Het is immoreel en onwettig te gehoorzamen aan criminele knevelingen

Onze Vredesgemeenschap van San José de Apartadó ziet zich opnieuw genoodzaakt om getuigenis af te leggen aan het land en de wereld over de ernstige agressies en schendingen van haar rechten die de laatste maanden gepleegd werden.

Op dit moment worden in de zone heel wat commentaren gehoord over de strijd voor de gewapende controle over ons grondgebied.  Die zou betwist worden door vanouds gekende paramilitairen, door recent aangekomen guerrilla of gewapende personen, sommigen met armbanden van het ELN (Ejército de Liberación Nacional), veronderstelde dissidenten van de FARC en eenheden van de publieke Strijdkrachten. Het is erg verontrustend dat een regio, die zo erg getroffen is door vele jaren van geweld, moet onderworpen worden aan een meedogenloze oorlog,  met  een totaal gebrek aan bescherming door de Staat.

In de laatste weken werd er gesproken over confrontaties in de zone van de rivier Manso in El Sinú, Departement Córdoba. Klaarblijkelijk zijn er disputen tussen paramilitairen van de AGC (Autodefensas Gaitanistas de Colombia) en gewapende groepen die beweren van het ELN te zijn. Ze proberen controle te verwerven over de corridor tussen de rivier Sinú en Dabeiba, Dep. Antioquia    en de Nudo de Paramillo.

De paramilitaire controle in de gehuchten van San José de Apartadó blijft domineren, want de intensieve paramilitaire aanwezigheid in erg strategische punten is opmerkelijk. In sommige gehuchten waar ze hun grote kampen hebben en waar ze heel de tijd gewapend verblijven zonder ook maar gestoord te worden, hebben de Publieke Strijdkrachten gewild ook maar iets te doen.  De Publieke Strijdkrachten, die hen het hoofd zouden moeten bieden en hun kampen zouden moeten ontmantelen en de burgerbevolking zouden moeten beschermen, doen niets om hun aanwezigheid en hun optreden te verhinderen, ofschoon ze reeds vele jaren daar zijn en  ofschoon er dringende oproepen gedaan werden aan hun opperbevelhebbers om iets te doen. Dit is te verontrustend en walgelijk en onthult een Staat die geen Staat is. Nu zijn er een reeks namen bekend in de gehuchten omdat ze informatiepunten (spionnen) zijn of voormannen van de paramilitairen ,zoals  daaronder meer zijn: alias Caballo, Majute, Pantera, Peña, Darío, Cementerio, Nueve, Chiquito Malo, Pueblito, Alfredo,Alcadio, Elías Giraldo, Pollo.

Onze gemeenschap heeft altijd de aanwezigheid van het paramilitarisme kunnen vaststellen in de gehuchten van San José en zelfs in her dorpscentrum van San José. Een paar dagen geleden hielden we een pelgrimstocht door de gehuchten, waaronder Mulatos, La Resbalosa en La Esperanza, waaraan journalisten en internationale begeleiders deelnamen. Bij onze doortocht konden we op de wegen gecamoufleerde en gewapende mannen zien en bovendien een sterke aanwezigheid van “punten” of informanten ten dienste van het paramilitarisme,  die zich bevinden in huizen van burgers. Ze dragen communicatieradio’s (zendapparatuur) en korte wapens. In twee boerderijen waar een concentratie was van paramilitairen, hadden we die reeds vastgesteld op 30 maart laatstleden (Goede Vrijdag) wanneer we daar passeerden op de route van de Kruisweg . Op dat moment deden we op nationaal en internationaal niveau de aanklacht waarbij we gefilmde getuigenissen van hun criminele aanwezigheid toonden op de sociale media. Maar noch de regering, noch de publieke Strijdkrachten, noch de controleorganen van de Staat deden absoluut niets.   Acht maanden later bevinden ze zich geconcentreerd in exact dezelfde plaatsen. Kan men een groter bewijs leveren van de medeplichtigheid van de Staat met deze criminele groepen? Waar blijft de Constitutie, waar blijven de wetten, de internationale verdragen, de mensenrechten en de menselijke waardigheid? Ze trekken er niets van aan? Ze geven er alleen om het zwijgen op te leggen aan wie die waarheid probeert te onthullen aan de maatschappij en aan de wereld.  Daarom dat ze het gemunt hebben op onze Vredesgemeenschap, door ons voogdij op te legen om ons te doen zwijgen, zodat we niet zouden onthullen wat we zien en moeten lijden, opdat we hun misdaden zouden verzwijgen voor het land en de wereld.

