En ze blijven van ons een slagveld maken

De Vredesgemeenschap van San José de Apartadó verheft opnieuw haar stem van protest  tegen het voortdurend misbruik van ons grondgebied door er een genadeloze en smerige oorlog voort te zetten en ze zegt tegen het land en tegen de wereld: “NIET MEER!”

We leggen getuigenis af aan het land en aan de wereld van de laatste feiten die gepleegd werden tegen onze Gemeenschap en tegen de boerenbevolking uit onze onmiddellijke omgeving:

Tussen 19 en 27 april 2013 ontving de boer William CARDONA voortdurend telefoons van militairen, die steeds zijn verblijfplaats wilden controleren en ze maanden hem aan zijn huis niet te verlaten, want ze zegden dat zij geen borg konden staan voor zijn leven, als hij dat wel deed. Toen hij uitgeput door deze permanente chantage zijn simkaart verwijderde, bleven de militairen zijn vrouw opbellen en ze bleven druk uitoefenen op zijn zoontje van 11 om informant van het leger te worden.  In januari 2013 was William door paramilitairen reeds aangehouden geweest in het gehucht La Linda en op 19 april werd hij door militairen illegaal aangehouden en gedurende verschillende uren onderworpen aan beschimpingen en chantage  en bovendien werd hij verplicht om contact te nemen met de ex-guerrillero alias SAMIR, die reeds verschillende jaren gehuisvest is in de XVII-de Brigade en er gemanipuleerd werd door het leger om permanente laster te verzinnen tegen de Vredesgemeenschap.

Op dinsdag 23 april 2013 werd in het huis van Hernán RODRÍGUEZ in het gehucht La Linda een boer illegaal en arbitrair  door troepen van het leger  aangehouden en hij werd ermee bedreigd aan boord genomen te worden van een helikopter en gevonnist te worden als een “guerrillero” als hij niet meewerkte met de militairen.  Ze beschuldigden hem ervan dat in zijn boerderij eten bereid werd voor de guerrilla omdat ze daar kippenpluimen gevonden hadden, want volgens hen eet alleen de guerrilla kippen.

Op zondag 5 mei 2013 werd in het gehucht La Osa van het district Batata  in de gemeente Tierralta (Departement Córdoba) de boer Manuel Enrique MARTÍNEZ CARDONA zwaar gekwetst door troepen van het nationale leger. Te wijten aan de ernst van de verwondingen stierf hij de dag nadien op 6 mei.  Ofschoon hij geen deel uitmaakte van de Vredesgemeenschap  toch was hij een burger en een buur van onze nederzettingen. Daarom dat de Gemeenschap haar solidariteit uitdrukte met de familie.  Er dient opgemerkt te worden dat het gehucht La Osa  één van de gehuchten is dat grenst aan het gehucht Las Claras, waar een nederzetting is van onze Vredesgemeenschap.

Op dinsdag 14 mei 2013, rond 7:00 uur, toen ze uitstapten uit het voertuig dat hen had getransporteerd van het dorpscentrum van San José naar Apartadó, werden Elvia María CATAÑO SERNA en haar moeder Laura tegengehouden door twee personen in burger.  Die namen hen gevangen en pakten hun identiteitsdocumenten af en gaven ze aan twee andere burgers die in taxi toekwamen en die namen hun documenten mee.  Nadien voerden de twee burgers die hen aanhielden hen naar de Politiecommandopost. Daar werden ze onderworpen aan ondervragingen waarbij ze beschuldigd werden “guerrilleras van het dorp” te zijn.  Twee uren nadien kwamen ook de burgers daar aan die hen hun documenten hadden afgenomen en ze overhandigden die aan de politie.  De beschuldigingen werden ondersteund door vermoedelijke “informanten”  die hen achtervolgden in de huizenrij.  Het zijn affirmaties die op niets gesteund zijn en zonder enig legaal proces. Na 5 uren lieten ze hen vrij op voorwaarde dat ze hun gsm niet zouden uitzetten om hen op die manier voortdurend te controleren en dat ze niet zouden weggaan uit San José. In het geval ze dat toch zouden doen konden ze niet instaan voor hun leven.  Het is op deze wijze dat “gerechtelijke processen” plaatsvinden in Urabá, waarbij agenten , instellingen, plaatsen, bewijzen, procedures en juridische stappen buiten de wet gebeuren en zelfs tegen de wet in. En meer nog het betreft misdadige acties die de instellingen niet enkel tolereren maar ze ook goedkeuren.

