Soms (toch) veroordeelt een uitzonderlijk vonnis wat de Staat als routine verricht

Opnieuw ziet onze Vredesgemeenschap van San José de Apartadó zich genoodzaakt een beroep te doen op het land en de wereld om getuigenis af te leggen van de laatste feiten waarvan we slachtoffer werden omdat we ons burgerlijk verzet ter verdediging van het leven en van het grondgebied blijven verder zetten.

Reeds sedert 22 jaar heeft onze Vredesgemeenschap niet opgehouden getuigenis af te leggen van de verschillende vormen van onderwerping van de burgerbevolking door de gewapende groepen en instellingen. Het is elke keer duidelijker  dat de gewapende personen de belangen dienen van ondernemingen die steeds probeerden de territoria van de boeren, die zich niet onderwierpen aan hun extractieve plannen  ter vernietiging van de natuur in het Adibegebergte,  leeg te maken. Het paramilitarisme is niets anders geweest dan een strategie van de Staat ten dienste van perverse belangen. De paramilitairen zijn het meest doeltreffend instrument om de territoria te onteigenen en wederrechtelijk toe te eigenen.

De controle die de paramilitairen in de zone van San José de Apartadó uitoefenen is zodanig dat vandaag de raden van gemeentelijke actie zich onderworpen hebben aan hun macht. Aan de gemeentelijke bijeenkomsten nemen “punten” of informanten van de paramilitaire structuren deel en dikwijls zijn het de paramilitaire bevelhebbers zelf die naar de vergadering komen om hun bevelen te geven aan de burgerbevolking over hoe er gewerkt moet worden in overeenstemming met hun belangen. Volgens veel bewoners van de zone ontbreekt de aanwezigheid van de paramilitairen niet op de bijeenkomsten van deze raden en de burgerbevolking moet ze accepteren, of ze dat nu wil of niet,  want ze werden gestuurd door de paramilitaire bevelhebbers om druk en controle uit te oefenen op de gemeentelijke raden.

De feiten waarvan we vandaag getuigenis afleggen zijn de volgende:

Op zaterdag 11 mei 2019 om 13:00 uur kwam een groep van 8 paramilitairen in militair uniform, met armbanden met de afkorting AGC en met zware wapens aan in de plaats die gekend is als La Espabiladora in het gehucht La Resbalosa van San José de Apartadó.  Daar bevond zich een werkcomité van onze Vredesgemeenschap dat bezig was maïs te zaaien.  Bij hun aankomst identificeerden deze paramilitairen zich als “Autodefensas Gaitanistas de Colombia –Bloque Oriental (= Gaitanistsche Zelfverdedigingsgroepen van Colombia –Oostelijk Blok). De bekende paramilitair alias CHIRRY had op 7 mei laatstleden aangekondigd dat er een paramilitaire commissie naar het gehucht zou komen om de daar wonende bevolking hun orders op te leggen.

Op woensdag 15 mei 2019 ’s morgens kwam een groep bewoners, leden van de raden voor gemeentelijke actie van het gehucht Mulatos Medios van San José de Apartadó, samen met leerkrachten van andere gehuchten , betaald door de Staat, aan in ons Vredesgehucht Luis Eduardo Guerra. Daar namen ze foto’s en ze drukten hun interesse uit om onze gemeenschapsruimte in te palmen en er hun installaties neer te poten en zo onze eigendom wederrechtelijk toe te eigenen.  Onze Gemeenschap heeft 15 jaar lang deze plaats verdedigd als een plaats van historisch gedenken , omdat daar op 21 februari 2005 door leger en paramilitairen een bloedbad werd aangericht op Luis Eduardo Guerra en zijn familie. Sindsdien hebben we daar verschillende families gevestigd , leden van onze Vredesgemeenschap. Ze oefenden er een vredevol bezit uit dat de basis vormt voor de wettelijke eigendom en ze bouwden er gemeenschapsvoorzieningen om de vrede te kunnen handhaven. Ze weigerden er alle gewapende aanwezigheid en ze verdedigden de grond tegen pogingen om het milieu te vernietigen. Wij begrijpen niet waarom leerkrachten,die aangesteld zijn om kinderen in de naburige gehuchten te onderwijzen, zich inlaten met zulke perverse activiteiten van de raden voor gemeentelijke actie die probeerden de territoria, die wettelijk bezet werden door onze Vredesgemeenschap, wederrechtelijk toe te eigenen. We vragen ons af of het Secretariaat voor Onderwijs van Apartadó zal zijn dat hen detacheert om met de gemeentelijke raden binnen te dringen in deze opdrachten van wederrechtelijke toe-eigening. We hebben reeds dikwijls getuigenis afgelegd dat de raad voor gemeentelijke actie van het gehucht Mulatos Medios, die niet legaal is samengesteld, en die rekende op de steun van andere raden en bovendien op de ondersteuning van het Gemeentebestuur van Apartadó en op de paramilitaire aanwezigheid en controle, onze gemeenschapsruimte Vredesgehucht Luis Eduardo Guerra wilde binnenvallen. Dit onder voorwendsel van er recreatieve installaties en zones, klaarblijkelijk gefinancierd door de Staat, op te zetten maar met de bedoeling de herinnering en de geheiligde plaats waar onze broers en zusters werden afgeslacht door leger en paramilitairen te doen verdwijnen.

