Zal men groter cynisme kunnen bedenken?

Opnieuw ziet onze Vredesgemeenschap van San José de Apartadó zich genoodzaakt getuigenis af te leggen tegenover het land en de wereld van de laatste feiten tegen ons proces van leven en tegen de rechten van de bevolking van onze omgeving.

Reeds heden ten dage patrouilleren de militairen doorheen de gehuchten van San José en geregeld komen ze bijeen met de groepen paramilitairen. Als ze deze ontmoetingen niet kunnen realiseren dan communiceren ze  met schoten in de lucht. Dat beduidt dat ze daar zijn om geen vergissingen te begaan en mekaar geen schade te bezorgen. Want het is duidelijk dat er een bondgenootschap bestaat tussen deze paramilitaire structuren en de brigades van het leger.  Zo groot is het cynisme van de locale besturen bij het beweren dat er geen paramilitairen zijn in San José de Apartadó, dat men zich moet afvragen: “Hoe heten deze gewapende groepen die de regio zoveel schade aandoen en die met meer dan 50 man zijn per gehucht dan wel?” Ze komen naar de huizen, stelen er dieren en geld en niemand die ook maar iets zegt want de bedreigingen verlammen de bevolking. Het zijn reeds honderden aanklachten, die we over deze barbaarsheid van verdrukking en van dood die we beleven, hebben gedaan en er werd geen enkele maatregel genomen om dit paramilitair fenomeen tegen te houden. Wel integendeel de Strijdkrachten coördineren met de paramilitaire chefs om de boeren te onderwerpen aan hun belangen en aan hun criminele projecten. Hier  volgen de laatste feiten:

Op zaterdag 24 juni 2017 kwam een groep paramilitairen aan in het gehucht El Porvenir van het district San José de Apartadó.  Bij aankomst onderschepten ze verschillende bewoners die ze te kennen gaven dat ze reeds een boerderij onderhandeld hadden in het hoog gelegen deel van het gehucht om er een paramilitaire controlepost te plaatsen, of men dat nu graag heeft of niet. Nadien verwijderden ze zich en trokken ze het gebergte in.

Op vrijdag 30 juni 2017 drong een man, die zich identificeerde als paramilitair, die een kort wapen droeg en een communicatieradio, binnen in onze nederzetting Vredesgehucht Luis Eduardo Guerra, in het gehucht Mulatos, van het district San José de Apartadó. Daar vroeg hij: “Hoe heet deze plaats?” De leden van onze Gemeenschap die daar waren eisten van hem eerbied, want hij was gewapend binnengekomen in een eigendom van de Vredesgemeenschap en ze legden hem uit dat wij hier leven en dat we op geen enkel moment samenleven  met gewapende actoren. Deze paramilitair, reeds kwaad, vroeg naar een man die enkele honden met lange  oren heeft; naar een vrouw die twee dochters heeft die op elkaar gelijken en naar de voorzitter van de raad van gemeentelijke actie van het gehucht.  Want dat hij ging naar waar zij waren, waar zich een troep paramilitairen bevond.

Op zondag 2 juli 2017 om 14:40 kwam een zwaar bewapende groep paramilitairen aan in het gehucht La Resbalosa, van het district San José de Apartadó. Daar brachten ze de bewoners bijeen en ze stelden zich voor als “Autodefensas Gaitanistas de Colombia (AGC). Eén stelde zich voor als de chef politiek belast met het overtuigen van de bewoners om daar de informatiepunten te ondersteunen. Een andere stelde zich voor als chef van de troep, beter gekend als “El Rayo”. Nog een andere stelde zich voor als de commandant van de ‘punten’[1]. Later stelden ze een burger voor als “een punt” (= informant) van de sector La Rica, tussen Naín en La Resbalosa, (Departement) Córdoba. Deze bijeenkomst gebeurde onder dwang en op die manier schonden ze alle rechten van de boeren. Ze verklaarden dat ze een “punt”in het gehucht gaan plaatsen. Waarop de mensen “neen” zegden omwille van alle problemen die dat meebrengt voor de burgerbevolking. Het antwoord van de paramilitairen was: “Of jullie dat graag hebben of niet wij gaan hier een punt plaatsen en als we daartoe een terrein moeten kopen en een huis moeten bouwen om onze informant in onder te brengen dan zullen we dat doen. Maar de raad voor gemeentelijke actie van het gehucht moet hem een onderkomen geven als een familie meer van het gehucht. Bovendien is er geen probleem als ze hem gevangen nemen, want we hebben alles gecoördineerd met de militairen en met het Openbaar Ministerie zodat hij niet meer dan 24 uur gevangen blijft. Op dezelfde wijze verklaarden ze: “We kwamen om te blijven en we willen dat iedereen in het gelid blijft, door voor ons te werken en daarom willen we geen ’verklikkers’[2] die informatie gaan aanbieden over onze aanwezigheid.” Daar boden ze aan iedereen die met hen zou willen werken goed te betalen. Want ze dicteerden hen de contactnummers, zodat ze hen over om het even welke gewapende of burgerlijke aanwezigheid, die voor hen een hinderpaal zou vormen om de gehuchten in te nemen,zouden informeren. Op dezelfde wijze gingen ze opnieuw tekeer tegen ons proces van Vredesgemeenschap. Ze verklaarden: “Jullie moeten  jullie niet bezorgd maken over de Vredesgemeenschap want zij is opgenomen in het plan van uitroeiing, en in de plaats van informatie tegen ons aan te bieden aan de Gemeenschap  zouden jullie beter achter hen moeten aangaan om informatie van hen los te krijgen voor ons.