Op vrijdag 17 mei 2013 werd in de hoofdplaats van het gehucht La Cristalina , district San José de Apartadó, het levenloos lichaam aangetroffen van de boer Luis RODRÍGUEZ, die klaarblijkelijk met een vuurwapen vermoord werd op donderdag 16 mei, vermoedelijk door de guerrilla, volgens de informatie van de boeren, omdat hij gezien werd als een informant van de militairen. De Vredesgemeenschap wijst energiek zulke acties van de dood af en het gebruik van de burgerbevolking als informant. De Vredesgemeenschap verklaart zich solidair met de familie.

Op zondag 19 mei 2013, rond 13:00 uur hielden drie paramilitairen die zich op de plaats bevonden die bekend is als Tierra Amarilla, op de weg tussen Apartadó en San José, het voertuig voor publiek vervoer tegen en verplichtten alle inzittenden, waaronder leden van onze Gemeenschap, uit te stappen. Ze verboden ze om het even welke communicatie te hebben met elkaar, met de waarschuwing dat ze hen anders zouden vermoorden. Bij het identificeren van de boer Ángel Eusebio GRACIANO, een familielid van Germán GRACIANO, de Wettelijk Vertegenwoordiger van onze Vredesgemeenschap zegden ze:  “Die is het die we nodig hebben.” Ze bedreigden hem met de dood en ze verplichtten hem om hen te vergezellen naar een afgelegen plaats.  Maar hij verzette zich hier tegen.  Enkele minuten nadien zonden ze hem in een auto geëscorteerd door twee paramilitairen en ze waarschuwden hem dat ze verderop alles met “el Patrón” zouden arrangeren. GRACIANO was zich bewust van de benauwde situatie en nam de gelegenheid te baat om van het voertuig te springen en de vlucht te nemen totdat hij zich kon verbergen in het struikgewas. Op die manier kon hij ontsnappen aan zijn moordenaars. Onze Gemeenschap werd onmiddellijk op de hoogte gebracht van de situatie en stuurde een delegatie met internationale begeleiding om hem te zoeken.  Gelukkig konden ze hem in leven weervinden en hem terug meebrengen naar zijn familie. Als de delegatie de weg afdaalde stelde ze op de weg militaire aanwezigheid vast, op slechts enkele minuten van de plaats waar de feiten plaats vonden, wat duidelijk maakt dat er coördinatie bestond tussen de Strijdkrachten en de paramilitairen.

Dezelfde zondag 19 mei 2013 rond hetzelfde uur werden twee leden van onze Interne Raad die zich in de luchthaven van Carepa bevonden, illegaal aan controle onderworpen door politieagenten onder het bevel van onderdiensthoofd HERNÁNDEZ.  De mannen in uniform voerden aan dat zij “kunnen doen waar zij maar zin in hebben”.  Toen men hen liet zien dat ze hiermee de normen vastgelegd in een vonnis van het Grondwettelijk Hof schonden antwoordden zij dat “zij de autoriteit zijn en dat ze daarom geen enkel vonnis moesten uitvoeren”. En dat indien deze procedure de leden van de Vredesgemeenschap niet aanstond zij hen zouden gevangen nemen.

Op donderdag 23 mei 2013 rond 13:40 registreerde men een gevecht tussen troepen van het leger en guerrilleros van de FARC in het gehucht Mulatos, op de plaats bekend als El Barro, op de boerderij van Mr. Antonio ARTEAGA, die gerund wordt door twee families die lid zijn van onze Gemeenschap.  Ze gebruikten de woning als vesting en ze gebruikten de kinderen en de burgers als menselijk schild, wat evident een oorlogsmisdaad betekent.  Bij de vraag om zich terug te trekken uit de woning , antwoordden de militairen dat ze dat deden om ze te (laten) doden samen met hen. Het was dus een bewuste, intentionele en weloverwogen oorlogsmisdaad.