Op donderdag 23 mei 2019, werd onze Vredesgemeenschap door bewoners van de zone op de hoogte gebracht, dat de door de paramilitairen aangekondigde en geprogrammeerde bijeenkomsten, waartoe ze de boeren onder bedreiging verplichten deel te nemen, punctueel plaatvonden. En zij die ze coördineren zijn de paramilitairen zelf. Volgens aanklachten ontvangen van bewoners van de zone moeten de boeren zich onderwerpen aan een reeks regels opgelegd door het paramilitarisme. Doen ze dat niet dan moeten ze onderworpen worden aan sancties opgelegd door de paramilitairen.

De Colombiaanse Regering blijft zich doof en stom opstellen tegenover dit paramilitair fenomeen dat we als  Vredesgemeenschap reeds meer dan 22 jaar publiek hebben aangeklaagd.  De militaire strijdkrachten die jurisdictie hebben in de regio van Urabá lieten toe en blijven toelaten dat het paramilitarisme territoriale controle uitoefent en dat het in alle gehuchten patrouilleert alsof het een Staatsautoriteit betreft.  Slechts enkele weken geleden legden we getuigenis af van paramilitaire groepen van het AGC die naar het gehucht La Resbalosa kwamen met de bedoeling de bevolking te blijven controleren. En het antwoord van de militaire autoriteiten was daar veel tijd daarna naartoe te gaan, wanneer de paramilitairen hun levensmiddelen reeds gekocht hadden in burgerwinkels en gepatrouilleerd hadden in de zone, terwijl ze met hun aanwezigheid en bedreigingen de boeren onderworpen hadden.

Zoals we het reeds dikwijls verklaarden zag onze Vredesgemeenschap zich verplicht om, door middel van gewetensbezwaar, te breken met het Colombiaanse gerechtelijke apparaat nadat we reeds veel jaren ervoeren dat daar enkel extreme straffeloosheid en corruptie geoogst werd. Dat legt uit waarom onze Gemeenschap niet optrad als PARTIJ in  ontaarde processen die formeel begonnen werden tegen de weerzinwekkende Staatsmisdrijven. Maar, gezien al die misdaden de Mensheid als Mensheid verwonden en kwetsen ondersteunt de wetgeving de figuur van de VOLKSACTOR, die IN NAAM VAN DE MENSHEID zich gekwetst verklaart en in de processen optreedt als BURGERLIJKE PARTIJ. Zo gebeurde met het weerzinwekkend bloedbad van 21 februari 2005, dat het leven vernietigde van 8 leden van onze Gemeenschap, met inbegrip van onze historische leider Luis Eduardo Guerra. Zoals het de routine is spraken de vonnissen in eerste en tweede aanleg de criminelen van het leger vrij door middel van schandelijke zwendelpraktijken die het Colombiaanse gerechtelijke apparaat grondig in diskrediet brachten bij de internationale gemeenschap. De advocaten echter van de VOLKSACTOR (geen lid van onze Gemeenschap) gaven zich niet gewonnen ten overstaan van zoveel onheuse behandeling en brachten de zaak MET VERZOEK TOT CASSATIE voor het Opperste Gerechtshof. Tot onze verrassing, op 27 maart van dit jaar veroordeelde het Opperste Gerechtshof  in het Vonnis SP 1039-2019 Kolonel ORLANDO ESPINOSA BELTRÁN, Majoor JOSÉ FERNANDO CASTAÑO LÓPEZ, Sergeant ÁNGEL MARÍA PADILLA PEDRO, Tweede Korporaal SABARAÍN CRUZ REINA, Tweede Sergeant HENRY AGUDELO GUASMAYÁN en Derde Korporaal TICARDO BASTIDAS CANDÍA als mededaders van de moord op beschermde personen, in een homogene en heterogene samenloop met verzwarende samenzwering om misdrijven te plegen, tot 34 jaar gevangenis. Het Hof kon de stelligheid van de bewijzen die in het dossier vanaf het begin figureerden en die door de advocaten op verstandige wijze werden geprofileerd niet omzeilen en moest zich – VEERTIEN JAAR NA DE FEITEN – gewonnen geven aan het bewijsmateriaal.  Dit vonnis bevestigt, binnen dezelfde regels van het spel van deze misdadige, corrupte en bedrieglijke Staat,  dat wat onze Gemeenschap gedurende 22 jaar heeft aangeklaagd zonder gehoord te worden, onontkoombare waarheid is: de criminaliteit van een leger dat opereert in overleg met de paramilitairen om met alle mogelijke wreedheid onze Vredesgemeenschap uit te roeien.  Er blijven nog hoge officieren, onderofficieren en soldaten over die schuldig deelnamen aan hetzelfde misdrijf zonder dat ze door het gerecht werden opgeroepen, onder hen de Generaals MONTOYA, FANDIÑO en ZAPATA, Kolonel NÉSTOR IVÁN DUQUE en veel van hun onderdanen.

Opnieuw bedanken we de vele stemmen van aanmoediging, die we dagelijks ontvangen vanuit het land en de wereld, die al meer dan 22 jaar geloven in ons burgerlijk verzet. Het kunnen rekenen op hun politieke en morele steun biedt ons elke dag de moed om verder te doen in de Vredesgemeenschap, in dit territorium dat zodanig gecontroleerd wordt door ondernemersbelangen die de paramilitairen gebruiken om ons territorium wederrechtelijk toe te eigenen en om ons verzet te verpletteren.