Rottigheden en systematische geweld opgraven

Recent verwezen de locale en regionale communicatiemedia naar een zogenaamd akkoord tussen de 17-de Brigade van het leger en de burgerbevolking van de huizenblokken van San José de Apartadó om de militaire basis te verplaatsen op 400 meter afstand van de plaats waar die nu was. Deze basis, was, van in het begin, geplaatst boven en aan de achterkant van het college dat men aan het bouwen was (en dat reeds af is.) Dit in schending van alle vonnissen die het Grondwettelijk Hof en de Staatsraad uitvaardigden om te verhinderen dat zulke militaire en politionele instellingen, die  actoren zijn van de oorlog, zich zouden vestigen te midden van de burgerbevolking en zo situaties zouden creëren van plots uitbrekend geweld  voor de meest kwetsbare bevolking, zoals kinderen die studeren toch zijn. Het heeft tot niets gediend dat we dit talrijke keren herinnerden aan de President van de republiek, aan de ministers van Defensie en aan de hoge militaire bevelhebbers,  die de wet overtreden door de vonnissen van de hoogste Gerechtshoven van de Staat niet te gehoorzamen. Ze hebben tot vervelens toe aangetoond dat ze zich niets aantrekken van de Wet en van de Grondwet en dat de “Rechtstaat” voor hen niet bestaat. Maar de basis 400 meter verplaatsen is een nieuwe bespotting van de burgerbevolking en een nieuwe overdaad van cynisme, vermits  de militairen de ganse dag tussen de huizen en tussen de educatieve en commerciële instellingen van het dorp door passeren.

Op maandag 21 september 2015 werd de boer Ernesto GUZMÁn terecht gesteld in het gehucht Playa Larga van San José de Apartadó door paramilitaire eenheden die deze gehuchten domineerden met volle instemming en medewerking van alle autoriteiten.  Al was Ernesto de laatste tijd geen formeel lid van onze vredesgemeenschap , toch is hij in het verleden lid geweest en wel vanaf de oprichting van onze Gemeenschap.  In 2009 werd hij van zijn vrijheid beroofd door paramilitairen en werd hij met de dood bedreigd. De laatste jaren oefenden de paramilitairen druk uit op hem om zijn boerderij aan hen te verkopen, wat hij vierkantig weigerde en alles wijst erop dat ze hem daarom vermoordden. Zowel Playa Larga als andere nabijgelegen gehuchten worden vandaag gecontroleerd door de paramilitairen die onder chantage en bedreigingen talrijke stukken grond  hebben bemachtigd.  Het was geweten dat twee van zijn kinderen recent verdwenen waren door toedoen van de paramilitairen.

Op donderdag 24 september 2015 kwam de Vredesgemeenschap te weten dat het Openbaar Ministerie op zoek was naar een manier om het lichaam van een kind op te graven, dat in juni  ll. stierf bij een pijnlijk familiedrama, wanneer twee broertjes gingen spelen met een jachtgeweer  en één van de kinderen hiermee zijn broertje dood schoot. Omdat onze Gemeenschap dit publiek maakte werd deze gebeurtenis, die diep verdriet veroorzaakte in die familie en in onze Gemeenschap, aangegrepen door de militairen en concreet door Kolonel Germán ROJAS DÍAZ, Commandant van de 17-de Brigade om een vals relaas van onberekenbare perversiteit in elkaar te steken met de bedoeling eens te meer onze Gemeenschap te stigmatiseren door middel van smaad en leugens en zo gaf hij voeding aan de haat waarmee hij ons altijd heeft willen vernietigen. Nu schijnt het Openbaar Ministerie zich ten dienste van hem te stellen , en zo een uitzondering te maken op zijn routine, want nooit heeft het de honderden misdaden tegen de menselijkheid willen onderzoeken die door het leger en door de paramilitairen tegen onze Gemeenschap werden bedreven. En zo liet het al deze verschrikkingen in de meest absolute en abnormale straffeloosheid, zonder ooit ook maar in de brigade en haar bataljons op zoek te gaan naar de namen van de militairen die aanwezig waren op de plaats van de misdaden, zoals dat vereist wordt door het Vonnis T-1025/07 van het Grondwettelijk Hof. Evenmin hebben de hoge Gerechtshoven van de Staat  geantwoord op ons Recht op Petitie van 19 januari 2009, waarin we hen met talrijke concrete gevallen aantoonden dat “het gerecht”in Urabá op de meest corrupte manier optrad en alle grondwettelijke principes en de geldende  principes van de Codex van Strafrecht, met de voeten trad en onwettige en corrupte vonnissen produceerde. We blijven hopen dat de hoge Gerechtshoven zoveel rottigheid zouden rechtzetten en dan zullen we meewerken met alle opgravingen die proberen de misdaden met eerlijkheid en onkreukbaarheid op te helderen.

Op vrijdag 25 september 2015 werden verschillende boeren van het gehucht Arenas Bajas bedreigd door paramilitairen, die aanwezig zijn in deze zone en hen aanmaanden het gehucht te verlaten als ze niet terecht gesteld willen worden. Deze bedreigingen zaaiden paniek bij de bewoners van de zone.

Op zondag 27 september 2015 rond 6:00 uur en gedurende meer dan twee uur kampeerde een groep militairen vlak bij de nederzetting van San Josecito en vlakbij het kerkhof van de Vredesgemeenschap.

Op woensdag 30 september 2015 kregen verschillende bewoners van het district San José telefoonoproepen van individuen die zich identificeerden als paramilitairen. Ze maanden de bewoners aan met hen mee te werken en ze beloofden hen dan enkele codes te geven die ze moesten tonen elke keer ze aan een controlepost  kwamen en dan zou de politie hen gerust laten.  

