En nu de stilte van iemand die een prop in de mond wordt geduwd: een verzegelde mond

Opnieuw ziet onze Vredesgemeenschap van San José de Apartadó zich genoodzaakt een beroep te doen op het land en de wereld om getuigenis af te leggen van de laatste feiten waarvan wij slachtoffer werden door ons burgerlijk verzet ter verdediging van het leven en het grondgebied verder te zetten.

De permissiviteit van de Regering ten aanzien van de banden tussen hun militaire instellingen met het paramilitarisme is zo groot, want de nationale regering, de departementale, de regionale en de locale blijven het bestaan van de paramilitairen ontkennen.  Maar de realiteit is dat zowel de paramilitairen, als de guerrilla en de publieke strijdkrachten geprobeerd hebben om het territorium te controleren. En de barbaarsheid die gepleegd wordt tegen de boerenbevolking is zo groot dat ze, bij het willen controleren van hun levens en hun bezittingen, hen hun vrijheden afnemen en hen tot echte slaven maken.

Momenteel bevindt de zone zich onder paramilitaire controle en de burgerbevolking is de belangrijkste getuige omdat ze hen dagelijks moet bezig zien en omdat ze moet zwijgen uit schrik van vermoord te worden of  van verdreven te worden van hun eigendommen. Bovendien heeft ze nooit vertrouwen gehad in de instellingen om daar aanklachten te doen, want in eerdere jaren dienden veel bewoners aanklachten in bij het Openbaar Ministerie opdat het onderzoek zou doen.  Maar wel integendeel, werd er tegen hen, die klachten indienden, onderzoek ingesteld en werden er tegen hen juridische stappen ondernomen.  En het grootste deel van hen werd vermoord door de paramilitairen die konden rekenen op lijsten, die hen klaarblijkelijk werden bezorgd door de gerechtelijke instellingen zelf van de Staat. 

De stilte is niets meer dan een zegel op de mond die de paramilitairen opleggen aan de boer. Het is duidelijk dat niemand uit angst klacht indient. Want de sterke bedreigingen waarmee een persoon geconfronteerd wordt, wanneer hij paramilitaire troepen ontmoet, brengt hem er eerder toe te zwijgen, omdat hij door de paramilitairen zelf  wordt afgeperst.  Hun woorden waren steeds : “Geef er jullie rekenschap van dat jullie niets gezien hebben,  zo jullie dat niet doen moeten jullie de gevolgen aanvaarden.” Om die reden heeft onze Vredesgemeenschap nooit gezwegen tegenover dit model van de dood.  Want onze publieke getuigenissen zullen er steeds zijn als een manier om deze barbaarsheid, waaraan onze regio is onderworpen, zichtbaar te maken en publiek aan te klagen.

De feiten waarover wij vandaag getuigenis afleggen zijn de volgende:

Op zaterdag 23 februari 2019 werd in het gehucht La Resbalosa van San José de Apartadó  een feest georganiseerd door de boeren van het gehucht maar tegelijk nam een grote groep paramilitairen deel, terwijl ze overdag ingeschakeld waren in een voetbalkampioenschap en ’s nachts in danspartijen. De concentratie van paramilitairen was zo groot dat ze een voetbalploeg vormden om tegen andere ploegen van boeren van andere gehuchten te spelen. In de omgeving van de feestelijkheden stelden de boeren, die gekomen waren om deel te nemen aan het feest, vast dat er een gewapende veiligheid georganiseerd was door de paramilitairen zelf, die deze groep paramilitairen, die zich op het feest  bevonden, beschermde.