Op zaterdag 25 mei 2013 tijdens de ochtend werd in het Vredesgehucht dat gelegen is in Mulatos de minderjarige Edilberto TUBERQUIA, lid van onze Gemeenschap,  gedurende verscheidene minuten vastgehouden. Hij werd  beschimpt en ondervraagd over de verblijfplaats van leden van onze Gemeenschap.  Nadien (achter) volgden de militairen hem nog enkele minuten.

Op zondag 26 mei 2013, in een bijeenkomst gehouden in het stedelijk gedeelte van Apartadó, kondigden de leiders van het paramilitarisme aan dat ze het moment dat er geen internationale begeleiding zou zijn in onze Vredesgemeenschap zouden benutten om een gewapende inval te doen tegen de Gemeenschap in de nederzetting van San Josecito. Ze voegden eraan toe dat alles reeds gepland en gecoördineerd was met de strijdkrachten.  Want het bewijs daarvoor is de actie die ze ondernamen op zondag 19 mei wanneer ze Eusebio GRACIANO aanhielden, want ze hadden zich kunnen verplaatsen zonder enige moeilijkheid te ondervinden van de Strijdkrachten. Dat is trouwens wat ze voortdurend doen.

Op maandag 27 mei 2013, ’s morgens, bezetten troepen van het leger behorend tot de 24-Ste Mobiele Brigade gedurende verschillende uren, de private eigendom van onze Gemeenschap in de huizenrij van het gehucht La Unión. Ten aanzien van zulke situatie van gebrek aan respect vaardigde de Gemeenschap verschillende leden af om te eisen dat ze de private ruimten zouden ontruimen. Dezelfde maandag 27 mei, rond 15:00 uur deed er zich opnieuw een gevecht voor tussen soldaten van het nationale leger en guerrilleros van de FARC in het gehucht Las Claras, op slechts enkele minuten van de nederzetting van de Gemeenschap  in La Unión, dicht bij het huis van Reinaldo RIVERA.

Dezelfde dag rond 14:50, werd Jesús Emilio TUBERQUIA, lid van de Interne raad van onze Vredesgemeenschap in de luchthaven van Carepa illegaal gefouilleerd en gefotografeerd door agenten van de politie met medeplichtigheid van de veiligheidsagenten.

Dezelfde dag rond 23:00 uur viel een groep guerrilleros gewapenderhand binnen in de Boerderij La Marina, eigendom van de paramilitairen, in het gehucht Playa Larga. Ze staken de woning in brand en ze namen een stoet muilezels en een ezel mee die toebehoorden aan de paramilitairen.  Volgens de locale media moesten zo’n 18 families vanuit de zone op de vlucht gaan. De Vredesgemeenschap heeft de President van de Republiek reeds geruime tijd in kennis gesteld van de paramilitaire aanwezigheid juist op deze plaats en van de voortdurende uitbreiding van hun ruimtes in deze zone, zonder dat de hoge regering tot op dit moment ook maar iets heeft willen ondernemen hiertegen. En op deze manier  stelt ze zich met volledige evidentie verantwoordelijk  voor de bedreven misdrijven. Die eigendom en andere aangrenzende staan onder de controle van alias “Otoniel”, de chef van de AGC (= Autodefensas Gaitanistas de Colombia).

Op dinsdag 28 mei 2013 was een groep bekende paramilitairen aanwezig in het gehucht Playa Larga, op de grens met het gehucht La Esperanza. Ze verklaarden dat ze de Strijdkrachten advies hadden gegeven om de muilezels te zoeken die de guerrilla de dag voordien had gestolen en om bij de boeren van de zone  alle schade te innen die de paramilitairen hadden geleden.

Dezelfde dag rond 8:40 werd Arley TUBERQUIA, lid van de interne raad van onze Vredes-gemeenschap, door agenten van de Nationale politie illegaal gefouilleerd en gefotografeerd in de luchthaven van Carepa. Een politieagent gebruikte de gsm van één van de wachten van de luchthaven en niet zijn eigen communicatietoestel. Hij hield die in zijn hand om een telefoonoproep te doen  aan een onbekende en hij gaf die de gegevens door van het lid van de Raad.

Op woensdag 29 mei 2013 werd onze Vredesgemeenschap opnieuw bespot door de hoge Regering , want President Juan Manuel SANTOS wilde niet deelnemen aan de ceremonie van terugtrekking van laster die tegen onze Vredesgemeenschap  werd uitgesproken. Op deze manier gehoorzaamde hij niet aan wat verordend werd door het Grondwettelijk Hof door middel van Resolutie 164/12.

