Herinneringen die worden versterkt door volharding en solidariteit die groeit door vastberadenheid

Opnieuw richt onze Vredesgemeenschap van San José de Apartadó zich tot het land en de wereld om ze de angsten en bekommernissen mee te delen die de dagelijkse actie van de parastatale structuren ons blijven veroorzaken in de context van een Staat die geen rechten noch vrijheden beschermt maar die eerder de wereldwijde tragedie van de pandemie gebruikt om de meest elementaire rechten van haar kwetsbare burgers in te perken en om de geweldenaars die in haar macht hun toevlucht zoeken, hun handen meer vrij te laten.

Zoals reeds bij andere gelegenheden heeft onze gemeenschap de moeilijkheden getoond die in de wereld veroorzaakt worden door de pandemie van Covid-19, die het leven van duizenden mensen heeft weggerukt. Maar we hebben evenmin stil gezeten om publiek getuigenis af te leggen van honderden gewelddadigheden en bedreigingen die we dagelijks ontvangen door de macht van de wapens, gehanteerd door het paramilitarisme en de publieke strijdkrachten. Het is reeds een routine geworden dat de paramilitairen de pandemie gebruiken om de burgerbevolking in de gehuchten te controleren. Want ze dwingen herhaaldelijk de bewoners om buiten te komen en hen te ontmoeten op plaatsen die ze aanwijzen. En als ze dat niet doen dan loopt dat af met bedreigingen met boetes en in vele gevallen met doodsbedreigingen.

De 17-de Brigade van het leger in Urabá draagt de grootste verantwoordelijkheid voor het feit dat het paramilitarisme zoveel macht bezit in onze regio. Al tientallen jaren hebben ze ze aangevuurd, ze getraind en uitgerust, ze beschermd en vergezeld en ondersteund op de momenten van het plegen van de meest gruwelijke misdaden, zoals het bloedbad van 21 februari 2005, dat waardevolle metgezellen van ons wegrukte en ons intens deed wenen omwille van onze kinderen die in stukken werden gehakt. Wanneer de overweldigende kracht van de Internationale Gemeenschap hen veroordeelde en hun bestraffing vroeg en hun verwijdering uit de Staat, zijn ze onverschrokken blijven genieten van de straffeloosheid, waarmee deze Staat hen afdekt en beschermt. En ze hebben het zo geregeld dat ze niet samen verschijnen op dezelfde plaatsen als de paramilitairen, maar wel dat ze met sluwheid de momenten berekenen wanneer de paramilitairen gaan opereren en dat ze daartoe op die momenten op verschillende kilometers afstand verblijven, in de veronderstelling dat ze daarmee kunnen voorkomen dat de veroordelingen op hen neervallen. Maar noch wij, noch de Internationale Gemeenschap zijn mentaal achterlijk.

Deze 8-ste juli was het de 20-ste verjaardag van het verschrikkelijk bloedbad van La Unión en onze Gemeenschap verbleef op de plaats waar onze 6 leiders met kogels werden doorzeefd . Dat was volop midden in de nederzetting en in aanwezigheid van alle families en van externe metgezellen. Ook op dat moment was er een strikte coördinatie tussen militairen en paramilitairen. Het leger kwam eerst toe om alle details voor te bereiden. Daarna kwamen de paramilitairen om de barbarij uit te voeren. En wanneer de Holocaust zich voltrok vloog een helikopter van de 17-de Brigade over de plaats van de misdaad. Maar bovendien verbood het leger dat jongeren die op dat moment van het veld kwamen deze plaats zouden betreden. En wanneer ze daarna verklaringen aflegden over wat ze gezien hadden, vermoordden ze hen. Nu hebben verschillende machten van de Staat hun rangen gesloten rond het leger en de paramilitairen, die geprobeerd hebben de Raad van Gemeentelijke Actie van La Unión te doen aansluiten bij hun zaak, om te verhinderen dat onze Gemeenschap de verschuldigde eer zou betuigen aan haar martelaren. Dit door de plaats waarop zij hun bloed vergoten te wijden aan hun gedachtenis. Maar zowel militairen als paramilitairen als op sleeptouw genomen gemeentelijke raden wensten de wetten en decreten met de voeten te treden die de Staat zelf had uitgevaardigd, misschien onder internationale druk, om de gedachtenis te beschermen van hen die afgeslacht werden.

Het echte virus dat ons territorium reeds sedert geruime tijd besmet heeft is het paramilitaire virus. Evenwel is er geen enkele instelling die ook maar iets doet om het uit te roeien. Deze ziekte groeit elke dag sterker tot het punt dat de boerenbevolking eindigt met het verkopen of in de steek laten van haar gronden om op zoek te gaan naar zuivere lucht op andere plaatsen waar ze zou toekomen als ontheemde.