Op zondag 3 maart 2019 om 9:00 uur ’s morgens kwam aan onze nederzetting van San Josecito  een man aan die zich identificeerde als William Hernando Arcila Morales. Volgens hem was hij afgestudeerd aan de Nationale Universiteit van Colombia en zocht hij een persoon  van onze gemeenschap om hem te vergezellen bij een tocht langs de rivier om enkele coördinaten van een GPS op te zoeken, waarvan hij zegde dat het enkele punten waren waar een exploratie zou beginnen van mijnontginning en dat deze GPS-punten zich bevonden op terreinen van onze Vredesgemeenschap. Onmiddellijk werd het binnendringen van onze terreinen verboden, en nog veel meer om punten van mijnexploitatie aan te duiden. Want als Vredesgemeenschap hebben we altijd mijnexploitatie  geweigerd en bovendien kwam de man zonder enige voorafgaande verwittiging, wat hem nog meer verdacht maakte.

Op donderdag 7 maart 2019 kwam bij ons het antwoord toe, via de Burgerlijke Rechtbank van het circuit van Apartadó, op een rechtsvordering van bezit over de boerderij genaamd “La Roncona, gelegen vlakbij onze nederzetting van San Josecito, welke we verwierven als bezitters ter goeder trouw sinds meer dan 20 jaar. In dit antwoord vernoemt de advocaat van de familie Jaramillo versies die de heer Dafnis Daniel SIERRA MARTÍNEZ, alias “Samir”, aanreikt en hij steunt erop, bij het affirmeren dat het de FARC-EP zou zijn die ons deze boerderij schonk en bovendien dat het niet gebeurde bij het ontstaan van de Gemeenschap maar wel in 2005, door middel van onze Interne Raad, wat volledig vals is. Onze Vredesgemeenschap heeft nooit, op geen enkel moment van onze geschiedenis,  gronden verworven die afgestaan werden door de FARC-EP. In tegendeel was alias “Samir” een commandant van een colonne genaamd “Otoniel Álvarez”, die zonder enig onderzoek een groot deel van de burgerbevolking van de regio van Urabá liet bloeden, vanaf het moment dat hij als commandant in deze regio binnentrok. Hij zelf bedreigde honderden malen onze Vredesgemeenschap omdat ze niet ter zijner beschikking stond. We weten dat alias”Samir” de materiële en intellectuele dader was van de moord op vele mensen die aan het terugkeren waren nadat ze jaren voordien ontheemd werden. En nadien demobiliseerde hij zelf vanuit de FARC-EP door zich te integreren in de 17-de Brigade van het leger in de gemeente Carepa, Antioquia. Het was de militaire eenheid die hem illegaal een onderkomen aanbood en bovendien begon hij daar een grote hoeveelheid valse getuigenissen tegen onze Vredesgemeenschap te produceren, waarin hij herhaaldelijk beweerde vriend te zijn van de Gemeenschap of dat hij zich met hen verenigde, terwijl de realiteit was dat alias “Samir” altijd op zoek was naar hoe hij leden van ons vredesproces kon vermoorden en zo de gemeenschap kon uitroeien.

Deze episode bewijst eens te meer hoe de Staat ter kwader trouw optreedt via ambtenaren die uitgespreid zijn in verschillende gerechtelijke organen, die hen, die altijd al hun slachtoffers waren, in diskrediet proberen te brengen met de bedoeling ze nog altijd veel meer te vernietigen. Maar in dit geval schamen zij zich niet gebruik te maken van een personage wiens handen bevlekt zijn met zoveel misdaden en de Staat zelf heeft hem op schandelijke wijze beschermd en heeft zo alle wetten geschonden die de Staat zelf heeft uitgevaardigd.  

Op vrijdag 8 maart 2019 om 13:00 uur werden vele schoten gehoord van zware wapens in het gehucht Mulatos Medio van San José de Apartadó. Volgens informatie van bewoners van het gehucht, bevond zich in het punt dat als El Barro (van hetzelfde gehucht) gekend is, een troep van het leger, en op hetzelfde uur bevond zich een groep paramilitairen in het deel van de rivier. De paramilitairen bedreigden verschillende boeren die op datzelfde uur door deze plaats passeerden. Ze zeiden hen: “Jullie hebben niets gezien; jullie moeten doen alsof jullie niemand ontmoet hebben of ingeval jullie dat toch doen, moeten jullie de gevolgen daarvan aanvaarden.”  Deze schoten werden afgevuurd in erg confuse momenten van bewegingen van militaire en paramilitaire troepen. Het leek alsof ze zonder voorafgaande verwittiging boodschappen wilden overbrengen.