Op donderdag 30 mei 2013 rond 15:00 uur werden de 32 gedelegeerden van onze Vredesgemeenschap, die naar Bogotá waren gereisd om deel te nemen aan de plechtigheid van de terugtrekking van de laster die President SANTOS ging doen maar die hij uiteindelijk niet deed,  bij hun terugkeer naar Apartadó door een politiepatrouille onderschept ter hoogte van de plaats die bekend is als CASA VERDE, in de gemeente Carepa.    Hier konden de afgevaardigden van het Ministerie van Binnenlandse Zaken, die de groep van gedelegeerden begeleidden bij hun terugkeer, rechtstreeks een episode van de vervolging tegen de Vredesgemeenschap bijwonen.  Want ze waren reeds onderworpen geweest aan onderzoek  bij twee gelegenheden dezelfde dag en hun antecedenten werden reeds onderzocht in de luchthaven.  De vervolging was niettemin duidelijk. Een politieagent benaderde een lid van onze Gemeenschap en verklaarde dat ofschoon er ambtenaren van het ministerie bij hen waren ze er zich niets van aantrokken om leden van de Gemeenschap aan te houden.  De woede van het onderdiensthoofd van politie hier was zo groot dat hij de orders van zijn overste om de delegatie te laten gaan in Carepa niet gehoorzaamde, zodat zijn overste zich verplicht zag zelf ter plekke aanwezig te zijn.

Dezelfde dag rond 14:00 uur onderhielden troepen van het nationale leger,  die vermoedelijk op zoek waren om de door de guerrilla van de paramilitairen gestolen muilezels te bevrijden, gevechten met guerrilleros van de FARC, die klaarblijkelijk de gestolen dieren bij hadden tussen de gehuchten La Resbalosa en Mulatos. In het vuurgevecht bleef het huis van de boer Reinaldo CARDONA omzeggens  verwoest achter door de kogelinslagen. Op het moment van de feiten bevond Reinaldo zich met zijn familie, waaronder verschillende kinderen, in huis. Tegelijk mitrailleerde  een legerhelikopter de zone en de hulzen vielen op het huis. Volgens de boeren, bleef er ook een stier dood en er was ook een soldaat zwaar gewond.    

Op vrijdag 31 mei 2013 rond 5:00 uur  landde, volgens informatie van de boeren,   een legerhelikopter op de eigendom van Reinaldo CARDONA.  Men weet niet of het was om gekwetsten of om doden op te pikken.  

Dezelfde dag, rond 9:00 uur registreerde men, volgens informatie van de bewoners van de zone,  in het gehucht La Miranda, dat tot het district San José behoort, een botsing tussen het leger en de guerrilla van de FARC. Klaarblijkelijk waren er aan beide kanten gewonden. Uren later landde een legerhelikopter in de zone.

Op donderdag 30 en vrijdag 31 mei 2013 werd er een sterke militaire aanwezigheid geregistreerd in het Vredesgehucht, een nederzetting van onze Gemeenschap in het gehucht Mulatos.  Ze drongen er illegaal de private eigendom van de Vredesgemeenschap binnen. Het is een beschamende praktijk, maar het is onze plicht om van de militairen voortdurend respect op te eisen voor de levens- en werkplaatsen van de families van onze Gemeenschap.     

Op zaterdag 1 juni 2013 rond 19:30 werd er een bestoking geregistreerd van de militaire basis die zich bevindt in het dorpscentrum van San José.    

Op zondag 2 juni 2013 rond 14:00 uur terwijl een groep burgers zich aan het ontspannen was op het voetbalveld , gelegen in het dorpscentrum van San José, vlakbij de militaire basis, deed er zich opnieuw een bestoking voor tegen deze basis  door guerrilleros van de FARC, zodat de burgers in alle haast van hier moesten wegvluchten.  Dit nieuwe feit maakt het grote risico duidelijk  waarin de burgerbevolking van het dorpscentrum van het district zich bevindt.  Ondanks dat wil de nationale regering hier een kollege bouwen, waarin veel jongeren van de streek een onderkomen zouden vinden. Dat betekent dat de instellingen zich niets aantrekken van het risico dat dit betekent voor de burgerbevolking.   