Op zaterdag 3 oktober 2015 werden opnieuw 3 bewoners van het district San José onderschept met behulp van telefoonoproepen door individuen die zich uitgaven als paramilitairen. Ze beloofden hen codes die ze moesten gebruiken bij de controleposten van de politie en dan zouden ze beseffen dat ze hen niet zouden lastig vallen.

De laatste dagen (september 2015) heeft onze Vredesgemeenschap kunnen bewijzen, met documenten in de hand, dat de installatie van de Bunker van de Politie in het dorpscentrum van San José, een installatie die de massieve ontheemding veroorzaakte van de leden van onze Gemeenschap op 1 april 2005, niet enkel een oefening van illegaal geweld was tegen een private eigendom, maar dat het ook het begin betekende van een aaneenschakeling van fraude en strafbare en bedrieglijke procedures vanwege staatsinstellingen.  

Inderdaad de Politie vernietigde op 1 april 2005 de hangsloten en deuren en ze bemachtigde het huis/perceel van private eigendom, dat toen bewoond was door de familie van Elidio Tuberquia, die na het hardnekkig reclameren voor de diefstal van zijn huis/perceel bij de Strijdkrachten,  hersendood op straat lag op 13 november 2006. Hij bleef tot 9  juli 2008 in de coma toen hij stierf in Medellín.  Om hun misdaden te verdoezelen beloofde de politie dat ze het terrein zou betalen aan zijn familie. Maar het blijkt dat dit terrein een wettige eigendom was van een andere familie die er een eigendomstitel van bezat maar die door het geweld op de vlucht was gegaan. Dat blijkt uit het Bewijs van Inschrijving van Onroerend Goed 008-37690, dat zijn oorsprong vindt in de Resolutie 1311 van INCORA (Colombiaans Instituut voor Landbouwhervorming) van 26 juni 1989. Het bevat een toewijzing van het stuk land (baldío = stuk land zonder eigenaar) van 5.125 m² ten gunste van Agustín Antonio BLANQUICET CARVAJAL en María Aurora CARVAJAL de BLANQUICET, geregistreerd onder nr.  2873 van 12 oktober 1989. Het gaat om een eigendom die het voorwerp uitmaakte van de Beschermingsmaatregel 0474 van 11 september 2012 door INCODER (Colombiaans Instituut voor  Plattelandsontwikkeling) van Bogotá. Die maatregel houdt het verbod in om afstand te doen van de ingeschreven rechten op dit stuk land (Registratienr.  2012-6511).

Een jaar na de gewelddadige en misdadige aanval met de bedoeling en met als resultaat de diefstal van een huis/perceel, door de Politie op 1 april 2005, en misschien rekening houdend met een jaar van hardnekkige protesten en reclamaties van Elidio, weten we niet hoe INCODER gecoöpteerd werd om een ander misdrijf te begaan dat erop gericht was het eerste misdrijf van gewelddadige diefstal door de Politie te verdoezelen. Want zonder de Bewijzen van Inschrijving als Onroerend Goed  en hun Certificaten van Traditie en Vrijheid (= certificaat dat gegevens van vroeger en huidig bezit staaft) te raadplegen (of ze te raadplegen en er geen rekening mee te houden, wat nog erger is) construeerde INCODER over dit perceel, dat private eigendom is met eigendomstitel, een fictief “baldío” (= stuk land zonder eigenaar, stuk land van de staat) en wees het toe aan Elidio TUBERQUIA GUERRA en zijn vrouw Luz Enadis LUGO FRANCO, door middel van Resolutie 0144 van 28 april 2006. Op deze frauduleuze en illegale basis realiseerden ze, eens Elidio gestorven was na 18 maanden hersencoma, een “toewijzing in successie” die in Notariaat 21 van Medellín geregistreerd werd op 17 oktober 2008 (Registratienr.: 6719), ten gunste van de vrouw van Elidio, Luz Enadis LUGO en hun zoon Nubar Elidio TUBERQUIA LUGO.  Het betreft een gerechtshandeling waarin - volgens de documenten - Elidio TUBERQUIA GUERRA, die drie maanden tevoren overleden was,  “tussenkomt”. Alles wijst erop dat het ging over bedrog en fraude die moest mogelijk maken dat de weduwe van Elidio en hun zoon deze “eigendom” zouden “verkopen”(geregistreerd in het bedrieglijk geschrift Nr. 2852 van 10.10.08) aan “De Natie-Nationale Politie”. En zo werd de fraude geregistreerd in het Uniek Notariaat van Copacabana, Antioquia, op 20 maart 2009.

Deze opeenvolging van misdrijven, bedrog, fraude, diefstallen, chantage, verzinsels,  aanvallen, vervalsingen, heling, aanslagen, ambtsmisdrijven en misdaden vormen nauwelijks de basis van de ongehoorzaamheden van de regering aan de vonnissen van het Grondwettelijk Hof en van de Staatsraad die verbieden in conflictzones  politieposten en militaire bases te plaatsen te midden van de burgerbevolking. Ontelbare aanklachten en petities gericht aan de centrale regering kregen geen enkel antwoord. Tegen wie kunnen de Colombiaanse autoriteiten volhouden dat er in Colombia een “Rechtstaat” bestaat? Dat kunnen ze enkel doen tegen mensen die totaal onderworpen zijn aan onwetendheid.

Het onthullen van zulke morele rottigheid versterkt ons meer en meer in ons verzet, en daarom blijven we spreken.  We zijn dankbaar voor de morele steun van vele personen, groepen en organisaties die hun wortels hebben in ethische principes, zowel in talrijke kanten in Colombia als in de rest van de wereld.