Vredesmissie 2017

 

 

De doelstellingen van de Internationale Delegatie naar Colombia en naar de Vredesgemeenschap van San José de Apartadó (16 maart tot 1 april 2017)

Onze solidariteit tonen met de Vredesgemeenschap en met de organisaties die de gemeenschap begeleiden en ondersteunen.

  • De mensenrechtensituatie in Colombia en in het bijzonder in de Vredesgemeenschap van San José de Apartadó zichtbaar maken.
  • Contacten leggen met mensenrechtenorganisaties en mensenrechtenverdedigers met het oog op toekomstige noodsituaties en samenwerking.
  • Opvolging geven aan de vredesakkoorden en de internationale druk coördineren om het aantal slachtoffers te minimaliseren (door situaties te vermijden zoals in Guatemala en in El Salvador na de vredesakkoorden en zoals na de akkoorden in Colombia in 1985). In het lobbywerk vooral de heropleving van het paramilitarisme aanklagen, het voortduren van hun banden met leger en politie en de voortdurende straffeloosheid.
  • De noodwendigheden kennen van de Vredesgemeenschap en van de internationale organisaties van begeleiding van mensenrechtenactivisten in de nieuwe context.
  • Werken aan meer samenwerking tussen de Europese initiatieven die de Vredesgemeenschap en andere gemeenschappen in Colombia ondersteunen.

  

 

Eigen doelstellingen van de Vlaamse Delegatie 

  • Bestuurskrachtversterking in de Vredesgemeenschap d.m.v. uitwisseling van kennis en ervaring
  • Vorming van leden van de Vredesgemeenschap en de Belgische deelnemers in de groeiende problematiek van (toegang tot) grond en de vreedzame actiestrategieën die hiervoor kunnen ontwikkeld d.m.v. deelname aan het internationaal forum aan de universiteit van Quindío.
  • Evaluatie en planning van de samenwerkingsprojecten tussen de Vredesgemeenschap en de gemeente Westerlo, de Provincie Antwerpen, en het Vlaams Netwerk van Solidariteit met de Vredesgemeenschap van San José de Apartadó.
 
 
 

Besluiten van de Commissie ter verificatie van de mensenrechten

“HET VREDESAKKOORD IN COLOMBIA LOOPT GEVAAR DOOR GEBREK AAN GOUVERNEMENTELE WIL EN DOOR DE GROEIENDE PARAMILITAIRE ACTIVITEIT.”

De delegatie ziet dat het niet haalbaar is dat de FARC op 31 mei zoals voorzien was volledige afstand van hun wapens zal doen en zich zal beginnen incorporeren in het burgerleven.

Het vredesakkoord dat door de guerrilla van de FARC en de Colombiaanse Regering ondertekend werd op 24 november veronderstelt het aanbreken van een nieuwe realiteit van hoop voor Colombia, die echter de grond kan ingeboord worden door het gebrek aan de wil van de regering om wat overeen gekomen is uit te voeren en door de toenemende activiteit van paramilitaire groepen in de territoria waaruit de FARC zijn weggetrokken.  Gezien de zaken er zo voor staan is het praktisch onmogelijk dat op de dag D + 180 (= 31 mei) hetgeen overeengekomen is kan uitgevoerd worden zodat de FARC definitief afstand kan doen van hun wapens,  zich kan omvormen tot een politieke partij en kan beginnen met het zich incorporeren in het burgerleven.  Dat is de belangrijkste conclusie van de Europese Commissie ter Verificatie van de Mensenrechten, samengesteld uit 40 personen  met institutionele functies en vertegenwoordigers van sociale organisaties uit Duitsland, België, Italië en Spanje, die het land tussen 16 maart en 1 april doorkruist hebben om hun observatiewerk te doen in de context van de nieuwe situaties die zich in Colombia opent na de ondertekening van de vredesakkoorden.  Tijdens deze 15 dagen in het land, ontmoette de Commissie meer dan 30 institutionele, staats- en kerkorganismen, platformen van mensenrechten, sociale bewegingen, vakbonden, organisaties van internationale begeleiding, platformen van vrouwenorganisaties, en met de vredesbemiddelaars van de guerrilla van de FARC en het ELN. Zo ook kon ze een bezoek brengen aan twee van de transitiezones in de gehuchten, concreet in La Florida in Chocó en Antonio Nariño in Icononzo (Dep. Tolima). Ze maakte kennis met de actuele problematiek van de Vredesgemeenschap van San José de Apartadó ter gelegenheid van de viering van hun 20-ste verjaardag en ze nam deel aan het V-de Internationaal Forum over Geweldloosheid in Quindío. 

