En ook de Gerechtshoven zijn uiteengebarsten

Opnieuw maakt onze Vredesgemeenschap van San José de Apartadó gebruik van haar fundamenteel recht om haar mening te uiten en om te communiceren met solidaire personen en gemeenschappen in het land en in de wereld en, in het algemeen, met de hele maatschappij van onze omgeving, om ze in kennis te stellen van wat wij beleven en lijden in ons dagelijks leven, dat altijd omringd is door bedreigingen, gevaren en lijden. En dit omdat de instellingen van ons land, vanaf ons ontstaan, in plaats van ons te beschermen, eerder besloten hadden ons aan te vallen en te beledigen of ze gebruikten andere criminele groepen, die genieten van hun bescherming, om ons aan te vallen en om ons te laten aanvoelen dat onze Staat ons beschouwt als vreemden, of erger nog, als “interne vijanden”, die geen eerbied noch bescherming verdienen van onze mensen- en burgerrechten.

En als we in sommige periodes ten minste konden rekenen op de bescherming van het Grondwettelijk Hof, dat in verschillende vonnissen en bevelen respect voor onze fundamentele rechten vorderde en opeiste, waartoe ze orders gaf aan de President van de Republiek, aan zijn ministers en aan de controleorganisme, orders die uiteindelijk niet werden gehoorzaamd en bespottelijk werden gemaakt door het Staatshoofd zelf, zijn ministers en de overige instellingen, dan heeft datzelfde Hoog Gerechtshof afstand gedaan van zijn essentiële verplichtingen om de fundamentele principes van de Grondwet te beschermen. Dat gebeurde zeker omwille van politieke druk, zoals het heeft aangetoond door uitspraak te doen over de laatste vraag tot nietigverklaring, waarin gevraagd werd het vonnis dat een kamer van herziening had uitgesproken in te trekken, door de aanspraken van de militaire klasse die zeer duidelijk in tegenspraak zijn niet alleen met de Grondwet en haar jurisprudentie, maar ook met het zich meer herhalend Internationaal Recht, te aanvaarden.

Inderdaad, toen de 17de Brigade van het leger ons de mond wilde snoeren, door middel van een actie van voogdij in augustus 2018 ingediend bij een promiscue rechter van Apartadó, waarbij ze wilden verhinderen dat we ons lijden zouden uitschreeuwen bij de burgermaatschappij, belandde het vonnis dat de Militaire Voogdij aanvaardde, in een kamer van herziening in het Grondwettelijk Hof. Want het gerecht wilde niet optreden in de vele jaren dat we het gerechtelijk apparaat opzochten om gerechtigheid te smeken en te eisen, zonder dat we gehoord werden, maar eerder bedreigd en beledigd, en zonder dat de presidenten evenmin hun grondwettelijke verplichting nakwamen om op te treden als garanten van de fundamentele rechten, want wij smeekten er dringend om in niet minder dan 90 rechten op petitie zonder gehoord te worden. In deze kamer besliste een magistraat met beruchte reactionaire ideologie gehoor te geven aan de militaire druk en hij formuleerde het vonnis T-342 van 2020 waarin werd beslist: “Het recht op de goede naam van de 17de Brigade van het nationale leger en van haar leden te beschermen…” terwijl hij aanvoert dat in de aanklachten van onze Vredesgemeenschap “het vermoeden van onschuld miskend wordt in zover men aan deze militaire eenheid de huidige instemming en medeplichtigheid met groepen paramilitairen toekent, zonder dat er een gerechtelijke uitspraak bestaat die rekenschap geeft van dergelijke situatie.”

Dergelijk vonnis schandaliseerde kenners van internationaal en grondwettelijk recht en maakte hen kwaad , omdat het, enerzijds een zo’n heilig recht als dat van vrije meningsuiting probeerde te miskennen, dat door internationale verdragen en organismen de fundamentele pijler is van een Staat die zich ‘democratisch ‘ wil noemen, en anderzijds het fundamenteel criterium miskent dat de Grondwet heeft erkend om te weten of iemand aanspraak kan maken op het recht op ‘goede naam’ en wanneer zijn sociaal gedrag het verdient. Ondanks het feit dat de magistraat die het vonnis velde niet miskende dat de 17de Brigade betrokken was in verschrikkelijke bloedbaden in alliantie met de paramilitairen, want hij citeert ze in hetzelfde vonnis, en enkel in één paragraaf drukt hij de vrees uit dat dit zich zou blijven herhalen, maar hij spreekt flagrant tegen zijn geweten, door zich niet eens af te vragen of alles wat onze Gemeenschap zegt in haar aanklachten waar of vals is en door niet eens opdracht te geven ze te onderzoeken. Zo’n afwijkend vonnis wekte de solidariteit van bevriende advocaten die een verzoek tot NIETIGVERKLARING redigeerden, een verzoek dat de steun kreeg van eminente juristen uit verschillende landen en van internationale mensenrechtenorganismen.

