Het recht om ons te doden = “fundamenteel recht” van de paramilitairen dat ons vals gerecht verdedigt en beschermt

Onze Vredesgemeenschap van San José de Apartadó ziet zich opnieuw genoodzaakt om getuigenis af te leggen voor het land en de wereld van de nieuwe feiten die onze vorige aanklachten bevestigen en die het voortduren van het beleid van de Staat dat misdadig van aard is en dat door de Regering en door de instellingen van de Colombiaanse Staat herhaaldelijk ontkend wordt, duidelijk maakt. Maar toch wordt dat in de echte realiteit voortdurend in praktijk gebracht en op geen enkele wijze gaat dat voor ons, de slachtoffers, die daar de desastreuze gevolgen van voortdurend moeten doorstaan, niet onopgemerkt voorbij

Op 30 maart 2018, Goede Vrijdag, toen een talrijke groep leden van onze Vredesgemeenschap op weg was tussen de gehuchten La Esperanza en Mulatos Medio, in een traject langs de met bloed bevlekte wegen van onze bergen,  waar de Colombiaanse Staat honderden van onze kameraden heeft afgeslacht, wegen die we dan gewoonlijk doorkruisen in gedenken van de Passie van Christus, die opnieuw  plaats vond in de Passie van Ons Volk en Onze Gemeenschap, konden we een kamp van de paramilitairen ontdekken op de terreinen van de BOERDERIJ VAN DE HEER MUÑOZ. Het fotografisch getuigenis van dit feit verspreidden we weinig uren later via de sociale betwerken.

Op zondag 1 april 2018 wanneer een grote groep leden van de Vredesgemeenschap terugkeerden van het traject van de Kruisweg naar San Josecito en andere gehuchten, kon ze de aanwezigheid vaststellen van een groep paramilitairen in het gehucht Mulatos Cabecera (Mulatos Hoofdplaats).

Gedurende de laatste week (de eerste week van april) kwamen er boodschappen van de paramilitairen die zich gevestigd hebben in het gehucht Playa Larga, waar hun centrale vestiging is gelegen, waarin de leiders van onze Gemeenschap worden aangemaand om in contact te treden met de paramilitaire leiders met de bedoeling tot akkoorden te komen met hen of zo niet zouden ze er toe overgaan hen te vermoorden.  Ze stellen als voorbeeld dat van de gemeenschapsraden  of van boeren of boerderijbewoners die na veel tegenzin zich gedwongen zagen met hen te onderhandelen en zich aan hun richtlijnen en plannen te onderwerpen om in rust te kunnen leven.

Getuigenissen in de zone van het Stuwmeer van Urrá in de gemeente Tierralta, Departement Córdoba, waar onze Vredesgemeenschap verschillende nederzettingen heeft, tonen aan dat de controle op de scheepvaart op het stuwmeer gedurende de nacht door  het Marinecorps is overgelaten aan de paramilitairen en zo verbieden ze alle transport aan de burgerbevolking. Maar men hoort het lawaai van vele motoren, wat onthult dat het paramilitarisme van de drugshandel  de scène ’s nachts domineert voor illegale activiteiten.  Dit stemt overeen met de totale overheersing van het paramilitarisme over de bevolking van de aangrenzende gehuchten, wat veel bewoners ertoe gebracht heeft de beslissing te nemen om te vluchten.

De instellingen van de Colombiaanse Staat en de massamedia van desinformatie blijven droevig genoeg antwoorden aan de internationale gemeenschap dat “er geen groepen paramilitairen meer bestaan”. Dat het realiteiten zijn van het reeds verdwenen verleden. Zo beliegen ze de ganse wereld en zo willen ze het valse beeld projecteren van een land dat tot vrede werd gebracht. Noch de administratieve,  noch de gerechtelijke autoriteiten treden op geen enkele manier op tegen deze groepen. En het helse klimaat van angst en bedreiging, dat wij grote massa’s boeren en gemarginaliseerde sectoren moeten ondergaan door hun verplichtingen, bedreigingen en agressies, kan hen absoluut niets schelen.

