Extreme inspanningen om de afgrijselijke daden weg te schminken

Op donderdag 4 september 2014 verzond de Commandant van de 17-de Brigade een brief naar het Italiaans Netwerk van Solidariteit, als antwoord op de Spoedactie die het Netwerk in de maand augustus richtte aan de Colombiaanse Autoriteiten. Kolonel Germán ROJAS DÍAZ bevestigt hierin de vonnissen van het Interamerikaans  Hof en van het Grondwettelijk Hof te kennen, die de bescherming van onze Vredesgemeenschap eisten.  Zulke kennis wordt evenwel in de praktijk niet getoond, want al deze vonnissen worden niet geëerbiedigd en ze worden dagdagelijks met de voeten getreden.  Kolonel ROJAS bevestigt ook dat de troepen aanwezig zijn op het grondgebied om er de mensenrechten te waarborgen en dat deze troepen zich bekwaamden in de eerbiediging van de mensenrechten. Dat is een bevestiging die niet verder reikt dan het papier van zijn brief want zowel het Presidentschap van de Republiek als alle controleorganen  van de Staat en de intergouvernementele organisaties op regionaal en internationaal niveau worden overspoeld met aanklachten over gruwelijke misdaden die bedreven werden door de troepen van de 17-de Brigade en hun paramilitaire armen.  De volgende regel durft hij bevestigen dat hijzelf een “smetteloze militaire carrière” heeft. Spijtig genoeg de misdaden tegen de menselijkheid, de oorlogsmisdaden en de ergste schendingen van de mensenrechten en van de menselijke waardigheid ‘trekken geen strepen’ door de ‘Curricula Vitae’ van onze militairen en ze ‘besmeuren’ ze ook niet. Hoeveel officieren van hoge rang sleuren in hun Curriculum Vitae  honderden buitengerechtelijke executies van onschuldigen (de zogenaamde “valse positieven”) mee, gedwongen verdwijningen , folteringen, verkrachtingen, vernietiging van ganse gehuchten, gerechtelijke montages, deelname aan de genocide van de sociale bewegingen, willekeurige bombardementen, het afbranden van teelten en woningen, het stelen van de bestaansmiddelen van de armen, enz…?  Maar niets van dit alles ‘doorstreept’ hun Curriculum Vitae, integendeel het levert hen felicitaties op, decoraties en bevordering.  Zo verliep het met dezelfde Kolonel ROJAS, die na het gebruiken van de smerigste chantage om onze Vredesgemeenschap te kunnen uitroeien (in 2009)nadien bevorderd werd door zijn oversten. Daarom, ofschoon hij het de volgende regel bevestigt, indien het leger de instelling is met de “grootste geloofwaardigheid” dan is het dat enkel dank zij mediacampagnes van hersenspoeling, zoals de film “Apuntando al Corazón” = ”Mikkend op het hart” dat zo magistraal aantoont. Indien de Kolonel de aanhouding van Luz Denis VALDERRAMA wil rechtvaardigen door te bevestigen dat het het Openbaar Ministerie was die ze uitvoerde, dan moet hij uitgenodigd worden om te onderzoeken hoeveel laaghartige montages het