Razernij tot op de bodem van het absurde

Dezer dagen informeerde een rechter van Apartadó onze Vredesgemeenschap dat de 17-de Brigade van het leger een Actie van Voogdij[1] tegen ons heeft ingediend en ze voert aan dat onze aanklachten haar eer en goede naam schaadt. De rechter, in de plaats van zich in de plaats te stellen van de slachtoffers van militaire misdrijven, verkoos het spel te spelen dat de wapenbroeders hem voorstelden: om te doen alsof de slachtoffers de jachtgeweren zijn en niet de duiven. En hij handelde in overeenkomst hiermee en aanvaardde de voogdij. Onze God, in welk land leven wij?

Omdat men ons vraagt om ons in een juridisch proces te begeven, doen we eens te meer een beroep op ons Gewetensbezwaar, dat ondersteund wordt door Artikel 18 van de Nationale Grondwet.

Gedurende de eerste acht jaren van ons proces geloofden we in de instellingen. We deden er een intensief beroep op. We eisten de opening van hopen onderzoeken tegenover honderden misdaden die ons ontredderd achterlieten. We legden massa’s  verklaringen af in parketten en rechtbanken. We trokken naar internationale rechtbanken. We overspoelden de presidentiële kantoren met Rechten op Petities waarbij we dringend smeekten om beschermingsmaatregelen.  Nooit werden we gehoord. We verloren driehonderd kameraden, verwoest door wrede en schandelijke moorden. En juist omdat we ons zo volledig inzetten om gerechtigheid te eisen leerden wij ten gronde de rottigheid kennen die in deze instellingen bestond. We hielden in onze handen de fotokopieën van vele processen en we stelden rechtstreeks de montages vast die ze smeedden in de 17-de Brigade terwijl ze de rechterlijke macht usurpeerden (onrechtmatig in bezit namen) door valse beschuldigingen te verzinnen door middel van folteringen, chantage en steekpenningen. Dit alles verweven in etterende corruptienetwerken tussen militairen, politiemensen, openbaar aanklagers, rechters, procureurs, ombudsmannen voor de mensenrechten, magistraten en detectives, wat bij ons morele misselijkheid veroorzaakte en de onherroepelijke beslissing om niet meer opnieuw samen te werken met deze rottigheid die men “gerecht” doet noemen.  Wat ons volledig duidelijk werd was dat onze geweten ons niet toeliet verder banden te onder houden met die perversiteit. Daarom is het dat we overgingen tot de BREUK.

We hebben ook verdorven procedures en namen van ambtenaren, aangetast door corruptie, vergaard en in een reusachtig Recht op Petitie, de 19-de januari 2009, legden wij dit alles voor aan de Hoge Staatshoven opdat ze “een Ongrondwettelijke Stand van Zaken in Urabá”zouden afkondigen, maar spijtig genoeg hebben de magistraten van de Hoge Gerechtshoven zich teruggetrokken , ten aanzien van een taak die hen zeker heel veel wraak zou hebben opgeleverd en misschien aanslagen en moorden.

De Staat heeft alles geprobeerd om ons te vernietigen: vanaf onze geboorte als Vredesgemeenschap  op 23 maart 1997 was het eerste dat hij probeerde ons fysiek uit te schakelen. Hij vermoordde honderden kameraden; hiertoe gebruikte hij de “valse positieven” met een overdaad van wreedheid. En de militairen die ze uitvoerden werden niet geraakt door “justitie”.  Hun handen beefden niet bij het in stukken hakken van kinderen en vrouwen. Ze planden de meest afschuwelijke massamoorden en ze camoufleerden ze met vervalste rapporten, bevelen van operaties en kaarten, zoals dezelfde officieren opbiechtten onder het gewicht van hun wroeging.  Ze verkrachtten vrouwen.  Ze profaneerden en verborgen lijken. Ze zijn ons nog veel verdwenen personen schuldig - misdaden die niet verjaren – en hopelijk zal de JEP[2] hen verplichten om minstens hun resten terug te geven. Dit alles deden ze in een open en bloot bondgenootschap met de paramilitairen. Hun banden bestaan al heel lang. We herinneren ons, dat we vele keren gezien hebben, dat ze samen hun maaltijd aan het koken waren,  en zijzelf zijn het die ons nu alle weken in de gehuchten,  waarin ze ons proberen te vernederen, herhalen, dat alles gecoördineerd is met hun “neven”, de militairen. 

