Protocollaire wegen van leugenachtigheid en camouflage

Opnieuw doet onze Vredesgemeenschap van San José de Apartadó een beroep op het land en op de wereld om getuigenis af te leggen van de laatste feiten die ons diep treffen.

Vandaag blijft het district van San José de Apartadó binnengedrongen en gecontroleerd door paramilitairen die, hoe meer de regering ze ontkent en ze verbergt, steeds bezig zijn met alles te controleren en ze bekommeren zich niet over de aanklachten. Ze hebben de zekerheid dat hun beschermheren en hun bondgenoten de regering vormen en dat ze niet zullen toelaten dat ze voor het gerecht verschijnen. Zo mogen ze zich bij klaarlichte dag tonen en mogen ze uitgebreid hun illegale en perverse verplichtingen, belastingen en afpersingen, hun bedreigingen en hun lijsten van te vermoorden kandidaten opleggen. Als parodie op een bijbel psalm mag  men van hen zeggen:  “Zij verblijven onder de bescherming van de allerhoogste (regering)” en op die zekerheid baseren ze hun cynisme en hun brutaliteit.

Men moet niet ver gaan om dat vast te stellen: na de moord op de laatste jonge boer in het gehucht La Cristalina (18 augustus 2019) riep een Openbaar Aanklager van Apartadó de bewoners van 4 gehuchten die intensief gecontroleerd worden door het paramilitarisme bijeen om hen te vragen wie Weber Andrés vermoord had (4 september 2019). De talrijke aanwezigheid van paramilitairen in deze bijeenkomst , vergezeld van vele militairen en politieagenten , drong er bij de Openbaar Aanklager op aan dat  er “in de zone geen paramilitairen waren en dat daarom de paramilitairen hem niet hadden kunnen vermoorden”.  Op deze wijze zou men de besluiten van zulke verdachte vergadering kunnen samenvatten. Wat beoogde de Aanklager met zo’n evenement? Zou hij niet geweten hebben dat zijn  auditorium  verzadigd was met paramilitairen die hun eigen bestaan ontkenden met schandelijke bedoelingen en  dat de niet-paramilitairen niet durfden te spreken om hun leven niet te riskeren. Had deze convocatie het karakter van een gerechtelijke hoorzitting? Zal de Aanklager één van de uribisten[1] zijn die van mening zijn dat de Rechtstaat een verouderd begrip is en dat voortaan de “justitie van opinies” ondersteund door de beslissingsbevoegdheid van de daders gegroepeerd in  montoneras[2] moet overheersen? Wat richtten de militairen en politieagenten daar uit toen ze handtekeningen verzamelden van de deelnemers? Wat is de bestemming en het gebruik van deze handtekeningen? Staan die handtekeningen gelijk met een soort “gewetensjury” die de vrijspraak legitimeert van de moordenaars?  Wat zullen de nieuwe spelregels zijn van die vreemde rechtspraak?  Waarom maken ze die ten minste niet publiek?

Vanuit die onverstoorbare veiligheid zetten de paramilitairen hun routineagressie verder tegen de burgerbevolking: ze controleren, innen belastingen, bedreigen en vermoorden.  Alleen stilte omhult de stemmen van de boeren. Als ze die orde verlaten dan circuleren er snel noodlottige lijsten met de namen van de volgende doden.

Er is geen remedie die deze tragedie kan genezen, tegen het geweten in van de boerenbevolking, die meer dan 50 jaar heeft geleefd in deze zone waarin enkel onderwerping hen heeft toegelaten te overleven door zich aan te passen aan de regels van de gewapenden.

De feiten waarvan we getuigenis afleggen zijn de volgende:

 

Op dinsdag 17 september 2019 om 9:58 werd de aanwezigheid van een groep paramilitairen met camouflagevesten en met lange wapens vastgelegd in het gehucht Arenas Altas  van het district van San José de Apartadó.

Op woensdag 18 september 2019 maakte onze Vredesgemeenschap een rondgang samen met de Ombudsman voor de Mensenrechten en met internationale begeleiding door de gehuchten Arenas Altas en Arenas Bajas, met de bedoeling leden van onze gemeenschap die daar leven  te kunnen begeleiden, gezien de vastgestelde aanwezigheid van paramilitaire eenheden die dagen. Toegekomen in Arenas Altas kon men heel dicht bij de weg de aanwezigheid van gewapende mensen vaststellen, zonder ze te kunnen identificeren.  Verderop dezelfde weg , op zo’n 20 minuten afstand, ontmoeten we een erg verdachte gewapende groep die bestond uit 8 deelnemers die zich identificeerden als publieke strijdkrachten.

Op woensdag 25 september 2019 ‘s nachts drong Mr. ELKIN ORTIZ,  die schade kwam aanrichten in de private eigendom van onze Vredesgemeenschap  op de boerderij La Roncona, opnieuw binnen om onze afrasteringen, onze teelten van bananen en van cacao  te vernietigen. Volgens informatie doet hij dit onder impuls van de paramilitairen die de huizenblok van San José controleren.

