“Oorlog” en “Vrede” in het paramilitair taalgebruik

Opnieuw ziet onze Vredesgemeenschap zich genoodzaakt getuigenis af te leggen ten aanzien van het land en de wereld over de laatste feiten waarvan we slachtoffer werden vanwege het paramilitarisme dat op zijn gemak blijft opereren in onze regio. Dat gebeurt zonder ook maar gehinderd te worden door geen enkele bevoegde autoriteit, want het kan rekenen op haar economische en politieke steun, wat het de macht geeft om de boerenbevolking te onderwerpen aan zijn projecten.

Vanaf 14 september is er een campagne van laster, smaad en belediging tegen onze Vredesgemeenschap actief. Want op die dag begon via WhatsApp een pamflet te circuleren met als titel “We houden niet van u Vredesgemeenschap!”, dat op expliciete wijze de boerenbevolking van de zone tegen ons probeert op te zetten. Zoals uit een van de paragrafen kan afgeleid worden, is het pamflet afkomstig van de Raden van Gemeentelijke Actie van de gehuchten Mulatos Medio en Mulatos Cabecera, want de opsteller of opstellers nodigen regeringsambtenaren uit om die, “hun”, gehuchten te bezoeken.

Ofschoon het pamflet zou opgesteld zijn –volgens wat afgeleid mag worden uit de tekst - door boeren die lid zijn van Gemeentelijke Raden, toch laat de inhoud geen enkele twijfel bestaan over zijn paramilitaire en militaire oorsprong. Het is reeds verschillende jaren dat het leger en andere staatsinstellingen verschillende Gemeentelijke Raden coöpteerden, zodat ze zich zouden integreren in de paramilitaire strategie van controle over de regio. Dit werd heel expliciet gemaakt toen onze Gemeenschap 20 jaar werd in maart 2017. Tijdens die dagen nodigde de Commandant van de 17-de Brigade leden van die Gemeentelijke Raden die reeds gecoöpteerd waren uit om kwaad te spreken over onze gemeenschap tegen de internationale delegatie die een onderhoud aanvroeg bij de Brigade ter gelegenheid van de verjaardag. Geconfronteerd met zulke perverse houding trok de internationale delegatie zich beledigd terug uit de vergadering. Er werd toen met duidelijkheid ontdekt, dat bij het zich ontwapenen van de FARC, de paramilitairen het geheel van het territorium zouden willen controleren, waar ze in feite in gelukt zijn, door in elk gehucht “punten” van spionage en controle te plaatsen, met de volledige toestemming van de publieke strijdkrachten en de overige instellingen van de Staat.

Maar wat het meest de paramilitaire/militaire oorsprong van het pamflet onthult is zijn inhoud. Ze proberen de situatie van de regio voor te stellen als een oase van vrede, waartoe ze het netwerk van spionage moeten verbergen, dat ze hebben opgezet, om het hele leven van de bewoners te controleren via “punten”, die in elk gehucht werden geïnstalleerd. Ze moeten een oogje toeknijpen voor de permanente circulatie van gewapende personen op moto’s op de weg van San José naar Apartadó. Ook voor de onwettige belastingen die ze heffen. Voor de normen die ze opleggen aan de bewoners op de bijeenkomsten die ze bijeenroepen, door ze te verbieden hun boerderijen te gebruiken voor hun voedselgewassen en door hen modellen van “ontwikkeling” of van “vooruitgang” op te leggen die hen op lange termijn gaan ruïneren en op de vlucht drijven. Ze moeten de permanente bedreigingen verbergen tegen hen die zich niet onderwerpen aan hun plannen, alsook de lijsten van de te vermoorden mensen en de doden die ze reeds op hun rug dragen. Evenmin vermelden ze de groepen burgers met lange en korte wapens die in de gehuchten patrouilleren, veelal in camouflage-uniformen en nog minder het permanente en vriendschappelijk samenleven tussen paramilitaire leiders en eenheden van de publieke strijdkrachten in het dorpscentrum van San José. Ze verbergen bovendien de komst van vreemde mijnbedrijven, wiens verwoestend werk voor het leefmilieu ze camoufleren via illegale raadplegingen en via illegale wegtracés, gefinancierd en uitgevoerd met geld en machinerie van de paramilitairen. Zo ziet de oase van vrede eruit die ze schetsen, waarin, volgens hun zeggen, de gedemobilseerden in absolute rust leven.

