De niet in te beelden noch vol te houden draagwijdte van de kneveling

Opnieuw doet onze Vredesgemeenschap van San José de Apartadó, zich steunend op onze onwankelbare overtuigingen, een beroep op het land en de wereld om ze mee te delen wat wij meemaken en om er getuigenis over af te leggen. We doen dit omdat onze getuigenissen en jammerklachten gedurende tientallen jaren niet gehoord werden door de instellingen die de plicht hebben om ons te beschermen en omdat de meest essentiële principes van een democratie het recht op vrije meningsuiting en op het doen van aanklachten inhouden, zoals alle organen van de Verenigde Naties en van de Organisatie van Amerikaanse Staten, die als missie hadden de fundamentele rechten van de mens te definiëren, het hebben afgekondigd.

In de laatste weken hebben we het volgende meegemaakt en hebben we kennis genomen van wat volgt:

Op zondag 15 november 2020 ’s nachts greep, volgens informatie waar we toegang toe hadden, een gevecht plaats in een openbaar gebouw, in het dorpscentrum van San José, waarin gewapende paramilitairen een hoofdrol speelden. De politiemannen die er een huiszoeking deden zeiden dat er daar“wapens voor losse flodders of namaakwapens” waren, maar wie daar in de buurt waren herkenden dat het vuurwapens waren, gebruikt door de paramilitairen ,en bovendien bevestigden ze dat de politie de wapens hadden teruggegeven aan twee personen, die gekend zijn als “DEINER” en “SEBASTIÁN”, bekende paramilitairen van Nuevo Antioquia, hoofdgehucht van de gemeente Turbo. In het gevecht werd een boer gewond. Het meest verontrustende is te horen hoe ze wapens in beslag nemen en ze in vele gevallen, zoals in dit geval verondersteld wordt, teruggeven aan de eigenaars en hoe die niet gevangen genomen worden maar volledig vrij gelaten worden, wat eens te meer opnieuw de nabijheid en de coördinatie tussen paramilitairen en de Publieke Strijdkrachten bevestigt. Volgens dezelfde getuigen zouden de paramilitairen enkele dagen later op zoek zijn gegaan naar de personen die bij het gevecht van die betrokken waren en ze zouden hen sommen geld gegeven hebben (naar men zegt een miljoen pesos = ongeveer 240,00 Euro) klaarblijkelijk opdat ze niets zouden zeggen over wat er die nacht was gebeurd.

Op woensdag 18 november 2020 overdag lieten bevriende advocaten ons de tekst van Vonnis T-342/20 van het Grondwettelijk Hof geworden, waarin het Hof de voogdijactie herziet, die de 17-de Brigade op 28 september 2018 had aangespannen tegen onze Vredesgemeenschap. Ze voerde hierin aan dat onze Aanklachten/Getuigenissen haar recht op een goede naam schonden. De Kamer van Herziening van het Hof, samengesteld uit de magistraten ALEJANDRO LINARES, ANTONIO JOSÉ LIZARAZO en LUIS GUILLERMO GUERRERO – deze laatste trad op als rapporteur en trad reeds terug uit het Hof – besloot met te verklaren dat het recht van de militairen op een goede naam door onze aanklachten geschonden werd, want deze aanklachten “worden niet ondersteund door definitieve gerechtelijke veroordelingen”.

Zij die bij deze gelegenheid het Hof vertegenwoordigden met een visie tegengesteld aan die van de magistraten die in de voorbije jaren de rechten van onze Vredesgemeenschap in de vonnissen T-249/03, T-327/04, T-1025/07 en in de Gerechtelijke Beslissingen Auto 034/12, Auto164/12 en Auto 693/17 verdedigden, zagen ook herhaalde jurisprudentie van het Interamerikaans Hof voor de Mensenrechten over het hoofd, verklaringen van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties en de brief die de Rapporteur van de Verenigde Naties voor de Vrijheid van Meningsuiting richtte aan dezelfde Kamer van Herziening, verwijzend naar de voogdij van het leger en waarin hij categorisch stelt dat: “Een democratisch en meervoudig systeem vereist dat publieke ambtenaren en hun management onderworpen worden aan een hoog niveau van controle. Daarom zouden de autoriteiten een grotere tolerantie tegenover deze uitspraken, hoe erg choquerend, onaangenaam en verwarring stichtend ze ook mogen zijn aan de dag moeten leggen en zich moeten onthouden van het opleggen van beperkingen en hen, die ze uitspreken,moeten beschermen.”