De feiten waar we getuigenis van afleggen zijn de volgende: 

Op zaterdag 24 november 2018 om 10:40 uur, toen onze Vredesgemeenschap zich op pelgrimstocht bevond door de gehuchten  Mulatos, La Resbalosa en La Esperanza, met internationale begeleiding en met journalisten van radio en televisie, kon men de aanwezigheid vaststellen van een groep paramilitairen die kampeerden in de private eigendom van Mr. Aníbal (in Mulatos Medio) en van Mr. Muñoz (in La Esperanza). Ze waren gewapend en droegen camouflage-uniformen. Ze bevonden zich op dezelfde plaatsen waar we hen ontmoetten op 30 maart van dit jaar, wat bewijst dat ze niks aantrekken van de aanklachten en als zij zich er niets van aantrekken dan is het omdat ze zich beschermd weten door de Staat.

Op maandag 26 november 2018 ’s morgens kwam informatie van sommige bewoners waarin beweerd werd dat in het gehucht Mulatos  troepen van de 17-de Brigade een paramilitair zouden aangehouden hebben die hen een vondst met oorlogstuig zou overhandigd hebben. Over dit feit is er nog geen bevestigde informatie. Er bestaat hierover absolute stilte.

Op woensdag 28 november 2018 overdag werd een zware ontploffing gehoord in de sector die gekend is als El Barro  van het gehucht Mulatos Medio. Klaarblijkelijk zou het een landmijn geweest zijn die ontploft zou zijn door toedoen van militairen van de 17-de Brigade.

Op woensdag 28 november 2018 schonden militairen van de 17-de Brigade de private eigendom van een lid van onze Vredesgemeenschap  in het punt gekend als El Barro in het gehucht Mulatos Medio. Daar laadden zij zonder toelating van de eigenaars van de woning  hun GSM op en toen de eigenaar van de boerderij eiste dat ze zich zouden terugtrekken van zijn eigendom, was het antwoord dat hij de (eigendoms)geschriften moest tonen voordat zij zich konden terugtrekken. Dat verplichtte het lid van onze Gemeenschap ertoe weg te gaan tot bij een familielid, om niet tussen de militairen te zitten omdat ze zich in zijn huis bevonden en hem in groot gevaar brachten ten overstaan van de sterke aanwezigheid van gewapenden van andere groepen die hem plots schade zouden kunnen komen  aanrichten.

Op vrijdag 30 november 2018 overdag werd een grote confrontatie vastgesteld in het gehucht La Miranda . Ofschoon er nog geen meer nauwkeurige informatie werd gegeven, toch weet men dat in de gehuchten La Miranda , Miramar en La Cristalina bekende paramilitairen, die het territorium controleren en de bewoners bedreigen om hun macht  te vestigen, rondlopen.

Op maandag 3 december 2018 vaardigde de vrouwelijke Rechter van het Tweede Promiscue Gerechtshof van Apartadó, Mariela CÓMEZ CARVAJAL, een aanhoudingsbevel uit tegen onze Wettelijk Vertegenwoordiger Germán GRACIANO POSSO, en ze legde hem bovendien  nog een geldboete op. Dit voor het niet gehoorzamen aan een Actie van Voogdij die door de 17-de Brigade werd ingediend tegen onze Vredesgemeenschap. Daarin werd hem bevel gegeven  zijn woorden terug te trekken en de historische  getuigenissen van de website te halen, die wij daar als Gemeenschap hebben op gezet om het land en de wereld in kennis te stellen van agressies, wandaden , schendingen van onze rechten en van onze menselijke waardigheid die we aanklagen. 

