Verjaardag te midden van dodelijk virus

Op maandag 23 maart herdacht onze Vredesgemeenschap van San José de Apartadó de 23 jaar sinds de publieke proclamatie van ons proces. We ontstonden te midden van een echt bloedbad veroorzaakt door het nationale leger en zijn paramilitaire arm. Dat gebeurde zeker niet met de wil te vechten tegen andere gewapende groepen maar wel met de wil elke sociale beweging die zich niet onderwerpt aan haar politiek van uitsluiting uit te roeien. In ons geval hadden de officiële wapens het plan opgevat hem te elimineren die niet wilde deelnemen aan het gewapend conflict, waarin, overeenkomstig de militaire doctrine, ingevoerd vanuit grote imperia, heel de burgerbevolking actief of passief moet verwikkeld worden. Vandaag 23 jaar nadien bestaan er getuigenissen van berouwvolle paramilitairen die voor tribunalen verklaard hebben dat President Uribe Vélez hen ervan overtuigde dat onze Vredesgemeenschap een nest van guerrilleros was en dat zij zich daarom engageerden om het grootste aantal leden van ons proces te vermoorden, maar dat ze jaren nadien ontdekten dat alles vals was en dat ze hen verplicht hadden onschuldige mensen te vermoorden en gruwelijke misdaden te bedrijven, die hen ondergedompeld houden in wroeging.

Onze viering van 23 jaar was, gezien de quarantaine van afzondering die Colombia en de wereld doormaken, bovenal virtueel. 22 zustergemeenschappen en -organisaties van onze Vredesgemeenschap waren via internet vanuit vele landen verbonden en spraken mooie boodschappen van solidariteit en van broederschap uit waarbij ze de weg van verzet en waardigheid loofden die onze Gemeenschap heeft afgelegd en waarin zij ons vergezeld hebben met hun morele steun.

Aangezien de agressie en de misdaad van de Staat niet ophouden of geen wapenstilstand kennen, willen we vandaag getuigenis afleggen van situaties en feiten die ons kwellen:

Op zaterdag 21 maart 2020 werden in de plaats Nuevo Antioquia, in de jurisdictie Turbo, die grenst aan San José de Apartadó, delegaties van de Raden voor Gemeentelijke Actie samengeroepen om zich uit te spreken met een Ja of een Neen over de exploitatie van een in de zone bestaande gigantische kolenmijn door een Oosterse, klaarblijkelijk Koreaanse, multinationale onderneming. We herinneren ons de reis van President Santos aan Zuid Korea in 2013. Op dat moment becommentarieerden de media dat hij er naartoe gegaan was om exploitatievergunningen voor mijnbouw, in het bijzonder voor kolen, op te maken. Het is erg vreemd dat in de officiële registers van het Nationaal Mijnagentschap enkel vergunningen te vinden zijn voor de nationale bedrijven Argos en Carbones del Golfo. Maar de experts ter zake spreken van een soort onderaanneming van bedrijven, volgens welke de nationale bedrijven een soort “stroman” spelen om de multinationale kapitalen te verbergen. De vereiste van handtekeningen ter goedkeuring door de gemeentelijke raden, die in grote mate gemanipuleerd worden door paramilitaire groepen en door cliëntelistische leiders, is erg verontrustend. Want alles toont aan dat men geen VOLKSRAADPLEGING houdt, zoals voorzien in de Grondwet en in de wetten, onder controle van de Registratie (Kadaster?). Maar een illegaal namaaksel van een raadpleging, gecontroleerd door onwettige en schadelijke belangen, met daaraan toegevoegd uiterst perverse oefeningen van omkoping, zoals het aanbieden aan hen die voor het “Ja” stemmen van camionetten, maandlonen, woningen in dorpscentra en andere voordelen met inbegrip van de bouw van een stuwmeer op de rivier Mulatos, die niet zal dienen voor de waterproblemen van de locale bevolking maar integendeel voor de ontwikkeling van steenkoolexploitatie, die buitengewoon vervuilt. Zo’n opeenstapeling van onwettigheden en perversies kan enkel plaats vinden in een omgeving van paramilitaire controle en in een dorp met een heel lange paramilitaire traditie, zoals het dorp Nuevo Antioquia er één is.

Op zaterdag 14 maart 2020 werd een bewoner van San José de Apartadó opgebeld door alias “Nicolás”, paramilitaire leider van de Clan del Golfo, die zich laat horen via GSM-nummer 312 432096. Hij eiste van hem met een koe bij te dragen aan de financiering van de paramilitaire activiteiten in de zone van San José. Omdat hij dat weigerde, kondigden ze hem aan dat hij binnenkort, samen met hem zelf, één van zijn naaste familieleden zonder leven zou zien.