Maar een meer diepgaande analyse van dat vonnis maakt duidelijk dat de Kamer van Herziening in veel punten afweek van de jurisprudentie die gedurende vele jaren verdedigd werd door hetzelfde Grondwettelijk Hof, in het bijzonder wat het centrale punt betreft, dat erin bestaat de bovenhand te geven aan het recht op de goede naam van een instelling boven het recht op vrije meningsuiting van de slachtoffers. Een lange en overvloedige jurisprudentie van het Grondwettelijk Hof heeft bepaald dat “de goede naam” (of “reputatie”) iets is dat men verovert door goed gedrag, door de waardering te winnen van de samenleving en niet als iets dat verbonden is aan een functie of aan gerechtelijke en abstracte beslissingen. En daarom dringt het Hof erop aan dat de goede naam niet bestaat wanneer die waardering niet sociaal opgebouwd werd door het gedrag en dat het daarom onmogelijk is een recht te verdediger op iets dat niet bestaat. En in het geval van de 17-de Brigade is, dat wat wel bestaat, een lange en overvloedige ketting van klachten en veroordelingen omwille van schending van de mensenrechten en het bedrijven van misdaden tegen de menselijkheid, geregistreerd in nationale en Internationale Gerechtshoven (met inbegrip van strafvonnissen van het Opperste Gerechthof, waarin als weerkerende en permanente misdrijf de nauwe relatie met paramilitaire groepen verschijnt. Dat alles maakt “ de goede naam” nog meer onbestaand , en iets wat niet bestaat kan men niet verdedigen.

Dit vonnis miskent de lange jurisprudentie van het Grondwettelijk Hof over de prevalentie van het recht op vrije meningsuiting en over de normen die gelden bij de zeer beperkte gevallen van voogdij tegen particulieren of over de normen die beogen de rechten van gerechts- of staatsinstellingen te verdedigen. Door de criteria voor de interpretatie van het concept van “de goede naam” substantieel te veranderen (door de relatie met het gedrag, dat zorgt voor de aanvaarding in de maatschappij, te miskennen) en de al lang bestaande jurisprudentie over dit en andere concepten, die goedgekeurd waren door het voltallige Hof los te laten en tegen te spreken, vervalt deze Kamer en dit Vonnis in nietigheid en ongeldigheid. Als ze de criteria voor de interpretatie van al deze concepten hadden willen veranderen, dan hadden ze het voltallige Hof moeten bijeenroepen en zijn goedkeuring krijgen, wat ze niet deden en daarom zijn hun beslissingen nietig. Onze Vredesgemeenschap heeft reeds gevraagd dat men de nietigheid hiervan verklaart.

We kunnen alleen maar de zo grote verloedering betreuren waarin onze gerechtelijke instellingen geraakt zijn omdat ze geen enkele geloofwaardigheid bieden aan de slachtoffers.

Op zaterdag 21 november 2020 werd de heer ELIÉCER MORALES ’s nachts zwaargewond aangetroffen op de weg die van San José naar Apartadó voert, vlakbij de plaats die bekend is als Caracolí, van het gehucht La Victoria. Sommige versies schreven de kwetsuren toe aan een val van de muilezel waarop hij zich verplaatste, maar andere versies spreken over een aanslag tegen zijn leven. Deze kwetsuren veroorzaakten enkele dagen later zijn dood in het hospitaal.

Op zondag 22 november 2020 ’s morgens overleed in het gehucht La Unión de boer REINALDO AREIZA DAVID, klaarblijkelijk door het drinken van sterke drank waarmee geknoeid was. Dat kwam nog bovenop de zware kwetsuren veroorzaakt door verschillende vallen van zijn lastdier. Reinaldo is lid geweest van onze Vredesgemeenschap vanaf haar oprichting in 1997 en hij oefende een sterk leiderschap uit zowel als lid van de Interne Raad als in de nederzetting van La Unión. Op één van onze pijnlijkste momenten klaagde hij dapper voor de Kamer van Volksvertegenwoordigers het bloedbad aan van onze leiders en kinderen in de gehuchten Mulatos en La Resbalosa op 21 februari 2005. Daar werd hij op een smerige wijze aangevallen en belasterd door het congreslid en ex-militair A. CABAL en door verschillende generaals van de legertop. In januari 2009 nam Kolonel GERMÁN ROJAS DÍAZ, Commandant van de 17-de Brigade, contact met hem op via de paramilitair Wilfer Higuita om van hem te eisen dat hij zou helpen om de Vredesgemeenschap te vernietigen. En als hij dat niet aanvaardde zou hij onderworpen worden aan een strafproces met valse getuigen, waarbij hij zou opgevoerd worden als guerrillaleider of als drugshandelaar. Reinaldo verzette zich tegen de chantage en klaagde die aan, wat de woede van militairen en paramilitairen aanwakkerde en van dan af vervolgden zij hem, wat hen er zelfs toe bracht zijn huis af te branden. Zijn problemen leidden tot drankverslaving, wat hem ertoe verplichtte zich terug te trekken uit de Gemeenschap omwille van het niet kunnen vervullen van dat aspect van het Reglement, zonder voldoende inspanningen te doen om zijn leven te veranderen. De Gemeenschap betreurt ten zeerste zijn dood.

Op maandag 23 november 2020 overdag bereikte ons informatie, dat de paramilitairen in de gehuchten El Porvenir en Las Nieves van San José de Apartadó van elke boerenfamilie een som eisen van (200.000) twee honderd duizend pesos (ongeveer 50,00 Euro) om kerstgeschenken aan de kinderen te geven. Dit is één van de uitingen van de buitensporige overheersing en controle die de paramilitairen willen opleggen aan de hele burgerbevolking, aan haar economie en aan haar gewone leven en dit onder chantage met wapens.

