(Wij worden) belaagd en bedreigd door schenders van de Grondwet en de Wet

De Tweede Promiscue Rechter van Apartadó, MARIA MARIELA GÓMEZ CARVAJAL, blijft klaarblijkelijk aandringen om de eis van de militairen van de 17-de Brigade te ondersteunen, om onze Vredesgemeenschap te dwingen om onze historische aanklachten en ethische afkeuringen terug te trekken van de website. Die  verwezen naar alle pesterijen, gewelddadigheden en de miskenning van onze fundamentele mensenrechten, die de militairen, de politie, de paramilitairen en in het algemeen Staats ambtenaren bedrijven.  Haar onderworpenheid aan de gewapende personen, die moorden en verdrukken, probeert ze voor te stellen als een “legale actie”. Ze gaat evenwel in vele aspecten in tegen de wetten en tegen de grondwettelijke principes.

  • Het Decreet dat de Voogdij regelt (Decreet 2591 van 1991) bevestigt vlijmscherp dat de Voogdij “niet zal kunnen toegekend worden tegen de legitieme gedragingen van een particulier”.  En de Verenigde Naties verklaarden plechtig in hun Algemene Vergadering (8 maart 1999) dat alle personen, individueel of collectief, het recht hebben                   - om “vrij opinies, informatie en kennis met betrekking tot de mensenrechten en de fundamentele vrijheden te publiceren, te verstrekken of aan derden te verspreiden”          - en om   “te bestuderen en te bespreken of die rechten en vrijheden  nageleefd worden, zowel in de wet als in de praktijk” (…)                                                             

- en om “ook die kwesties onder de aandacht van het publiek te brengen door middel van deze media en van andere aangepaste media ” (Artikel 6 van de Verklaring over het recht om de mensenrechten  en de fundamentele vrijheden te promoten en te beschermen) (A/53/144, 8 maart/99)

 

  • Maar de geciteerde Rechter valt tegelijkertijd de Nationale Constitutie aan, want het artikel 93 van de Grondwet  geeft de “prevalentie in de interne orde” aan elk internationaal verdrag en internationale overeenkomst dat de mensenrechten  erkent. Daarom stelt het Vonnis  C-038 van 2004 van het Grondwettelijk Hof: “de tweede alinea van artikel 93 maakt alle mensenrechtenverdragen die geratificeerd zijn door Colombia, met betrekking tot rechten die reeds in de Grondwet staan, tot grondwet. En krachtens de hermeneutische regel van gunstig  gezindheid, moet de interpretator de regeling, die het gunstigste is voor het doen gelden van de mensenrechten, kiezen en toepassen  ”.  Dit wil zeggen dat, wanneer er twijfel bestaat of een norm, die betrekking heeft op mensenrechten, die op een of andere wijze in de Grondwet worden overwogen, zoals de vrijheid van meningsuiting, grondwettelijke hiërarchie heeft,  dan moet de interpretatie de gunstigste zijn voor het doen gelden van de mensenrechten.  Dus wat is vastgesteld door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties, bij het erkennen van het recht van individuen en collectiviteiten om wat er gebeurt met de mensenrechten onder de aandacht van de publieke opinie te brengen.  Als ze theoretisch en praktisch gerespecteerd worden gaat het om een GRONDWETTELIJK RECHT, dat wordt onderschreven door de jurisprudentie van het Grondwettelijk Hof.  En een rechter, hoe belangrijk ze ook mag zijn, mag dat niet miskennen.   

 

  • Maar in haar drang om zich te onderwerpen aan de gewapende personen, die moorden, mensen doen verdwijnen, op de vlucht jagen, folteren, belasteren, stigmatiseren en beroven, treedt de Rechter Gómez Carvaja ook een ander grondwettelijk recht met de voeten: de Vrijheid van Geweten (Artikel 18 van de Grondwet). Na acht jaar de verschrikkelijkste  niveaus van corruptie en straffeloosheid van het gerechtelijk apparaat te hebben ervaren,deed de Vredesgemeenschap een beroep op de Grondwet door gewetensbezwaar aan te tekenen.  Met de bedoeling niet meer te blijven gekoppeld worden aan dergelijke corruptie en straffeloosheid met haar deelname aan aanklachten en getuigenissen. Daarom kwam het tot een breuk met justitie. De Rechter Gómez Carvajal wil dat recht miskennen en de Vredesgemeenschap dwingen zich te onderwerpen aan een gerechtelijk proces, dat, zoals werd aangetoond,  reeds om andere redenen de Grondwet schendt.  Er moet aan herinnerd worden dat alle jurisprudentie van het Grondwettelijk Hof bevestigt dat de gewetensvrijheid  zo’n hoog belang heeft in de filosofie van de Grondwet dat het  staat in de lijst van rechten die onder geen enkel beding miskend mag worden, zelfs niet tijdens noodtoestanden.

 

  • De Rechter gaat ook te keer tegen het gezond verstand en meest elementaire regels van de logica: ze wil de Wettelijk Vertegenwoordiger van de Gemeenschap verantwoordelijk stellen voor het gewetensbezwaar en de breuk met het gerecht. En ze probeert hem te sanctioneren omdat hij haar ongrondwettelijke beslissingen in tegenspraak met het internationaal recht niet gehoorzaamt. Dat is, buiten het feit dat het een absurditeit betreft, een geweldig onrecht.  De beslissingen van de Vredesgemeenschap waren altijd en blijven collectief, maar, zoals werd aangetoond, zijn ze bovendien ondersteund door grondwettelijke rechten en normen van een universele moraal. Buiten het feit dat ze onrechtvaardig is, is ze aangetast door onbegrijpelijke niveaus van dwaasheid.

 

Het is betreurenswaardig dat ambtenaren van een Staat, die reeds ver verwijderd is van zich te kunnen identificeren als “Rechtsstaat”, in zulke fouten en immorele beslissingen vervallen, door hun drift om zich te laten manipuleren door gewapende personen die zoveel  misdaden tegen de menselijkheid begingen en die zoveel praktijken van genocide realiseerden gedurende zoveel decennia. En dit terwijl ze ontsnappen aan alle aanklachten, protesten en dringende oproepen van de internationale gemeenschap, van internationale tribunalen en van de bewuste laag van de menselijke soort. Dit alles veroorzaakt een diepe pijn voor het vaderland.