Op zondag 15 maart 2020 werd onze Vredesgemeenschap op de hoogte gebracht van bedreigingen tegen familieleden van de familie van AMADO TORRES, die vermoord werd op 29 februari van dit jaar (2020) in het gehucht La Miranda. Na zijn gewelddadige dood weigerden de verantwoordelijke Staatsorganismes om een lijkschouwing te komen doen en de familie moest hem transporteren naar het punt dat bekend is als Caracolí, in het gehucht La Victoria. Men weet dat de paramilitairen alias “Alfredo” en alias “René”, deze laatste als regionale bevelvoerder, aan het misdrijf deelnamen. De controle uitgeoefend door de criminele organisatie over de boerderij van het slachtoffer verplichtte zijn familie om te vluchten. Geruchten die nadien toekwamen bij de buurt begonnen het paramilitaire vonnis te verspreiden dat er “nog twee andere leden van de familie ontbraken om vermoord te worden”. Eén van de arbeiders van het slachtoffer was ook in het vizier gekomen van de criminelen. Hierbij kwam nog de totale inactiviteit van het Openbaar Ministerie bij de opheldering van de misdaad, en erger nog, de houding van de Openbaar Aanklager van de zaak om de GSM van één van de kinderen van het slachtoffer in beslag te nemen, wat past bij de perverse traditie van de rechterlijke macht van Urabá : namelijk van onderzoek te doen naar de slachtoffers en nooit naar de daders. Niemand kan uitleggen waarom hij de GSM’s van de leden van de paramilitaire groep, die verantwoordelijk is voor de misdaad, niet in beslag heeft genomen, omdat het gaat over een groep die grondig gekend was in de ganse regio.

Op zondag 22 maart 2020 toen in gans het land de persoonlijke afzondering reeds begonnen was om besmetting met “Covid-19” te voorkomen speelden de paramilitaire bevelhebbers een hoofdrol in een (georganiseerde) dag van consumptie van alcohol, van drugs, van wanorde en van geweld in de huizenrij van La Unión. De paramilitaire bevelhebbers WILMER DE JESÚS ÚSUGA, alias “Jesusito”, alias “Ramiro” en alias “Samuel” , allemaal ex-leden van de FARC-EP, waren de hoofdrolspelers. Reeds vanuit de huizenrij van San José had WILMER of “Jesusito” WILFER HIGUITA, bewoner van het gehucht La Unión, die in januari 2009 als tussenpersoon diende met Kolonel Germán Rojas Díaz om een lid van onze Gemeenschap aan chantage te onderwerpen door hem aan te manen te helpen bij de vernietiging van de Vredesgemeenschap, indien hij niet zou willen gerechtelijk vervolgd worden met valse getuigen, met de dood bedreigd. Toen WILFER vluchtte naar La Unión, volgde “Jesusito” hem naar daar en bedreigde ook andere bewoners van de huizenrij, terwijl de paramilitaire bevelhebbers, alias “Samuel” en alias “Ramiro”- broeders onder mekaar – publiekelijk marihuana gebruikten. Onze Vredesgemeenschap beklaagt heel grondig de aftakeling waarin het plaatsje La Unión gevallen is, in een andere tijd toneel van heroïsch verzet en martelaarschap van erkende leiders van onze Gemeenschap en van voorbeeldige pogingen van solidariteit en opbouw van gemeenschap van vele leden die op heilige wijze de principes naleefden, die in onze Gemeenschap van kracht zijn.

Op maandag 23 maart 2020, rond 21:00 uur zagen zij, die de ingang bewaakten van de opslagruimte van de Vredesgemeenschap, twee vreemde personages op een moto aankomen. Eén van hen stapte af en ging binnen in de afgemaakte weide er tegenover, alsof hij veinsde zijn biologische behoeften te voldoen, om daarna terug te keren naar het dorpscentrum van San Joséde Apartadó. Volgens de bewakers brachten ze andere bedoelingen mee, die ze gedwarsboomd zagen door de aanwezigheid van de bewakers.

Opnieuw wil onze Vredesgemeenschap haar dankbaarheid uitdrukken aan alle personen en gemeenschappen die ons vergezeld en versterkt hebben in ons verzet en wiens boodschappen van aanmoediging zo belangrijk voor ons waren bij de 23-ste verjaardag van ons proces.