Straffeloosheid, corruptie, gewetensbezwaar, breuk en historische getuigenissen

Ten aanzien van de laatste agressies van de Staat tegen onze Vredesgemeenschap achten wij het belangrijk de realiteiten en de principes opnieuw te bevestigen die onze zoektocht naar gerechtigheid en waardigheid onderbouwen.

De sectoren van ons land en van de internationale gemeenschap die bewust zijn kennen de vormen van genocide waaraan wij onderworpen werden vanaf het moment dat we NEEN durfden zeggen tegen de oorlog en  het geweld. De inspanningen van vele jaren om te proberen dat wat men in Colombia “justitie” noemt efficiënt te laten werken, werden altijd gedwarsboomd. Honderden leden van onze Gemeenschap die aanklacht of aangifte deden werden onmiddellijk bedreigd , niet weinigen werden vermoord  en anderen werden verplicht te vluchten of ze werden gestigmatiseerd of ze werden gejudicialiseerd door middel van verschrikkelijke montages. Alles toonde ons aan dat de dader het er altijd triomferend vanaf bracht, beschermd door een straffeloosheid ten koste van alles die rekende op de actieve of passieve bijdrage van verschillende Staatsinstellingen en dat het slachtoffer onder dwang een weg werd ingestuurd van steeds nieuw slachtofferschap zonder einde.  Deze ervaring van vele jaren bracht ons tot Gewetensbezwaar en breuk met dit soort ‘justitie’ die van justitie niets weg had.  Bij zulk gebrek aan bescherming en in het bewustzijn dat de stilte en de gelatenheid onze totale vernietiging betekenden deden we een beroep op het systeem van de historische en publieke getuigenissen, als een schreeuw aan  de echt menselijke franjes van het land en van de wereld , opdat ze met hun solidariteit en hun protest ons leven en onze waardigheid zouden beschermen, omdat de Staat die niet beschermde maar integendeel alles probeerde om ze te vernietigen.

Als in deze publieke getuigenissen omzeggens voortdurend een dader verschijnt met verschillende hoofden, dan is dat omdat we hem zo hebben gekend, zo hebben ervaren en zo hebben ondergaan in eigen vlees, levend en direct. De verschillende duizenden misdaden tegen de menselijkheid, waarvan wij de slachtoffers waren en waarvan we verslag uitbrachten voor internationale tribunalen, werden bedreven door het verbond tussen de publieke Strijdkrachten  en paramilitairen, een verbond dat minstens de twee decennia van het bestaan van onze Gemeenschap omspant. En er bestond geen menselijke macht om deze dader met verschillende hoofden te dwingen om te stoppen met het schenden van onze rechten.  Het paramilitarisme is, zoals zijn eigen naam aanduidt, een entiteit op één of andere wijze ingebed in het militair en politiebeleid. En zowel in het verleden als tot heel kort kenmerkte het zich meer door een actief beleid van verbinding. In de laatste periode heeft het voorrang gegeven aan passieve steun en steun door verzuim , niet minder erg dan de actieve steun. En misschien nog erger bij het geven van meer actieruimte aan de illegale boord die zich  bevindt buiten alle controle, buiten alle legaliteit en buiten alle moraal.

Er waren openbaar aanklagers, viceaanklagers, directeurs van het openbaar ministerie en gedelegeerde aanklagers die honderden aanklachten ontvingen van vreselijke misdaden die goed gedocumenteerd waren en ze onmiddellijk zonder gevolg wegzetten. Eén van hen, Mr. Luis González, bekleedt nu nog steeds een hoge post in het Parket Generaal van de Natie. Er waren Procureurs, zoals de frauduleus herverkozen  Ordoñez Valderrama , die nooit gevolg wilde geven aan aanklachten van onze Gemeenschap. Hij voerde aan dat ze niet de minimum elementen bevatten van de omstandigheden van tijd, wijze en plaats, ondanks het feit dat we steeds precieze namen, datums, uren en plaatsen van de misdaden aandroegen.  Het was volledig duidelijk dat de Staat door verzuim van al zijn instellingen de straffeloosheid beschermt van deze dader met verschillende hoofden ingebed in zijn eigen institucionaliteit. Wanneer we toegang kregen tot de concrete dossiers ontdekten we dat zij die zich “gerechtelijke agenten” noemen talrijke principes van de grondwet en de leidende principes van de gerechtelijke procedure miskenden, zoals de principes van legaliteit, van onpartijdigheid, van gelijkheid voor de wet, van de scheiding van de machten, van de onafhankelijkheid, van de Habeas Data, van het eerlijk proces, van de stevigheid van de bewijslast, enz… Dit alles, volledig gedocumenteerd en met de namen van talrijke corrupte ambtenaren boden we aan bij alle Hoge Rechtbanken van de Staat op 19 januari 2009 in een uitgebreid recht op petitie, zodat een uitzuivering zou gebeuren en een correctie ten gronde. Maar wij werden niet gehoord en wij geloven dat bij de magistraten de vrees voor represailles overheerst vanwege hen die zich onrechtmatig de facto de machten toe-eigenen.

