De vrede die men zoekt zal dat de vrede van de graven (grafzerken) zijn?

Opnieuw doet onze Vredesgemeenschap van San José de Apartadó een beroep op het land en de wereld om getuigenis af te leggen van de laatste feiten tegen ons proces van leven en tegen de rechten van de bevolking uit onze omgeving.

We weten duidelijk dat de Staat zich doof houdt tegenover heel het paramilitair fenomeen dat elke dag verder groeit in de regio. Want acties om deze problematiek te doen stoppen of te corrigeren heeft men niet gezien. Integendeel het is evident dat het paramilitarisme  niet alleen optreedt om haar projecten van de dood te ontwikkelen. Want de gemeentebesturen en de brigades van het leger hebben de regio ontruimd opdat de paramilitairen vrije toegang hebben om alles te controleren zonder aangevallen te worden.

Op zaterdag 17 juni 2017 om 7:00 uur kwam een groep zwaarbewapende paramilitairen aan in het gehucht Mulatos Medio van het district San José de Apartadó. Daar namen ze een bewoner van het gehucht gevangen. Ze bedreigden hem met de dood “als hij optrad als verklikker” door informatie te verschaffen aan de Vredesgemeenschap.  En ze verwittigden hem dat het hem duur te staan zou komen als er iets tegen hen zou gebeuren.

Op maandag 19 juni 2017 installeerde dezelfde troep paramilitairen, die op 17 en 18 juni een controlepost plaatste vlakbij ons Vredesgehucht, zich op de boerderij van één van de leden van onze Vredesgemeenschap op het punt dat gekend is als El Barro van hetzelfde gehucht Mulatos Medio. Ze namen het lid van onze Gemeenschap gevangen door hem zijn van zijn vrijheid te beroven, zodat hij gedurende twee dagen langs geen enkele kant te kon buitenkomen. Nadat ze hem bedreigd hadden maakten ze duidelijk dat ze op zoek waren naar “enige leeglopers” (personen die geïdentificeerd werden door hun gebruik van grote hoeden) van de Vredesgemeenschap omdat ze hen zochten om ze te doen verdwijnen en om ze (dood) “achter te laten bedekt met bladeren waar ze niet gevonden zullen worden”. Want dat zou de manier zijn om “voor eens en altijd gedaan te maken met deze hoerenjong gemeenschap”. Van daaruit begonnen ze te patrouilleren langs de woningen van de rest van de boeren. Daar zegden ze dat ze Gildardo TUBERQUIA en Germán GRACIANO en een andere bewoner van het gehucht Mulatos hoofdplaats zochten door hen te vragen of ze hen hadden zien voorbij komen. Het plan dat ze bij hadden was overduidelijk om leden van onze gemeenschap of een andere bewoner die hen tegenwerkten bij hun dodelijk op weg gaan, te vermoorden. Ook verwittigden ze: “Wij zijn gekomen om hier te blijven en we willen geen verklikkers die informeren over onze aanwezigheid in de zone.”

Op woensdag 21 juni 2017 om 15:00 uur kwam een zwaarbewapende groep paramilitairen aan op de plaats die gekend is als La Cancha in het gehucht Mulatos Hoofdplaats, van het district San José de Apartadó. Ze omcirkelden deze plaats en legden de voetbalmatch stil die boeren uit dit gehucht speelden. Op dit moment vroegen ze of er leden van de Vredesgemeenschap meespeelden. Daarop antwoordden de bewoners van neen. Ze waarschuwden dan de aanwezigen: “We willen niet dat iemand een band heeft met deze Vredesgemeenschap en indien jullie zich bij hen aansluiten zullen jullie samen met hen worden uitgeroeid.

Op donderdag 22 juni 2017 kwam een groep paramilitairen gezeten op paarden, in burgerkleren  en met geweren bij,  aan bij onze nederzetting van het gehucht La Esperanza van het district San José de Apartadó. Ze onderschepten een lid van onze gemeenschap die daar met zijn familie woont. Eén van hen stelde zich voor als Commandant van de Gaitanistische Zelfverdedigingsgroepen van Colombia (AGC). Nadien behandelden ze hem als een verklikker (informant) en ze zegden “ het is goed hem achter te laten in een of andere ravijn met zijn mond vol vliegen en wormen”. Ook vroegen ze hem naar de eigenaar van de boerderij die eerder wat jonge gasten had buitengezet die in de namiddag van erg ver zeer vermoeid aankwamen . Ze zegden: “Wie is hij wel om ons te bevelen en ons uit deze plaatsen buiten gooien alsof het niets was. Dat moet op een of andere manier geregeld worden. “ Onze kameraad antwoordde met veel schrik dat deze boerderij van de Vredesgemeenschap was en dat ze niet één eigenaar alleen heeft want dat onze principes en reglementen zeggen dat we neutraal zijn tegenover om het even welke gewapende groep en dat we daarom niet samenleven met personen die wapens dragen om schade te berokkenen aan de burgerbevolking.

Op woensdag 28 juni 2017 ’s morgens werd een paramilitaire groep van ongeveer 30 personen waargenomen doorheen het gehucht El Porvenir. Later ’s namiddags werd een andere groep met ongeveer hetzelfde aantal gewapende personen gezien in het gehucht Las Nieves. Dezelfde namiddag kwam nog een andere paramilitaire groep aan in het gehucht La Esperanza. Ondertussen verblijft een andere paramilitaire troep reeds verschillende dagen in het gehucht Mulatos van het district San José de Apartadó. Op de plaats gekend als Cantarrana onderschepten ze bewoners en uitten ze bedreigingen tegen leden van onze gemeenschap en tegen andere bewoners van de zone.

We vinden het erg duidelijk dat de medeplichtigheid van de Staat met deze paramilitaire structuren elke keer evidenter is, want het zijn reeds veel aanklachten die onze Gemeenschap  gedaan heeft en er was niet één enkele maatregel om dit plan van de Staat en de Parastaat in de regio te stoppen.

Vandaag is onze regio elke keer meer gestigmatiseerd  en is de regio tot een grens gebracht waarbij de mensen zich hebben moeten onderwerpen of het hebben moeten opgeven door hun grond achter te laten om hun leven te beschermen. We vragen ons af “Waar is de Rechtsstaat? Waar is de vrede waar vandaag zoveel publiciteit over gemaakt wordt in het land?” terwijl wat wij beleven in ons territorium een fenomeen is van slavernij aan de paramilitairen, die duidelijk ondersteund wordt door de brigades van het leger en de lokale besturen.

Onze bemoediging, die ons de kracht geeft verder te doen met ons proces van gemeenschap, is het te weten dat we (kunnen) rekenen op elke politieke en morele steun van hen die ons begeleiden vanuit verschillende plaatsen van de wereld en die geloofd hebben in onze smeekbedes om hulp waarom we telkens weer op de meest dringende manier verzoeken.