Op maandag 3 juni 2013 rond 9:00uur begaven leden van onze Gemeenschap zich naar de legertroepen die zich bevonden in de werkruimten van de families, om te vragen dat ze zich van daar zouden terugtrekken . De militairen verklaarden hierop dat zij doen waar ze zin in hebben  en dat niemand hen hier gaat komen bevelen.   Dezelfde dag rond ongeveer 17:00 uur, deed zich opnieuw een schermutseling voor tussen het leger en de FARC op de plaats die gekend is als La Antena in het district van San Jose de Apartadó.

Op dinsdag 4 juni 2013 rond 15:00 uur achtervolgden 2 paramilitairen in burger en met kort wapen opnieuw  Ángel Eusebio GRACIANO, terwijl hij op weg was in het centrum van Apartadó. Hij zag zich verplicht in een taxi te stappen om te ontsnappen aan zijn moordenaars en om op een andere plaats hier onder te duiken. De Gemeenschap werd hiervan onmiddellijk op de hoogte gebracht  en ze moest hem gaan bevrijden en hem veilig en wel terugbrengen naar zijn familie. Bij deze nieuwe feiten van bedreiging stellen we de Colombiaanse Staat aansprakelijk voor wat kan gebeuren met GRACIANO. Want in minder dan veertien dagen stond GRACIANO op het punt vermoord te worden door paramilitairen die in openlijke medeplichtigheid van de Strijdkrachten opereren.

Er bestaat geen twijfel over dat de regering met de grootste schaamteloosheid de hele Internationale Gemeenschap uitdaagt  die gedurende 16 jaren met aandrang vroeg een einde te maken aan de barbaarsheid tegen onze Vredesgemeenschap. Met de grootste grofheid legt de hoge regering talrijke Vonnissen van het Grondwettelijk Hof, alsook de Resoluties  van het Inter-Amerikaans Hof voor de Mensenrechten en de waarschuwingen van het Internationaal Strafhof naast zich neer.  Inderdaad het Grondwettelijk Hof heeft verboden politieposten en militaire basissen te plaatsen te midden van de burgerbevolking  en de regering weigert herhaaldelijk en halsstarrig haar orders te gehoorzamen. Het Hof verklaarde de registraties (met huiszoekingen en fouillering) ongrondwettelijk  en desondanks doen militairen en politie dat dagelijks omdat ze zich beschermd weten door de vrijwillige doofheid en blindheid van de President, die nooit een antwoord geeft op de rechten op petitie en al deze schendingen van de Wet en de Grondwet goedkeurt, in het volle besef dat militairen en politie al deze informatie meedelen aan de paramilitairen om hun bloedbaden voor te bereiden. Een paar weken geleden werd dat nog vastgesteld in de huizenrij van Nuevo Antioquia, waar de foto’s genomen in de controleposten van de Strijdkrachten terug te vinden waren in albums beheerd door de paramilitairen om hun bedreigingen met uitroeiing slagvaardig te maken.  Het grondgebied van de Vredesgemeenschap veranderen in slagveld was een permanent doel van militairen en paramilitairen, als nog maar eens een strategie van vernietiging van de burgerbevolking. Want de militairen herhaalden talrijke malen dat ze burgerbevolking als schild gebruikten, opdat de guerrilla ze zou vermoorden wanneer ze aanstalten zou maken om hen aan te vallen.  En in feite zijn ze er talrijke keren in gelukt dat werkelijkheid te doen worden. Want het betreft een intentionele en weloverwogen genocide.  Een gelijkaardig misdrijf was druk uitoefenen op de boeren om ze  informanten te doen worden en zo de tegenstrevers aan te moedigen om ze te elimineren.  Deze keer betreuren we nieuwe levens die verwoest werden door middel van al deze trucs.

We bedanken hen die ons vanuit het land en vanuit de wereld  moreel en ethisch begeleiden  in  enkele onwrikbare en  onomkoopbare principes voor het leven. En we herhalen onze beslissing om stand te houden in ethische weerstand tegen zoveel barbaarsheid en rottigheid van een misdadige Staat.

Vredesgemeenschap van San José de apartadó

5 juni 2013

http://www.cdpsanjose.org