In heel deze zoektocht werden we onder druk gezet om opnieuw de zaken voor het juridisch en disciplinair apparaat van de Staat te brengen, door aanklachten in te dienen, door verklaringen af te leggen en door bewijzen aan te dragen. Evenwel, buiten de ervaring van twee decennia die bij ons een diep wantrouwen opwekt omdat we geen enkele gevoeligheid zien bij de ambtenaren tegenover de misdaden die ons vernietigen noch enige wil om recht te doen, hebben we bovendien vastgesteld  dat de heersende “justitie” exclusief steunt op getuigenissen en dat het getuigenis koopwaar is geworden in de plaats van gerechtelijk bewijs. Het getuigenis wordt met groot gemak gemanipuleerd,  gekocht of verkocht.

Hoe kunnen we bewijzen dat de paramilitairen samenwerken met de militairen? In onze vreselijke realiteit herhalen de paramilitairen alle weken en in alle gehuchten dat ze alles geregeld hebben en gecoördineerd met het leger om ons te vernietigen en veel soldaten bevestigen tegelijkertijd doorheen de gehuchten dat zij orders hebben om de paramilitairen niet te vervolgen, omdat het hun vrienden zijn en hun medewerkers. Maar als we dit verklaren in een parket of in een gerechtshof, dan weten we maar al te goed dat, in plaats van te dienen voor de afremming van de vervolging het gaat dienen voor helemaal het tegenovergestelde. Namelijk om de aanklager of degene die een verklaring aflegt te stigmatiseren en te bedreigen.   Ze gaan van hem eisen dat hij “bewijst” wat hij zegt, dat hij een video toont of een opname en dat hij een concrete naam en het militaire stamnummer geeft van de soldaat die dat zei en dat hij veel getuigen presenteert van wat hij zegde. Dat alles is in onze omstandigheden onmogelijk. De militairen verbergen hun stamnummers en namen en confisqueren kwaad de camera’s of gsm’s die de bedoeling hebben hun misdaden te registreren. Dis wat gebeurt is dat de openbaar aanklager het geval onmiddellijk archiveert door “gebrek aan bewijzen”. En hij die een verklaring aflegt blijft op de “zwarte lijst” van bedreigden. En ondanks dat alles stapelt de Gemeenschap week na week een massa bedreigingen op “die niet kunnen bewezen worden”, een massa agressies en aanvallen “die niet kunnen bewezen worden”.  Nooit komt om het even welke autoriteit de aanklachten “ter plaatse” onderzoeken en met technieken die de daders niet van tevoren verwittigen. In het beste geval vragen ze aan het leger zelf dat ze een operatie opzetten in de zone van de aanklacht, en het leger doet dat met alle voorzorgen opdat de daders dan al weg zouden zijn of zich verborgen zouden hebben. Zonder zich rekenschap te geven dat vragen aan de instantie die dader is om het misdrijf te onderzoeken niet alleen nutteloos is maar ook anti-juridisch en immoreel. Het maximum dat men doet is een mediashow opvoeren, zoals die ze hebben opgevoerd de laatste maanden in Rodoxalí  en La Cristalina, waar de daders samen in helikopters stappen met de burgerlijke autoriteiten en journalisten om gecoöpteerde of van tevoren bang gemaakte boeren te interviewen die voor de televisieschermen verklaren dat de aanklachten vals zijn.

Onze Gemeenschap zag zich voor het dilemma geplaatst om verpletterd te worden door de onhaalbaarheid van de institutionele “justitie” of om te steunen op de traditionele waarde van de transparantie van het boerenwoord  en dit proberen te formuleren met de transparantie van hen die ons direct of indirect kennen doorheen onze beproevingen en dromen en die solidair zijn met ons in de ethische schreeuw voor een elementaire justitie. Vandaar dat we hebben teruggegrepen naar de HISTORISCHE GETUIGENIS TEN AANZIEN VAN HET LAND EN DE WERELD, terwijl we een “justitie” achterwege laten die zich openbaarde als ontoegankelijk en corrupt in de zoektocht van 22 jaar.  

De historische getuigenis is gebaseerd op het primair en democratisch recht op communicatie.  Hetis goedgekeurd door de universele  en regionale verklaring van de mensenrechten. Het is versterkt door documenten van de Verenigde Naties, zoals de Resolutie van de Algemene Vergadering van 8 maart 1999 (A/RES/53/144) en het betekent de meest elementaire jammerklacht van de slachtoffers ten aanzien van het land en de wereld om zich niet te laten vernietigen oog in oog met systematische acties die langer duurden dan 22 jaar en die alle internationale verdragen van de mensenrechten schenden en ook de meest elementaire waardigheid.