Het paramilitarisme dat zijn moordend instinct opnieuw bevestigt

Onze Vredesgemeenschap van San José de Apartadó ziet zich opnieuw genoodzaakt een beroep te doen op het land en de wereld om getuigenis af te leggen van de laatste feiten waarvan we slachtoffer zijn geworden, te wijten aan het voortdurend opereren van een paramilitarisme dat rekent op de actieve en passieve medeplichtigheid van alle instellingen en dat haar totale overheersing over onze regio progressief verstevigt.

23 jaar geleden gingen we ermee akkoord een Vredesgemeenschap te vormen die geen deel neemt in het gewapend conflict en die weigerde enige ruimte te delen of op welke manier dan ook samen te werken met welke type van gewapende partij dan ook. Sindsdien waren er voortdurend agressies, bestaande uit moorden, gedwongen verdwijningen, folteringen, illegale gevangennemingen, bombardementen, ontheemding, lastercampagnes, smaad, plunderingen, vernietiging van woningen en gewassen, overvallen en gewapende aanvallen, het gewapend binnendringen van onze levensruimten, bedreigingen, montages, verkrachtingen, ontwijding van lijken en gewijde plaatsen, memoricides, invasies , paramilitaire controles en allerlei stigmatiseringen. Dit allemaal door de macht van zowel legale als illegale wapens. Maand na maand hebben we alle agressies die ons treffen geregistreerd. We registreerden ook de medeplichtigheid van de Regering en de instellingen van de Staat in al deze barbaarsheid tegen wie anders denkt in onze regio en in de rest van het land.

Moord blijft de meest doeltreffende manier om zich te ontdoen van iemand die zich niet onderwerpt. In deze laatste twee jaren deed de paramilitaire structuur,die al het smerige werk van de regering doet, lijsten van te vermoorden personen circuleren, naast de honderden levens die al geëlimineerd zijn. Het zijn lijsten die naar de letter worden uitgevoerd en die de tolerantie duidelijk maken van de controleorganismen, van het gerechtelijk apparaat. En ook de verantwoordelijkheid van de bevelvoering van het Staatshoofd, door de Grondwet aangesteld als de hoogste persoon die borg staat voor de fundamentele mensenrechten, zoals het recht op leven, op integriteit en op de individuele en collectieve basisvrijheden.

In de afgelopen dagen werden we opnieuw geconfronteerd met de vernietiging van een burgerleven door toedoen van de paramilitairen, met het routinematige antwoord van de Staat: ze kunnen niet eens de lijkschouwing afwikkelen omdat “er geen condities van veiligheid voorhanden zijn voor de staatsagenten”. Wij vragen ons af over welke soort van onveiligheid men spreekt, wanneer leger, politie en de overige officiële instellingen in het petieterig dorp van San José samenleven met leden en bevelhebbers van het paramilitarisme, verantwoordelijk voor deze laatste misdaad, en wiens bevelhebbers lijsten uitwerken van te vermoorden mensen. Daarom twijfelt onze Gemeenschap er niet aan de grootste verantwoordelijkheid toe te schrijven aan de verschillende Staatsniveaus die aanwezig zijn in het district, zoals de 17-de Brigade van het leger en de Politie van Urabá, instellingen die bekennen onze getuigenissen te hebben ontvangen. Het zijn getuigenissen waarin hun routes van aanwezigheid en de gewelddadigheden van de paramilitairen onthuld worden, met inbegrip van hun aliassen en niet zelden van hun echte namen en van hun GSMnummers, waarmee ze bedreigingen uitten en hun misdaden aankondigden. Er waren zelfs video’s bij die gemaakt werden op boerderijen van de zone, waarin zij hun bewapende en geüniformeerde illegale troepen concentreren. Maat NOOIT GEBEURT ER IETS. ALLES BLIJFT HETZELFDE OF WORDT ERGER.

De feiten waarvan we deze keer getuigenis afleggen zijn de volgende:

In de dagen voorafgaand aan 21 februari 20020 (verjaardag van het gruwelijk bloedbad van Mulatos en La Resbalosa) zouden de paramilitairen, volgens informatie van de bewoners van de zone, een bijeenkomst belegd hebben met de burgerbevolking van het gehucht Mulatos.

Op zondag 23 februari 2020 lanceerde de jonge paramilitair, gekend in de zone als “KALET”, die een gedemobiliseerde is van de FARC-EP en een begunstigde van het demobilisatieprogramma van de Nationale Regering, ernstige bedreigingen tegen onze Vredesgemeenschap. Hij verklaarde: “Ik rust niet voordat ik naar La Holandita ga en het bloed zal zien vloeien van deze hoerenjong gemeenschap.