De enige groep die volgens het pamflet deze “vrede” verwerpt is onze Vredesgemeenschap, welke volgens hen een model van “oorlog” implementeert. Maar zoals ze de echte en concrete componenten van wat zij “vrede” noemen niet durven beschrijven omdat ze evident niets van vrede hebben, zo durven ze evenmin onze “oorlog” beschrijven. Het pamflet maakt erg duidelijk dat wat hen dwarszit juist is dat onze Gemeenschap geen concessies doet aan het paramilitarisme en niet zwijgt over de misdaden. Daarom is het duidelijk dat kiezen voor de “oorlog” voor hen gelijkstaat met het niet aanvaarden van misdaden, manipulaties, spionage, het illegale patrouilleren, het opleggen van modellen van “ontwikkeling” of ”vooruitgang” die de vrijheid, de waardigheid en de soevereiniteit van de gemeenschappen en het leven van de natuur ruïneren. Voor hen betekent kiezen voor “oorlog” het aanklagen van wat de bewoners en het leefmilieu vernietigt en van wat het territorium hypothekeert met buitenlandse destructieve belangen. Zo is de “oorlog” die ze ons opdringen: ons niet zwijgen over dit allemaal. Ze durven niet bekennen dat ze ons volgden en bespioneerden en dat ze tot de conclusie kwamen dat we zelfs geen mes hebben om ons te verdedigen en dat het daarom gemakkelijk is ons te vermoorden. Daarentegen drongen ze op 29 december 2017 gewapend onze private eigendom San Josecito binnen, met de bedoeling ons te vermoorden, en dank zij God en dank aan onze Gemeenschap die snel optrad, kon men verhinderen dat onze leiders vermoord zouden worden, maar nooit zijn we gewapend de confrontatie met hen aangegaan. In het pamflet echter zijn wij degenen die kiezen voor de “oorlog” en zij voor de “vrede”.

Maar al deze laster en al deze buitensporige en perverse aanvallen zijn niet nieuw, maar ze maken deel uit van een strategie die al tientallen jaren meegaat en die als doel had onze Vredesgemeenschap uit te roeien. Eerst stelden ze, in een gezamenlijke actie tussen militairen en paramilitairen, onze fysieke eliminatie voor en ze slaagden erin met een overdaad aan wreedheid om meer dan 300 kameraden, waaronder kinderen en ouderlingen, te vermoorden. Die genocidale actie was, als element van rechtvaardiging, vergezeld van een campagne van criminele stigmatisatie, geleid vanuit het Presidentschap van de Republiek. Want agenten van het paramilitarisme,die vandaag hun misdaden beleden voor de instellingen van het Integraal Systeem voor Vrede1 vertelden hoe ex-president Álvaro Uribe Vélez, vandaag onderworpen aan verschillende strafprocessen door een justitieapparaat, dat fluctueert tussen talrijke mechanismen van straffeloosheid, die Uribe verstrikken, hen overtuigde dat onze Gemeenschap een guerrillagemeenschap was, zodat ze zonder enig medelijden al onze leden zouden vermoorden. Maar vandaag kunnen zij het gewicht van hun wroeging niet langer dragen, wanneer ze beseffen dat ze gedwongen werden zoveel onschuldigen te vermoorden. Zulke ideologische stigmatisering werd ondersteund door perverse mediacampagnes, zoals die van de kranten El Colombiano en El Mundo van Medellín en van kranten en zenders van Urabá, die leugens en laster verspreidden en zo duidelijk medeplichtig werden aan die verschrikkelijke misdaden, waarvoor ze niet eens één dag gevangenisstraf betaalden en evenmin aan de familieleden enige waarborg gaven voor de niet-herhaling van hun misdaden.

