Een aanklacht indienen: (blijkbaar) een allesoverheersend misdrijf met de facto als overeenkomstige sanctie de doodstraf

Opnieuw ziet onze Vredesgemeenschap van San José de Apartadó zich genoodzaakt een beroep te doen op het land en de wereld om getuigenis af te leggen van de laatste feiten waarvan wij door de paramilitairen slachtoffer werden. Het zijn de paramilitairen, die onze regio telkens meer onderwerpen aan uitroeiing, doordat ze een einde maken aan alle waarden van het boerenleven en doordat ze de burgerbevolking onderwerpen aan een keten van agressies, die dank zij de heersende straffeloosheid en de toegevendheid en de medeplichtigheid van de overige instellingen,  in plaats van te verminderen, zich onophoudelijk weer in gang zet.

De AANKLACHT, elementair redmiddel dat wij slachtoffers  stevig vastgrijpen om onze levens, rechten en waardigheid te beschermen, was in elke tijd hinderlijk voor de daders. In de eerste bestaansjaren van onze Vredesgemeenschap, toen we de uiterste rottigheid van de controleorganismen van de Staat nog niet ontdekt hadden, maakten we gebruik van de institutionele aanklacht, die beoogd wordt in de Grondwet en de wetten, maar dat liep altijd uit op represailles tegen de aanklagers, of het nu met de dood was, de stigmatisering, de judicialisering of met de gedwongen ontheemding. Daarom braken we met het institutioneel gerecht, maar niet met de aanklacht, door een beroep te doen op de Internationale Gemeenschap, op de Burgermaatschappij en op de administratieve autoriteiten die onontkoombare verplichtingen tot bescherming hebben die ze nooit nakomen. Maar in de mate dat de aanklacht druk uitoefent vanuit de ethische en politieke wereld, worden de daders radeloos en radicaliseren ze hun criminaliteit. Ze verdragen zelfs niet langer het toezicht van Staatsinstellingen zoals van de OMBUDSMAN VOOR DE MENSENRECHTEN, wanneer ze hem zelf niet kunnen coöpteren. De GEMEENSCHAPSOMBUDSMAN VAN SAN JOSÉ DE APARTADÓ moest vertrekken om zijn leven te redden. De paramilitairen trekken bovendien rond om vast te stellen wie van de boeren die hen voortdurend zien passeren over hun wegen, een aanklacht tegen hen indienen en onmiddellijk veroordelen ze hen ter dood.  De lijst van ter dood veroordeelden groeit en groeit. 

De feiten waarover we getuigenis afleggen zijn de volgende:

Op donderdag 24 mei 2018 overdag werd de Gemeenschapsombudsman voor de Mensenrechten die aangewezen was voor San José de Apartadó , Marco Fidel Hernández, onderschept door gewapende mannen die hem met de dood bedreigden als hij de regio niet zou verlaten.    

Op vrijdag 25 mei 2018 om 9:30 werd de coördinatrice van de partij Unión Patriótica in Apartadó, Esneda López, met de dood bedreigd op het moment dat ze nieuwe doodsbedreigingen stuurden tegen de Gemeenschapsombudsman voor de mensenrechten van San José de Apartadó, Marco Fidel Hernández, door hem opnieuw aan te manen de regio te verlaten.

Op zondag 27 mei 2018 werd de Heer Gemeenschapsombudsman voor de Mensenrechten, Mario Fidel Hernández, in Apartadó opnieuw onderschept door gewapende mannen die hem opnieuw aanmaanden om het af te bollen of dat ze hem indien hij dat niet deed zouden vermoorden. Door gebrek aan minimumwaarborgen om zijn leven te beschermen , moest hij de zone verlaten en zo ophouden met zijn missie om op te treden als de gevolmachtigde Ombudsman voor de Mensenrechten  voor het district van San José de Apartadó.

Op vrijdag 17 augustus 2018 om 8:30 ’s morgens passeerden 7 paramilitairen in uniform en zwaarbewapend door ons Vredesgehucht Luis Eduardo Guerra in het gehucht Mulatos Medio. Om 3:30 passeerden ze opnieuw langs dezelfde plaats, en daarmee schonden ze onze private eigendom als Vredesgemeenschap en het fundamenteel principe van ons Reglement om geen wapens toe te laten in onze ruimtes en evenmin samen te leven met geen enkele gewapende partij.

