Terugkeer naar het ergste van het ergste: de reïncarnatie van Rito Alejo en zijn onderdanen en navolgers

De barbaarsheid van de overheid tegen de Vredesgemeenschap van San José de Apartadó heeft alle kenmerken aangenomen van een genocide en van een vervolging, zoals die bepaald worden in het internationaal recht, maar in de loop der jaren heeft ze afwisselende periodes gekend. Zeker één van de meest emblematische periodes van officiële misdaad, bedreven met cynisme zonder grenzen en met een totale afwezigheid van schaamte, was deze van het Commandantschap over de 17-de Brigade door ex-generaal Rito Alejo del Río (van december 1995 tot december 1997), zoals de misdaadgeschiedenis van dit land van bloed het reeds heeft vastgesteld.  Bloedbaden”valse positieven” = buitengerechtelijke terechtstellingen, folteringen, montages, seksueel misbruik, massale ontheemding, willekeurige bombardementen, gerechtelijke montages, chantage, afbranden van huizen en velden, roven en plunderen van goederen voor het levensonderhoud van de boeren, onrechtmatig toe-eigenen van de rechterlijke macht, en voortdurend oprichten van paramilitaire basissen maakten er deel uit van de agenda. Hun onmiddellijke opvolgers waren niet erg verschillend maar de tussenkomst van de internationale gemeenschap maakte dat in latere periodes met meer omzichtigheid een zekere schijn van gematigdheid werd bewaard. Maar de laatste tijd gaat het cynisme ‘in crescendo’ en te schaamteloze misdadige taferelen worden opnieuw beleefd. De details hiervan laten we opnieuw achter in handen van de mensheid en van de geschiedenis:

Op dinsdag 14 oktober 2014 vanaf 7:00 uur begaf een groep families van onze Vredesgemeenschap van ongeveer 100 personen zich, met internationale begeleiding, naar het gehucht Miramar van het district San José, om de situatie van verschillende boerenfamilies van de zone te verifiëren, omwille van de militaire aanwezigheid die reeds verschillende dagen duurde, en die, zoals men ons had meegedeeld, het leven van de bewoners grondig verstoorde. Bij aankomst op deze plaats stelde men de aanwezigheid vast van manschappen van de 11-de Mobiele brigade, die de doortocht van de burgers naar hun velden en de wegen van dagelijkse verplaatsing verhinderden.  Bij het vragen naar de bevelhebber van de troepen, werd de toegang naar hem niet toegestaan en bovendien wilde geen enkele van de daar aanwezige militairen zijn naam geven en ze verkozen hun kentekens en identificatie te verbergen. Op deze manier schenden ze de wetten en normen die hen verplichten zich te identificeren en hun namen en de groep waartoe ze behoren op hun uniform zelf zichtbaar te laten. Wat ze deden was de humanitaire commissie beledigen en ze met machetes en geweren bedreigen. Deze agressie werd op passende wijze geregistreerd.  Vanaf zondag 12 oktober ’s morgens hadden de militairen de jongeman Yhon Eider FLOREZ SERNA van zijn vrijheid beroofd. Deze man van 22 was een tijdje geleden onderworpen aan een hersenoperatie en had nog steeds problemen met zijn mentale recuperatie.  Ze onderwierpen hem aan permanente psychologische chantage door te verzekeren dat hij een guerrillero was. Ze toonden hem foto’s van andere personen en ze beweerden dat het foto’s van hem zelf waren en ze nodigden hem uit om zich te demobiliseren en ze dreigden ermee dat, indien hij dit aanbod van demobilisatie niet aannam, hij 40 jaar naar de gevangenis moest. Ze maakten op misdadige wijze misbruik van zijn klinische toestand door hem zonder enige wettelijke vereiste van zijn vrijheid beroofd te houden, totdat de humanitaire commissie hier aankwam en met hem kon praten  en de schandelijkste chantage kon ontdekken, waaraan hij onderworpen werd. De militairen hadden hem reeds  militaire camouflagekleren aangetrokken. De militairen verzekerden dat hij aanvaard had “zich te demobiliseren” .  Dit terwijl Yhon Deiner zegde dat ze hem geld hadden aangeboden om te verklaren dat hij een guerrillero was en dat ze hem bedreigd hadden met veel jaren gevangenis als hij zich niet voor guerrillero uitgaf. Leden van de Gemeenschap vroegen aan Yhon Eider  dat, indien hij in werkelijkheid diende bij de guerrilla,  hij het duidelijk moest zeggen door aan te geven bij welk front hij gediend had en welke zijn alias was geweest, om hem te kunnen helpen overeenkomstig de wettelijke normen. Maar hij ontkende nadrukkelijk dat hij guerrillero was en legde uit aan welke extreme druk hij onderworpen werd vanaf zijn vrijheidsberoving.  Toen deze jongeman er bij Korporaal MOSQUERA op aandrong dat hij naar zijn familie en gemeenschap wilde terugkeren, vroegen de militairen dringend een helikopter en brachten ze hem over naar de 17-de Brigade. Dat is evenwel absoluut onwettig omdat het leger geen gerechtelijke functies heeft en hem daar toch onderwerpt aan vals “onderzoek”. Uiteindelijk geven ze hem de vrijheid terug op woensdag 15 oktober en op die manier stapelden ze nog meer misdaden op op het conto van een Brigade die vele duizenden misdaden tegen de menselijkheid opstapelden. Hiertegenover toonden de hoogste autoriteiten van de Staat en van de Rechterlijke Macht enkel de grootste tolerantie en medeplichtigheid.

De aanwezigheid in de 17-de Brigade van een Kolonel, in de hoedanigheid van Commandant, die op zijn naam zo’n criminele gedragingen heeft staan, zoals die wij aanklaagden, doet ons periodes van barbaarsheid voorspellen die kunnen wedijveren met de ergste historische momenten die we hebben meegemaakt. Daarom roepen we opnieuw op tot intense solidariteit van al die groepen van verschillende landen in de wereld die ons hun solidaire hand reikten in de rampzaligste momenten.

Vredesgemeenschap van San José de Apartadó

16 oktober 2014