In een tijdspanne van meerdere jaren stelde de militaire-paramilitaire alliantie bovendien voor om onze Gemeenschap door uithongering te vernietigen. Ze deden dat door alle voedselvoorziening af te snijden, waartoe ze geen schroom hadden om verschillende bestuurders van jeeps, alle winkeliers van het dorp en al de kleinhandelaars van voeding en drank,die een kraampje hadden langs de weg van Apartadó naar San José, te vermoorden. Heel deze drang naar uitroeiing werd nog aangevuld door het corrupte en criminele werk van het gerechtsapparaat, dat montages opzette van ongelooflijke perversiteit met valse getuigen, foltering, arbitraire opsluiting en schending van alle normen van het proces. Toen onze Gemeenschap een beroep deed op de hoge Gerechtshoven, terwijl we ze met precisie de gerechtelijke misdrijven van openbaar aanklagers, rechters, magistraten, agenten in criminalistiek,procureurs, ombudsmannen aantoonden en de daders bij naam noemde, durfden deze Hoven niet optreden en laten ze deze corrupte en criminele operatoren van “gerechtigheid” tot op vandaag op hun post.

Toen onze Gemeenschap vaststelde dat ze niet kon rekenen op de hulp van het gerecht, waardoor ze beroofd blijft van haar grondwettelijke rechten en haar toevlucht nam tot een moreel gewetensbezwaar, wendde ze zich enkel nog tot internationale Gerechtshoven. Maar tegelijk besliste ze haar oproepen te blijven doen aan het solidair geweten van de nationale en internationale menselijke klasse die haar morele principes nog bewaart. Daarom heeft ze de CONSTANCIAS (aanklachten/getuigenissen) bewaard, die op de sociale netwerken de concrete agressies, waaraan ze ons onderwerpen, rapporteren.

Ook dit laatste beroep op menselijke solidariteit van de eerlijken heeft men proberen te blokkeren. Op 28 september 2018 diende de 17-de Brigade van het leger een Actie van Voogdij in om ons het recht op communicatie en op het doen van aanklachten te ontnemen en ze eiste van een Promiscue Rechter van Apartadó dat ze ons zou verplichten al onze constancias terug te trekken van alle sociale netwerken. Wij weigeren ons neer te leggen bij zulke laagheid. De Tweede Promiscue R echter van Apartadó liet zich meesleuren door de militairen om het grondwettelijk recht op communicatie te schenden, wat in de jurisprudentie van de internationale tribunalen de “essentie van de democratie” vormt. Tot nu toe handhaaft het Grondwettelijk Hof zulke absurde vonnissen onbeslecht (en veel te lang onbeslecht).

Geen wonder dus dat de opstellers van het smerig pamflet, dat we hier vernoemden, er over klagen dat hun gedrag als iets pervers in vraag wordt gesteld. Maar tegelijk vragen ze de regering dat ze hen helpt in één van de ergste misdaden: namelijk “een einde maken aan onze gemeenschap” (misdrijf dat in het Internationaal Recht wordt getypeerd als Genocide, en ook onder de modaliteiten van misdaden van Uitroeiing en Vervolging, beide getypeerd als Misdaden tegen de Mensheid).

Bovendien willen de pamfletschrijvers dat men de pamfletten laat circuleren in al onze private stukken grond. We hadden reeds de ervaring van 29 december 2017 toen 5 paramilitairen, die dag en nacht in gesprek zijn met de Publieke Strijdkrachten, San Josecito binnendrongen, met de bedoeling onze wettelijk vertegenwoordiger en de leden van onze interne raad te vermoorden. Willen ze dat we alle hangsloten openen zodat ze kunnen blijven binnendringen om te moorden? Is dat misschien niet het gedrag dat typisch is voor criminele benden?

Doorheen heel het pamflet eist men dat men de oorlog van uitroeiing, die zij beoefenen, “vrede” noemt en dat men onze inspanningen om niet te zwijgen over de misdaden, wreedheden, agressies en bedreigingen, waaraan ze ons voortdurend onderwerpen, vooral onze historische constancias en morele afkeuringen “oorlog” noemt.

Gestut door onze onomkoopbare overtuigingen, gaan we hier door met onze CONSTANCIAS (getuigenissen/aanklachten) van pas gebeurde feiten:

Op zaterdag 19 september 2020 overdag werd een groep paramilitairen met lange wapens gezien op de weg die leidt van het gehucht Las Nieves naar het gehucht La Esperanza, van San José de Apartadó.

