leger van de Mobiele Brigade nr. 24. De militairen beschimpten hem en mishandelden hem verbaal door hem ervan te beschuldigen een guerrillero te zijn. Toen Fredy aan de mannen in uniform vroeg om zich te identificeren, verzetten ze zich hiertegen, in openlijke schending van de wet.  Ze voerden aan dat ze deze informatie niet konden geven omdat onze Vredesgemeenschap hen aanklaagde. Bij de militairen waren ook enkele mannen met een kap op, vermoedelijk paramilitairen, die hun identiteit wilden verbergen. De mannen in uniform toonden kwaad hun afkeuring voor de moord op de paramilitair Dairo de Jesús Rodríguez alias ‘LALO’, die door de FARC op 23 november 2009 vermoord was in het dorpscentrum van San José. Volgens de militairen waren ze erg bevriend met alias ‘Lalo’ en hielden ze voortdurend conversaties in het huis van deze paramilitair.

Op dezelfde  dinsdag 16 april 2013 rond 17:20 uur werd door dezelfde troepen en op dezelfde plaats  de boer EDUARDO BORJA CASTAÑEDA aangehouden, terwijl hij op weg was van San José naar het gehucht Arenas Altas. De militairen gaven hem stampen en beschimpten hem. Ofschoon de heer Borja geen lid is van de Gemeenschap, toch maakt hij deel uit van de burgerbevolking van de zone. 

Op donderdag 18 april 2013 verklaarden ambtenaren van het CTI (Technisch Onderzoeksorgaan) van het Openbaar Ministerie van Apartadó aan een persoon die nauwe banden heeft met de Gemeenschap dat “de Vredesgemeenschap en in het bijzonder San Josecito, de voornaamste zetel van de guerrilla is”. Dezelfde lasterlijke en onverantwoordelijke verklaringen werden op vrijdag 19 april 2013 nogmaals door ambtenaren herhaald. 

Op vrijdag 19 april 2013 werd in de ochtend in het gehucht La Linda van het district San José de boer WILLIAN CARDONA gedurende 4 uur illegaal aangehouden door legertroepen. Gedurende zijn aanhouding werd hij onderworpen aan chantage en bedreigingen. Ze beschuldigden hem ervan collaborateur van de guerrilla te zijn. De militairen verplichtten hem op dezelfde manier met zijn eigen gsm te bellen met alias ‘SAMIR’ een gedemobiliseerde van de FARC die sinds 2008 een illegaal onderkomen kreeg in XVII-de Brigade. Hij leende zich voor alle soorten chantage en montages zonder dat hij gevonnist werd voor tientallen moorden tegen boeren uit de zone, waarvoor hij opdracht had gegeven. Met deze troepen trok ook de paramilitair LUIS ÁNGEL CEBALLOS mee. Hij is ruim bekend omdat hij in de zone gewoond heeft. Hij was er ook bij toen hij met een kap op en vergezeld van andere paramilitairen in het gehucht Miramar gezien werd op 19 februari 2013. WILLIAN CARDONA werd reeds op 25 januari ll. met geweld aangepakt door illegale Staatsagenten, toen een paramilitaire groep hem van zijn vrijheid beroofde en hem onderwierp aan beschimpingen in het gehucht La Cristalina.

Op zondag 21 april 2013 braken troepen van het leger binnen in private eigendom van onze Vredesgemeenschap in het Vredesgehucht in Mulatos, waar ze kampeerden dichtbij de huizen van families van de Vredesgemeenschap. Verschillende van hen drongen daarbij ook nog ’s nachts het schooltje van de Gemeenschap binnen in datzelfde Vredesgehucht om er te spionneren. Deze aanwezigheid van de militairen vlakbij de huizen van de families van de Vredesgemeenschap verhinderden het landbouwwerk van de families daar en bracht de burgerbevolking in gevaar. Bovendien traden ze de basisprincipes van de Vredesgemeenschap met de voeten die niet toelaten dat wapens passeren langs de levens- en werkruimten van de families van onze Gemeenschap.  Op die plaats werd op dezelfde dag DIEGO CEBALLOS, lid van onze Gemeenschap aangehouden en onderworpen aan chantage en beschimpingen. Ze verplichtten hem om alles wat hij bij zich had op de grond neer te leggen, omdat hij terugkwam van San José naar het Vredesgehucht in Mulatos. 

Ondanks al dat optreden van uitroeiing, onrechtvaardigheid en verbeten vervolging die al 16 jaar lang voortduurt tegen ons, zullen de criminelen van de Staat zich vergissen. Want de gemeenschap gaat niet wijken voor onrecht, laaghartigheid en wreedheid van een criminele Staat die wreed optreedt tegen hen die de hoogste waarde van de Vrede verdedigen.

We herhalen onze bedanking aan alle personen die solidair zijn met ons in het land en in de wereld. Aan allen die (ons) geloofd hebben en die hier geweest zijn bij de slachtoffers, hun dromen en ervaringen en hun zoektocht naar een andere wereld. Dit stimuleert ons om verder te blijven bouwen aan een andere wereld. We geloven in het leven en dit leven kan niet uitgedoofd worden als men paden van vrede en van alternatieve acties,  zoals die we dagelijks opzetten, bewandelt.

Vredesgemeenschap van San José de Apartadó

26 april 2013

http://www.cdpsanjose.org