Gestructureerd en beschermd paramilitarisme op zoek naar wraak

Slechts 24 uren nadat een hoge ambtenaar van de Regering  de twee paramilitairen, die probeerden onze leiders te vermoorden, formeel overhandigde aan het Technisch Onderzoekscorps van het Openbaar Ministerie, na hen ook formeel in ontvangst te hebben genomen van leiders van onze Vredesgemeenschap, hebben ons veelvuldige getuigenissen bereikt die bevestigen dat ze deze daders in volle vrijheid hebben gezien in de straten van Apartadó. Het aantal getuigenissen en de onderlinge onafhankelijkheid ervan vervult ons met grote bezorgdheid. Dit zou eens te meer bevestigen dat er intieme banden bestaan tussen de Strijdkrachten, het paramilitarisme en het Colombiaanse gerechtelijk apparaat.  Eén van de vermoedelijk vrijgelaten paramilitairen bevestigde, toen hij geïmmobiliseerd was in onze Gemeenschap, dat hij zich op ons zou wreken omdat we hem verhinderd hadden de missie, die ze hem hadden opgedragen om het leven af te pakken van onze kameraden van de Interne Raad, uit te voeren en om de levens te hebben gevrijwaard van hen waarvoor hij de opdracht had ze te vernielen. Dit vereist, volgens hem, een sterke represaille.

De laatste uren deden zich nieuwe feiten voor, die we ter kennis willen brengen van het land en de wereld:

Op zaterdag 30 december 2017 verplaatste de paramilitaire bevelvoerder van de zone, alias “FELIPE”, die op vrijdag 29 december in gezelschap van 4 andere paramilitairen deelnam aan de moordaanslag tegen leiders van onze gemeenschap, zich meteen daarna naar het gehucht Arenas Altas waar hij aankondigingen deed van wraak tegen onze Vredesgemeenschap. Dit omdat ze hem verhinderd had zijn criminele actie uit te voeren. En woedend is hij opnieuw aan het aankondigen dat de Vredesgemeenschap zal verwoest worden. Toen hij zich vrijdag 29 december  verplicht zag van de plaats van de misdaad te vluchten omwille van de reactie van de Gemeenschap kwam hij snel naar het centrum van San José waar hij bijeenkwam met een uitgebreide groep paramilitairen die daar opereert. Daarna doorkruiste hij het centrum, volledig gecontroleerd door de Strijdkrachten en begaf hij zich  naar het gehucht Arenas Altas zonder gehinderd te worden door militairen noch door politie.

Op zaterdag 30 december 2017 verklaarde de politieker en lid van de cacaogilde van Urabá, CÉSAR JARAMILLO, op de nieuwszender Teleantioquia, dat de twee aangehouden paramilitairen geen paramilitairen zijn  maar wel onschuldige cacaotelers die hij adviseert. Het blijkt dat het hem weinig kan schelen dat die door hem geadviseerde individuen buiten hun werkuren zich contractueel verbinden om het leven af te pakken van sociale leiders en om te proberen de Vredesgemeenschap te vernietigen. Oordeelt hij misschien dat hun tijdelijke activiteit van cacaotelers de maatschappij ertoe dwingt geen rekening te houden met hun criminele acties? Of misschien denkt hij dat zij die deze aanslag van de paramilitairen ondergingen, zoals de Vredesgemeenschap en haar leden en haar internationale begeleiders, die aanwezig waren bij heel deze episode, geen geloofwaardigheid verdienen en dat alleen zij die verdienen die deze criminelen hebben gezien in hun kortstondige economische activiteiten van cacaoteelt? We zouden niet willen denken dat zijn advies aan deze tijdelijke cacaotelers richtlijnen omvat voor het gebruik van wapens, stigmatisering van gemeenschappen en strategieën van coördinatie met de Strijdkrachten in hun meest misdadige activiteiten.

Op zaterdag 30 december 2017 beweerden paramilitairen die ruim bekend zijn in het district Saiza, van de gemeente Tierralta in het Departement Córdoba aan de bewoners dat ze erg verdrietig waren over wat was voorgevallen in de Vredesgemeenschap van San José de Apartadó, waar volgens hun versie hun paramilitaire kameraden “vernederd” werden door de Gemeenschap die erin lukte de moord op hun leiders te verhinderen en hun paramilitaire kameraden te immobiliseren en te ontwapenen. Ze beloofden dat ze binnenkort een bloedbad in de Vredesgemeenschap zullen aanrichten. Tegelijk herhaalden ze hun beslissing de Vredesgemeenschap te verdelgen. 

Al deze feiten weerspiegelen de tragedie die Colombia beleeft: instellingen die door hun stilzwijgen, hun nietsdoen, hun heimelijke medeplichtigheid en hun systematische ontkenning van de werkelijkheid, de wreedste beproevingen van de sociale lagen, die geen deel hebben aan de macht, afdekken; een justitie die in alle instanties corrupt is; Strijdkrachten die solidair zijn met de misdadigers en praktisch verworden zijn tot hun lijfwachten; communicatiemedia die liegen, vervormen, verdraaien, verzwijgen en verhullen; een ontaarde politieke klasse verzonken in hun wild despotisch egoïsme en belust op exclusieve privileges. Midden in dat panorama is het paramilitarisme de dominante kracht die steunt op de medeplichtigheid en de systematische ontkenning van hun optreden door alle machten. In deze context betekent vasthouden aan morele principes het risico lopen van uitroeiing.

Onze Vredesgemeenschap heeft reeds honderden levens opgeofferd door het verdedigen van haar principes en nooit heeft zij de misdaden verzwegen die haar probeerden te vernietigen. In die heroïsche strijd hebben nationale en internationale minderheden die nog ethische principes hebben ons ondersteund. Aan al deze gemeenschappen, groepen en organisaties onze diepe dankbaarheid en onze belofte van niet te verzaken