Openbaar Ministerie in Urabá heeft opgezet. Veel van die montages werden minutieus gedocumenteerd in internationale tribunalen. En dat hij niet herhaalt dat de rechterlijke macht in Urabá “onafhankelijk” is van de Brigade. We hebben heel veel gevallen gedocumenteerd waarbij Openbaar Aanklagers, rechters, magistraten en zelfs de verdediging orders van de Brigade gehoorzamen bij het opzetten van montages die niet de minste wettelijke analyse kunnen doorstaan. Evenmin kan de Kolonel bevestigen dat het leger “geen verboden territorium heeft”, want zowel de Grondwet als de wetten bepalen de concrete condities en de omstandigheden,  waarbij ze private eigendom kunnen binnengaan. Het zijn bepalingen die ze altijd schenden. Kolonel ROJAS beklaagt er zich over dat de Vredesgemeenschap zijn verklaringen in de krant ‘La Chiva de Urabá, wanneer hij het had over “verloren ruimtes recupereren”, interpreteerde als een nieuwe aanslag tegen de Vredesgemeenschap. Maar hoe zouden we het niet zo interpreteren als we in ons geheugen zijn in 2009 opgebiechte doelstellingen om “de Vredesgemeenschap te vernietigen” opgeslagen hadden? Iets gelijkaardigs moet gezegd over zijn protest om een man in burger te hebben geloofd die zich uitgaf als een militair en die op 21 juli laatstleden aankondigde dat ze de Gemeenschap gingen uitroeien. Hebben de mannen in uniform van de 17-de Brigade misschien bij hun binnenvallen van de gehuchten hetzelfde niet tot vervelens toe herhaald evenals hun paramilitaire armen? En misschien had dezelfde Kolonel het niet zo uitdrukkelijk aangegeven in 2009? Als hij wil dat al deze aanklachten met bewijselementen voor de Staatsinstellingen worden gebracht, dan zouden we hem met meer dan genoeg reden kunnen vragen: “Waarom?” Misschien weet de Kolonel niet dat we jaren lang, wanneer we dit deden omdat we in het gerecht geloofden, we niet vaststelden dat ze dit vroegen om de aanklagers en getuigen te kunnen vermoorden, of om ze te verplichten om door bedreigingen op de vlucht te gaan? Weet de Kolonel niet dat duizenden misdaden bedreven door de Strijdkrachten tegen de Gemeenschap in absolute straffeloosheid verkeren? Waartoe dient het aanklachten in te dienen? Weet de Kolonel niet dat geen enkele operateur van het gerecht naar de Brigade ging om te vragen welke officieren, onderofficieren of soldaten aanwezig waren op de plaatsen, tijdstippen en uren waarop de misdaden gepleegd werden en weet hij bovendien niet dat het Vonnis T-1025/07 van het Grondwettelijk Hof het Ministerie van Defensie en de Brigade opdracht geeft de namen door te geven aan de eisers (= de Vredesgemeenschap) en dat ze dat niet hebben gedaan, en zo gedurende reeds 7 jaar ongehoorzaam zijn aan het hoogste Hof van de Staat? En toch durven ze zeggen dat ze de “wet volbrengen” en dat er in Colombia een “Rechtsstaat “ bestaat? 

