Platgetreden wegen van het officieel verbergen

Opnieuw moet onze Vredesgemeenschap een beroep doen op het land en de wereld om getuigenis af te leggen van nieuwe feiten van agressie en krenking die ons vervullen met verbijstering en verontwaardiging.

Gisteren, dinsdag 2 januari 2018 konden we passages van een persconferentie van de Gouverneur van Antioquia Mr. Luis PÉREZ GUTIÉRREZ beluisteren, die verwees naar de tragische feiten die onze Gemeenschap de laatste dagen beleefde wanneer 5 paramilitairen, na een oneindig aantal bedreigingen om onze Vredesgemeenschap uit te roeien, binnendrongen in onze centraal gelegen nederzetting van San Josecito verleden vrijdag 29 december met de bedoeling onze Wettelijk Vertegenwoordiger en andere leiders van de Gemeenschap te vermoorden.   Waarbij 2 van de paramilitairen ontwapend en geïmmobiliseerd werden door leden van onze Gemeenschap en overhandigd werden aan een afgevaardigde van de hoge Regering.

De Gouverneur van Antioquia bevestigt dat dit feit geanalyseerd werd in een Veiligheidsraad die rapporten ontving van de politie en van het leger en dat “het thema reeds opgehelderd werd: het waren geen paramilitairen, het waren een paar gasten , waarvan één van hen de coiffeur zelf van die gemeenschap was, die een kap over het hoofd trokken om een eetstandje of een graanzolder te beroven; de Gemeenschap hield hen een relatief lange tijd vast, en wanneer de regering kon tussenkomen werd ontdekt dat het twee gasten van de gemeenschap zelf waren die geprobeerd hadden een winkel te overvallen. “

De Gouverneur besluit dat onze Gemeenschap leugenachtig is en spoort ze aan om geen opgeblazen berichten te produceren want hij verwittigt ze dat: “het moment kan aanbreken dat gebeurt wat het leugenachtig herdertje overkwam, dat  hij door zoveel uitspraken te doen zonder fundament, wanneer hij echt de deelname van de Staat nodig heeft, deze dan niet meer mogelijk zou zijn.”

Deze fabel die zonder twijfel kwaadaardig bedoeld was, liet ons perplex achter.                                    Voor ons allen die deze tragische episode beleven en de paramilitairen gedurende 24 uur konden aanschouwen en zelfs met hen konden spreken wanneer ze geïmmobiliseerd waren,                               voor hen die ons vergezelden  en zorgden voor de gewonden en het in beslag genomen wapen en de kogels die in de lader zaten aanschouwden,                                                                                                                               voor ons die hun voortdurende bedreigingen gedurende maanden en jaren ondergingen en besloten dat het ging over aangekondigde moorden, die ze door onze solidaire en onverhoedse actie konden voorkomen, blijkt het relaas van de Gouverneur niet enkel kwetsend te zijn maar ook uiterst pervers.                                    Affirmeren dat de paramilitairen gasten waren van onze Gemeenschap die kappen opzetten om een winkel te overvallen in hun eigen nederzetting is iets dat trekt op een mop van slechte smaak, maar  dat achtergronden van gemeenheid  en cynisme onthult,  die we onmogelijk achtten  voor een mandataris van dat niveau. Tegengesproken door de echte feiten, die bijgewoond werden door zo’n 10 internationale begeleiders (= vredesbrigadisten) die getuige waren van verschillende momenten van de tragedie, wordt de versie van de Gouverneur waargenomen als die van een vulgaire clown die beoogt grondige medeplichtigheden met de daders te verhullen door middel van het terugkerende mechanisme van de trivialisering van de rapporten, die het groteske benaderen,  zodat ze de massa’s consumenten van zijn “informaties” weerhouden van een mogelijke solidaire blik jegens de slachtoffers te hebben, door ze te degraderen als bedrieglijke veroorzakers van hun eigen daders, in episodes die lach verwekken in de lage werelden van de vulgariteit die geniet van het geweld dat met trucs en vals spelen ineensteekt.

En de Gouverneur hamert op zijn groteske en perverse versie door onze Gemeenschap te bestempelen als LEUGENACHTIG.  Hij doet dat door een beroep te doen op een universele fabel nl. die van het leugenachtig herdertje die verschillende keren vals alarm sloeg dat de wolf zijn kudde kwam aanvallen. Zo lukte hij erin de solidariteit van veel mensen te krijgen. Maar wanneer de wolf dan echt kwam geloofden de mensen hem niet meer. Iedereen neemt de enorme perversiteit waar die deze zinspeling insluit, als middel om onze Gemeenschap in de media te stigmatiseren en te degraderen.

Het ons opnieuw tot slachtoffer maken verwondert ons echt niet. Het kadert perfect in de politiek die de regeringen volgden tegenover onze tragedie gedurende de laatste 20 jaar. Al onze aanklachten werden bestempeld als “leugenachtig”.  Het Ministerie van Defensie, waaraan de presidenten, ministers en hoge ambtenaren onze getuigenissen/vaststellingen doorsturen antwoordt onveranderlijk dat “de feiten niet plaatsvonden” , dat er “geen troepen in de zone waren”en dat er “geen paramilitaire troepen bestaan”.  Vanaf het eerste jaar van ons bestaan antwoordde de ex-generaal Rito Alejo del Río aan de internationale delegaties die de paramilitaire controleposten vast stelden op de weg van Apartadó naar San José dat de paramilitairen niet bestonden, ofschoon de internationalen hem vertelden dat ze ze gezien hadden en gefotografeerd en dat ze met hen gediscuteerd hadden. Zulke negationistische  strategie werd gedurende deze 20 jaar onveranderlijk volgehouden. Voor de Hoge Regering is de “waarheid” het valse antwoord dat de daders verzinnen en nooit het smartelijk verhaal van de slachtoffers.

Verschillende internationale Gerechtshoven en alle groepen die solidair zijn met ons in het land en in de wereld kennen maar al te goed deze strategie die geworteld is in de donkerste kelders van de macht.

Met immense pijn voor het vaderland.