Op vrijdag 27 november2020 overdag werd een zwaarbewapende groep paramilitairen waargenomen in het gehucht La Resbalosa op het punt dat gekend is als La Despabiladora en op korte afstand van hen een helikopter van de onderneming EPM (Empresas Públicas de Medellín)die elektrische palen en materialen lost. Er moet aan herinnerd worden dat deze paramilitairen in 2018 een deel van o.a. de gehuchten La Resbalosa, Naín, Baltazar, Alto Joaquín van het Departement Córdoba aan de grens met Antioquia van elektriciteit voorzagen. Nu probeert het bedrijf EPM vermoedelijk al deze netwerken, die de paramilitairen daar geplaatst hebben met geld dat ze onder dwang van de boeren van deze gehuchten hebben afgenomen, te legaliseren.

Op zaterdag 28 november 2020 werd een groep paramilitairen met lange wapens waargenomen in het punt dat gekend is als La Máquina in het gehucht Arenas Bajas van San José de Apartadó en klaarblijkelijk verbleven ze daar verschillende dagen.

In de laatste week van november 2020 circuleerde er informatie volgens welke de paramilitairen zouden coördineren met het parket om informatie te verkrijgen over wie tot daar komt om aanklachten tegen hen af te leggen en ook om nog strikter te controleren wie informatie probeert te verschaffen aan onze Vredesgemeenschap. Dit scenario doet terugdenken aan episodes van vorige jaren waarin vele slachtoffers het parket benaderden om aanklachten in te dienen. Later was het overduidelijk dat die informatie in de handen van de paramilitairen belandde die weerwraak namen voor de aanklachten of een aanslag pleegden tegen het leven van de slachtoffers van montages. Ons komt voor de geest wat bv. gebeurde op 22 september 2010, toen 4 jonge mensen,die reeds berecht waren voor dezelfde beschuldigingen, gedagvaard werden door het parket, dit in strijd let het gerechtelijk verbod om twee of meer processen te voeren voor dezelfde beschuldigingen. De Ombudsman weigerde hen te begeleiden en ze weg te halen van het parket. Toen het reeds nacht was werden ze onderweg aangevallen met vuurwapens door de paramilitairen. Zo lieten ze Alonso Valle gewond achter en lukte het Jorge Luis Higuita en José Albeiro David te ontsnappen. Anderen die bij hetzelfde proces betrokken waren, zoals John Kennedy Higuita en Bernardo Ríos , werden in de daarop volgende maanden vermoord. In het hospitaal weigerde men de kogel te verwijderen bij Alonso Valle en hij moest die er zelf uit halen met een mes. Alles wees op coördinatie tussen parket, paramilitairen, ombudsman en hospitaal om bij te dragen tot de dood van deze jonge mensen, in wiens gerechtelijke processen talrijke procedurele misdrijven begaan werden.

In de eerste week van december 2020 circuleerde informatie volgens welke de paramilitairen nieuwe plannen implementeerden voor de rekrutering van leden voor hun structuur. Dit werd aantrekkelijk gemaakt met hogere betalingen. De paramilitairen alias “RENÉ”, “JESUSITO” en “SAMUEL” – deze laatste die als commandant fungeerde in de gehuchten van Cordoba en later gezonden werd naar de zone van La Unión, El Porvenir, Las Nieves, La Esperanza, Arenas Bajas, Arenas Altas en naar de aangrenzende gehuchten – zouden met economische stimuli de paramilitairen die ontmoedigd waren door de dood van hun commandanten motiveren om terug te keren naar de actie. In het geval van de paramilitair die gekend is als “RAMIRO”, aanwezig in het gehucht La Unión en die tegelijkertijd broer is van de commandant “SAMUEL”, weet men dat hij aanwezig was op de dag dat binnen de operatie “AGAMENON 2”zijn commandant gekend als “PUEBLO” of “PUEBLITO” vermoord werd in een gehucht van de gemeente Mutatá (Dep. Antioquia) en dat hij sindsdien volgens (bepaalde) versies , geïsoleerd is achtergebleven. Hoeveel inspanningen dat de regering ook doet om de groeiende ontwikkeling van het paramilitarisme,zijn criminele activiteiten en de medeplichtige steun van de publieke strijdkrachten te verdoezelen, slaagt ze er niet in “de zon te bedekken met de handen”.

Opnieuw bedanken we de personen en gemeenschappen, die, op verschillende plaatsen in het land en in de wereld, vanuit hun intiemste overtuigingen ons vergezelden in deze meer dan 23 jaar Vredesgemeenschap en die ondanks het isolement door de pandemie elke dag druk blijven uitoefenen op de Colombiaanse Regering opdat ze onze levens , noch ons patrimonium en erfenis, zou vernietigen. Onze oprechte dank om dit proces van verdediging van het leven op te volgen, wat ons ook moreel aanmoedigt om onze principes te blijven verdedigen.