Op maandag 3 juli 2017 werden militairen ontscheept in de gehuchten La Esperanza, Mulatos en la Resbalosa van het district San José. Daar kon eens te meer de medeplichtigheid vastgesteld worden tussen deze paramilitaire structuren en de 17-de Brigade van het leger, want gedurende de ontscheping losten de paramilitairen schoten in de lucht zodat de helikopters zouden weten waar zij zich ophielden en zodat ze hen geen enkele schade zouden berokkenen. 

Op vrijdag 6 juli 2017 overdag kwam een groep zwaarbewapende paramilitairen aan in het gehucht La Cristalina, van het district San José de Apartadó.  Daar lieten ze opschriften achter op de muur van de school, op de omheining in prikkeldraad, op de dieren en de bomen en zo onderstreepten zij de paramilitaire opmars. Deze opschriften bestaan uit het letterwoord AGC (Autodefensas Gaitanistas de Colombia) en ze voegen er het wachtwoord bij: ”Wij zijn present en we kwamen om te blijven”. De volgende dag trokken de instellingen van de Staat (leger, politie en Openbaar Ministerie) het gehucht binnen. Onder hen was Kolonel Antonio José Dangón, van de 17-de Brigade van het leger en de Kolonel van de Politie van Urabá Luis Soler. Daar was het enige wat ze deden opnieuw de burgerbevolking in gevaar brengen, want ze begonnen met de families in registers op te schrijven waarbij ze de huizen binnendrongen zonder autorisatie. Want deze toelating is een praktijk die voorgeschreven is door het Grondwettelijk Hof.  En ze dwongen de mensen hun namen mee te delen.  Zal het zo zijn dat voor de 17-de Brigade de burgerbevolking paramilitairen zijn? Tot waar gaan de nationale en locale besturen hiermee namelijk met het beschermen van deze paramilitaire groepen? Ze laten nummers voor contact achter opdat ze zouden informeren over gewapende aanwezigheden, terwijl het duidelijk is dat de boer niet betrokken is bij de oorlog en om het even welke informatie weigert die hem zou betrekken bij het gewapend conflict. Men kon vaststellen dat het enige dat de Strijdkrachten daar deden was te zorgen voor de opschriften door de paramilitairen achtergelaten  en te verblijven tussen de huizen van de burgers en zo kinderen en volwassenen die daar leven in gevaar te brengen. Ook kampeerden ze in de teelten voor huishoudelijk gebruik en beschadigden ze wat de boer met zoveel inspanning verbouwt. Nadien kwamen deze kolonels van de brigade en van de politie via de communicatiemedia naar buiten met de bevestiging dat alles kalm is en dat er geen gevaar bestaat in La Cristalina. Wat een grote leugen! Want het is duidelijk dat in de gehuchten van San José een sterke aanwezigheid van groepen paramilitairen is, die bedreigingen uiten, die stelen, die belastingen opeisen en die informatie- “punten” plaatsen om de zones te controleren.

Op vrijdag 7 juli 2017 ‘s morgens werd in San José de Apartadó  door een bekende paramilitair die de Commandant was van het Blok Heroes de Tolová (= Helden van Tolová) een valse plechtigheid van vergiffenis opgezet voor het bloedbad van 21 februari 2005 in Mulatos en La Resbalosa (van district San José de Apartadó). Deze plechtigheid liet de slachtoffers nog meer verward achter, omdat de paramilitair de waarheid niet sprak over de feiten en evenmin antwoordde op de vragen van de slachtoffers over de banden die bestonden tussen de 17-de Brigade en ambtenaren van het Presidentschap bij het bloedbad. Zijn antwoord was: “Ik kom met erge beperkingen om te antwoorden.” Wat hij te kennen gaf was dat alles gecoördineerd was door de 17-de Brigade en de politie, zodat hij enkel zou vertellen wat afgesproken was met de Staatsinstellingen. Ook plaatsten ze een leugenachtige gedenkplaat ter erkenning van het bloedbad en in herinnering aan de slachtoffers waarop men leest: “Ter gedachtenis aan onze familieleden die we niet vergeten: Luis Eduardo Guerra, Beyanira Areiza Gúzman, Deiner Andres Guerra Tuberquia, Alfonso Bolivar Tuberquia, Sandra Muñoz Posso, Natalia Tuberquia Muñoz, Santiago Tuberquia Muñoz en Alejandro Pérez Castaño, slachtoffers van het bloedbad van San José de Apartadó dat plaatsvond op 21 februari 2005 in het kader van het Colombiaans gewapend conflict door toedoen van de paramilitaire groep ‘Blok Helden van Tolová’. Omdat we in San José de Apartadó harmonie en vrede uitbouwen.” Er werd alleen verwezen naar de schuld van de paramilitairen en men refereerde naar geen enkele ambtenaar van de regering.  Om deze reden vragen we ons af: “Waar is de schuld van het Presidentschap van de Republiek en van de 17-de Brigade die de opdrachtgevers waren om dit bloedbad uit te voeren samen met de paramilitairen?”

