De tolerantie en de eenheid van actie tussen de Publieke Strijdkrachten en de paramilitairen blijft ongeremd

Er is niets veranderd in San José de Apartadó op het gebied van de criminaliteit van de Staat. Een jaar eindigt en een ander begint zoals reeds verschillende decennia passeerden waarin de schaamteloosheid, de straffeloosheid, de halsstarrigheid en de brutaliteit van de instellingen van een corrupte en misdadige Staat zich alleen maar ophoopt. Onze Vredesgemeenschap blijft en zal blijven getuigenis afleggen tegenover het land en de wereld van al haar lijden.

Op donderdag 22 december 2016 was er een groep paramilitairen aanwezig in het gehucht La Hoz van ons district van San José de Apartadó en ze kondigden aan dat ze weldra naar het Vredesgehucht van onze Gemeenschap in het gehucht Mulatos Medios zouden gaan en dat ze Gildardo Tuberquia, lid van de Interne Raad van de Vredesgemeenschap,  zouden zoeken met de bedoeling hem vast te binden en hem uit de regio weg te halen.

Op zaterdag 31 december 2016 was er een groep paramilitairen aanwezig in het gehucht Arenas Altas, in de nederzetting van onze Vredesgemeenschap en ze kondigden aan dat ze zich niet zouden terugtrekken of “zij van deze hoerenjong vredesgemeenschap” dat nu graag hadden of niet.  

Op dinsdag 3 januari 2017 was er een groep paramilitairen aanwezig in het gehucht Mulatos Medios op een stuk grond dat grenst aan ons Vredesgehucht Luis Eduardo Guerra. Daar zag men hen lang praten met één van de leiders die de inname van het Vredesgehucht stimuleert door leden van de Gemeentelijke Actie om daar projecten uit te voeren die de regering hen heeft beloofd.

Op woensdag 4 januari 2017 was er een groep paramilitairen aanwezig in het gehucht Arenas Altas, in de nederzetting van onze Vredesgemeenschap. Bij deze gelegenheid bevestigden ze dat ze voortaan “niet zullen gaan lopen van deze hoerenjong Vredesgemeenschap  noch van hun begeleiders door zich terug te trekken van de plaatsen waar de gemeenschap zich bevindt of er toe overgaat hen aan te klagen”.  En dat voortaan een plan wordt uitgevoerd om de “gemeenschap uit te roeien”.

Op zondag 8 en maandag 10 januari 2017 werden bekende paramilitairen gezien in het dorpscentrum van San José en de overdekte plaats (restaurant) van Caracolí.  In San José praatten ze in het zicht van iedereen met de Strijdkrachten.

In vorige aanklachten legde onze Gemeenschap rekenschap af van de houding van de troepen van het Leger wanneer een commissie van ons klacht tegen hen indiende voor hun gebrek aan optreden tegen de paramilitaire aanwezigheid in Arenas Bajas, op geringe afstand van hun ontmoetingsplaats met hen.  Daar bleek duidelijk dat de troepen volledig op de hoogte waren van die aanwezigheid en dat ze niet de minste wil hadden om tegen de paramilitairen op te treden maar integendeel dat ze onze gemeenschap bedreigden met een campagne van prestigeverlies als ze deze aanwezigheid bleef aanklagen.  Zulke tolerantie en goedkeuring door de Staat voor dat paramilitair aanwezig zijn en optreden,  ligt nog versterkt  vervat  in de vreemde brief die we van het Provinciaal Procureurskantoor van Apartadó ontvingen op 3 januari ll. 

Inderdaad op 3 januari 2017 ontving onze Gemeenschap een Officieel schrijven met referentie PPA 002_RC-1373-2016 gedateerd op 3 januari 2016 en ondertekend door de ambtenaar van het Provinciaal Procureurskantoor van Apartadó EVELYN CRISTINA MUÑOZ MONSALVE, dat refereert naar veelvuldige aanklachten door onze Vredesgemeenschap uitgebracht tussen oktober en december. Het ontlast de disciplinaire instelling van alle onderzoek- en strafverantwoordelijkheid. In enkele gevallen stuurt ze de feiten door naar de Nationale Eenheid van Bescherming UNP. In andere gevallen stelt  ze zich vrij van tussenkomst omdat het gaat om paramilitairen die buiten de  disciplinaire bevoegdheid van het Procureurskantoor zouden vallen. In andere gevallen - en in erg zware – beschouwt ze “de feiten als vaag en niet relevant”.  De ambtenaar ontpopt zich als trouwe leerling van de ex-procureur Ordoñez Maldonado, die altijd weigerde om welk feit dan ook met betrekking tot de Vredesgemeenschap  te onderzoeken door te verklaren dat het om valse, vage  informatie ging zonder enige ondersteuning of zonder omstandigheid van tijd, plaats en manier.  Dit desondanks dat de informatie allemaal nauwgezet gesitueerd en gedateerd was, met de namen van de slachtoffers erbij, de concrete omstandigheden en de aanwijzingen van daderschap. Maar het schandaligste  van dit schrijven was dat de gloednieuwe ambtenaar van “disciplinaire controle van de Staat” de naam veranderde van onze historische leider Luis Eduardo Guerra, naam die ons Vredesgehucht in herinnering aan hem draagt,  door hem te vervangen door de naam van “Luis Eduardo Nieto”.  En dat ze bescherming voor hem vroeg aan de Nationale Eenheid van Bescherming UNP alsof ze niet wist dat hij door Staatsagenten afgeslacht was op 21 februari 2005. Een historische onwetendheid zo geveinsd in de ambtenaar op haar (eigen) terrein wekt weerzin, als het al niet zo is dat deze verdraaiing andere inslechte bedoelingen heeft.  

Ofschoon onze Vredesgemeenschap in breuk blijft met de staatsinstellingen, omdat de vijf voorwaarden[1] goedgekeurd door het Grondwettelijk Hof om enige dialoog met hen op te starten niet geëerbiedigd  werden door alle hoogwaardigheidsbekleders van de Staat, hebben we toch een brief/aanklacht gestuurd naar de Procureur Generaal [2].

Opnieuw bedanken we grondig voor de solidariteit van vele personen die ons  vanuit verschillende delen van de wereld begeleiden in deze tragedie en ons ondersteunen met hun onwrikbare en onomkoopbare morele kracht.



[1] Ik herinner me deze voorwaarden:

  1. Dat de President de eer, de waardigheid en de goede naam herstelt van de Vredesgemeenschap
  2. Dat de politiepost wordt terug getrokken uit San José de Apartadó
  3. Dat de Regering en haar Strijdkrachten de humanitaire zones erkennen
  4. Dat er een Commissie ter evaluatie van de Justitie in Urabá wordt opgesteld;

[2] Het gaat over de Procurador General. Deze heeft andere bevoegdheden als de Procureur Generaal bij ons. Hij heeft de disciplinaire bevoegdheid over de ambtenaren (dus ook leden van leger en politie). Hij moet ervoor zorg dragen dat de ambtenaren de mensenrechten eerbiedigen.