Ik ben Germán Graciano, ik ben Vredesgemeenschap

We spreken ons als Vredesgemeenschap opnieuw uit tegenover het land en de wereld ofschoon de Staat met zijn militaire arm ons ook het zwijgen wil opleggen langs juridische weg. We leggen getuigenis af van de laatste feiten waarvan we slachtoffer werden omdat we op burgerlijke wijze willen strijden voor een proces van leven en van verdediging van het territorium. het te

Op 6 december 2018 oefende onze Vredesgemeenschap haar recht uit om te protesteren tegen de onrechtvaardigheden die we doormaken, waarbij onze Gemeenschap met aan het hoofd de Wettelijk Vertegenwoordiger Germán Graciano Posso een sanctie voor ongehoorzaamheid werd opgelegd: “met een arrest van vijf (5)dagen, dewelke hij moet uitboeten in de kerkers van de politiepost  van San José de Apartadó, en met een boete van vijf (5) minimum maandlonen (die nu van kracht zijn)ten gunste van de Hoge Raad voor de Rechtspraak”. Een situatie die nog wordt toegevoegd aan de lijst van agressies, veroorzaakt door de paramilitairen en de Publieke Strijdkrachten,  die we in de Gemeenschap en in het district in het algemeen  beleven.

Me mobiliseerden ons doorheen het district en door de straten van Apartadó in naam van onze slachtoffers en tegen de beslissing van Rechter María Mariela Gómez Carvajal, die probeerde onze Gemeenschap te verplichten de feiten gepubliceerd in onze getuigenissen, die GEEN waarheid ontberen, terug te trekken. Zoals bij het bloedbad van 21 februari 2005, waarbij de verantwoordelijkheid en de medeplichtigheid in het optreden werd vastgesteld van militairen en paramilitairen. In vroegere jaren werden bewijzen met getuigen ter kennis gebracht voor het Openbaar Ministerie, opdat ze onderzocht zouden worden en opdat de verantwoordelijken voor zoveel barbaarsheid zouden gevonnist worden. Maar zij die uiteindelijk  eindigden als ter dood veroordeelden voor deze aanklachten waren de getuigen zelf. Onze getuigenissen/aanklachten zijn een maatregel ter verdediging   van de bevolking en zijn het middel om onze getuigenis af te leggen, om aan te klagen, in de hoop dat de Staat onderzoek instelt naar zijn instellingen.  Maar het antwoord is dat nu de daders de slachtoffers verplichten om hun woorden  terug te nemen.

We presenteerden ons daar aan de gebouwen van het Tweede Promiscue Gerechtshof van Apartadó, met vrouwen, mannen, kinderen en bejaarden, NIET om onze woorden terug te trekken, maar om onze roep te bekrachtigen om ons te laten leven in vrede, het leven te respecteren, de aarde, het grondgebied, onze Gemeenschap.   

“Ik ben Germán Graciano, ik ben Vredesgemeenschap” omdat we allemaal gemeenschap vormen,verheffen wij onze stem om aan de rechters daar te zeggen: wij slachtoffers moeten niet gevonnist worden alsof we daders waren. Waarom? Wij zullen hen blijven aanklagen die ons het zwijgen opleggen, die de boerenbevolking aanvallen en vermoorden, die ons onze jongeren roven voor de oorlog, die onze gronden afpakken, die elke dag gedaan maken met het gebergte door de bomen te kappen en de bronnen te contamineren, die recht spreken enkel om hen te begunstigen die de mensen op de vlucht jagen en ons ons territorium afpakken.

Op 4 december 2018 trad de Interamerikaanse Commissie voor de Mensenrechten in gesprek met de Colombiaanse Staat,betreffende het arrestatiebevel tegen Germán Graciano. Michel Forst,de Speciale Rapporteur over de Situatie van de Mensenrechtenverdedig(st)ers , schreef op zijn Twitter-account:”Ik ben ten zeerste verontrust over de mogelijk arrestatie van Germán Graciano, Wettelijk Vertegenwoordiger van de  Vredesgemeenschap (@cdpsanjose). Ik was een paar dagen geleden in deze gemeenschap, gedurende mijn officieel bezoek aan #Colombia. Ik zal opvolging geven aan deze situatie.” José Miguel Vivanco, directeur van Human Rights Watch stelde ook: “Ontoelaatbaar is de poging om leider van de Vredesgemeenschap van San José de Apartadó, Germán Graciano op te sluiten. Strafsancties mogen nooit gebruikt worden om aanklachten van openbaar belang te onderdrukken. Ik hoop dat het Grondwettelijk Hof(@CConstitucional) deze case herziet.”