Op dinsdag 29 september 2020 overdag bemerkte men een intens transport van mannen met korte wapens op moto’s op de weg die naast onze nederzetting van San Josecito passeert. In de namiddag van dezelfde dag zag men hier de paramilitair die gekend is als ALFREDO voorbijkomen. Klaarblijkelijk waren al deze paramilitairen bezig met de coördinatie van de verdeling van pamfletten, die na twee dagen in heel de zone en in veel gemeenten van Antioquia en van het land gevonden werden.

Op woensdag 30 september ’s nachts, kwam informatie toe over een vermeend plan van uitroeiing, dat in de zone georganiseerd zou worden tegen onze Vredesgemeenschap door paramilitairen in samenwerking met sommige bewoners van de streek. Er wordt beweerd dat onze Gemeenschap “de vooruitgang niet toelaat in de regio” en dat ze krachtig de paramilitaire aanwezigheid in de gehuchten van het district aanklaagt, wat hen schade toebrengt en hen verhindert met meer macht controle uit te oefenen op de burgerbevolking.

Op donderdag 1 oktober 2020 ’s morgens werden vele pamfletten van de paramilitairen gevonden gedrukt op papier en vele graffiti op bomen en huizen, ondertekend door de AGC (Autodefensas Gaitanistas de Colombia) zoals ze zichzelf noemen en die deze regio controleren en vele andere in het land. Deze pamfletten werden klaarblijkelijk niet alleen verdeeld in het district van Apartadó en zijn gehuchten, maar ook in vele andere gemeenten van het land en hun districten en gehuchten. In dit pamflet protesteren ze tegen de brutaliteit van de Nationale Politie tegen de volksdemonstraties van protest2 en tegelijkertijd klagen ze de activiteiten van de guerrilla in de zone aan. Het blijft verbijsterend dat een paramilitaire structuur, waarvoor de tolerantie van de Staat totaal was, zoals de Bisschop zelf van Apartadó een paar maanden geleden aanklaagde, bij het signaleren dat men geen enkele wil van de Staat vaststelt om hen te vervolgen, de steun van de bevolking zou willen winnen door de Staat zelf als factor van bescherming aan de kaak te stellen in een zaak waarover zulke enorme nationale consensus bestaat, zoals de afwijzing van de brutaliteit van de politie.

Dezelfde donderdag 1 oktober2020 ’s morgens passeerde een troep militairen van de 16-de Brigade van het leger door ons Vredesgehucht Luis Eduardo Guerra. Zo schenden ze onze private eigendom. Daar dichtbij bevond zich, volgens info, een groep paramilitairen in burgerkleren die geweren droegen.

Dezelfde donderdag 1 oktober 2020 overdag kwam bij onze Gemeenschap info toe volgens dewelke de paramilitairen gekend als “JESUSITO” en WILFER HIGUITA degenen zijn die de pamfletten zouden achtergelaten hebben en teksten op bomen en op de gevels van de huizen en zelfs op de stenen in het gehucht La Unión van San José de Apartadó. Het is bekend dat WILFER HIGUITA, deel uitmakend van de paramilitairen, zich in 2009 aansloot bij de 17-de Brigade van het leger en zo zijn diensten verleende als paramilitair. Op 17 januari 2009 werd hij boodschapper van Kolonel GERMÁN ROJAS DÍAZ, Commandant van de 17-de Brigade, om een lid van de Vredesgemeenschap te onderwerpen aan een smerige chantage, door hem aan te manen om hem te helpen bij het vernietigen van de Vredesgemeenschap, zo niet zou hij een strafproces verzinnen voor drugstrafiek of voor rebellie3 met valse getuigen. Op 16 december van het zelfde jaar 2009 maakte dezelfde Wilfer Higuita een lijst van te vermoorden personen openbaar in het gehucht Caracolí. De volgende dagen werden verschillende personen van de lijst vermoord, zoals Don Fabio Manco en Don Luis Arnelio Zapata. Volgens de aankondiging van Higuita zouden ze 7 miljoen Pesos4 betalen voor elke vermoorde persoon. Gedurende die jaren werd hij gezien terwijl hij als paramilitair patrouilleerde met militairen van de 17-de Brigade.