Op zaterdag 18 augustus 2018 om 4:04 ’s namiddags probeerde een commissie van de partij Fuerza Alternativa Revolucionaria del Común (FARC)[1]geleid door Joverman Sánchez Arroyave, die zich in zijn tijd van gewapende strijd in de FARC-EP “Manteco” liet noemen,  onze private eigendom van San Josecito de Apartadó te schenden, door zonder enige toelating met hun gewapende lijfwachten binnen te dringen. Onze Vredesgemeenschap wijst dit soort van binnendringen in onze gemeenschapsruimten alsof het publieke ruimten waren af  en met nog meer stelligheid wanneer het gaat over het met de voeten treden van het eerste principe als Vredesgemeenschap namelijk het niet toelaten van dodelijke wapens en evenmin van gewapende personen van geen enkele partij. Onze Vredesgemeenschap heeft altijd duidelijk gemaakt dat het aan elke persoon die deel uitmaakt van gewapende legale of illegale groepen of die wapens draagt, totaal verboden is onze gemeenschapsruimten binnen te gaan.

In de laatste maanden heeft onze Vredesgemeenschap moeten zorgen voor een grotere gemeenschapsaanwezigheid met internationale begeleiding in het Vredesgehucht Luis Eduardo Guerra en in de gehuchten Mulatos Medio en La Esperanza van San José de Apartadó. Want paramilitaire groepen, die hun grote kampen hebben in de boerderij van Mr. Muñoz in het gehucht La Esperanza en in de boerderij van Mr. Aníbal in het gehucht La Esperanza, hebben categorische doodsbedreigingen uitgesproken tegen verschillende leden van onze Vredesgemeenschap, o.m. tegen Idomar Vargas, Edison Vargas en tegen de minderjarige Johan David, die leven in ons Vredesgehucht Luis Eduardo Guerra. Drie paramilitaire bevelhebbers die zich “Aquiles”, “Cementerio” en “Alias Peña” laten noemen en die samen opereren met alias “Chiquito Malo”, “Pantera”, “Movil Nueve”, “Majute” en “Caballo”,  die de zone van Mulatos en La Esperanza controleren, bevestigden dat zij gaan binnendringen in ons Vredesgehucht en dat ze  Idomar, Edison en Johan gaan vermoorden, omdat zij hen, volgens hen, elke keer dat ze passeren door de private ruimten van de Vredesgemeenschap, aanklagen. En ze voegden eraan toe dat ze reeds orders hebben om de terechtstellingen op elk mogelijk moment in praktijk te brengen.  Op dit moment behouden we permanente commissies van de Vredesgemeenschap met internationale begeleiding , want het risico om het leven te verliezen voor hen die leven in ons Vredesgehucht is groot. Vorige dagen nam een militaire troep van het Bataljon Bejarano Muñoz van de 17-de Brigade die patrouilleerde in de zone van Mulatos foto’s van leden van onze Vredesgemeenschap en nadien stuurden ze die naar deze paramilitairen.  

De bedreigingen van leden van onze Vredesgemeenschap moet men lezen in de nationale context van de grote bloedbaden en de uitschakeling van sociale leiders en leidsters[2] die zich over het hele nationale grondgebied vermenigvuldigen. Wat met ons gebeurde in het jaar 2005, wanneer het plan van de regering van ex-president Uribe Vélez zich consolideerde, ondersteund door de paramilitaire krachten die het land hadden overspoeld met bloed, belooft zich te herhalen in deze nieuwe conjunctuur. Want de recent verkozen regering, ondersteund door dezelfde ‘uribistische’[3] kracht, klampt  zich opnieuw vast aan de repressieve, antipopulaire ideologie die de ergst uitsluitende elites en de meest berovende  ondernemingen die de natuur en de verarmde lagen van de natie vernietigen, begunstigt. En ze proclameren met arrogantie hun afwijzing van de schuchtere vredespogingen waarin bewuste sectoren van het land zich geëngageerd hebben. In 2005 onder de uribistische paramilitaire agressie leed onze Vredesgemeenschap één van de meest weerzinwekkende bloedbaden die onze geschiedenis kenmerkte, nl. dat van Mulatos en La Resbalosa van 21 februari van dat jaar, maar in de context van een ander aantal terechtstellingen en agressies tegen onze rechten en tegen onze waardigheid. Vandaag zien we opnieuw vele van de verantwoordelijken  voor deze horrordaden zonder enige schaamte en beschermd door dikke mantels van straffeloosheid hoge ambten van de Staat bekleden.