Na 15 dagen van intensief werk wil de commissie in de eerste plaats haar tevredenheid uitdrukken voor de nieuwe weg die Colombia probeert in te slaan bij het zoeken  naar een stabiele en duurzame vrede en voor het begin van de publieke fase van de dialoog tussen de regering en de guerrilla van het ELN. Haar leden konden evenwel een hele reeks risico’s en obstakels signaleren die de toekomst van het vredesproces in gevaar brengen.

  1. 1.     De niet-nakoming van de akkoorden door de regering

 

-          Slechts 4 van de 40 overeengekomen wetten of legislatieve hervormingen werden behandeld en de goedgekeurde, zoals de wet van amnestie voor gevangenen met banden met de FARC, zijn niet uitgevoerd.

 

-          De beperkingen in het optreden van de Verenigde Naties, die enkel maar het staakt-het-vuren en het proces van inlevering van wapens controleert, in plaats van een vredesmissie te vormen, met een meer integraal karakter, dat verificatie insluit op het vlak van mensenrechten. We achten het noodzakelijk om zo spoedig mogelijk te beginnen aan een nieuwe fase, die echt een vredesmissie vormt , met een meer integraal karakter, dat verificatie inhoudt op het vlak van mensenrechten.

 

-          De erbarmelijke condities van bewoonbaarheid in de zones waarin de guerrilla van de FARC zich bevindt bijeengebracht in hun proces van inlevering van wapens, van overgang naar legitimiteit en van voorbereiding op reïntegratie  in het burgerleven. In de zone die de Commissie bezocht was men enkel begonnen met het bouwen van 4 van de 30 overeengekomen huizen om de guerrilleros op te vangen.  Er waren geen medicamenten en de diensten van energie en drinkbaar water werken erg ondermaats. Deze situatie veroorzaakt verbijstering tussen de leden van de guerrilla en ontlokte reeds sommige deserties van hun leden, voornamelijk in het zuiden van het land.

 

-          Het ontbreken van veiligheidsvoorwaarden voor de ex-strijders in de zones van concentratie en er werden geen concrete voorzieningen opgezet voor hun bescherming voor het moment dat ze deze plaatsen verlaten.

 

-          Het gebrek aan wil bij de regering om vooruitgang te boeken in de dialoog met het ELN en om de deelneming van de burgermaatschappij bij het proces te verzekeren. We achten het nodig dat er zo snel mogelijk een bilateraal staakt-het-vuren wordt overeengekomen, die het succes van de gesprekken kan vergemakkelijken en die dringend het lijden vermindert voor de burgerbevolking.

 

  1. 2.     Groeiende paramilitaire aanwezigheid in uitgebreide zones van het land

 

-          Zowel in de ontmoetingen die de Commissie had met sociale organisaties, als bij het bezoek aan de vredesgemeenschap van San José de Apartadó , als bij de ontmoeting met autoriteiten van Urabá, werden we geïnformeerd over de ernstige bedreiging die de paramilitaire groepen vormen voor de fysieke integriteit van de sociale kleiders en het voortbestaan van de gemeenschappen zelf. In vele gevallen zijn het juist de zones waaruit de FARC zich terugtrokken , in uitvoering van het vredesakkoord, die het paramilitarisme probeert te bezetten.

 

-          Ondanks dat behoudt de Regering een houding van ontkenning van het paramilitair fenomeen door deze groepen te bestempelen als “criminele bendes” of “georganiseerde gewapende groepen”zonder het probleem het hoofd te bieden in haar echte dimensies.

 

-          Het gebrek aan politieke wil die door de Colombiaanse Regering getoond wordt is verontrustend. Ze zou begonnen moeten zijn met de implementatie van de mechanismen voor de ontmanteling van het paramilitarisme vastgelegd in het hoofdstuk 3.4 van de Vredesakkoorden vanaf het eerste moment, omdat ze daar de bevoegdheid toe had zonder dat enige normatieve verandering nodig was.  Er zal moeilijk  vrede komen als men niet de vaste wil bezit een einde te maken aan deze structuren die het proces bedreigen en die een band  hebben met de extractieve illegale mijnbouw en met de drugstrafiek.

 

-          Bovenop dit gebrek aan goede wil, stellen we een sterke oppositie tegen de akkoorden vast  vanwege sterke sectoren van het land voornamelijk vertegenwoordigd door  het anachronistisch extreem rechts die begaan zijn met het doen ontsporen van het proces te samen met sectoren van het Openbaar Ministerie en de RechterlijkeMacht. De veranderingen aangebracht aan het Akkoord over de Speciale Rechtspraak voor de vrede schijnen ons zeer ernstig, wat betreft de sterke beperkingen voorzien voor de verantwoordelijkheid van  de militaire bevelvoering en voor de afscherming vastgelegd voor private agenten, deelnemers aan en financiers van het geweld.

