Nog maar eens een agressie van de top van de regering (persbericht)

Persbericht van de Vredesgemeenschap van San José de Apartadó
29 mei 2013

De Vredesgemeenschap van San José de Apartadó, voor vandaag opgeroepen door de Nationale Regering om uitvoering te geven aan een order dat resultaat is van het Vonnis 164 van 2012 van het Grondwettelijk Hof, ziet zich verplicht het volgende kenbaar te maken aan het land en aan de wereld:

Bij talloze gelegenheden vanaf haar vorming in maart 1997, was de Vredesgemeenschap slachtoffer van talrijke kwaadsprekerijen door hoge Staatsambtenaren. In het bijzonder de toespraken van de President van de Republiek (toen Uribe) van 27 mei 2004 en van 20 maart 2005, ondersteund door valse getuigen en door montages opgezet door leden van Strijdkrachten en van Rechterlijke Macht, hebben gedurende de volgende 9 jaren fatale gevolgen gehad. Temeer omdat ze in talrijke nationale en internationale massacommunicatiemedia verspreid werden en omdat ze moesten dienen als zogenaamde rechtvaardiging van de Strijdkrachten en van de Rechterlijke Macht om honderden misdaden te plegen tegen de Gemeenschap en tegen de boerenbevolking uit haar omgeving.

Gedurende vele jaren dienden de rechtsvorderingen van de Gemeenschap om gerechtigheid te eisen bij de Commissie van Beschuldigingen van de Kamer van Volksvertegenwoordigers en bij internationale rechtbanken tot niets. Uiteindelijk riep het Grondwettelijk Hof in opvolging van haar Vonnis T-1025 van 2007 op tot een hoorzitting in maart 2012. Hierbij erkende het Hof dat de eisen van de gemeenschap wat betreft de voorwaarden om opnieuw enig gesprek aan te knopen met de Staat gerechtvaardigd waren, want dat gesprek was volledig verbroken vanaf het gruwelijk bloedbad van 21 februari  2005 waarbij verschillende leiders van de Gemeenschap en hun families, met inbegrip van kinderen die nog maar enkele maanden oud waren, in stukken werden gehakt.

De eerste verordening, product van het Vonnis 164/12 van het Grondwettelijk Hof eist “de terugtrekking van de beschuldigingen die tegen de Vredesgemeenschap en haar begeleiders werden uitgesproken en het vaststellen van een procedure om toekomstige beschimpingen tegen de Gemeenschap  te vermijden”. In hetzelfde artikel van het vonnis “wordt het Ministerie van Binnenlandse Zaken gevorderd om de procedure om de terugtrekking aan te bieden te coördineren en in gang te zetten.”

Vanaf het eerste contact met het ministerie van Binnenlandse Zaken, verklaarde de Gemeenschap met absolute duidelijkheid en beslistheid dat ze enkel een expliciete verklaring door de President van de Republiek als proportionele terugtrekking zou beschouwen, omdat het een mandataris met deze hoge rang was die dit zware misdrijf van kwaadsprekerij beging dat aan de lopende band gedurende 9 jaren zovele honderden fatale consequenties had veroorzaakt met karakteristieken van misdaden tegen de menselijkheid.

Het Ministerie van Binnenlandse Zaken deelde vanaf de maand april aan de Gemeenschap mee dat President Santos had aanvaard de terugtrekking aan te bieden. En er werd hiervoor een datum in april vastgelegd, die nadien verschillende malen verschoven werd te wijten aan problemen met de agenda van de President. Tenslotte werd de datum op vandaag 29 mei 2013 vastgelegd en de Gemeenschap duidde 32 leden van de gemeenschap aan om zich naar Bogotá te begeven en om deel te nemen aan deze plechtigheid.

Toen de hele delegatie zich reeds in Bogotá bevond en op slechts nauwelijks een paar uren voor het begin van de ceremonie werd aan de Gemeenschap meegedeeld dat de heer President niet aanwezig zou zijn. Zijn afwezigheid betekent een nieuw affront tegen de Gemeenschap. We kennen de motieven van de eerste mandataris niet. De Gemeenschap onderwierp vorige nacht en de eerste uren van de morgen de beslissing, die moest genomen worden,  aan de leden van de verschillende nederzettingen van de gemeenschap. Uiteindelijk bleef de Gemeenschap op haar standpunt dat een plechtigheid geleid door een andere ambtenaar dan het Staatshoofd zelf niet kan beschouwd worden in overeenstemming te zijn met haar eis van gerechtigheid en met hetgeen verordend was door het Grondwettelijk Hof. 

De Gemeenschap erkent de goede wil van de heer Minister van Binnenlandse Zaken, Fernando Carrillo,  en die van zijn werkploeg in de Eenheid Mensenrechten van het Ministerie, die de logistiek van de ceremonie hebben voorbereid.  Op dezelfde manier bedanken we  alle genodigden, die getuigen zijn van dit nieuw affront tegen ons proces,  voor hun aanwezigheid op deze plechtigheid. Maar het is niet anders mogelijk dan dit te beschouwen als nog maar eens te meer een agressie van de Hoge Regering, die haar agenda heeft gewijzigd, toen de delegatie reeds in Bogotá was. Daarmee doet ze het karakter van een rechtzetting ontaarden, die juist beoogde de beledigingen uitgesproken door het Staatshoofd recht te zetten en de handelswijzen te corrigeren die hebben aangezet tot een voortdurende aaneenschakeling van gruwelijke misdaden.

De Vredesgemeenschap betreurt eens te meer de ongehoorzaamheid van de Uitvoerende Macht aan het Grondwettelijk Hof en ze verklaart dat de beledigingen en de beschimpingen veroorzaakt door de Leiding van de Staat om gerechtigheid blijven roepen en om een reparatie die in verhouding staat tot haar omvang en ernst.

In haar Vonnis T-1191 van 2004 heeft het Grondwettelijk Hof duidelijk gemaakt dat de publieke toespraken van een President zich nooit mogen baseren op onwaarachtige gegevens en dat ze nooit de eerste plicht van een mandataris mogen miskennen om de burgers te beschermen in hun leven, eer, bezittingen, geloof en vrijheden en dat de mandataris in het geval hij dat toch doet hij hiervoor strafrechtelijk, disciplinair, politiek en internationaal ter verantwoording moet geroepen worden. Daarom is het dat de misdrijven van presidentiële beledigingen en kwaadsprekerij, die bedreven werden tegen de Vredesgemeenschap, straffeloos blijven en blijven roepen om gerechtigheid.

Vredesgemeenschap van San José de Apartadó

29 mei 2013

http://www.cdpsanjose.org