Op maandag 10 juli 2017 toen Ruby Arteaga, lid van onze Vredesgemeenschap,  op het punt stond om aan te komen aan haar huis in het gehucht Mulatos van San José de Apartadó, kwam ze tot de bevinding dat ze haar huis waren binnengedrongen en dat ze 50 kilo rijst gestolen hadden, 20 liter suikerrietsiroop, 10 kippen en een radio Sonny FM-AM. Men wijst die diefstal toe aan de groepen paramilitairen want dat zij degenen zijn die aanwezig waren in de gehuchten en dieren, geld en koopwaren stalen in de alleenstaande huizen, omdat de eigenaars buiten waren om hun persoonlijke boodschappen te doen. Bovendien is het zo dat in Mulatos nooit iets verloren werd en dat sinds de paramilitaire groepen geholpen door de Strijdkrachten binnendrongen de inboedel van de boeren werd kwijtgespeeld.

Op dinsdag 11 juli 2017 verschenen opnieuw opschriften van de paramilitairen op de muren van de boerenwoningen. Ditmaal was het in het dorpscentrum zelf van San José de Apartadó waar ’s morgens op 25 woningen opschriften verschenen en niemand die ook maar iemand gezien heeft. Bovendien is er in dit district een militaire basis en een politiestation op nauwelijks 100 meter.  Hoe is het mogelijk dat een plaats die zo gemilitariseerd is ontwaakt gebrandmerkt door de aanwezigheid van de paramilitairen? Het lijdt geen twijfel dat de Strijdkrachten, leger en politie, een verbond aangingen met deze groepen om de bevolking te onderwerpen aan terreur.  Reeds op verleden donderdag 6 juli lieten de paramilitairen hun opschriften achter  op muren, dieren, bomen en deuren in het gehucht La Cristalina en de Strijdkrachten zegden via de media dat alles rustig was en dat er geen gevaar was. Wat gebeurde op 11 juli in San José hoe gaan ze dat afdekken? Is alles er ook rustig?

Het cynisme van de Staat is zodanig bij het verbergen van het paramilitarisme  in de zone, dat het voorbijging aan de boerenbevolking die het meest geleden heeft in de regio en die zich nu moet onderwerpen aan dit project van de Para-Staat terwijl die alle rechten schendt. Dit alles heeft reeds de bodem geraakt,  want een eenvoudige boer die strijdt om de grond te bewerken om zijn voedsel te produceren, moet toezien hoe een gewapende groep toekomt in coördinatie met de militairen om belastingen te innen, om alles uit zijn huis te stelen  of om hem te bedreigen door hem te behandelen als ‘verklikker’ en hem zo zijn nakende dood, verdwijning of ontheemding aan te kondigen.  Wat voor soort recht is dit?

Het is duidelijk dat de 17-de Brigade en de locale besturen nooit iets gaan doen om deze paramilitaire opmars in San José de Apartadó  tegen te houden. Integendeel ze geven hen de vrijheid om te bedreigen, te stelen en schade toe te brengen aan het leven van de boer.

Onze Vredesgemeenschap heeft meer dan 20 jaar overleefd te midden van bedreigingen, verdwijningen, folteringen en moorden maar we doen nog verder dank zij onze principes en reglementen. Want zij zijn het die ons versterkt hebben in ons verzet en in ons gemeenschapsleven.

Opnieuw zijn we dankbaar voor alle internationale solidariteit die ons politiek en moreel heeft begeleid vanuit verschillende plaatsen in de wereld  en die heeft geloofd in ons gemeenschapsproces en haar best heeft gedaan om te proberen tussen te komen bij de regeringen ter verdediging van onze levens.   Altijd zullen we getuigenis blijven afleggen van alle gewelddadigheden en schendingen van de mensenrechten door de Regering samen met de paramilitaire structuren.



[1] De paramilitairen spreken van ‘punten’ als ze het hebben over hun informanten.

[2] Sapos is het woord dat men gebruikt voor informanten van de guerrilla