Op vrijdag 27 september 2019 om 10:00 uur toen de leden van een commissie van onze Vredesgemeenschap terugkeerden van het gehucht La Esperanza  naar San Josecito, werden ze op de hoogte gebracht dat 7 paramilitairen in camouflagekleding en met lange wapens, aankwamen toen ze nauwelijks vertrokken waren van de boerderij van La Esperanza, private eigendom van onze Vredesgemeenschap. Het was alsof ze de leden van ons proces die daar aanwezig waren om boerderijwerkzaamheden uit te voeren belaagden. Tegelijkertijd stelde men de aanwezigheid vast van 10 andere paramilitairen in het hoger gelegen deel van het gehucht La Esperanza. 

Op zaterdag 28 en zondag 29 oktober 2019 was onze Vredesgemeenschap samen met andere gemeenschappen van het land, begeleid door internationale organisaties, op bezoek in de humanitaire zone Las Camelias in de gemeente Carmen del Darién, Departement Chocó. En ze vergezelden er de families van het gemeenschapsproces dat daar werd opgezet. Gedurende de reis kon men vaststellen dat het daar een zone is die helemaal gecontroleerd wordt door het paramilitarisme, want de sterke aanwezigheid van paramilitairen in burgerkleding was overduidelijk.  Dit maakt eens te meer duidelijk dat het het paramilitarisme is dat naar believen alles controleert in de dorpen en gehuchten van het land en het ergste van al is dat ze omzeggens altijd de controle uitoefenen te midden van of onder bescherming of met medeplichtigheid van de Strijdkrachten en volledig evident, met hun toelating en coördinatie.

Dezelfde zaterdag 28 september 2019 zat de Commandant van de 17-de Brigade van het leger, Kolonel Carlos Padilla, als antwoord op een order van de Staatsraad,  een ceremonie van goedmaking voor  tegenover de gemeentelijke hal van de huizenblok van San José de Apartadó, waarbij hij een bord verwijzend naar het bloedbad van 21 februari 2005 onthulde en daarbij zegde hij: “Met dit bord erkennen wij de slachtoffers van het gewapend conflict en we verlenen hen waardigheid voor de feiten die plaats vonden op 21 februari 2005 in de gehuchten La Resbalosa en Mulatos van de gemeente van San José de Apartadó als schadeloosstelling voor hun dood (… ) Ik wil jullie mijn meest oprechte excuses aanbieden en me solidariseren met het lijden van u allen en van ieder apart. Ik kan jullie verzekeren dat het nationale leger zal doorgaan met de vaste overtuiging  de condities van vrijheid en democratie te bewaren en te garanderen die jullie allen als Colombiaans volk aan ons vragen.”

Het was niet de Minister van Defensie die de plechtigheid voorzat, zoals door de Staatsraad werd bevolen, wat reeds de geringe waarde duidelijk maakt die de regering heeft voor de boerenslachtoffers en de denigrerende behandeling die ze hen geeft.  Het bord bevatte evenmin de namen van alle slachtoffers van dit bloedbad en niemand begreep waarom ze BELLANIRA AREIZA, de partner van de historische leider van de Vredesgemeenschap, Luis Eduardo Guerra , die daar afgeslacht werd, uitsloten. Want zij werd ook afgeslacht in de zelfde orgie van bloed.  Slechts een twintigtal personen namen deel aan de plechtigheid, sommigen van hen familieleden van de slachtoffers die een geldelijke vergoeding hadden ontvangen die verordend werd door de Staatsraad. Maar bij hen was geen enkel lid van onze Vredesgemeenschap, want vanaf het begin verwierpen wij het taxeren van onze slachtoffers in geld, alsof ze koopwaar waren, en minder nog wanneer deze “betaling”niet vergezeld is van bestraffing van de daders en van doeltreffende maatregelen van niet-herhaling  en van de correctie van de systematische criminaliteit, duidelijk gemaakt in dit gruwelijk bloedbad.

De woorden van Kolonel Padilla en de tekst zelf op het bord zijn een geraffineerd model van perverse verdoezeling en van vervorming van de werkelijkheid, die meehelpen aan deze gruwelijke straffeloosheid. Deze slachtoffers voorstellen als “slachtoffers van het gewapend conflict” is een schande. Geen enkele van de honderden misdaden in deze 23 jaar tegen onze Vredesgemeenschap gepleegd mag beschouwd worden als verband houdend met het gewapend conflict. Want als iets vanaf het begin van haar bestaan de identiteit bepaalde van onze Vredesgemeenschap dan was het wel haar radicale weigering deel te nemen aan het gewapend conflict en samen te werken met geen enkele gewapende partij. De Strijdkrachten weten maar al te goed dat ze onze broers en zusters vermoordden omdat ze hen niet konden  inlijsten (invoegen) in de paramilitaire strategie die ze hadden ontworpen voor heel de regio en die nog steeds blijft heersen.  Ze schakelden hen uit omdat ze door hun principes aan hun handen ontsnapten. Daarom is het absoluut onfatsoenlijk en in tegenspraak met de regels zelf van de Speciale Vredesjustitie[3] dat de daders van misdaden tegen onze Gemeenschap toegang tot deze justitie vragen.