Het is dus logisch dat de Vredesgemeenschap schrik heeft. Zij die ons met de dood bedreigen hebben vandaag meer categorische institutionele ruggensteun dan in het onmiddellijke verleden .Reeds vroeger in een andere Aanklacht verwezen wij naar de euforie die de paramilitairen uitten die ons district controleren, toen ze op 23 juni van dit jaar bij elkaar waren in het gehucht La Cristalina bij het kennen van de resultaten van de verkiezingen. Want zij bevestigden dat de echte triomfator Álvaro Uribe was, dezelfde die het paramilitarisme heeft aangemoedigd en die het geconsolideerd en beschermd had in heel het land. En de paramilitairen hadden hierin een blind vertrouwen als ruggensteun bij hun crimineel optreden. 

Met het verstrijken van de dagen worden er nieuwe namen toegevoegd aan de lijst van leden van onze Gemeenschap die de paramilitairen gaan voorstellen als “ter dood veroordeelden”. Alle hoge Gerechtshoven van het land en van de Internationale Gemeenschap weten dat ze Germán GRACIANO POSSO, onze Wettelijk Vertegenwoordiger, Gildardo TUBERQUIA ÚSUGA, coördinator van het Vredesgehucht Luis Eduardo Guerra, Jesús Emilio TUBERQUIA ZAPATA, vorige Wettelijke Vertegenwoordiger, ARLEY TUBERQUIA ÚSUGA, vroeger lid van de Interne Raad, José Roviro LÓPEZ RIVERA, op dit moment lid van de Interne Raad,  Estebán GUISAO HERNÁNDEZ, vroeger administrator van La Esperanza, Cristóbal MEZA, bewoner van La Esperanza, boeren van onze omgeving zoals Reinaldo AREIZA DAVID, in het vizier hebben.  En ze hebben zelfs aangekondigd dat ze een aanslag zullen plegen op de internationale begeleiders.  Nu hebben ze Idomar VARGAS GONZÁLEZ, Edison VARGAS en de minderjarige Johan DAVID in het vizier alsook de kinderen van Ernesto GÚZMAN die ze zelf reeds vermoordden omdat hij zijn boerderij niet wilde verkopen. Vanuit een militair garnizoen pleegden ze reeds een aanslag tegen zijn zoon Juan.  Ze voelen geen enkele wroeging voor het vermoorden van kinderen, zoals ze deden in februari 2005 toen ze vier minderjarigen vierendeelden, één ervan was slechts 18 maanden oud. Ze hebben geen ziel maar ze hebben wél macht en stille en hypocriete ruggensteun van alle Staatsinstellingen, die geen vinger uitsteken om ze te controleren of te straffen. Hun misdadige handen en geesten genieten volledige vrijheid. De Staat heeft door middel van de Nationale Eenheid van Bescherming vormen van bescherming aangeboden die niet beschermen maar die informatie verzamelen die naar de daders gaat en zo brengen ze mensen in het grootste gevaar . En daarom werden ze ook geweigerd.

Opnieuw staan we voor een mogelijk bloedbad, dat alleen maar de genocide die we in de laatste 21 jaar beleefden,  verlengt. Want zo kondigen de paramilitairen het met de arrogantie van hen, die zich trots aan de macht voelen, aan in elk van de gehuchten van het District van San José de Apartadó. Vandaar dat onze schrik groot mag zijn.  Maar dit brengt er ons niet toe en zal er ons niet toe brengen om te verzaken aan onze principes. In het centrum van onze centrale nederzetting  van San Josecito moedigen de silhouetten en de namen van de honderden kameraden, wiens bebloede lichamen we met verdriet hebben begraven, maar wiens geest nu meer levend is dan ooit, ons alle dagen aan om standvastig te blijven in een elementair menselijk ideaal dat contrasteert met de criminaliteit van de Staat met monsterachtige proporties.

Vanuit die beslissing van ons om niet te verzaken begrijpen we mekaar opnieuw volledig in diepe dankbaarheid aan hen die vanuit talrijke hoeken  van het land en de wereld onze morele steun waren en die met ons lijden en hoop delen. 



[1] De guerrillabeweging FARC vormde zich om tot een politieke partij met als naam “Alternatieve Revolutionaire Kracht van het Algemene”

[2] Tussen 1 januari 2017 en 30 juni 2018 zijn volgens de Nationale Ombudsman voor de Mensenrechten 311 sociale leid(st)ers vermoord. O.a. in de Cauca en in Putumayo werden in die periode bloedbaden aangericht met 7 tot 10 slachtoffers.

[3] Uribisme = afgeleid van Uribe (uiterst rechtse president van Colombia van 2002 tot 2010 die beschuldigd wordt sterke banden te hebben met het paramilitarisme)