Op zondag 10 maart 2019 overdag bereikte ons informatie van boeren van de zone, volgens welke er een clandestien netwerk bestaat van paramilitairen dat per gsm afpersingen organiseert in de streek. En wie de afpersing niet betaalt of info geeft over de oproep die ze hem deden zou samen met zijn familie vermoord worden.

Op woensdag 13 maart 2019 werden opnieuw veel schoten gehoord van zware wapens in het gehucht Mulatos Medio van San José de Apartadó. Nadien was er volgens bewoners een uitwisseling van schoten tussen gewapende groepen, waaronder de publieke strijdkrachten. Klaarblijkelijk komen de militairen en paramilitairen aan in het gehucht en ze kamperen in de boerderijen die private eigendom zijn van de boeren, die daar met hun families leven, en brengen hen in groot gevaar om vermoord te worden.

Op zaterdag 16 maart 2019 ’s morgens kwamen twee bekende paramilitairen in burger aan bij de huizenrij van het gehucht La Unión van San José de Apartadó, een oude nederzetting van onze Vredesgemeenschap. Daarna werden ze gezien toen ze zich verenigden met twee boeren van de zone in de omgeving van de huizenrij.

Onze Vredesgemeenschap staat dicht bij het moment om haar 22-jarig bestaan te herdenken. Op 23 maart 1997 maakten we onze beslissing openbaar om met geen enkele gewapende partij samen te werken en ons te vormen tot een solidaire Gemeenschap, om samen te werken en samen weerstand te bieden om onze levens te vrijwaren, onze waardigheid en onze territoria. Diezelfde week (Passieweek volgens de Christelijke kalender) begon de Colombiaanse Staat een strategie van genocide om ons uit te roeien. In deze 22 jaar (tot juni 2018) heeft de Staat ons 307 kameraden en vrienden vermoord en heeft hij 1462 ernstige schendingen van de mensenrechten bedreven die in de Internationale Verdragen gecatalogeerd worden als Misdaden tegen de Menselijkheid omwille van systematiek in hun uitvoering. In dezelfde tijd heeft hij 7 strategieën van uitroeiing van de Vredesgemeenschap ontwikkeld, die gedurende vele jaren werden volgehouden. Een strategie niet enkel van fysieke uitroeiing (terechtstellingen), maar ook van mediagenieke vernedering, van ideologische stigmatisering, van biologische uitroeiing door hongercirkels en gewelddadige eliminatie van elke voedselleverancier of transporteur, van wettelijke criminalisering gebaseerd op valse bewijzen en valse getuigen, van sociale uitsluiting en van economische plundering die ook het roven van territoria insluit. Ten overstaan van al deze convergerende en gecoördineerde strategieën om ons uit te roeien, is onze beslissing geweest van verenigd weerstand te bieden, zonder terug te krabbelen, en ons levensproject te blijven uitbouwen,  het hoofd biedend aan al deze stormen. Talrijke solidaire gemeenschappen in Colombia en in de wereld, die ons permanente morele kracht en politieke solidariteit zenden tegenover de daders die perverse machten inroepen om ons te vernietigen, hebben ons onschatbare energie geschonken.

Vanuit ons geliefd en verdrukt territorium bedanken we de vele stemmen van aanmoediging die we krijgen vanuit het land en de wereld, want al hun politieke en morele steun geeft ons veel moed om door te gaan, in verzet, in dit territorium dat zo overheerst wordt door de macht van de wapens die  ten dienste staan van de meest onuitspreekbare laagheid.