De barbaarsheid die men in de zone beleeft is zodanig dat de school zelf, die het Gemeentebestuur en het Secretariaat voor Onderwijs van Apartadó recent bouwde, het toneel is geworden, dat de paramilitairen gebruiken om de burgerbevolking gedwongen te doen samenkomen. De Regering denkt enkel aan haar gunsten en belangen, terwijl het paramilitarisme de mensen vermoordt, die op zoek zijn naar manieren om in hun precaire omstandigheden te overleven. Hoeveel leiders en sociale activisten hebben hun leven gegeven om een betere wereld te bouwen voor hun families en vrienden? Hoeveel gedemobiliseerden van de vroegere FARC-EP werden vermoord bij hun poging om een nieuw leven op te bouwen? Maar hieraan besteedt de Regering niet de minste zorg en het kan haar weinig schelen wat in de regio’s in het land gebeurt die onderworpen werden en verstikt door dat virus dat de monsterlijke effecten van de wapens van de Staat vergroot.

Onze Gemeenschap wil getuigenis afleggen van de volgende feiten die recent gebeurden:

Op zaterdag 27 juni 2020 overdag toen een lid van onze Vredesgemeenschap naar huis terugkeerde in het gehucht Mulatos van San José de Apartadó, stelde het vast dat ze hem een pak folders hadden nagelaten waarin gezinspeeld werd op het verbod op jagen op dieren, ondersteund door de raden voor gemeentelijke actie van Toribio, Mandarinos, Arenas, Galleta, Tío López, Nuevo Antioquia, La Ahuyama, La Esperanza, Mulatos Cabecera, Mulatos Medio, La Hoz, Rodoxalí, Las Monas en Las Pavas. Volgens deze folder zal de boete voor iemand die jachtactiviteiten onderneemt één miljoen pesos (1.000.000) Pesos (zo’n 250,00 Euros)bedragen. Zoals men heeft kunnen achterhalen was deze norm onbekend bij de gemeentelijke associaties van Apartadó noch bij de instellingen die belast zijn met de bescherming van de fauna. Daaruit leidt men daarom af dat het gaat over een mandaat van de paramilitairen, omdat reeds in gedwongen bijeenkomsten die de paramilitairen hielden met de burgerbevolking verwezen werd naar deze norm. Zo gebeurde het in de bijeenkomst die ze bijeenriepen op 12 juni 2020 in het gehucht Mulatos Medio, juist in de recent gebouwde school door het Gemeentebestuur en het Secretariaat voor Onderwijs van Apartadó. Daar verboden ze aan de burgerbevolking jachtactiviteiten te verrichten en bedreigden ze hem die dat toch zou doen met een boete van een miljoen Pesos, geld dat zou geschonken worden aan de Raad voor Gemeentelijke Actie. In geval hij die niet betaalde zouden het de paramilitairen zijn die zouden binnenkomen om ze te innen.

 

Op zondag 5 juli 2020 werd onze Gemeenschap ingelicht dat de paramilitairen een gedwongen bijeenkomst hadden belegd met de burgerbevolking in het gehucht La Esperanza van San José de Apartadó. Volgens de aangebrachte informatie namen er o.a. ook bewoners van de gehuchten Mulatos Cabecera en Mulatos Medio deel. Deze bijeenkomst werd voorgezeten door een nieuwe paramilitaire bevelhebber, waarvan men de naam nog niet kent en blijkbaar is de taak die hij uitoefent om de burgerbevolking te controleren en te onderwerpen nieuw voor hem. Tijdens de bijeenkomst vielen de paramilitairen onze Gemeenschap aan en ze verwittigden de bewoners van de andere gehuchten publiekelijk dat ze zich er moesten op voorbereiden dat er in de Vredesgemeenschap enkele personen zijn die uit de weg moeten geruimd worden omdat ze ingrijpen op hun plannen en dat ze reeds foto’s hadden van hen die vermoord zullen worden.

 