Dezelfde zondag 23 februari 2020 zou het Leger, volgens info van bewoners, een bijeenkomst belegd hebben met de burgerbevolking van het district van Nuevo Antioquia van Turbo, klaarblijkelijk om het thema aan te kaarten van de weg van Nuevo Antioquia/Playa Larga/Rodoxalí/La Esperanza/Mulatos, die reeds geopend werd door een bres te slaan zonder dat daar ook maar enige toelating toe gegeven werd. Volgens de ontvangen informatie werd er geen licentie verleend, maar het leger raadde de burgerbevolking aan de weg op clandestiene wijze te blijven uitgraven, met machines van de Brigade. Want eens aangelegd, blijft er geen andere uitkomst meer voor de regering dan om hem te legaliseren. Dezelfde woorden werden vorig jaar uitgesproken door de paramilitairen in de gehuchten La Resbalosa van San José de Apartadó, Baltasar en andere gehuchten van de districten van Batata en Frasquillo van de gemeente Tierralta van Córdoba, bij het aan de burgerbevolking verklaren dat ze hen zullen helpen bij het illegaal elektrificeren van die gehuchten, zodat achteraf de onderneming EPM1 de elektrische energie zou moeten legaliseren omdat ze reeds geïnstalleerd werd.

Op woensdag 26 februari 2020 bevond een groep paramilitairen in burgerkleren en met lichte wapens zich in de woning van een burger, zo’n 180 meter van de rivier El Cuchillo van het dorpscentrum van San José, waar ze sterke drank dronken en met hun wapens de burgerbevolking die daar voorbij kwam schrik aanjoegen.

Dezelfde woensdag 26 februari 2020 was een sterke aanwezigheid te merken van paramilitairen met militair uniform en zware wapens in de omgeving van de gehuchten Mulatos Alto en Mulatos Medio van San José de Apartadó.

Op donderdag 27 februari 2020 doorkruisten twee paramilitairen, die de private ruimten van Vredesgemeenschap in het gehucht Mulatos bespioneerden, het Vredesgehucht Luis Eduardo Guerra. Ze droegen lichte wapens en communicatieradio’s.

Op vrijdag 28 februari 2020 werd onze Vredesgemeenschap op de hoogte gebracht van de aanwezigheid van een groep paramilitairen met een kap over het hoofd in de zone tussen de gehuchten El Salto, El Guineo en El Gas van San José de Apartadó. Volgens info van bewoners, joegen de paramilitairen daar een familie, die kwam werken op een stuk grond van hun eigendom,schrik aan. De familie trok zich opnieuw terug uit de zone uit vrees vermoord te worden.

Op zaterdag 29 februari 2020 tussen 6:00 en 7:00 uur ’s morgens werd vlak bij zijn huis, in het gehucht La Miranda van San José de Apartadó, de Heer AMADO TORRES , bewoner van dit gehucht en lid van de Raad van Gemeentelijke Actie van het gehucht, vermoord. Volgens de ingewonnen informatie, kwamen mannen met zware wapens en met uniformen voor uitsluitend gebruik door de militaire strijdkrachten, naar zijn huis. Ze namen hem mee naar buiten en ze vermoordden hem met verschillende kogels in zijn hoofd. Zijn zoon van 20 jaar, Carlos Andrés Torres was vermoord door soldaten van het Nationale Leger in het gehucht Caracolí op 9 april 2013, toen hij op het punt stond terug te keren naar zijn gehucht nadat hij landbouwproducten had meegenomen om te verkopen in Caracolí. Alles wijst erop dat de paramilitairen zijn vader, Don AMADO, hadden veroordeeld omwille van de autonomie die hij jegens hen vertoonde, door zich niet te onderwerpen aan hun verplichtingen, door vrijelijk de inkomsten van zijn boerderij te beheren en door hen te weigeren hun illegale belastingen of “inentingen” te betalen, die zij van hem eisten. De gerechtelijke organismen weigerden naar het gehucht te gaan om de lijkschouwing te doen, terwijl ze ironisch genoeg “redenen van veiligheid” aanhaalden, terwijl iedereen hun nabijheid en medeplichtigheid met de paramilitairen vaststelt, door op zijn minst de overweldigende straffeloosheid te garanderen die in de regio heerst, die de grootste schuldige is voor de heersende criminaliteit . Toevallig was die dag President Iván Duque op bezoek in Apartadó, samen met ex-president Álvaro Uribe, bij vermeende workshops met de benaming “het land opbouwen”. Bij het zich op de hoogte stellen van de misdaad bagatelliseerde hij die en voerde hij aan dat er in de zone veel gewelddadige groepen zijn. De gerechtelijke organen wilden - in een onverantwoorde houding - de familie van het slachtoffer de taak opleggen van de bewijzen van de moord te verzamelen, door aan de slachtoffers zelf over te dragen wat hun eigen betaalde opdracht is. In de plaats van op professionele manier hun taak uit te oefenen, boden de Strijdkrachten via de Nationale Commandant van de Politie, Generaal Óscar Atehortúa, beloningen aan in geld – ditmaal van 20 miljoen pesos 2– aan de burger die info zou geven over de daders van het misdrijf. Dit was wat ze deden. Zo wordt in Colombia de taak van de organen voor strafinstructie vervangen door een beroep te doen op een perverse methode die zich leent tot de meest beruchte manipulaties en montages. En terloops ruïneren ze de openbare moraal , door de mensen te leren dat de aanklacht een lucratieve koopwaar is, telkens meer verwijderd van een ethische oefening en waarin de voedingsbodem wordt verfijnd voor valse getuigenissen , gerechtelijke montages en voor de diepgaande vernietiging van elk moreel bewustzijn.

