Oorlog vermomd als vooruitgang

Het is slechts enkele dagen geleden dat we zegden: ”Opnieuw legt onze Vredesgemeenschap getuigenis af ten aanzien van het land en van de wereld van de feiten die een negatieve invloed hebben op ons leven en op onze fundamentele rechten, en op die van de boerenbevolking van onze omgeving. Het gaat over feiten die door het officieel discours en de grote media van desinformatie  stilgehouden worden of grondig verdraaid worden.”

De laatste dagen kwam de Gouverneur van Antioquia Sergio FAJARDO voor verschillende media die hem bijval verlenen beweren  dat hij in Urabá een overleg leidt over mensenrechten, waaraan onze Vredesgemeenschap actief deel zou nemen.

Met verwondering ontvingen we zulke beweringen die elke waarheid missen. Het is niet waar dat onze Gemeenschap deelneemt aan zogezegde toneeltjes van integratie met locale, regionale of nationale autoriteiten die ons alleen maar wisten aan te vallen, ons elk respect en bescherming weigerden die de Staat verplicht is te leveren aan haar burgers, en die agenten steunen die zich alleen maar wisten te verschansen achter de Staat om elk type vreselijke misdaden en misdrijven te begaan tegen de weerloze bevolking. We hebben wel een bijeenkomst gehad met Gouverneur FAJARDO op 18 september 2013 in Medellín  in het gezelschap van 4 magistraten van het Grondwettelijk Hof.  En dat was om hem te vragen dat hij zijn administratieve verplichtingen zou nakomen, door tussen te komen om een einde te maken aan de gedwongen verdwijning van een jongere van het gehucht La Hoz van San José de Apartadó, een misdaad begaan door de Strijdkrachten in samenwerking met paramilitaire structuren.  Maar de Gouverneur FAJARDO antwoordde daarop dat hij niet zou tussenkomen , dat hij de Strijdkrachten volledig ondersteunde omdat hij ook Staatsambtenaar was en dat hij de oplossing van het probleem van deze gedwongen verdwijning in handen liet van het leger (de daders). Evenmin wilde hij meewerken aan het uitvoeren van de orders uitgevaardigd door het Grondwettelijk Hof  in hun Vonnis 164 van 2012, met het oog op het beschermen van de fundamentele rechten van onze Vredesgemeenschap.  De verslagen die we hem gaven over de intense paramilitaire aanwezigheid in de gehuchten van Apartadó interesseerden hem  niet in het minste , ofschoon ze absoluut ongrondwettelijke situaties openbaarden die plaatsgrepen in zijn rechtsgebied. Dit verklaart waarom wij niet geloven in geveinsd mensenrechtenoverleg  dat geleid werd door dit personage, en waarop hij ons evenmin had uitgenodigd.

Op dit moment zien we ons opnieuw moreel en ethisch verplicht getuigenis af te leggen aan de mensheid en aan de geschiedenis:

 Op zondag 3 mei 2015 werden rond 7:00 uur in het gehucht La Hoz van het district van San José de Apartadó, in de school van het gehucht, vier boeren aangehouden door leden van de Nationale Politie, die hen folterden, beschimpten, hen in het gezicht en op het lichaam sloegen terwijl ze aan bomen waren vastgebonden. Wat later rond 12:30 pikte een helikopter van de Politie hen op en nam ze mee naar wie weet waar. De gevangengenomen burgers droegen de naam Wilson David MORA  (27 jaar oud), Deiver Antonio MENDEZ BERRIO (29 jaar oud), Orlando (31 jaar oud) en er was een minderjarige  bij, deze laatste werd uren later in vrijheid gesteld.

Te midden van een discours van vooruitgang foltert en vernedert de regering, vertegenwoordigd door de Nationale Politie, de burgerbevolking op laffe en wilde manier. Ofschoon deze boeren geen deel uitmaken van de vredesgemeenschap toch gaat het over burgerbevolking uit onze geografische en sociale omgeving.

We doen een beroep op de nationale en internationale solidariteit om er bij de Nationale Regering op aan te dringen een einde te maken aan deze praktijken, aan deze Staatsmisdaden.

Vredesgemeenschap van San José de Apartadó

3 mei 2015