Op vrijdag 26 september 2014 ’s morgens parkeerde een camionette waarin twee mannen en een vrouw zaten zich tegenover onze nederzetting van de Vredesgemeenschap in San Josecito. Zij die in het voertuig zaten verklaarden dat zij een volkstelling kwamen doen bij de Gemeenschap en dat ze daarom moesten onderzoeken welke gronden aan de gemeenschap toebehoorden en welk soort teelten de Gemeenschap had. Leden van onze Gemeenschap antwoordden hen dat de Gemeenschap dit soort informatie niet leverde en dat bovendien deze onderzoeken een sterke band hadden met de laatste feiten die vanuit de 17-de Brigade werden opgezet tegen onze Gemeenschap.

Dezelfde vrijdag 26 september 2014 probeerden legertroepen die opgesteld waren bij de uitgang van San José in de richting van het gehucht Buenos Aires gedurende verscheidene minuten  de doorgang te verhinderen aan Jesús Emilio TUBERQUIA, lid van de Interne Raad van onze Vredesgemeenschap.

Gedurende de laatste dagen werden verschillende brieven verstuurd vanuit het kantoor van de Gouverneur van Antioquia aan verschillende groepen die onze Gemeenschap begeleiden. Hierin argumenteerden ze dat de relatie met de Gemeenschap reeds verbeterde en dat bovendien een werkagenda werd overeen gekomen tussen de Regering en de Gemeenschap, als gevolg van een bijeenkomst ondersteund door het kantoor van de Gouverneur in december 2013. De Gemeenschap maakt duidelijk dat deze bijeenkomst in december 2013 werd overeengekomen met het kantoor van de Gouverneur van Antioquia en met Magistraten van het Grondwettelijk Hof met het doel het terug  verschijnen met leven te eisen van de jongere Buenaventura HOYOS, die de militairen en paramilitairen hadden doen verdwijnen in het gehucht San José de Apartadó. En met het doel de aanwezigheid van paramilitairen in deze zone aan te klagen. De Gouverneur en zijn Regeringssecretaris namen een ontwijkende positie in door elke verantwoordelijkheid voor de openbare orde toe te kennen aan de militairen, wat zoveel betekent als aan de daders zelf. Op die manier ontdoen ze zich van al hun grondwettelijke verantwoordelijkheden.

Onlangs stuurde Kolonel Germán ROJAS DÍAZ, Commandant van de 17-de Brigade brieven in antwoord op groepen die solidair zijn met onze Vredesgemeenschappen en die protesteren tegen  alles wat wij in getuigenissen aan de mensheid aanklagen, in verband met de laatste geweldfeiten waarvan wij het slachtoffer zijn. In deze brieven bevestigt de Kolonel dat “ hij dagelijks aanklachten tegen de militaire troepen ontvangt zonder dat de omstandigheden van tijd, wijze en plaats uitgelegd worden… (…)Dat er valse uitspraken gedaan worden die de eer en de integriteit van onze geüniformeerden in twijfel trekken…”. Verder  wijst hij erop dat ”het duidelijk is dat het nationale leger door de Gemeenschap van San José de Apartadó gestigmatiseerd wordt…” En uiteindelijk lanceert hij nieuwe stigmatisaties tegen ons waar hij beweert dat “In San José de Apartadó  komen de fronten 5 en 58 van de FARC tussenbeide, een gewapende groep die buiten de wet staat en die bedreigingen uit, die pesterijen tegen onze eigen troepen en de burgerbevolking uitvoert, die drugshandel   opzet, samengevat die misdaden tegen de menselijkheid begaat. En nooit werd vastgesteld dat de Gemeenschap van San José de Apartadó en de NGO’s die hen begeleiden deze feiten aanklaagden.”  Deze Kolonel neemt hetzelfde standpunt in als de Procureur ORDOÑEZ, voor wie een aanklacht die verwijst naar data, namen, uren, plaatsen, slachtoffers, omstandigheden en daders een aanklacht is die “informatie mist over tijd, wijze en plaats” en daarom verdient ze niet dat men er aandacht aan schenkt. Beiden zijn ambtenaren die behoren tot dezelfde corrupte Staat, die verzwijgt en die de criminelen beschermt die zich tooien met organieke etiketten, die borg staat voor de straffeloosheid van de gruwelijkste misdaden tegen de weerloze burgerbevolking.  Van hen mag men niets verwachten.

Sinds de komst van Kolonel ROJAS aan het commando van de 17-de Brigade is de gevaarsituatie van de Vredesgemeenschap enorm toegenomen. In 2009 had deze Kolonel een lid van onze Gemeenschap onderworpen aan de smerigste chantage opdat hij hem zou helpen om de Gemeenschap kapot te maken.  Mocht hij dat niet doen dan zou hij een strafproces tegen hem verzinnen. Niemand begrijpt President Santos noch de Minister van Defensie, die in de plaats van op voorbeeldige wijze zulke criminele posten te ontslaan en te bestraffen, ze de misdadiger evenwel bevorderen tot een hogere post.  Dit is ongehoord en verdient de meest energieke afkeuring van de mensheid.

Toen in augustus de krant El Heraldo de Apartadó in zijn editie nr. 251 (tweede week van augustus) een interview met Kolonel ROJAS publiceerde, beweerde de kolonel dat “De Vredesgemeenschap zich bevreesd voelt dat ze de weinige geloofwaardigheid die ze vandaag nog heeft gaat verliezen omdat ze op internationaal en nationaal niveau niet in hen geloven.” In antwoord op deze uitspraken heeft een groot aantal organisaties van de Europese Unie op 29 september een boodschap gestuurd naar de directrice van de krant El Heraldo waarin ze bevestigen dat ”De Vredesgemeenschap van San José de Apartadó absolute geloofwaardigheid geniet vanwege de internationale organisaties”

Zie de oorspronkelijke brief in bijlage.

