Een nieuwe moord, opnieuw wordt een aanslag op het leven gepleegd.

Eens te meer doet onze Vredesgemeenschap een beroep op de mensheid en de geschiedenis om te getuigenis af te leggen over nieuwe feiten van moord, vervolging en lijden, waaraan onze gemeenschap en de bevolking van onze geografische en sociale omgeving wordt onderworpen.

Op woensdag 5 augustus 2015, ’s morgens drukte de Commandant van de 17-de Brigade van het Nationale Leger, Kolonel Germán ROJAS DÍAZ, op een publiek evenement in de nabijheid van het gemeentehuis van Apartadó, zijn absolute hunker uit, dat de provisionele beschermingsmaatregelen van het Interamerikaans Hof voor de Mensenrechten ten gunste van de Vredesgemeenschap zouden teruggetrokken worden.  Het is niet de eerste keer dat een ambtenaar van de Colombiaanse Regering deze ambitie uitdrukt.  Evenmin is het vreemd van deze Kolonel dergelijke ambitieuze brutaliteiten, beladen met meedogenloosheid tegen het levensproces van onze Vredesgemeenschap, te horen. De verbeten en kwaadaardige vervolging volstaat niet, evenmin de niveaus van stigmatisering, chantage en vervolging, die deze kolonel tegen ons levensproject beraamd heeft. We begrijpen deze zaken heel goed.  Namelijk de beweegredenen en de voorstellen die op deze ambtenaar berusten, om hem in dit militair garnizoen te behouden, om ons op welke manier dan ook te vernietigen. En daarbij is inbegrepen dat de beschermingsmaatregelen van het Interamerikaans Hof met betrekking tot de Vredesgemeenschap worden opgeheven.

Op woensdag 26 augustus 2015, terwijl  drie leden van onze Vredesgemeenschap zich van het stadscentrum van Apartadó naar de nederzetting van de Gemeenschap in San José begaven, werden ze aangesproken door agenten van de Nationale Politie, die zich met moto’s verplaatsten. Ze onderwierpen de leden van onze gemeenschap aan chantage. Nadien gingen ze ertoe over de platen van het voertuig, waarmee ze op weg waren, te noteren in een notaboekje.  Op overtuigende wijze wordt de methode  van plundering en vervolging tegen leden van onze Vredesgemeenschap duidelijk.

Op donderdag 10 september 2015 rond 11:00 uur werden twee leden van onze Vredesgemeenschap, die op weg waren van San Josecito naar het stadscentrum van Apartadó, aangesproken door agenten van de Nationale Politie, toen ze ter hoogte waren van de wijk Alfonso López in Apartadó. Daar werden ze geregistreerd en gefotografeerd door politieagenten die argumenteerden dat ze deden waar ze zin in hadden, dat zij de gezagsdragers waren en dat ze boven om het even welk vonnis van het Grondwettelijk Hof stonden, dit in volledige ongehoorzaamheid aan het Vonnis C-1024 van 2002, dat aan de strijdkrachten zulke registraties verbiedt.  Het Vonnis stelt: “Dit Hof verklaarde de registratie van de bevolking waartoe men zichzelf toelating gaf op het zogenaamde “Militaire actieterrein”  in tegenspraak met  de Grondwet want dit soort registraties is niet toegestaan noch in normale toestand noch in noodtoestand.”

Op vrijdag 11 september 2015, werden verschillende boeren afkomstig uit het gehucht Mulatos van het district San José, die zich bevonden in het gehucht Playa Larga, aangesproken door verschillende paramilitairen, gekleed met militaire uniformen en voorzien van zware wapens.  Ze stelden dat de bewoners van Mulatos en La Resbalosa guerrilleros  en militieleden van de FARC waren en dat men hen niet zou toelaten om daar opnieuw te passeren.  Want volgens hen deden ze inlichtingendienst voor de guerrilla.

Op maandag 21 september 2015 rond 12:00 uur werd de boer Ernesto GUZMAN , vader van vijf kinderen en inwoner van Playa Larga van het district San José, vermoord.  Volgens boeren van de zone werd hij vermoord door paramilitairen, die verschillende kogels op hem afvuurden. In aanwezigheid van een medeplichtige en moorddadige Staat gebeurt een nieuwe moord, pleegt men een aanslag op het leven.

Dezelfde maandag 21 september 2015, rond 3:00 uur, probeerden twee donkergeklede mannen in de nederzetting van San Josecito binnen te dringen in het huis van een lid van de Interne Raad. Toen ze de deur niet konden openen en bij het horen van geluid van de bewoners van de woning, namen deze individuen de vlucht.

We verwerpen  beslist elke actie van dood en vernietiging van het leven  en we smeken dat men het waardevolste van een menselijk wezen, het LEVEN eerbiedigt en dat het bloedvergieten ophoudt.

Het lijden zal ons nooit achteruit doen wijken, het geeft ons de kracht en het moreel om dag in dag uit een inclusieve, rechtvaardige en waardige wereld te blijven opbouwen.