Als de Gemeenschap haar toevlucht zocht in het middel van de HISTORISCHE GETUIGENISSEN of AANKLACHTEN dan was dat omdat alle andere middelen ter verdediging van het leven en de waardigheid totaal ondoeltreffend en contraproductief waren. De Gemeenschap moest het Gewetensbezwaar, op basis van het Artikel 18 van de Grondwet van Colombia, inroepen, omdat na 8 jaar een beroep te hebben gedaan op wat men in Colombia Justitie noemt, men niet alleen geen enkele justitie bereikte maar men ook oog in oog kwam te staan met de meest afschuwelijke corruptie en straffeloosheid. Men deed ook een beroep op het Recht op Petitie, voorzien in de Grondwet, om van de Presidenten te eisen dat ze hun verplichting zouden nakomen om de rechten van de burgers te waarborgen (Art. 188). Maar de Presidenten wilden evenmin waarborgen geven voor onze levens,waardigheid en rechten. Ze hielden zich doof en blind en hun juridische secretaressen (zoals de huidige grondwettelijke magistraat Cristina Pardo)voerden aan dat waarborgen bieden niet tot de competentie van de President behoorde. We deden ook een beroep op internationale tribunalen, maar daar passeren decennia en decennia in procedures zonder ook maar iets op te lossen. Het enige wat ons over bleef als bescherming was een beroep te doen op Historische Getuigenissen zodat het land en de wereld zouden weten wat wij dagdagelijks lijden als schending van onze rechten en van onze waardigheid.  Nu willen de militairen, die achter de meerderheid van de meer dan 1000 misdaden tegen de menselijkheid, die wij  moesten lijden, zaten, ons de mond afstoppen, ons doen zwijgen,  ons een prop in de mond duwen. Ze willen dat de wereld hun verschrikkingen en medeplichtigheden niet  te weten komt . Ze zeggen dat het “hun imago schaadt”, maar het is niet onze klacht die hun imago schaadt, maar het zijn wel de feiten die zij bedrijven, die ons doen schreeuwen om medelijden en solidariteit.  De militairen willen ons straffen voor “ongehoorzaamheid” aan een order van kneveling die niet alleen anti-ethisch is maar ook crimineel  en die we in geweten niet kunnen gehoorzamen. Die gehoorzamen zou betekenen medeplichtig te zijn met de daders die ons lastig vallen, ons vervolgen en onze rechten met de voeten treden.  Het zou betekenen dat we masochisten zouden worden, personen die aanvaarden om zich zonder enig protest te laten vernietigen en te laten uitroeien. Verstandige mensen weten dat die houding absurd zou zijn van onzentwege.  In geweten kunnen we de kneveling, de medeplichtigheid met het verbergen van de misdaden, de stilte ten aanzien van deze wandaden niet laten gebeuren.  Niemand met een minimum aan gezond verstand en aan menselijkheid kan deze absurde voogdij gehoorzamen.

Maar bovendien: Wat een ironie! Die militairen die ons vandaag beschuldigen van het niet gehoorzamen van de beruchte kneveling, waarmee ze ons recht om eerbied te eisen voor het leven en onze waardigheid,  het zwijgen willen opleggen, zijzelf zijn kampioenen in het niet gehoorzamen.   Ze hebben meer dan 10 jaar lang de orders van het Grondwettelijk Hof (in theorie het hoogste Hof van de Staat) niet gehoorzaamd. Dit Hof dat hen heeft gevorderd de namen te geven, de institutionele codes, de eenheden waartoe ze behoren en de lijn in de bevelvoering van alle officieren, onderofficieren, soldaten en politieagenten die aanwezig waren op de plaatsen, data en uren waarop honderden misdaden tegen de menselijkheid werden bedreven tegen onze Vredesgemeenschap.  Ze hebben niet gehoorzaamd aan het hoogste Gerechtshof (Vonnis T-1025/07; Bevel 164/12 en Bevel 693/17) zelfs wanneer het Hof hun orders aan hen heeft herhaald en hen dwingende deadlines gaf, ook dan hebben ze niet gehoorzaamd. Het is een hardnekkig, koppig, uitdagend gebrek aan gehoorzaamheid. Ze blijven evenwel geloven dat ze “legaal” zijn, dat ze afgedekt zijn met wettigheid. Wat een blindheid!

