Ontwikkeling en vooruitgang: drogredenen van de oorlog in Urabá

 

Opnieuw legt onze Vredesgemeenschap getuigenis af ten aanzien van het land en van de wereld over de wreedheden waaraan onze gemeenschap en de burgerbevolking van onze omgeving onderworpen worden. Parallel hiermee is er het officieel discours dat op uitdagende en vernederende toon over een werkelijkheid spreekt die wij niet kennen en die veel verschilt van de realiteit die wij dagelijks beleven.

 De laatste dagen kwam het Departementsbestuur van Antioquia, aangevoerd door Gouverneur Sergio FAJARDO, via verschillende communicatiemedia, die hem bijval verlenen, luidkeels verkondigen en argumenteren, dat hij een tafel van overleg rond mensenrechten leidt met de slachtoffers in Urabá.  Volgens hem neemt onze Vredesgemeenschap hieraan actief deel.

Met verbazing ontvangen we deze affirmaties die waarheid missen, die beladen zijn met vervalsing en leugens. Tegelijk ontkennen wij ten stelligste de verklaringen die signaleren dat onze Vredesgemeenschap  deelneemt aan deze enscenering van zogezegde integratie en het zogezegd doen ontstaan van vertrouwen in enige locale, regionale of nationale autoriteit.  Met uitzondering dan van een eenmalige bijeenkomst die in Medellín werd gehouden in 2013 en waaraan de Gouverneur deelnam en zijn bestuurskabinet, Magistraten van het Grondwettelijk Hof en leden van onze Gemeenschap.  Het was een bijeenkomst waarin de Magistraten van het Eerbiedwaardig Grondwettelijk Hof moesten bemiddelen  om te verkrijgen dat er maatregelen genomen werden om een brug te slaan van dialoog en van uitvoering van de vonnissen van het Grondwettelijk Hof.

Daar beweerde dezelfde Gouverneur dat hij geen enkele bevoegdheid bezat met betrekking tot de Grondwettelijke vonnissen, ofschoon de ernstige situatie van geweld, waarvan deze regio te lijden kreeg, werd uiteengezet.  De gouverneur antwoordde hierop dat hij hiervan geen weet had.  Het Departementsbestuur  verdiepte zich alleen in het opnieuw bevestigen van wat dezelfde daders en beulen vanuit de 17-de Brigade van het Nationale Leger  bij andere gelegenheden en naar gewoonte officieel meedelen.

Nadien zijn maanden verlopen zonder dat tot op heden, deze bijeenkomst concrete resultaten opleverde met betrekking tot het uitvoeren van de vonnissen van het Grondwettelijk Hof en het toepassen van de aanbevelingen van het Interamerikaans Hof voor de Mensenrechten, vervat in hun Bewarende en Provisionele Maatregelen, uitsluitend ten gunste van de Vredesgemeenschap en van hen die hen hun diensten verlenen.  De paramilitairen opereren met het grootste gemak in medeplichtigheid  met de Strijdkrachten in de gehuchten van de districten San José in Apartadó, Nuevo Antioquia in Turbo en Piedras Blancas in Carepa, zonder dat ook maar één locale, regionale of nationale autoriteit  dat waarneemt.  Vandaar hun sterke behoefte om  ontwikkeling en vooruitgang te demonstreren, drogredenen voor de oorlog en het geweld die verborgen moeten worden.

De feiten spreken voor zichzelf, daarom dat we ook geen stilte bewaren:

Op donderdag 9 april 2015 ’s morgens begaf een groep leden van onze Vredesgemeenschap in het gehucht Alto Joaquín in de gemeente Tierralta zich naar een terrein van de gemeenschap en ze ging ertoe over een teelt van coca uit te trekken. Die werd daar geplant door mensen zonder enige scrupules op een terrein dat private eigendom is van onze Vredesgemeenschap.

Op woensdag 15 april 2015 rond 9:00 uur werd in het gehucht Mulatos Bernard SEPÚLVEDA, lid van onze Vredesgemeenschap, benaderd door militaire troepen van de 24-ste Mobiele Brigade.  Ze beschuldigden de gemeenschap ervan informanten te zijn van de guerrilla en de cocateelt in de regio te verdedigen. Ze argumenteerden dat telkens als de troepen in de nabijheid kwamen, de gemeenschap motorzagen in gang zette of zwaar geroep of lawaai uitstuurde als alarmsignaal aan de guerrilla dat de troepen dichtbij waren.  Ook beweerden de militaire troepen dat de buitenlandse organisaties, die de gemeenschap begeleiden, hieraan medeplichtig waren en dat ze nooit de illegale teelten in de streek aanklaagden.  Er mag aan herinnerd worden dat toen de cocateelt aankwam in San José en zich tegelijk uitspreidde in de verschillende gehuchten van het district, het gebeurde met de komst van het Nationale Leger in 2005. Het is dus alleen de verantwoordelijkheid van de Staat en van haar Strijdkrachten die langs alle kanten patrouilleren  en  er volledige kennis van hadden. Al deze jaren hebben ze de personen die deze drugs teelden gechanteerd met geld, kippen, varkens om hun teelten verder de kunnen zetten.  Dat alles hebben we in getuigenissen en met bewijsmateriaal aangeklaagd en nu beschuldigen ze ons ervan hieraan medeplichtig te zijn.