Alles toont aan dat betoog reeds geconsolideerd was om dit vonnis NIETIG te verklaren, maar in de zitting van de Volledige Kamer van 13 mei 2021, eindigde de stemming met één stem in het voordeel van hen, die vreesden een vonnis te annuleren van zo’n hoog Hof, want dat zou hetzelfde Hof in diskrediet kunnen brengen. Transparantie is geen markante deugd geweest van de rechterlijke machten, die opscheppen over hun macht. Volgens het communiqué dat op die datum werd uitgegeven door het Hof, bleven 4 magistraten bij hun (dissidente)stem en 4 anderen gaven er uitleg bij1. Bij het lezen van hun beknopte argumenten blijkt duidelijk dat omzeggens de totaliteit van de magistraten het niet eens zijn met Vonnis T342 en slechts enkelen wilden het vonnis niet nietig verklaren. En dit niet omwille vanwege hun centrale argumentatie, waarmee ze aantoonden het hiermee oneens te zijn geweest, maar omdat de technische argumenten om het nietig te verklaren niet goed waren uitgewerkt. Maar hoe kan men van een slachtoffer of van zijn advocaat eisen dat hij de grondwettelijke juridische techniek beheerst? Misschien waren het niet dezelfde magistraten die geroepen waren die technische argumenten te perfectioneren?

Het is duidelijk dat 8 van de 9 advocaten het er over eens zijn dat de militairen geen aanspraak kunnen maken op het recht op een goede naam, en minder nog die van de 17de Brigade, en dat het recht op vrije meningsuiting van de Vredesgemeenschap niet kan ingeperkt worden, en minder nog wanneer ze aanklachten doet. Maar dit is niet verenigbaar met de centrale beslissing van het Hof bij deze gelegenheid, want door de vraag tot nietigverklaring te verwerpen, blijft het vorig vonnis van kracht, wat resulteert in het beschermen van wat niet beschermbaar is en in het inperken van een recht dat niet ingeperkt mag worden.

Het meest radicale blok van de magistraten (zij die vasthielden aan hun dissidente stem) bevestigt nadrukkelijk dat de militairen geen aanspraak kunnen maken op de “goede naam”. In verband hiermee stellen zij: “Ter bescherming van de grondwettelijke waarborg van goede naam, vereist de van kracht zijnde jurisprudentie een onberispelijk gedrag van de persoon die ernaar streeft hierop recht te hebben. Dus hij die tegen hem rechterlijke beslissingen heeft lopen die het bestaan van onberispelijk gedrag ontkrachten is niet in de positie om de bescherming van zijn recht op een goede naam te claimen omwille van de misdaden en nalatigheden die hij in het verleden pleegde. Het Hof beweerde heel nadrukkelijk dat het recht op de goede naam, niet enkel heel persoonlijk is, maar ook direct verbonden is met de waarde die de leden van een samenleving toekennen aan iemand, want de reputatie of de faam van de persoon vormt de component die de bescherming activeert. Dus gezien het feit dat deze garantie het goed imago, sociale erkenning en onberispelijk gedrag vereist van wie de bescherming claimt, is het in dit geval, in onze opinie,overeenkomstig de regels van de jurisprudentie ter zake niet mogelijk de goede naam van de 17de Brigade van het Nationale Leger te beschermen. Inderdaad geven de meer dan10 voorzorgmaatregelen van het Inter-Amerikaans systeem voor de mensenrechten, de verschillende opvolgingsvonnissen van het Grondwettelijk Hof en de verschillende juridische uitspraken, zowel nationaal als internationaal, er rekenschap van dat in het verleden werd vastgesteld dat er medeplichtigheid was tussen de 17de Brigade van het Nationale Leger en de paramilitaire groepen, die in Urabá opereren, om gewelddadige acties uit te voeren die de leden van de vredesgemeenschap tot slachtoffer maakten (…). Bijgevolg was het betamelijk het Vonnis T-342 van 2020 nietig te verklaren op grond van het feit dat de van kracht zijnde jurisprudentie uitgebracht door de Kamer van Herziening en de Voltallige Kamer miskend werd”.

Zowel het communiqué als het redden en het uitleggen van de stemmen2 van de magistraten, leggen er de nadruk op dat het vonnis dat men vroeg nietig te verklaren, niet had geëist de aanklachten terug te trekken, noch ze weg te halen van de sociale netwerken, noch verbood aanklachten te blijven doen. Maar dit vonnis van kracht laten blijven is iets dat in tegenspraak is met dit alles. Er is dus geen enkele coherentie. Het Hof is uiteen gebarsten.

Men moet de 4 magistraten accrediteren die hun (dissidente)stem vasthielden, deze nota van begrip voor onze Vredesgemeenschap: “De beslissing om de nietigheid te weigeren wordt een gebeurtenis van historische ontkenning van het recht op effectieve rechterlijke voogdij, die deze slachtoffers van het gewapend conflict in Colombia lijden. Deze slachtoffers, uitgeput van een beroep te doen op een systeem dat bij tal van gelegenheden bewezen heeft ontoereikend te zijn, bevinden zich opnieuw voor de strikte en onbuigzame barrières die de bescherming van hun recht op een eerlijk proces , op effectieve toegang tot rechtsbedeling en tot de uitoefening van hun fundamentele vrijheden, in het bijzonder dat van vrijheid van meningsuiting, waardeloos maken.”Dus ze begrijpen volmondig onze breuk met het gerecht.

