De Strijdkrachten blijven misdaden begaan in San José de Apartadó

Opnieuw worden onze nederzettingen in slagvelden veranderd en kogels blijven de lichamen van burgers die niets te maken hebben met de oorlog binnendringen. Eens te meer leggen we nieuwe terreurdaden voor aan het land en de wereld die de perversiteit van de Staat aantonen  die zijn eigen Grondwet met de voeten treedt en die niet de minste eerbied toont voor de wet. De recente feiten zijn:

Op donderdag 14 mei 2015 drong een groep mannen die zich niet identificeerden de woning  binnen van de heer Omar GRANDA in het gehucht Playa Larga. Ze bedreigden hem en ze eisten een grote som geld om in de regio te mogen blijven en om zijn eigen huis niet te verliezen.

Op dinsdag 19 mei 2015 kampeerden eenheden van de politie de ganse dag in de school van het gehucht La Hoz (district Apartadó) en in de woningen van de boerenfamilies om er hun maaltijden klaar te maken en dit zonder de voorafgaande instemming of toelating van de eigenaars.

Op woensdag 20 mei 2015 rond 6:00 uur greep er een gewapende confrontatie plaats tussen troepen van de Politie en klaarblijkelijk guerrilleros van de FARC. Een agent van de Nationale Politie geraakte hierbij gewond. De Politieagenten verschansten zich in de woning van mevrouw OFELIA. De woning geraakte hierbij half vernield door de kogelinslagen.

Op donderdag 21 mei 2015 gedurende een eerbetoon dat de ondernemerswereld van Urabá in de gemeente Apartadó  bewees aan de XVII-de Brigade van het Nationale Leger met aan het hoofd Kolonel Germán ROJAS zei deze laatste letterlijk dat de generaals “Rito ALEJO del RÍO, Luis Alfonso ZAPATA URIBE en Hernán GIRALDO een onuitwisbaar spoor nalieten en een bijdrage leverden aan het opbouwen van het Urabá van vandaag”.  Noch de organisatoren van deze plechtigheid, noch de deelnemers hielden er rekening mee dat het Urabá van vandaag gebouwd is op het bloed van duizenden personen die vermoord werden, gemassacreerd, gefolterd, gevierendeeld en in stukken gehakt. Allemaal misdaden waarvoor de XVII-de Brigade de verantwoordelijk en/of de medeplichtige was en wieg was voor zoveel verschrikking en dood. Hoe ver is de miskenning van de menselijke waardigheid geraakt? Eerbetoon schenken aan de XVII-de Brigade die zo’n grote menselijke slachtpartij aanrichtte is dat niet des te meer een affront voor zoveel leed  van de slachtoffers?

 Op maandag 8 juni 2015 rond 6:00 uur registreerde men in de plaats Las Nieves in het gehucht La Unión van het district San José een confrontatie tussen troepen van het leger en klaarblijkelijk guerrilleros van de FARC. Bij deze botsingen werd een stuk vee gedood door een kogel. Ofschoon leden van onze gemeenschap zich naar deze plaats begaven om de militairen te vragen zich uit deze plaats terug te trekken, toch antwoordden ze woedend dat ze daar nooit zouden weggaan. Dat ze die dode koe buit zullen maken op de guerrilla.

Op dinsdag 9 juni 2015 rond 15:12 en gedurende verschillende minuten deden zich vijandelijkheden voor tegen de Militaire Basis en tegen de Politiepost  gelegen in het bewoonde centrum van San José de Apartadó klaarblijkelijk door guerrilleros van de FARC. Gedurende het vuurgevecht werd mevrouw Luz Mary ALCARAZ, 28 jaar oud  en moeder van 4 kinderen, zwaar gewond in het dorpscentrum bij het inslaan van een projectiel afkomstig van de Militaire Basis. Dit nieuwe slachtoffer is zonder enige twijfel slachtoffer van een andere Staatsmisdaad, door het niet gehoorzamen van de vonnissen van het Grondwettelijk Hof door de regering, die politieposten of militaire bases verbieden te midden van de burgerbevolking in zones van militaire confrontatie.

Ongelooflijk! Na 18 jaar de boerenbevolking van de streek en hierbij onze Vredesgemeenschap overstroomd te hebben met bloed en schanddaden, erkennen de Strijdkrachten hun misdaden niet alleen niet maar ze beroemen er zich op en ze plaatsen op hun altaren verschillende van de meest criminele commandanten van de XVII-de Brigade.  Deze “onuitwisbare sporen … die het Urabá van vandaag hebben opgebouwd”, die in het bewustzijn van de huidige commandant Kolonel Germán ROJAS DÍAZ motief zijn van fierheid, zijn de grootste schande voor hen die zich HUMAAN voelen in om het even welke uithoek van de wereld, voor hen die geloven dat het menselijke leven en de menselijke waardigheid iets heiligs zijn, maar die deze militairen met wreedheid en verraad met de voeten traden. Dit alles belooft (is voorspellend) voor de mislukking van de Waarheidscommissie die met zoveel optimisme werd aangekondigd . Als de Staat zijn misdaden niet erkent maar er trots op is welke hoop op “waarheid” mag men dan aankondigen?

De Regering en haar Strijdkrachten blijven alle vonnissen van het Grondwettelijk Hof om de oorlogszones te regelen naast zich neerleggen. President Santos heeft reeds 8 jaar met rigide halsstarrigheid geweigerd  het Vonnis T-1025/07 te eerbiedigen dat hem verplicht de namen van militairen en politieagenten te verschaffen,die aanwezig waren op de plaatsen, datums en uren van de misdaden. De Rechten op Petitie , de Hoorzittingen, de Vonnissen van het Grondwettelijk Hof ze waren allemaal zonder nut. Hij blijft halsstarrig misdrijven begaan tegen de Rechtstaat. En als extraatje probeert hij nu de militaire strafrechtspraak te hervormen opdat al deze misdaden uitsluitend zouden gevonnist worden als “inbreuken op het Internationaal Humanitair Recht” en wat zulke inbreuken betreft dat ze zouden overgedragen worden aan de militaire rechtspraak, het grootste mechanisme van straffeloosheid dat de geschiedenis van het land heeft gekend.

De koppigheid die hij had om het voorstel dat onze Vredesgemeenschap deed  af te wijzen spreekt erg slecht over de vredespolitiek van de regering. Want het was een voorstel met het oog op het geleidelijk afbouwen  van het conflict door een humanitaire zone te creëren, die het terugtrekken insluit van alle gewapende actoren onder het toezicht van een Inspectiecommissie, een voorstel dat de FARC aanvaardde in de onderhandelingen in Havana maar dat de Regering weigert te bespreken. Waar is dan zijn bedoeling om vrede op te bouwen?

We doen opnieuw een beroep op de solidariteit van de menselijke wezens van de wereld die steeds aan onze zijde stonden om de perversiteit van de Colombiaanse Staat te veroordelen en om zijn terreurdaden af te wijzen.

Vredesgemeenschap van San José de Apartadó

10 juni 2015