Op zondag 1 maart 2020 kwamen commentaren bij onze Vredesgemeenschap toe dat de paramilitairen vooruitgang boekten bij de gedwongen aankoop van gronden in de zone van Caraballo, in het gehucht Arenas Bajas van San José de Apartadó. Het zijn reeds veel eigendommen van gronden die deze paramilitaire groep heeft verworven door bedreiging van de eigenaars, die uiteindelijk hun eigendom verkopen uit vrees van vermoord te worden.

Dezelfde zondag 1 maart 2020 ’s nachts werd de Heer JOSÉ POLICARPO CATAÑO met de dood bedreigd in de huizenblok van San José door drie mannen die volgens informatie deel uitmaken van de paramilitairen en die bekend zijn in de zone: Darío Tuberquia, drugsdealer, Jairo Borja en Yeison Osorno. Ze stonden klaar om hem met vuurwapens te beschieten.

Op maandag 2 maart 2020 overdag kwam informatie toe bij onze Vredesgemeenschap over een lijst die bij de paramilitairen in San José zou circuleren, van te vermoorden personen die vervolg geeft aan de genoemde lijst waarvan ze reeds Deimer Usuga hebben vermoord op 16 januari 2019, Yeminson Borja op 7 juli 2019, Weber Andrés op 18 augustus 2019 en Amado Torres op 29 februari 2020. En klaarblijkelijk blijft de inhoud van deze lijst er een te zijn van bewoners van de zone en leden van onze Vredesgemeenschap , wiens executies reeds in voorbereiding zijn.

We leggen ook getuigenis af van het feit dat we op 19 juni 2019 een Verzoekschrift (Recht op Petitie)(Rad: Ext. 19-00060721) hebben ingediend bij het Presidentschap van de Republiek met 86 vaststellingen van feiten bedreven tegen onze Vredesgemeenschap tussen 7 augustus 2018 en 23 mei 2019, met een beroep op de artikelen 2, 6, 18 en 189 van de Nationale Grondwet, op de artikelen 7,11 en 20 van de Administratieve Geschillencodex en op het Arrest SU 1184/01 van het Grondwettelijk Hof , Nr. 16-17.

President Duque stuurde dit document door naar het Ministerie van Defensie, wat ingaat tegen de universele juridische traditie, dat de instelling die als dader beschouwd wordt, onderzoek doet tegen zichzelf. Op 17 december 2019 stuurde de Commandant een van de Zevende Divisie een antwoord van 32 bladzijden uitgewerkt door de 17-de Brigade, waarin men verwijst naar 81 van de 86 vaststellingen vervat in het Verzoekschrift. In slechts één geval (13 maart 2019)erkent het dat er militaire aanwezigheid was in Mulatos en dat de schoten te wijten waren aan legertroepen die zich in een zogezegde confrontatie bevonden met een andere gewapende groep. In alle overige gevallen wordt beweerd dat de troepen ver verwijderd waren van de plaatsen van de feiten (tussen 4 en 11 km.). Er wordt beweerd dat de feiten niet “in real time” werden gemeld, dit wil zeggen met voldoende tijd voor het leger om operaties voor te bereiden om daar te zijn wanneer de agressies zich zouden voordoen. Of er wordt beweerd dat de feiten niet duidelijk zijn maar confuus , met slechts precaire informatie, ofschoon alle coördinaten van tijd, plaats en de aliassen of echte namen van de daders werden gegeven, en in verschillende gevallen de nummers van de gsm’s van waar ze belden om te bedreigen.