Dezelfde 6 december 2018 vroegen stemmen van solidariteit van alle regio’s van het land en van heel de wereld, gemeentebesturen, gedeputeerden, congresleden, sociale organisaties, netwerken aan het Grondwettelijk Hof dat het dit vonnis van Voogdij, dat niet enkel ingaat tegen onze Vredesgemeenschap in een hoek van Urabá, maar ook tegen die personen en inheemse, Afro- en boerengemeenschappen en sociale organisaties in het land, die de mensenrechten verdedigen, zou herzien omdat het onrechtvaardig is en in tegenspraak is met de wet. Maar dit hoog tribunaal hield geen rekening met geen enkel verzoek.

Op 7 december 2018 om 10:37 ’s morgens kwam via mail een melding toe, in een procedure van raadpleging, uitgegeven door het Tweede Burgerlijk Gerechtshof van het Circuit van Proces van het Incident van Ongehoorzaamheid, aangespannen door de Commandant van de 17-de Brigade, Carlos Alberto Padilla Cepeda, door te overwegen dat de Gemeenschap het vonnis van Voogdij, uitgesproken door de Rechter van het Tweede Gemeentelijke Promiscue Gerechtshof van Apartadó (Antioquia), María Mariela Gómez Carvajal, niet uitvoerde. De beslissing van het Burgerlijk Hof verklaart al het geacteerde nietig.

In de mail waarschuwt het kantoor ”tekortkomingen  die leiden tot het nietig verklaren van de procedure door schending van een eerlijk proces, elke keer dat het opleggen van sancties gehoorzaamt aan de zorg voor duidelijke grondwettelijke principes, zoals daar zijn noodzaak,adequaatheid, redelijkheid en proportionaliteit.” Hetzelfde kantoor zegt dat in het Incident van Ongehoorzaamheid, dat in Raadpleging is, er een “miskenning van deze principes” bestaat en vat aldus samen: “De sanctie voor ongehoorzaamheid, die opgelegd werd aan de Mr.  Germán GRACIANO POSSO, in zijn functie van Wettelijk Vertegenwoordiger van de Vredesgemeenschap van San José de Apartadó, werd opgesteld zonder er zich rekenschap van te geven dat door de Resolutie van 26 juni 2017 van het Interamerikaans Hof voor de Mensenrechten men aan de Staat herhaalde dat men de maatregelen zou  handhaven die men had aangenomen en dat men onmiddellijk maatregelen zou nemen die noodzakelijk zijn om efficiënt het leven, de persoonlijke integriteit van alle leden van de Vredesgemeenschap van San José de Apartadó , onder hen die van Mr. GERMÁN GRACIANO POSSO, te beschermen”.

Vandaag 9 december 2018 om 6:00 uur ’s morgens vonden we pamfletten van de Autodefensas Gaitanistas de Colombia (AGC) rondom onze nederzetting San Josecito, door de paramilitairen daar gelegd op de weg, die vanuit het district van San José naar de Gemeente van Apartadó voert, en onder andere in de gehuchten La Unión, Buenos Aires, Cristalina, La Linda, El Mariano, El Porvenir, Las Nieves, La Esperanza, Arenas, El Cuchillo, La Victoria, het district van San José. Met deze daad tonen ze dat ze aanwezig zijn over heel het nationale grondgebied. 

Terwijl dit alles gebeurt blijft onze gemeenschap, de boeren van de regio, leven onder paramilitaire agressie, die de bevolking blijft onderwerpen, ‘inentingen’ (= belastingen) blijven innen voor de dieren die ze bezitten, voor de  geproduceerde cacao die ze verkopen en opkopen, voor het hout dat men uithaalt, elke slee hout belasten ze met twee duizend pesos en als ze dat niet betalen, dan vertrekt ze niet.   

