Doofheid en blindheid van een Staat die alles toedekt

De medeplichtigheid van de Staat door middel van haar paramilitaire arm is elke keer meer afschrikwekkend en huiveringwekkend. We zien ons opnieuw verplicht om getuigenis af te leggen zodat ooit eens de mensheid kan oordelen. Dit zijn de feiten:

Vanaf zaterdag 1 juni tot dinsdag 4 juni 2013 kampeerden troepen van het nationale leger op private eigendom van de Vredesgemeenschap in het gehucht La Esperanza, vlak bij de woning van de families daar. Op die manier schenden zij het recht op Private Eigendom dat in de Colombiaanse Grondwet erkend wordt en bovendien traden ze de levens- en werkruimten van onze Vredesgemeenschap met de voeten. De aanwezigheid van gewapende actoren vlak bij de woningen van de burgerbevolking brengt het leven van de burgers  in gevaar. Een bewijs daarvan vormen de laatste feiten die geregistreerd werden de laatste weken, want de burgerbevolking werd gebruikt als menselijk schild en de huizen als bolwerken(tegen de vijand)  door de Strijdkrachten.

Op woensdag 5 juni 2013 antwoordde de Nationale Regering via de Directrice van het Presidentieel Programma voor de Mensenrechten en het Internationaal Humanitair Recht, Alma Bibiana PÉREZ GÓMEZ, in een brief gedateerd op 15 mei 2013 op de verzoeken die de Gemeenschap van Tamera in Portugal, die reeds verschillende jaren verbroederd is met onze Vredesgemeenschap, recent   ten gunste van onze Vredesgemeenschap  deed. Hetzelfde schrijven werd door de Nationale Regering ook gezonden naar andere organisaties in het buitenland (ook aan ons Netwerk voor Solidariteit).

De directrice schijnt te miskennen of beter ze probeert de ernstige schendingen van de mensenrechten door de Strijdkrachten van de Staat te verhullen door zogezegde “bereikte successen in materie van veiligheid door de Strijdkrachten” aan te tonen. Ze ontkent de voortdurende misdrijven van de Strijdkrachten tegen onze Vredesgemeenschap en de bevolking uit onze omgeving.  Ze beoogt de recente moorden door de Strijdkrachten van de Staat stil te houden zoals die plaatsvond op donderdag 4 oktober 2012, waarbij de burger Alberto ARIZA HUACA dodelijk gekwetst werd door Staatsagenten, of zoals die van dinsdag 9 april 2013 , waarbij zonder ook maar enig woord met hem te wisselen het leger de boer Carlos Andrés TORRES vermoordde.  In elk opzicht wordt duidelijk gemaakt dat “de gedragsinstructies  die de Strijdkrachten moeten hebben tegenover de leden van de Vredesgemeenschap”enkel en alleen hebben gediend om er geen rekening mee te houden. De feiten van afgelopen donderdag 30 mei 2013 tonen een duidelijke vervolging tegen onze Vredesgemeenschap  aan vanwege de Nationale Politie. En het kon hen zelfs niets schelen dat er bij de delegatie van de Gemeenschap (naar Bogota) functionarissen van het Ministerie van Binnenlandse Zaken waren.

Het moet gezegd, ofschoon het waar is dat er gunstig stemmende toenaderingen waren vanuit het Ministerie van Binnenlandse Zaken en er ontmoetingen onderhouden werden in de loop van 2013 tussen dit Ministerie en onze Vredesgemeenschap, toch werden de akkoorden voor de uitvoering van de verordeningen die besloten zijn in het Vonnis 164 van 2012 van het grondwettelijk Hof, niet nagekomen door de Regering.  Zo was dat afgelopen woensdag 29 mei het geval, waarbij de Heer President Santos zijn overeenkomst niet nakwam.

Bovendien werd er een Direct Communicatiekanaal opgezet tussen het Kantoor van het Presidentieel Programma voor de Mensenrechten en het IHR (Internationaal Humanitair Recht) dat afhangt van het Vicepresidentschap en de leiders van de Vredesgemeenschap met de bedoeling de aanklachten over de situatie van gevaar voor de leden van de Gemeenschap over te brengen. Maar dat kanaal diende tot niets, het was volledig nutteloos ten aanzien van de realiteit waaraan wij voortdurend worden onderworpen.

De aanwezigheid in de zone van organismen van de Staat zoals de Ombudsdienst voor de Mensenrechten,   waarmee we hebben gebroken omwille van haar onwerkbaarheid, haar doofheid en onbekwaamheid, en het Administratief Departement voor Sociale Welvaart en haar territoriale eenheden, die zogezegd verschillende programma’s van sociale investering gericht op de inwoners van het district van San José de Apartadó uitvoeren,  sluiten op geen enkele wijze de leden van onze Vredesgemeenschap in.  Onze Vredesgemeenschap aanvaardt zulke vernedering  door middel van laaghartige leugens niet.

Op woensdag 5 juni 2013 werd in het gehucht Mulatos, vlakbij het Vredesgehucht van de Vredesgemeenschap, gedurende verschillende minuten Bernardo SEPÚLVEDA, lid van onze Vredesgemeenschap, aangehouden door troepen van het Nationale Leger. De militairen vertelden hem dat het er heet aan toegaat langs de kanten van de San José de Apartadó door de schuld van deze ‘hoerenjong’ Vredesgemeenschap en dat ze naar San José moesten komen zodat ze moesten afzien van wat ze elders hadden voorbereid en gecoördineerd. 