Dit soort antwoord van de Regering onthult iets heel ernstigs maar dat is wat we hebben meegemaakt in de 23 jaar dat onze Vredesgemeenschap bestaat. De paramilitairen bewegen zich in volle vrijheid door heel het grondgebied, ze verzamelen de bevolking van gehuchten om hen normen op te leggen, om ze te bedreigen en om bij hen illegale belastingen innen, maar hun aanwezigheid valt nooit samen met die van het leger. Alles lijkt op de millimeter berekend en gecoördineerd, zodat wanneer de agressies plaats vinden het leger zich op 4 of meer km. afstand zal bevinden en het zo zal kunnen affirmeren dat “het niet op de hoogte gebracht was” van de feiten en, wanneer er toch aanklachten of vaststellingen gebeuren, dan maken ze een transcriptie van een alinea die uniform gedigitaliseerd werd, waarin ze zeggen dat ze altijd inlichtingen- en controleactiviteiten realiseren om de gemeenschap te beschermen en om te trachten de leden van de “Clan del Golfo”, die hun denkbeeldige en theoretische vijand is, te identificeren. Want ze ontmoeten hem nooit, maar ze beschouwen de paramilitaire structuur niet als illegale partij, waarmee een hoeveelheid concrete namen verbonden zijn, die de Vredesgemeenschap in haar getuigenissen heeft geregistreerd, waarmee het leger en de politie dagelijks en vriendschappelijk optrekt in de huizenblok van San José.

Onnodig te zeggen dat wanneer de vaststellingen verwijzen naar optreden van het Leger dat onmogelijk te verbergen valt , dan “negeert”het document de vaststellingen en ontwijkt het elk antwoord of commentaar. Dit was o.a. het geval bij de Actie van Voogdij tegen onze Gemeenschap om ze tot zwijgen te dwingen wat betreft de agressies (oktober 2018) en bij de druk uitgeoefend door de Rechter, die op haar beurt onder druk was gezet door de 17-de Brigade, om onze Gemeenschap het zwijgen op te leggen.

Onze Gemeenschap beseft dat de Strijdkrachten geen gerechtelijke bevoegdheden bezitten en dat ze daarom “hun handen wassen” voor de absolute straffeloosheid van alle feiten. De President en de verschillende instellingen van de Staat weten erg goed dat onze Gemeenschap geen beroep doet op het gerechtelijk apparaat, omdat ze tot vervelens toe heeft ervaren, en dit gedurende tientallen jaren, dat dit apparaat geen recht verschaft en enkel straffeloosheid en corruptie produceert en bovendien de aanklagers en de getuigen vervolgt. Het is tragisch dat geen enkel van de hoogste Gerechtshoven van de Staat onze aanklachten over de ontelbare bewezen feiten van corruptie, die we hen presenteerden in het Verzoekschrift (Recht op Petitie) van 19 januari 2009 wilden ontvangen en ze hebben geweigerd ze te onderzoeken en ze bij te sturen en ze laten alle corrupte personen hun job behouden. Ethisch en in geweten kunnen wij niet samenwerken met een zo verrot apparaat.

In de Vredesonderhandelingen in Havanna beloofde de Regering doeltreffende maatregelen te nemen om het paramilitarisme uit te roeien. Maar zoals de nationale en internationale gemeenschap maar al te goed weet, heeft ze het paramilitarisme, in de plaats van het uit te roeien, enorm versterkt. Na het Vredesakkoord blijft in onze regio zijn macht groeien. En we merken niet de minste actie van de Staat om het te onderdrukken of uit te roeien. Er bestaat hier dus een monumentale verantwoordelijkheid van de Hoge regering, die ze nooit zal kunnen verbergen voor internationale tribunalen.

Terwijl we de bewijzen van onze tragedie verzamelen en delen met de wereld van de ethiek, waarderen we telkens meer de morele steun van personen en gemeenschappen die ons hun spirituele energie sturen vanuit talrijke plaatsen in Colombia en in veel andere landen ter wereld. Voor hen onze welgemeende dank.

1 Empresa de Servicios Públicos de Medellín = Onderneming van Publieke Diensten van Medellín

2 Dat is meer dan 5.000,00 Euros