Er zijn ironieën die folteren.  Van onze Wettelijk Vertegenwoordiger  Germán GRACIANO POSSO, tegen wie ze nu een arrestatiebevel hebben uitgevaardigd, hebben ze 17 familieleden vermoord, waaronder zijn vader, zijn broers, ooms, neven en andere verwanten. Op 29 december laatstleden kwamen ze hem vermoorden en, God zij dank, lukten leden van onze Gemeenschap erin de moordenaars te immobiliseren en te ontwapenen.  Maar hetzelfde gerechtshof dat hem vandaag wil arresteren, liet de moordenaars vrij en voerde aan dat hun rechten geschonden werden (enkel hun “recht om te moorden” kon geschonden zijn) en tegelijk opende het een proces tegen onze Gemeenschap voor het “gijzelen” van de moordenaars. Het lijdt dus geen twijfel voor de rechter dat men de moordenaars moest toelaten te moorden en dat onze Gemeenschap onze Wettelijk Vertegenwoordiger moest laten vermoorden.  Welke andere interpretatie is daar mogelijk?  Maar Germán houden ze aanhoudend onder doodsbedreiging. Familieleden van de moordenaars van december ll.  zijn naar bewoners van San José gekomen om er bij hen op aan te dringen dat voor het beëindigen van dit jaar Germán moet vermoord zijn.  Misschien wil de rechter hem nu aanhouden op een plaats waar ze hem gemakkelijk kunnen vermoorden. Al die misdaden verkeren in absolute straffeloosheid omdat de Colombiaanse Staat niet heeft geluisterd naar de schreeuw voor gerechtigheid, niet alleen van onze Vredesgemeenschap, maar ook van internationale organismen en tribunalen, van parlementen en mondiale humanitaire instellingen, van solidaire persoonlijkheden en gemeenschappen van talrijke landen. Onze Staat luistert niet naar alle klachten voor gerechtigheid . Het volstaat de verschrikking te zien die we vandaag beleven: honderden sociale leiders vermoord en de Staat negeert deze galopperende criminaliteit. Hij wil niet optreden. Het enige antwoord op al deze verschrikking is de straffeloosheid. Het interesseert hem alleen maar om ons te knevelen die schreeuwen voor iets van gerechtigheid en van bescherming. Onze laatste pelgrimstochten hebben ons duidelijk gemaakt dat de Staat niet wil optreden - zelfs niet van ver - om onze Gemeenschap te beschermen: de paramilitairen waren bewapend en in uniform aanwezig in dezelfde boerderijen waarin we hen ontmoet hebben 8 maanden geleden, beschermd door Publieke Strijdkrachten die hen “neven” noemen en die samen met hen vertrekken en die enkel hen willen vernietigen die kritiek hebben op de aberratie van hun sociale en territoriale controle.

Met dit bevel van arrestatie en boete van de Rechter Mariela Gómez Carvajal  schrijft ze zich in in de lange lijst van gerechtelijke operatoren die de slachtoffers vervolgen en de daders verdedigen, waardig om een erezetel te bezetten te in de schandelijke galerij ingesloten in ons Recht van Petitie aan de hoge Gerechtshoven van de Staat  (19 januari 2009) waarin we aantonen hoe geen enkel leidend principe van de strafprocedure wordt geëerbiedigd maar wel schandelijk met de voeten getreden. Wat een pijn van het land!

Voor al deze redenen zullen we niet zwijgen voor de misbruiken waaraan we elke dag die voorbijgaat onderworpen zijn en dat alles om een model te zijn van leven en gemeenschap waarin geen dodelijke wapens worden toegelaten noch enige co-existentie met hen die ze hanteren om levens te vernietigen, of het nu de onze zijn of die van de boeren van onze omgeving.

We bedanken eens te meer alle personen die ons geschreeuw vanuit onze onmacht beluisterd hebben, omdat het enige dat ons overblijft is getuigenis af te leggen voor het land en de wereld van ons lijden, in deze oneindige oceaan van straffeloosheid en corruptie, maar ook hiervan willen ze ons beroven en ons tot zwijgen brengen met zulke absurde voogdij.