Op woensdag 15 juli 2020 werd ’s morgens in de stad San Vincente del Caguan, Departement Caquetá, het levenloze lichaam gevonden van MARIO CARMINE PACIOLLA, die gedurende de jaren 2016 tot 2018 vrijwilliger was van PBI (Peace Brigades Internacional) van het team van Bogota. Zijn engagement voor de verdediging van de mensenrechten was bewonderenswaardig. Bij één gelegenheid was hij, als begeleider van PBI bij onze Vredesgemeenschap in La Unión op één van onze Kerstfeesten. Vanaf 2018 tot op de dag van zijn dood zette hij zich in als vrijwilliger voor de Missie II van de UNO in Caquetá. Als Vredesgemeenschap verheffen wij eens te meer onze stem om hulp ten aanzien van de barbaarsheid die men in Colombia beleeft. Ze zijn ons traag maar systematisch aan het vermoorden in elkeen van de regio’s en vervolgens stellen de communicatiemedia de feiten voor als toevallig en onsamenhangend, en ze schrijven ze toe aan persoonlijke problemen, aan gewone criminaliteit of aan zelfmoord, als methode om de realiteit af te dekken. Volgens info had Mario zelf zijn vrees uitgedrukt voor vervolgingen tegen personen die hij kende in de zone. We begrijpen niet waarom de Missie II van de UNO hem geen bescherming bood en iets nog meer onbegrijpelijk en pijnlijker, waarom bevond hij zich alleen tegenover een zo’n machtig fenomeen als het paramilitarisme dat open en bloot opereert in heel het land. Vanuit onze Vredesgemeenschap zenden we ons meest oprechte medeleven naar zijn familie. Veel knuffels van op afstand , want Mario was een vriend en broeder in de strijd voor de verdediging van de mensenrechten. Tot altijd, Mario!

 

Op zaterdag 18 juli 2020 werd een feest georganiseerd in de huizenblok van La Unión . Gedurende de dag waren er sportieve evenementen, zoals voetbalmatchen, en ’s avonds was er een samenspel van dans, wanorde en sterke drank. Daaraan namen bekende paramilitairen deel en veel mensen die uit de stedelijke zone van Apartadó kwamen. Ze schonden hiermee de quarantaine, iets nog ernstigers, in deze momenten dat de pandemie zich met veel kracht uitbreidt in de regio van Urabá.

 

Dezelfde zaterdag 18 juli 2020 rond 8:00 ’s morgens hielden paramilitairen, die de zone controleren op de weg die leidt naar het gehucht Vigilancia, van de gemeente Cúcuta, in een landelijke zone van de gemeente Cúcuta ( van het departement Norte de Santander) het voertuig tegen waarin de boer ERNESTO AGUILAR BARRERA zich verplaatste. Ernesto is 34 jaar, is lid van de Boerenassociatie van El Catatumbo (ASCAMCAT) en van de Raad voor Gemeentelijke Actie van het gehucht Vigilancia . Ernesto werd meegenomen samen met een andere persoon, langs de weg die leidt naar het gehucht Totumito, van het district Banco Arena van Cúcuta en ze werden op dit traject vermoord. Twee uur later rond 10:00 uur ’s morgens drongen dezelfde paramilitairen, volgens de bewoners van de zone, in het gehucht Totumito-Carboneras van de gemeente Tibú de boerderij La Fortuna binnen en ze hielden de boeren die zich daar bevonden onder schot en ze folterden ze. Zes van hen werden vermoord met vuurwapens en met steekwapens. De rest van de boeren konden de plaats van het bloedbad ontvluchten. De feiten veroorzaakten een ontheemding van meer dan 400 personen. Volgens het Kantoor van de Ombudsman voor de Mensenrechten was er reeds een Vroegtijdige Waarschuwing uitgegeven in de maand maart van 2020 (AT N. 011-2020) die de situatie van deze zone onder het toezicht en de extreme aandacht van alle autoriteiten had moeten plaatsen. Onze Vredesgemeenschap heeft herhaalde malen samen met ASCAMCAT deelgenomen aan de uitwisseling van kennissen waarnaar de Boerenuniversiteit van het Verzet op zoek gaat. We voelen dit misdrijf dan ook aan als was het in eigen vlees.

 

Er zijn veel stemmen in de wereld die zich tegen de Colombiaanse Regering hebben uitgesproken voor haar onbekwaamheid om de rechten van de burgers te beschermen en erover te waken. Want de vermenigvuldiging van de moorden op sociale leiders , op gedemobiliseerden van de FARC en van de verkrachtingen op minderjarigen door de publieke Strijdkrachten en door het paramilitarisme heeft het hoogste punt van cynisme bereikt. Op 6 juli 2020 ll. vroegen 94 Congresleden van de Verenigde Staten in een brief aan President Trump via zijn Staatssecretaris Mike Pompeo, dat hij druk zou uitoefenen op de President van Colombia, om de sociale leiders en de kwetsbare gemeenschappen, zoals onze Vredesgemeenschap, te beschermen. Daartoe eisen ze respect voor hun mechanismen van zelfbescherming en de toelating van internationale begeleiding, ook gedurende de pandemie.

 

Opnieuw bedanken we de personen en gemeenschappen op verschillende plaatsen in het land en in de wereld. Vanuit hun hart hebben ze ons vergezeld in deze meer dan 23 jaar gemeenschap en ondanks de afzondering door de pandemie blijven ze elke dag de Colombiaans Regering onder druk zetten om het leven te beschermen. Onze oprechte dank om dit levensproces te volgen en om ons bovendien moreel aan te moedigen om onze principes te verdedigen.