Onze Vredesgemeenschap werd geboren 21 jaar en 9 maanden geleden.  Met omzeggens duizend boeren uit de gehuchten van San José beslisten wij ons ertegen te verzetten dat ze ons met geweld zouden meesleuren  in de oorlog en dat ze ons ervan zouden beschuldigen aan een of andere kant van de oorlog te staan om zo redenen te hebben om ons te vermoorden. Daarom was ons eerste gemeenschappelijk akkoord, niet deel te nemen aan de oorlog langs geen enkele kant, noch op geen enkele wijze mee te werken met de gewapende actoren.  Maar bij het vormen van de  Vredesgemeenschap beslisten we ook dat we niet tolerant zouden zijn voor onrecht noch voor straffeloosheid. Daarom dat we vanaf het begin leerden om niet te zwijgen, om alle schendingen van onze rechten aan te klagen. Na meer dan 8 jaar, vertrouwden we erop dat de gerechtelijke instellingen hun opdracht, waarvoor ze opgericht waren, zouden uitvoeren en dat ze onze rechten , de rechten van de boerenbevolking in het land,  zouden waarborgen. Maar dat was niet zo. Ze vermoordden veel van onze leiders en vrienden, ze blijven ons bedreigen. Dat bracht ons ertoe om te breken met het gerecht omdat ons geweten ons niet toeliet samen te werken met iets dat veraf stond van te dienen om rechtvaardigheid te doen maar dat eerder diende om slachtoffers te vermoorden of te vervolgen. De Colombiaanse Grondwet zelf bevestigt dat niemand kan verplicht worden om tegen zijn geweten in te handelen (Artikel 18) en wij waren duidelijk: ons geweten liet ons niet toe samen te werken met iets dat we gedurende 8 jaar als corrupt ervoeren, want de getuigenissen zelf die we aflegden gebruikten ze op een smerige manier.

Wanneer we braken met het gerecht ontdekten we dat de Grondwet de President van de Republiek verplicht de rechten van alle burgers te garanderen (Artikel 188).  Daarom deden we een beroep op de Rechten op Petitie aan de President en we vertelden hem alles wat we moeten lijden zoals de aanvallen van de Staatsinstellingen zelf en we vroegen hem dat hij maatregelen zou nemen om ons te beschermen. Maar de Presidenten luisterden evenmin naar ons en bovendien stuurden ze onze petities door naar de instellingen zelf die onze rechten schonden.

Ook deden we een beroep op internationale tribunalen en stuurden onze aanklachten naar daar, maar deze tribunalen zijn heel traag en ze hebben nog geen beslissingen genomen over onze zaak. Ten aanzien van dit alles beslisten we om op permanente wijze te communiceren met de maatschappij en met de internationale gemeenschap om hen op de hoogte te brengen van wat met ons  gebeurde.  We ontmoetten veel gemeenschappen in Colombia en in andere landen die zich solidariseerden met ons, die schrijven naar de regering, die ons steun en de morele kracht geven om onze rechten te verdedigen.

Zoals jullie kunnen zien, de enige weg die ons overbleef om ons niet te laten vernietigen en uitroeien door een Staat die ons steeds heeft aangevallen en die de groepen die buiten de wet staan, die het geweld aanmoedigen in ons territorium en die al onze rechten schenden, tolereert en passief steunt, was niet te zwijgen en onze samenleving en de wereld op de hoogte te houden van wat met ons gebeurt.  

Alle internationale verdragen over mensenrechten verdedigen het recht op vrije meningsuiting, en dit nog veel meer wanneer het onze mening als slachtoffers betreft, en al zeker als slachtoffers , waarvan ze alle andere wegen om aan te klagen en te protesteren afgesloten hebben. We kunnen ons niet in stilte laten uitroeien. Dat minstens de wereld op de hoogte mag zijn van hoe ze ons progressief en met veel vormen van geweld gaan vernietigen.  We rekenen op de solidariteit van hen die ethische principes en gevoelens van menselijkheid hebben.

We bedanken de duizenden stemmen van solidariteit in het land en in de wereld, die altijd in ons proces van leven hebben geloofd, die ons verzet hebben aangevoeld als het hunne, want zoals wij verdedigen ze het vanuit hun woonplaatsen. Wij bedanken hen vanuit onze harten voor alle druk die ze hebben uitgeoefend in deze laatste dagen op de Colombiaanse Staat, om te proberen de voogdij tegen onze Wettelijk Vertegenwoordiger Germán Graciano, het arrestatiebevel op te heffen en om  het vonnis tegen niet alleen Germán Graciano maar ook tegen onze Vredesgemeenschap te doen ontrekken.