Omdat ze ons niet allemaal konden vermoorden omdat internationale besturen en gemeenschappen zich hiertegen opstelden en hen moreel en politiek afkeurden, probeerden ze ons dus te degraderen. Ze gingen een verbond aan met perverse communicatiemedia om wijd en zijd uit te bazuinen dat wij bondgenoten of collaborateurs van de guerrilla zouden zijn.  Met deze valse betiteling, die in zijn kern in tegenspraak was met wat wij op het oog hadden, omdat wij ons ver weg te houden van elke samenwerking met de oorlog, namen ze een grote menigte onschuldige boeren gevangen. Eerst namen ze hen mee naar de Brigade[3] om een montage ineen te steken, die bij voorbaat aanvaard werd door corrupte openbaar aanklagers en rechters. Anderen vermoordden ze met dezelfde montages in valse (schijn)gevechten en ze kleedden hun lijken met camouflage-uniformen[4].  Al deze dossiers moeten opnieuw geopend worden om hun rottigheid aan het licht te brengen.  Op een moment gaf het Grondwettelijk Hof ons gelijk en het accepteerde dat er een Commissie ter Evaluatie van het Gerecht gevormd zou worden (Vonnis 164 van 2012). Maar de afgevaardigden zelf van de andere instellingen die deelnamen zagen het als hun opdracht haar ontwikkeling te boycotten. Er ligt daar een  niet verbreekbare historische opdracht en een heilige plicht tegenover de menselijkheid en de waardigheid van de slachtoffers.

Het was voor hen niet voldoende een belangrijk deel  van onze Gemeenschap te elimineren. Zoals ze altijd al gewild hebben ons radicaal te vernietigen, stelden ze gedurende verschillende jaren voor ons te vermoorden door uithongering. Bij hun checkpunten beroofden ze ons van al het voedsel dat we bij hadden en ze vermoordden sommigen op dezelfde weg bij het afpakken van hun koopwaar. Ze vermoordden 4 chauffeurs om de rest van de chauffeurs af te schrikken en zo te bereiken dat niemand nog voedsel zou aanvoeren. Nadien vermoordden ze de winkeliers van de huizenblok[5] en de winkeliers langs de weg. Ze verbrandden de teelten van weduwen en ze trokken door boerderijen terwijl ze teelten vernielden en koopwaar en dieren roofden. Maar evenmin konden ze ons uitroeien door uithongering.

In een latere poging heeft de Brigade geprobeerd de boerenorganisaties te coöpteren en hen de idee in te prenten dat onze Gemeenschap de vijand is van de vooruitgang en de ontwikkeling, door het feit dat wij niet akkoord gaan dat de paramilitairen de wegen aanleggen en dat heel het territorium zich ten dienste zou stellen van de mijnbouw en van de (extensieve) veeteelt, ondernemingen die een einde maken aan de boerencultuur en het leefmilieu ruïneren. Ze hebben ons gestigmatiseerd en nu moedigen ze het beroven van stukken grond aan waarop wij ons voortbestaan en dat van de opkomende generatie hebben georganiseerd.  Ze weten niet meer welke strategieën te gebruiken om ons te vernietigen.

Nu proberen ze een verbond te sluiten met de rechterlijke macht om die te dwingen tot absurde en  perverse beslissingen.  Ze lukten erin dat op 30 december laatstleden een rechter hen in vrijheid stelde die verschillenden van ons gingen vermoorden. Dat ze dit niet gedaan hebben was omdat verschillende leden van onze Gemeenschap er op tijd toe overgingen hen te immobiliseren en te ontwapenen. De rechter vonniste dat dit soort aanhouding illegaal was en hun rechten schond. Het enige dat kan worden gedacht is dat de rechter hen het vreemde “recht om te vermoorden” toekende en van de Gemeenschap een vreemde “plicht om zich te laten vermoorden”eiste.

Vandaag gebeurt iets erg gelijkaardigs. De rechter gelooft dat de goede naam en de eer die beschermd moet worden die is van de daders en dat aan de slachtoffers de verplichting moet opgelegd worden van te zwijgen, van geen aanklachten in te  dienen, van zich te laten uitroeien.  We zijn dus aangeland bij de bodem van het absurde.



[1] Acción de Tutela is een gerechtelijk mechanisme in principe ter bescherming van burgers tegen publieke autoriteiten wanneer hun fundamentele grondwettelijke rechten geschonden worden. Hierbij kunnen op korte termijn (binnen 10 dagen)hun rechten afgedwongen worden.

[2] JEP = Justicia Especial para la Paz = Speciale Justitie voor de Vrede, in uitvoering van het vredesakkoord met de FARC

[3] Brigade = 17-de Brigade

[4] Uniformen van de guerrilla

[5] Bedoeld wordt San José