Wat betreft het optreden van het gerecht is het verhelderend dat het Openbaar Ministerie van de Natie, in antwoord op internationale entiteiten, verklaarde dat de gevangenneming van de twee paramilitairen die geïmmobiliseerd en ontwapend werden door leden van onze Vredesgemeenschap op 29 december laatstleden om te verhinderen dat ze onze Wettelijk Vertegenwoordiger en andere leden van de Interne Raad zouden vermoorden, illegaal was omdat “hun fundamentele rechten werden geschonden”.  En dat ze daarom in vrijheid werden gesteld door de Gemeentelijke Gemengde (?) Rechter van Apartadó op verzoek van de Openbaar Aanklager Sectie 97 en dat de rechtszaak die deze paramilitairen tegen onze gemeenschap indienden voor “gijzeling”in behandeling is onder het Bestand 05001600784201800001. Terwijl in de twee voorbije decennia  de gerechtelijke ambtenaren zich niets aantrokken van de schending van de fundamentele rechten van verschillende honderden terechtgestelden  van onze Gemeenschap en van onze omgeving , de meerderheid door Staatsagenten, noch van de vernietiging van de duizenden ontheemden, beroofden, gefolterden, bedreigden, vermisten, gestigmatiseerden en vernederden door dezelfde daders die onze Gemeenschap heeft doorstaan, en zo de erg weinig geopende processen in totale straffeloosheid laat, zijn deze ambtenaren nu wel gehaast om deze zogezegde schendingen van de rechten van de paramilitaire moordenaars aan te klagen en te vervolgen. “Rechten” waarvoor geen andere formulering te vinden is als deze van het recht op het vermoorden van onze leiders. Kan men de aanpak van deze zaak door openbaar aanklagers en rechters op een andere manier interpreteren dan dat het een borgstelling en solidariteit met de moordenaars betreft, gezien het feit dat wat zij kwalificeren als “schending van hun rechten” niets meer is dan een daad van het immobiliseren en ontwapenen van hen om te verhinderen dat ze zouden schieten, en van hen aan te houden totdat een nationale autoriteit zich belast met hun bewaking? D.w.z.:  hun rechten eerbiedigen bestond voor aanklagers en rechters erin hen toe te laten te moorden en het ons niet laten vermoorden,  was voor aanklagers en rechters een schending van de rechten van de moordenaars. 21 jaar ondervinding van de nutteloosheid van de aanklachten om het leven te verdedigen bij het juridisch systeem, vormt een ervaring die ons verhindert van hun beslissingen anders te lezen. 

Aan de andere kant kwam het Grondwettelijk Hof in haar Processtuk  693/17 van opvolging van haar Vonnis T-1025/07, dat de rechten van onze Gemeenschap verdedigde, ertoe te stellen dat de beste manier om het hoofd te bieden aan het paramilitair fenomeen, dat onze Vredesgemeenschap schaadt, was de gevallen te bezorgen aan de SPECIALE EENHEID VAN ONDERZOEK VOOR DE ONTMANTELING VAN DE CRIMINELE ORGANISATIES, opgericht in het Vredesakkoord  (#3.4.4)en gereglementeerd in het Decreet 898 van 29 mei 2017. De hiermee belaste Aanklaagster van deze Eenheid durft te bevestigen dat, in het ganse jaar, vanaf de oprichting van de Eenheid “ze geen kennis heeft van strafbare gedragingen die een aanslag plegen tegen leden van de Vredesgemeenschap van San José de Apartadó”.  Als men er rekening mee houdt dat dit jaar angstaanjagend was door het intensief optreden van het paramilitarisme in onze regio, dan moet men zich afvragen waar en hoe deze Aanklaagster zich informeert. Onze aanklachten staan op sociale netwerken, bevinden zich in internationale Straftribunalen, in het Interamerikaans Systeem voor de Mensenrechten, in het Diplomatencorps, in het Presidentschap van de Republiek, in talrijke universele humanitaire organismen, in verbroederde gemeenschappen in veel landen en in veel streken van burgers van de wereld, die nog principes van universele ethiek bewaren.  Maar de genoemde Aanklaagster, zoals wordt afgeleid uit haar uitspraken,  blijft onverzettelijk vasthouden aan de juridische formalismen om alle misdaden straffeloos te laten. Ze blijft onverzettelijk vasthouden aan het GETUIGENIS als “bewijsmiddel”, alsof ze niet wist dat in veel voorbije decennia het getuigenis werd gemanipuleerd door militairen,paramilitairen, politiekers en misdadigers om duizenden  valse processen op te zetten met getuigenissen die geproduceerd zijn door omkoping, bedreiging, en chantage. Ze blijft onverzettelijk volhouden om de bewijslast af te laden op de schouders van de slachtoffers, zonder dat ze iets aantrekt van de risico’s die zij lopen en van het gebruik dat vermogende en door de macht van de Staat ondersteunde criminelen maken om represailles uit te oefenen tegen de slachtoffers die aanklacht doen.  Ze blijft onverzettelijk vasthouden aan de politieke en ideologische truc die aanmoedigt om enkel misdrijven te zoeken bij de sectoren die kritische zijn voor de Staat en voor de overheersende politieke klasse.  Ze blijft onverzettelijk vasthouden aan een justitie die geen eerbied heeft voor onpartijdigheid noch voor onafhankelijkheid en die de principes met de voeten treedt  die ze niet nuttig vindt voor haar scheefgetrokken veroordelingen en vrijspraken.

Samengevat:  de zo geroemde Openbaar Aanklaagster is een simpele reproductie van het model van parket dat uit het verleden komt en dat de grootste diensten verleende aan de straffeloosheid en aan de gerechtelijke willekeur.  Niets betrouwbaars.  Helemaal betreurenswaardig.

Onze pijn over het vaderland groeit zonder rust en opnieuw bedanken we de organisaties, groepen, gemeenschappen en personen die vanuit veel hoeken van het land en van de wereld ons moed blijven geven in onze weerstand, om niet op te geven voor principes van  elementaire waardigheid.