Wat willen militairen en paramilitairen verbergen door ontheemding te veroorzaken?

Gedurende deze dagen grijpt er in Urabá een monsterachtige militaire en gerechtelijke operatie plaats zogezegd om de verblijfplaats van alias “OTONIEL”, het hoogste kopstuk van de paramiitairen te vinden. Dat alles veroorzaakte massale ontheemding tegen de burgerbevolking. De operaties en de aanwezigheid van Staatsagenten evenwel geraken niet bij het ‘fort’, dat eigendom is van de paramilitairen in de streek. Want men ziet ze voortdurend patrouilleren door o.a. de gehuchten Rodoxali, La Hoz, Playa Larga en Las Flores, waar men bovendien onlangs de aanwezigheid zag van kopstukken van de paramilitairen.  Zou het zo zijn dat men op zoek gaat naar het hoogste kopstuk van de paramilitairen of zou het eerder een mediashow zijn georkestreerd door de Strijdkrachten om de nauwe relatie die ze gedurende tientallen jaren in Urabá met hen onderhielden te verbergen ? Wat willen militairen en paramilitairen verbergen door ontheemding te veroorzaken in de districten San José en Nuevo Antioquia? Zou het niet eerder het scheppen zijn van een aardschok van geweld die tot op de millimeter berekend werd om controle over de streek af te dwingen door de bewoners te verbannen en op deze wijze de mijnbouw te exploiteren die men in de streek voornemens is te realiseren.

Opnieuw getuigt onze Vredesgemeenschap ten aanzien van de mensheid en de geschiedenis over deze nieuwe feiten:

Op donderdag 2 april 2015 werd de bekende paramilitair alias “TRIBILIN” gezien in het gehucht Playa Larga in het district San José.  Hij was vergezeld van verschillende paramilitairen. Hij benaderde verscheidene bewoners van de zone en kondigde aan dat de militaire operaties hen niets hadden gedaan.  Dat ze konden zien hoe zij rustig zijn in de zone, dat de operaties elders plaats vinden en niet tegen hen gericht zijn.

Op woensdag 8 april 2015 werd de gemeenschap in kennis gesteld van verschillende brieven die de Nationale Regering naar internationale organisaties stuurde die ons begeleiden. Hierin werd melding gemaakt dat de relaties met de Vredesgemeenschap verbeterd zijn. Dat er zelfs een vergadering plaats vond tussen Staatsinstellingen, met inbegrip van de Strijdkrachten. Hiermee verwijzen ze naar een bijeenkomst die plaats vond op 6 november 2014 in het Bisdom Apartadó, een bijeenkomst van dialoog of een regionale onderhandelingstafel, waarmee onze Vredesgemeenschap niets te maken heeft en ze heeft ook geen zin om deel te nemen aan de genoemde instanties en ook niet aan andere die voor niets dienen. 

Op vrijdag  10 april 2015 vernam onze Vredesgemeenschap dat verschillende bewoners door de bedreigingen van de gewapende groepen ontheemd werden. De bewoners kwamen uit het gehucht La Esperanza dat behoort tot het district San José en dat grenst aan het gehucht Playa Larga waar men de voortdurende aanwezigheid van paramilitairen heeft waargenomen.

Op zaterdag 11 april 2015 benaderde een groep paramilitairen in burger en met korte wapens en met communicatieapparatuur verschillende woningen van de bewoners van het gehucht La Hoz van het district San José en ze bedreigden er de burgers mee dat ze op de vlucht moesten en dat  ze deze gehuchten  zouden ontruimen.

Op maandag 13 april 2015 nam onze gemeenschap kennis van de tussenkomsten die de Commandant van de 17-de Brigade, Kolonel Germán Rojas Díaz maaktr via de communicatiemedia waarin hij opmerkte dat hij nooit enige beschuldiging tegen onze Vredesgemeenschap heeft gedaan . Hij vergeet dan wel dat hij op 27 september 2014 de Vredesgemeenschap beschuldigde als ‘terroristische bandieten” en dat hij de pamfletten tegen onze gemeenschap toejuichte die in Urabá vanuit de 17-de Brigade circuleerden.

Op dinsdag 14 april 2015 rond 14:00 uur kampeerde een groep militairen op de gemeenschapsgronden en in de teelten van de families van onze Vredesgemeenschap in de nederzetting van San Josecito. Verschillende leden van onze gemeenschap werden zo door de troepen verhinderd om werk uit te voeren in de teelten voor voedselproductie. Daarom verzochten ze de militairen om zich daar terug te trekken omdat hun aanwezigheid hun landbouwwerk verhinderde.

Op woensdag 15 april 2015 rond 8:00 uur werden 3 leden van onze gemeenschap die zich op weg begaven om landbouwwerk te gaan doen in de teelten voor voedselproductie op de gemeenschapsgronden van San Josecito opnieuw benaderd door militaire troepen die daar sinds 14 kampeerden. Zo werden ze verhinderd om het even welk werk te doen. 

Op donderdag 16 april 2015 rond 8:20 begeven leden van onze Vredesgemeenschap met begeleiding van verschillende internationale organisaties zich naar de gehuchten La Hoz en Rodoxali die tot het district San José behoren. Vier uur later komen ze daar aan met de bedoeling de ernstige humanitaire situatie, die ze daar doorstaan,  te verifiëren. Men heeft er kennis genomen van de sterke paramilitaire aanwezigheid in deze gehuchten en van de bedreigingen die ze tegen de boeren van de streek uitbrengen.  Dit vanuit hun drang om de burgerbevolking die beetje bij beetje was teruggekeerd naar haar percelen terug te ontruimen. De gemeenschap kon de ontvolking vaststellen die in het gehucht Rodoxali bestond, huizen die volledig leeg zijn, omdat de families ontheemd weggegaan waren als gevolg van de bedreigingen door de leden van de Strijdkrachten op 22 en 23 maart 2015.

Dezelfde donderdag 16 april 2015 rond 8:30 begaf een groep families van San Josecito, nederzetting van onze Vredesgemeenschap, zich naar het kamp van de militairen dat gelegen is op enkele meters van de woningen van de Gemeenschap. Ze vroegen om te kunnen spreken met de militaire bevelhebber maar deze identificeerde zich niet. Ze gaven alleen te kennen dat ze tot de 17-de Brigade behoorden. Toen ze aanvoerden dat ze konden zijn waar zij ook maar wilden zijn en dat ze konden doen wat ze ook maar wilden, antwoordde onze gemeenschap dat hun gebrek aan respect totaal was, want dat ze onze kinderen hebben vermoord, onze broeders (+ zusters) en onze ouders ,  en dat de vervolging evenwel geen einde kent.

We herhalen ons engagement waaraan we  niet kunnen verzaken  om te waken over het leven en om op permanente wijze ten aanzien van een dove en hardnekkige Staat respect en integriteit te eisen voor onze leden en voor de burgerbevolking uit onze geografische en sociale omgeving terwijl we een beroep doen op de nationale en internationale solidariteit die ons met haar  morele kracht ondersteund heeft in onze tocht vol ongerechtigheden en die geen einde kent. Onze smeekbede om gerechtigheid houden we vol.  Ofschoon het ons eigen leven kost toch verkiezen we om het even welke zaak eerder dan te zwijgen.

Vredesgemeenschap van San José de Apartadó

16 april 2015