Gesteund op onze onomkoopbare overtuigingen, doen wij hier verder met de AANKLACHTEN van de recent voorgevallen feiten:

Op zondag 30 mei 2021 bedreigde een paramilitair gekend als “El Flaco”(”De Schrale”)een bewoner van het dorpscentrum van San José met een vuurwapen (pistool) en geen enkele autoriteit deed ook maar iets. Blijkbaar moest het slachtoffer de zone voor enkele dagen verlaten om zijn leven te redden.

Dezelfde zondag 30 mei 2021, overdag kwamen we te weten dat de paramilitair, alias “Christian” , samen met anderen van zijn groep, zouden zijn toegekomen bij de huizen van de bewoners om van hen sommen geld te eisen om de wegen opnieuw te herstellen die vernield waren door de machines die illegaal de gehuchten binnendrongen langs de wegen die er kwamen onder impuls van de Heer César Jaramillo te samen met de 17de Brigade.

Op dinsdag 1 juni 2021 overdag werd een groep van meer dan 10 paramilitairen gezien die door het gehucht El Porvenir trok. Ze droegen lange wapens en communicatieradio’s. Men getuigt dat ze daar voortdurend passeren zonder enige beperking en dat ze daar reeds een operatiecentrum hebben voor de controle van de zone.

Op zaterdag 5 juni 2021 bereikte ons informatie volgens welke de viering van het feest van de boer in het gehucht La Unión werd georganiseerd door de Raad van Gemeentelijke Actie samen met de Heer César Jaramillo en de 17de Brigade. Dat is verontrustend omwille van de hoge aanwezigheid van de paramilitairen daar , zoals alias “Jesusito”, alias “Samuel”, alias “Wilfer”, alias “Ramiro” en andere jongeren die ook vuurwapens dragen en schoten lossen, net zoals omwille van geen enkele aandacht voor de aanklachten over de zeer ernstige feiten die onze Vredesgemeenschap heeft gesignaleerd.

Op zondag 6 juni 2021 overdag werd onze Vredesgemeenschap geïnformeerd dat de paramilitair Wilfer Higuita in het centrum van het gehucht La Unión aan het uitzoeken was wie het zijn die de Vredesgemeenschap informeren over alles dat daar gebeurt.

Op vrijdag 11 juni 2021 in de namiddag onderschepten twee paramilitairen een jongen van onze Vredesgemeenschap op de weg die leidt naar de huizenblok van San José, om met hem bedreigingen tegen onze Vertegenwoordiger te sturen. Ze zegden hem: “ Hey peukje, om die wettelijk vertegenwoordiger van de gemeenschap te zeggen dat hij moet opletten omdat we in deze dagen daar gaan binnendringen.”

Op zaterdag 12 juni 2021 overdag werden twee paramilitairen, die communicatieradio’s en korte wapens droegen, op 3 minuten van het centrum van het gehucht La Unión gezien.

Op donderdag 17 juni 2021 overdag zag men een onbekende gewapende groep passeren door het gehucht La Unión van San José de Apartadó. Volgens de info zijn het paramilitairen die lange wapens gebruiken, militaire uniformen en helmen, om te patrouilleren in de zone alsof het publieke strijdkrachten zijn.

Op zaterdag 19 juni 2021 overdag zag men een groep paramilitairen met lange wapens, militaire uniformen en helmen in het gehucht Las Nieves van San José de Apartadó. Het waren dezelfden die op 17 juni 2021 gezien werden in het gehucht La Unión.

Opnieuw bedanken we de personen en gemeenschappen die op verschillende plaatsen in het land en in de wereld , die ons hebben vergezeld in deze meer dan 24 jaar Vredesgemeenschap en die ondanks de afzondering door de pandemie elke dag druk uitoefenen vanuit hun meest intieme overtuigingen op de Colombiaanse Regering om niet toe te laten dat ze onze levens noch ons patrimonium en nalatenschap vernietigen. Onze oprechte dank om dit proces van verdediging van het leven voort te zetten. Dat moedigt ons bovendien moreel aan om onze principes te blijven verdedigen.

1 Vier van de negen magistraten zijn duidelijk voor de nietigverklaring (hun dissidente stem noemt men in het juridisch jargon salvamento de voto). Hun argumentatie wordt opgenomen in het eindbesluit. Maar vier andere magistraten geven ook een uitdrukkelijke verklaring waarbij ze wel tegen de nietigverklaring stemmen maar een argumentatie vóór nietigverklaring onderschrijven. Ook hun argumentatie wordt opgenomen in het eindbesluit.

2 Redden van de stemmen (= salvamento de votos) en het uitleggen van de stemmen (explicaciones de votos) zie voetnoot 1