Op woensdag 7 oktober 2020 om 7 uur ’s morgens drong een groep van 4 militairen van de 17-de Brigade van het leger zonder enige toelating binnen in onze private ruimten van het Vredesgehucht Luis Eduardo Guerra. Later, om 11 uur schonden opnieuw 3 militairen onze eigendom. Ze beweerden dat ze enkele coördinaten aan het verifiëren waren en ze deden alsof ze in de zone verdwaald waren. Men moet noteren dat de eigendom van het Vredesgehucht voldoende aangeduid is als privaat grondgebied en nog minder begrijpt men dat ambtenaren van de Staat zelf de wettelijke onschendbaarheid ervan miskennen.

Het is duidelijk dat de paramilitairen probeerden hoe ze ons proces van leven konden vernietigen en daartoe gebruiken ze verschillende “punten” van spionage die voortdurend informatie verschaffen over de activiteiten dag na dag van onze gemeenschap. Nu hoort men dat een vermeende nieuwe paramilitaire commandant aankomt in de zone, die alias “Pueblocito”of “Pueblo”, vermoord door het leger, zal vervangen.

Mijnbouwbedrijven zijn het die het meest geïnteresseerd zijn in het zich meester maken van deze regio. Want deze laatste maanden werden veel illegale enquêtes gehouden om te beginnen met de exploitatie van mineralen en dit alles werd uitgevoerd door dezelfde paramilitairen die het vuile werk opknappen voor het bedrijfsleven van Urabá. En spijtig genoeg trapt de boerenbevolking hierin, in het spel van deze bedrijven, wetende dat ze alleen proberen hun koffers te vullen met deviezen en de precaire bestaansmiddelen van de boeren te ontmantelen, die eindigen met het overhandigen van de grond en ontheemd, gedwongen door hen die vandaag die roof verdedigen en steunen als “vooruitgang en ontwikkeling” van de zone. Het volstaat te kijken hoe ze andere regio’s in het land, waar deze bedrijven de grondstoffen exploiteerden, hebben achtergelaten. Daar beleeft men nu alleen in miserie ontheemding, met pijn en met woede omdat ze acht geslagen hadden op de valse beloften die de bedrijven hadden gepropageerd. We weten dat er een sterke interesse bestaat bij de mijnondernemingen en de Staatsinstellingen zelf om de collectieve gronden van onze Vredesgemeenschap af te pakken en om dat te bereiken gebruiken ze het paramilitarisme en coöpteren ze een groot deel van de burgerbevolking van de zone, als strategie om een einde te maken aan het obstakel dat we voor hen zijn, dat hen verhindert de natuurlijke rijkdommen te roven en zo gedaan te maken met deze mooie zone. Dit type van “vooruitgang van de dood en de uitroeiing” verwerpt onze Vredesgemeenschap pertinent.

Opnieuw bedanken we de mensen en gemeenschappen, die vanuit verschillende plaatsen in het land en in de wereld vanuit hun meest intieme overtuigingen ons hebben vergezeld in deze meer dan 23 jaar Vredesgemeenschap en die ondanks de isolatie door de pandemie elke dag de Colombiaanse regering onder druk blijven zetten opdat ze onze levens, noch ons patrimonium en erfgoed niet zouden vernietigen. Onze oprechte dank om dit proces ter verdediging van het leven te blijven opvolgen, wat ons bovendien moreel aanmoedigt om onze principes te blijven verdedigen.

1 Het Integraal Systeem voor Vrede is in het leven geroepen door het Vredesakkoord van 2016. Het bestaat uit: de JEP = Justicia Especial para la Paz (Speciale Overgangsjustitie), de CEV = Comisión de Esclarecimiento de la Verdad (Waarheidscommissie) en de Comisión de Búsqueda de Personas Desaparecidas (Commissie ter Opsporing van Vermiste personen)

2 Men verwijst naar het geweld van de politie in Bogotá op 9 september waarbij Javier Ordoñez, die op het punt stond af te studeren als advocaat, om het leven kwam. En vooral naar het politiegeweld tegen de manifestaties die hiertegen vooral in Bogotá werden opgezet. Hierbij kwamen op 10 en 11 september meer dan 10 burgers om het leven.

3 Rebellie verwijst naar guerrilla-activiteiten

4 Dat kwam toen overeen met zo’n 2.000,00 Euro