Maar misschien is het schandaligste dat de tekst zelf van het bord en de woorden van Kolonel Padilla “verzwijgen“ wat gebeurd is in het bloedbad en de echte dimensies ervan. Geen enkele schaduw van erkenning en berouw  over de verantwoordelijkheid van het leger bij die verschrikkingen, ofschoon het Opperste Gerechtshof zelf hoge officieren heeft veroordeeld  in een vonnis in cassatie, alhoewel ze de hoogste, die de meest macabere beslissingen namen, straffeloos heeft gelaten. Wat soort van goedmaking, die de evidente verantwoordelijkheid in het misdrijf niet erkent  is dat? Is dat misschien geen nieuw tot slachtoffer maken?

Maar het cynisme van het discours kent geen grenzen. Generaal Padilla durft “VOOR WAAR VERKLAREN” dat het leger “VOORT ZAL DOEN MET DE VOORWAARDEN VOOR VRIJHEID EN DEMOCRATIE TE WAARBORGEN” die de mensen vragen. Hij heeft het recht niet om de geschiedenis op zo’n gedurfde manier te miskennen. Waarom maakte hij niet eens allusie op de 1462 misdaden tegen de menselijkheid die werden gepleegd in de eerste 21 jaar van vervolging en genocide van onze Vredesgemeenschap, waarvan de documentatie berust in internationale gerechtshoven en waarin het leger actieve of passieve verantwoordelijkheid draagt. Blijft de Kolonal denken dat men de zon met een vinger kan afdekken?

Wanneer hij spreekt over “het waarborgen van de continuïteit van vrijheid en democratie” miskent hij dat, wat het leger heeft aangeboden in deze decennia, helemaal het tegengestelde van vrijheid en democratie is, toch durft hij ze “vrijheid en democratie” noemen,  zoals misschien niemand  anders het zou durven doen, want wat zij tot nu toe gewaarborgd  hebben zijn: bloedbaden, moorden, hongerbelegeringen,ontheemding, folteringen, vernieling en afbranding van woningen en van teelten, het oprichten en ondersteunen van paramilitaire structuren, gerechtelijke montages, het gevangen nemen van onschuldigen, seksueel misbruik, bedreigingen, lastercampagnes, kwaadsprekerij en beledigingen, diefstal van bestaansbenodigdheden, gewapende overvallen om ze te terecht te stellen, schendingen van de privacy, gedwongen verdwijningen, valse positieven, ontheiliging en verberging van lijken, en veel andere verschrikkingen. Is dat de “vrijheid en democratie” die hij aanbiedt “VERDER TE ZETTEN”, waarvoor hij “BEKRACHTIGING GEEFT”?

Wanneer uitingen van “goedmaking” of “vergeving” gedaan worden in een context die ingepakt is en tot het  diepste ondergedompeld in dezelfde criminele dynamieken die de uitroeiing van de slachtoffers veroorzaakte, dan heeft het discours enkel de mogelijkheid zijn toevlucht te nemen tot leugens, camouflage, afleiding en vermomming. En dat is het wat we hebben moeten beleven in het zogenaamd “postconflict” of “postakkoord”, waarin de wortels van het conflict meer dan ooit in leven blijven en op overweldigende wijze terug uitlopen. Men stelt een wanhopige zoektocht vast om het gebrek aan geloofwaardigheid af te dekken. We leven binnen een Staat en een regering die het land en de wereld willen overtuigen dat het mogelijk is een “nieuw gelaat” te tonen, ondersteund door een onvervuld discours maar zonder het hoofd te bieden aan het meest dringende probleem: de niet-herhaling van de misdaden waarborgen. Ze geloven dat dit mogelijk is door verantwoordelijkheden af te dekken en te ontwijken; door hen op hun post te houden en te bevorderen, die de barbarij ontwierpen en uitvoerden, en door de doctrines en structuren te behouden (en ze te ontkennen) die zulke verschrikkelijke praktijken inspireerden en begunstigden. Hoeveel jaren of decennia zal men nog moeten wachten eer ze overtuigd geraken dat dit absoluut onmogelijk is?

Met onze steeds herhaalde dankbaarheid aan hen,die vanuit talrijke plaatsen van ons land en van de wereld, ons ondersteunen met hun morele kracht, sturen we hen een nieuwe waarschuwing over wat deze valse genoegdoeningen onthullen en aankondigingen.



[1] Aanhangers van de vorige president Uribe

[2] Montoneras = ongeregelde militaire groepen (hier een verwijzing naar de paramilitairen)

[3] JEP = Justicia Especial para la Paz, overgangsjustitie opgericht door het Vredesakkoord