Nieuwe paramilitaire losbarstingen

Onze Vredesgemeenschap van San José de Apartadó doet opnieuw een aanklacht voor het land en voor de wereld van ernstige en verontrustende feiten die heel het officieel discours over de vrede tegenspreken.

Op maandag 28 maart 2016 trok een delegatie van onze Vredesgemeenschap naar het gehucht La Hoz om de gewelddadige feiten te verifiëren die zich in deze zone voordeden. Ze deed volgende vaststellingen:

Op maandag 21 maart 2016 rond 13:50 voerden paramilitairen en guerrilleros strijd. De paramilitairen kwamen schietend  tot bij de woning van de boer ArgemiroVelásquez, die op dat moment niet thuis was. Toen hij thuis kwam beweerden de paramilitairen dat een guerrillero  zich in zijn huis verborg  en dat zij die moesten te pakken krijgen om hem te vermoorden. Maar dat weigerde hij beslist en hij eiste van hen respect.

Op maandag 21 maart 2016 rond 14:30 kwamen de paramilitairen aan bij de woning van de familie Martínez Mazo en ze schoten naar een van de vertrekken en hierbij beschadigden zij de wanden en een elektrisch huishoudapparaat. Eén van de kinderen die daar aanwezig was, Levis Andrés, die 19 jaar oud is, verliet het huis lopend om de kogelregen te vermijden terwijl hij beledigd werd en bedreigd. De paramilitairen doorzochten heel het huis en alles wat ze vonden smeten ze op de grond, ze stalen 1 miljoen tachtig duizend pesos, ook andere voorwerpen van waarde en het eten dat ze vonden in de keuken en in de voorraadkast. Een portefeuille met zijn documenten lieten ze achter in het veld nadat ze het geld er hadden uitgenomen.

Op woensdag 23 maart 2016 kwamen de paramilitairen terug naar de woning van de familie Martínez Mazo en toen ze Levis Andrés ontmoetten, protesteerden ze tegen hem die vorige maandag lopend vertrokken was en grepen hem vast en namen hem mee in de richting van de school. Daar verplichtten ze hem op de grond te gaan liggen. Ze plaatsten botten in zijn nek en ze onderwierpen hem aan beledigingen en bedreigingen. Zijn broer van 16 Mario Eutiquio nam de verdediging voor hem op en mengde zich in een stevige discussie met de daders. Hij reclameerde hen het geld en de gestolen voorwerpen.  Zij antwoordden dat ze geen dieven waren, dat ze 2 miljoen pesos (zo’n 600 Euro) per maand verdienden, wat voldoende is om in zijn onderhoud te voorzien en dat ze het niet nodig hadden te stelen. Maar de twee broers deden hen zien dat ze dood van honger leken omdat ze al het geld hadden meegenomen en al het eten dat ze gevonden hadden.  Eén van de paramilitairen zei voort te komen van de groepen van Carlos Castaño en dat hij elke dag een sterke noodzaak voelde om te doden. Te midden van de discussie stelden de paramilitairen vast dat enkele burgers van het gehucht, waaronder Argemiro Velásquez,  naar het huis van de familie Martínez Mazo kwamen en toen vluchtten ze.  De aanwezigheid van paramilitairen in de zone deed zich herhaaldelijk voor en ofschoon ze die herhaaldelijk hadden aangeklaagd  en ofschoon er op korte afstand aanwezigheid is van het Leger, in de gehuchten Rodoxali en Zabaleta, toch blijven de Strijdkrachten dit tolereren en hun aanwezigheid in de zone beschermen.

Op donderdag 31 maart 2016 legde heel de zone van Urabá en klaarblijkelijk ook 5 departementen van het land alle activiteiten lam, de commerciële, het transport, de educatieve activiteiten, enz… in opdracht van de paramilitaire structuur Autodefensas Gaitanistas de Colombia (Gaitanistische Zelfverdedigingstroepen van Colombia). De reële afgelasting van de activiteiten gehoorzaamde aan orders gegeven door deze groep via de gemeenschappen en pamfletten en de sociale netwerken. Het gehoorzamen aan deze orders, of het nu uit schrik was of uit sympathie toonde een waarachtige enorme territoriale controlemacht  van deze organisatie die buiten de wet staat  en doet denken dat de Strijdkrachten en de overige Staatsinstellingen ofwel machteloos zijn tegen deze organisatie ofwel er medeplichtig mee zijn.

Op dinsdag 5 april 2016 waren leden van het Kantoor van de Ombudsman voor de Mensenrechten en de burgerlijke organisaties van de streek aanwezig in de gehuchten Rodoxali en La Hoz en ze konden in levende lijve en rechtstreeks de paramilitaire aanwezigheid vaststellen.  Gezien in deze delegatie verschillende jongeren van het gehucht La Hoz deelnamen, die slachtoffer geweest waren van de paramilitairen, werden ze, wanneer ze aanstalten maakten om van de huizenblok in Rodoxali te vertrekken naar hun gehucht, onderschept door paramilitairen die hen meenamen tot aan de rivier Mulatos . Daar werden ze onderworpen aan ondervragingen en ze beschuldigden hen ervan het Kantoor van de Ombudsman voor de Mensenrechten te hebben geïnformeerd over hun aanwezigheid daar.

Te gelijk met het doen van nieuwe oproepen aan alle solidaire gemeenschappen en organisaties om een minimum van coherentie van de Staat te eisen, die voortdurend beloften van vrede doet terwijl hij handelt in tegenspraak met zijn discours, bedanken we opnieuw voor alle morele energie  die ze ons toesturen om ons verzet te ondersteunen.