Op donderdag 16 april 2015 gedurende de humanitaire missie, opgezet door onze Vredesgemeenschap, naar de gehuchten La Hoz en Rodoxali, werd de aanwezigheid vastgesteld van groepen paramilitairen in deze gehuchten.  Ze hebben de burgerbevolking onderworpen aan chantage. Zo konden ook de investeringen vastgesteld worden die de paramilitairen blak en bloot  voor de Militaire en Burgerlijke Autoriteiten in de streek deden. Maar die autoriteiten verkozen te zwijgen en medeplichtig te zijn met de misdaad.  De paramilitairen kopen er illegaal boerderijen, beroven zo de eigenaars van hun bezittingen  en nadien bouwen ze hun landhuizen, ze vullen ze met vee en voortdurend bezoeken hun chefs deze stukken grond zonder dat ze zogezegd ook maar zouden gedetecteerd worden door geen enkele autoriteit.   Daarna houden de autoriteiten zich voor Jan en alleman doof en kondigen ze aan dat ze hen langs alle kanten vervolgen. Wat een paradox!!!!

Dezelfde donderdag 16 april 2015 beweerde de Gouverneur van Antioquia, Sergio FAJARDO,  in verschillende communicatiemedia dat hij een bezoek aan San José de Apartadó had afgezegd , omdat woordvoerders van de Gemeenschap zijn aanwezigheid afhankelijk hadden gemaakt van de niet aanwezigheid van Kolonel Germán ROJAS DÍAZ. Hij verklaarde dat “de zeer benauwde gemeenschap zich tot neutraal vredesgrondgebied uitriep met enkele zeer speciale voorwaarden “ en ook dat “het Departementsbestuur dit type van beperkingen en eisen niet aanvaardt”. 

De gouverneur vergist zich bij het doen vervagen van onze Vredesgemeenschap die zich vanaf 23 maart 1997 neutraal opstelt tegenover om het even welke gewapende groep en die vanaf 2005 gebroken heeft met de verschillende Staatsinstellingen. Hij vergist zich als hij ze verantwoordelijk stelt voor het hebben georganiseerd en veel minder nog voor te hebben uitgenodigd op bijeenkomsten van overleg met om het even welke Burgerlijke en Militaire autoriteit  van om het even welke orde op ons vredesgrondgebied. 

Op maandag 20 april 2015, ’s morgens was er in het gehucht Buenos Aires van het district San José, een zwaar vuurgevecht en waren er ontploffingen. Blijkbaar ging het om Militairen van de 17-de Brigade van het Nationale Leger en anderzijds de guerrilleros van de FARC. 

Dezelfde maandag 20 april 2015 rond 16:00 uur deed er opnieuw een weg-en-weer-geschiet voor tussen militaire troepen en de guerrilleros van de FARC in het gehucht Las Claras, van het district San José. Volgens informatie van bewoners van dit gehucht ontstak het leger vuur tegen de guerrilleros die dicht bij deze plaats passeerden. Zo werd het leven van de minderjarige Leidy Marcela AGUIRRE FLORES, 9 jaar oud, en dat van de bevolking uit de omgeving in gevaar gebracht, omdat de militaire troepen, zoals het de gewoonte is, hun kamp hadden opgeslagen vlak bij de woningen van de burgerbevolking.

Op maandag 27 april 2015 rond 12:00 werden in het gehucht Alto Joaquín vliegtuigjes waargenomen, die de teelten voor huishoudelijk gebruik van de boeren in dit gehucht aan het besproeien waren en zo het water en de voedingsmiddelen vervuilden.  Ofschoon de ernstige schade voor de gezondheid bij menselijk contact met deze herbiciden wetenschappelijk vast staat, blijft de Regering deze misdaad tegen de mensheid begaan. 

Ondanks al deze operaties blijft de gemeenschap vasthouden aan haar ethische en morele overtuiging voor het leven en aan het zelfs niet één centimeter te wijken voor de  geweldenaars. En we blijven van de Nationale Regering de uitvoering eisen van de vonnissen van het Grondwettelijk Hof en van de aanbevelingen van Internationale Gerechtshoven op het vlak van Mensenrechten.