Opnieuw bedanken we voor de intensieve solidariteit die we ontvingen van personen en groepen van talrijke landen, die de zo perverse gedragingen van regeringen en instellingen, voor wie de waardigheid van het menselijk leven niets betekent, veroordelen.

Vredesgemeenschap van San José de Apartadó

03 oktober 2014

Vertaling open brief Directrice El Heraldo de  Urabá

OPEN BRIEF AAN                                                                                                                            COMMUNICATIEMEDIA, POLITIEKE VERTEGENWOORDIGERS EN DE BURGERMAATSCHAPPIJ

Ter attentie van

María Hortensia Castro Hernández

Directrice

El Heraldo de Urabá

Apartadó – Colombia

                                                                                                                            Zwitserland, 29 september 2014

Betreft: Vredesgemeenschap van San José de Apartadó geniet absolute geloofwaardigheid vanwege de internationale organisaties. Vraag tot rechtzetting van de opinies van Kolonel Rojas Díaz.

 

Geachte Directrice,

 

Wij, de Europese organisaties die deze brief ondertekenen drukken ons ongenoegen uit over de uitspraken van Kolonel Rojas Díaz, Commandant van de 17-de Brigade, die gepubliceerd werden in het artikel “De Vredesgemeenschap  van San José de Apartadó aangeklaagd”  in de krant die uw eigendom is. De link naar het gepubliceerde artikel is de volgende: http://www.elheraldodeuraba.com/index.php/regional/1-turbo-busca-acuerdo-con-santos-para-la-prosperidad-de-la-region

 

De uitspraken waarnaar wij concreet verwijzen zijn: “Kolonel Rojas Díaz ondersteunt dat een van de oorzaken mogelijks ‘gehoorzaamt aan de angst en schrik die de Vredesgemeenschap heeft voor de toenadering die ik heb met de burgerbevolking en sommige leiders.  De Vredesgemeenschap is bang dat ze de weinige geloofwaardigheid die ze vandaag heeft gaat verliezen omdat ze op internationaal en regionaal niveau niet in hen geloven.”

 

We informeren u dat in tegenstelling met wat het artikel bevestigde de Vredesgemeenschap van San José de Apartadó absolute geloofwaardigheid geniet op internationaal niveau niet enkel omdat de historische aanklachten en de getuigenissen, die de schendingen van hun mensenrechten registreren,  altijd geconfirmeerd werden, ondanks alle moeilijkheden die hiertoe werden opgeworpen  maar ook omdat de leden van de Gemeenschap een model zijn van vredevol en geweldloos gedrag tegenover de partijen van het conflict.

 

Vandaag de dag zijn de stem en het getuigenis van de Vredesgemeenschap van San José de Apartadó een referentie op internationaal niveau en ze kan rekenen op de ondersteuning van ontelbare organisaties en personen van goede wil die werken opdat in Colombia het respect voor de Mensenrechten werkelijkheid zou worden. Bewijs hiervoor was de nominatie van de Vredesgemeenschap van San José de Apartadó voor de Sakcharovprijs in 2011. Zij waren bij het uiteindelijke drietal. 

 

Daarom vragen we u met aandrang dat uw krant dezelfde ruimte geeft aan de stem van de Vredesgemeenschap van San José de Apartadó en aan de organisaties of leden van het Europees Parlement die de Gemeenschap ondersteunden en ze blijven ondersteunen. Dit om de opinies van de internationalen, die in tegenstelling met wat de Kolonel affirmeert, de Vredesgemeenschap wél steunen,   zichtbaar te maken .

Ook danken we u dat deze brief gepubliceerd mag worden als deel van rechtzetting.

 

Een hartelijke groet,

 

(Hier volgen de namen in alfabetische volgorde.)