Op donderdag 6 juni 2013 kondigden de paramilitairen in het dorpscentrum van Nuevo Antioquia aan dat ze gaan komen voor Reinaldo AREIZA, waar hij zich ook maar mag bevinden, en ze beweerden dat het afbranden van de Boerderij La Marina verband hield met het in brand steken door hen van zijn huis op 4 juli 2012 in het gehucht La Esperanza.

Op vrijdag 7 juni 2013 rond 10:15 uur bestookten guerrilleros van de FARC gedurende een half uur de Militaire Basis en de Commandopost van de Politie in het dorpscentrum van San José. Eén van de zalen van de school van San José waarin kinderen klas kregen werd getroffen door een projectiel, dat werd afgevuurd vanuit de militaire basis.

Dezelfde dag rond 14:45 uur ontplofte in het centrum van San José de Apartadó, in de omgeving van een woning, vlak bij de brug op die plaats en ook dichtbij de school, een bom. Vier soldaten werden hierbij zwaar gewond. Onmiddellijk kwamen militairen vanuit de basis hen ter hulp.  Ze bedreigden er ook verschillende burgers met hun wapen omdat ze niet meewerkten met de strijdkrachten door informatie te leveren, want ze argumenteerden dat de burgerbevolking op de hoogte was van deze aanslag. De aanwezigheid van het leger en de politie  te midden van de burgerbevolking in zones van conflict – zoals hier het geval is in het dorpscentrum van San José - is in strijd met talrijke normen van het Grondwettelijk Hof. Het is immers zo dat San José vanaf het moment van haar extreme militarisering vanaf april 2005 verschillende gewapende confrontaties uitlokte met talrijke burgerslachtoffers.  Deze feiten bevestigen eens te meer dat het plaatsen van militaire bases dicht bij de burgerbevolking in conflictzones nutteloos is.  Toch dringt de regering erop aan een Kollege te bouwen in de onmiddellijke omgeving van de militaire basis.

Dezelfde dag ’s morgens was er een groep paramilitairen aanwezig in het huis van een lid van onze Gemeenschap in het gehucht Arenas Bajas, dat tot het district van San José behoort. Daar beweerden ze dat ze een zaakje kwamen regelen en dat het uur voor deze hoerenjong Vredesgemeenschap was aangebroken.

Op zaterdag 8 juni 2013, terwijl  de boer Juan SÁNCHEZ, schrijlings op zijn paard gezeten door het Dorpscentrum van San José de Apartadó wandelde beweerden militairen die daar aanwezig waren tegenover verschillende burgers dat het voor dit hoerenjong (Vredesgemeenschap) goed was om het hoofd van zulk schichtige hoerenjong te doen buigen, zoals een hoerenjong gefusilleerd werd in Caracolí. Hiermee verwezen ze naar Carlos Andrés TORRES, pas door militairen vermoord op maandag 9 april 2013.

Op zondag 9 juni 2013 hielden troepen van het Nationale Leger in het gehucht Mulatos, dat tot het district van San José behoort, gedurende verschillende minuten de boer Ramón Isidro GUERRA illegaal aan. De militairen probeerden hem een muilezel die zijn eigendom was af te nemen. Ze voerden aan dat het één van de muilezels was die door de FARC bij de paramilitairen waren gestolen op maandag 27 mei 2013.  Ze zegden dus dat deze muilezel van de paramilitairen was en dat de guerrilla die stal en dat de troepen van het leger hier waren om ze terug te krijgen en ze aan de eigenaars terug te geven. Ook bedreigden ze hem en ze herinnerden hem eraan dat de Vredesgemeenschap hem bevrijd had in 2011, toen de gemeenschap hem kwam terug opeisen de dag dat de militairen hem aanhielden. Ze zegden dat hij er zich moest op voorbereiden dat de zaken veranderd waren, dat het niet meer was als vroeger, dat de dingen nu een andere prijs hadden, dat het niets zou baten dat dit hoerenjong van een Gemeenschap er zich mee zou bemoeien. Uren later hielden ze een andere boer aan die daar passeerde. Ze vroegen hem naar de gestolen muilezels en ze vroegen dat indien hij aan informatie zou geraken dat hij ze dan zou aanleveren omdat zij de ezels moesten zien terug te krijgen om ze terug te geven aan de eigenaars.  

Op maandag 10 juni 2013 kwam in het gehucht La Esperanza een groep paramilitairen opdagen vlakbij de private eigendom van de Vredesgemeenschap. Daar verklaarden ze aan enkele burgers die er passeerden dat heel de militaire operatie om de muilezels die de guerrilla van hen stal op maandag 27 mei 2013 te zoeken, gecoördineerd was door de Strijdkrachten en dat dank zij de Strijdkrachten en hun bescherming ze de woning reeds aan het erop bouwen zijn.

Op dinsdag 11 juni 2013 werd er een sterke aanwezigheid van het Nationale Leger gezien op de plaats die bekend  staat als El Barro in het gehucht Mulatos. Daar verklaarden de militairen aan verschillende burgers dat indien ze de verblijfplaats van de muilezels die de guerrilla van de paramilitairen hadden gestolen kenden ze het moesten meedelen, want dat zij, militairen daar naar op zoek waren om ze terug te geven aan de Commandant van de “Autodefensas Gaitanistas de Colombia” (“AGC) alias “Otoniel”.

We geloven dat de solidariteit van die personen met onwankelbare en onomkoopbare principes ter verdediging van het leven met vredelievende acties er altijd zal zijn.

De liefde die we voor het leven hebben staat boven de dood zelf. We zullen geen centimeter wijken voor de “zaaiers” van de dood.

Vredesgemeenschap van San José de Apartadó

11 juni 2013

http://www.cdpsanjose.org