Paramilitairen verkrachten een jongere in San José de Apartadó

Opnieuw richt onze Vredesgemeenschap een jammerklacht naar de nationale en internationale gemeenschap voor de ernstige situatie van de mensenrechten waaraan onze gemeenschap en de bevolking van onze geografische en sociale omgeving dagelijks onderworpen worden. Dit ten aanzien van een Staat die ophield Staat te zijn, door zich om te vormen tot een machine van sociale repressie geholpen door zijn criminele arm, die niet meer clandestien is maar publiek, nl. de paramilitairen. Dit zijn de feiten:

Op zondag 22 januari 2017 rond 7:00 uur was er een groep paramilitairen aanwezig in het gehucht La Esperanza, in de eigendom van Reinaldo Areiza. Omdat ze Reinaldo niet vonden kondigden ze aan dat ze geen enkele verklikker[1] in de zone gaan toelaten en dat hij die niet met hen samenwerkt ofwel weg moet gaan ofwel zal sterven. Ze kondigden aan dat zij de autoriteit vormen van de streek, want dat ze borgstelling gekregen hebben van de Strijdkrachten, waarmee ze reeds te samen projecten ontwikkelen en dat ze dat zullen doen want dat ze boven om het even wie staan. De paramilitairen hielden gedurende verschillende uren de familie Muñ onder druk van chantage en bedreigingen. Daarbij vertoonden ze bovendien een lijst met personen waarmee ze volgens hen nog rekeningen te vereffenen hebben. Onder hen ook leden van onze Vredesgemeenschap die ze reeds verwittigd hebben.

Dezelfde zondag 22 januari 2017 rond 15:00 uur was er een contingent paramilitairen aanwezig in het gehucht Mulatos Medios, in de omgeving van het sportplein van het gehucht. Opnieuw kondigen de paramilitairen aan dat ze geen verklikkers wensen in de regio, dat ze niet gaan toelaten dat er in de zone zijn die deze hoerenjong gemeenschap gaan informeren over de acties die zij ondernemen in de regio. Volgens de paramilitairen hebben ze een vergadering van commandanten geprogrammeerd in het gehucht La Esperanza, om de laatste hand te leggen aan de details van de  lijnen die moeten uitgewerkt worden in de regio, zowel op politiek, militair, economisch vlak als op het vlak van sociale controle die ze overeengekomen zijn met de Strijdkrachten. 

Op maandag 23 januari 2017 verkrachtten paramilitairen in het gehucht La Hoz een minderjarige, die zich in de familiewoning bevond. Daar dreigden de paramilitairen ermee haar te zullen vermoorden als ze dat zou aanklagen.

Op vrijdag 27 januari 2017 rond 6:00 uur was een paramilitaire groep aanwezig in het gehucht Mulatos Medios in de woning van Diana Guisao, die ze met de dood bedreigden omdat zij familie was van leden van de Vredesgemeenschap. Daar toonden ze ook een lijst met te vermoorden personen waaronder zich leden van onze Vredesgemeenschap van het vredesgehucht “Luis eduardo Guerra” in het gehucht Mulatos bevonden.

Dezelfde vrijdag 27 januari 2017 rond 8:00 uur viel een paramilitair contingent het Vredesgehucht “Luis Eduardo Guerra” binnen en dat voor meer dan een uur. Daar gingen de paramilitairen ertoe over om leden van onze Gemeenschap te fotograferen en ze kondigden aan dat ze verklikkers zouden vermoorden en dat de burgerbevolking verplicht is hun aanwezigheid in de zone te aanvaarden. Bovendien kondigden ze aan dat ze werk maakten van infiltratie en van verbreking van de relatie en van het vertrouwen die bestaat tussen de burgerbevolking van de regio en de Vredesgemeenschap. De woede van de paramilitairen weerspiegelde zich bij het tonen dat zij geweren en oorlogsarsenaal bezaten om de families van de Gemeenschap te vernederen en ze zelfs  te herleiden tot stof. Deze inval vond plaats in aanwezigheid van internationale begeleiders die zich ter plaatse bevonden op het moment van de feiten.

Op zondag 29 januari 2017 drongen 5 paramilitairen de private eigendom binnen van onze Vredesgemeenschap in het gehucht La Esperanza. Daar hielden ze twee leden van onze Vredesgemeenschap gedurende verschillende minuten aan. Ze kondigden aan dat ze geen verklikkers gaan toelaten in de regio en ze maanden hen aan de Vredesgemeenschap te verlaten. Volgens informatie van bewoners van dit gehucht hebben de paramilitairen ladingen naar boven gebracht voor de paramilitairen die aanwezig zijn in de zone. Deze lading is afkomstig van het dorpscentrum van Nuevo Antioquia waar aanwezigheid is van de Strijdkrachten. Maar daar ziet niemand, hoort niemand en zegt niemand iets over de hoeveelheden ladingen die ze daar naar boven brengen in karavanen muilezels naar de paramilitairen.

Onze Vredesgemeenschap, de burgerbevolking van de regio en de aanwezigheid van verschillende internationale organisaties die ons begeleiden, zijn getuige geweest van de invasie, het binnendringen en de bedreigingen van de paramilitairen in de laatste weken in gehuchten van het district van San José en in onze leefruimten en in die van gemeenschapswerk. De regering houdt zich nog steeds doof en stom voor de internationale aanklacht tegen de barbarij waaraan we onderworpen zijn zonder enig medelijden door hun agenten.

Opnieuw zijn we dankbaar voor de solidariteit van vele mensen van verschillende delen van de wereld, die ons ondersteunen met hun morele kracht en hun onomkoopbare wil om samen (met ons) te staan tegenover de barbarij waaraan we voortdurend onderworpen zijn.



[1] Sapo is het woord dat gebruikt wordt voor informanten van de FARC, collaborateurs van de FARC