 

  1. 3.     Toename van moorden op sociale leiders en  van verdedigers van mensenrechten, alsook die van stigmatisering en judicialisering van hun werk

 

-          Het jaarlijks rapport van de Verenigde Naties telt 127 vermoorde sociale leiders in 2016, waaraan nog eens 389 gevallen van aanvallen tegen hen zouden moeten toegevoegd worden. Spijtig genoeg houden gelijkaardige cijfers aan in het eerste trimester van 2017. Het lijkt tegenstrijdig dat terwijl de doden die voortkomen uit het gewapend treffen maximaal gedaald zijn, het geweld tegen mensenrechtenverdedigers en sociale leiders verhevigd is tot niveaus die de laatste 10 jaar niet meer werden vastgesteld.

 

-          Ondertussen verzekert de Regering dat “er geen aanduidingen zijn dat deze reeks moorden systematisch is”en dat “de onderzoeken als resultaat blijven opleveren dat deze moorden geïsoleerde feiten zijn”.

Deze beweringen herinneren tragisch aan die de opeenvolgende  regeringen gedurende de uitroeiing van de Unión Patriótica bezigden, want ook zij kwalificeerden deze moorden als “geïsoleerde feiten”, ofschoon 5.000 leden van deze partij werden vermoord.

-          Campagne van judicialisering van het sociaal protest op het getouw gezet door het Openbaar Ministerie (Fiscalía General), door sociale leiders en gemeenschappen te vervolgen.  Gedurende het verblijf van de Commissie in het land deden er zich minstens 9 aanhoudingen voor van sociale leiders en er werd getuigenis afgelegd van 31 aanhoudingsbevelen tegen sociale leiders. Men blijft aangehouden sociale leiders beschuldigen van rebellie of van terrorisme, met eenzelfde behandeling als de leden van de guerrillagroepen.

 

-          Vanuit verschillende instanties van de Staat blijft men campagnes promoveren van verdachtmaking, stigmatisering en in diskrediet brengen van mensenrechtenverdedigers en sociale leiders, terwijl men hun  onontbeerlijk werk zou moeten waarderen en beschermen.

 

-          Het is ook verontrustend dat de veiligheidsschema’s van sociale leiders door de Regering ontmanteld worden terwijl men de vermindering van het gevaar aanvoert, juist op het moment dat men een opleving meemaakt van het geweld tegen hen.

 

-          De vervolging van vakbondsactiviteit duurt verder. Sedert de jaren ’80 werden meer dan 4.000 vakbondsleiders vermoord, honderden vakbonden opgedoekt en duizenden aangesloten leden ontheemd. Al deze feiten zijn totaal straffeloos gebleven. 

 

  1. 4.     De verzwakking van de rol van de internationale gemeenschap

 

-          De Commissie is ervan overtuigd dat een belangrijke factor voor het slagen van het vredesproces de steun en de begeleiding vormt die de internationale gemeenschap bereid is te leveren, in het bijzonder de rol van de bewaking van de uitvoering van de akkoorden. Maar de perceptie werd evenwel overgebracht dat de interesse die er bestond gedurende de onderhandelingen in Havana , schijnbaar na de ondertekening van de akkoorden in verval is geraakt.

-          De Commissie werd op de hoogte gebracht van de tendens van de agentschappen voor coöperatie om een groot deel van hun fondsen te kanaliseren naar de Colombiaanse Regering, want men begrijpt dat in een fase van “postconflict” het via deze instantie  is dat men hulp moet sturen. Het is verontrustend dat dit zo is terwijl de mindere efficiëntie van deze weg  herhaalde malen bewezen is op het moment van tastbare resultaten voor de bevolking  en terwijl het precies de sociale organisaties en de gemeenschappen zijn die de ware agenten zijn van het opbouwen van vrede in Colombia.

-          De Commissie beschouwt het noodzakelijk dat er grotere controle van de internationale gemeenschap moet zijn over het optreden van Europese bedrijven en die van andere landen die belangen hebben in Colombia en die, veel te dikwijls, veroorzakers van geweld en uitbuiting worden. De Europese regeringen moeten hun verantwoordelijkheid opnemen over deze handelswijzen en een taak van observatie van de sociale en milieugevolgen van de activiteiten van hun respectieve bedrijven uitoefenen. 

 

 

 

Voorlopig Rapport van de Europese Commissie ter Verificatie van de Mensenrechten in Colombia

 

  1. Tussen 16 maart en 1 april realiseerde de Europese Commissie ter verificatie van de Mensenrechten (verder MMRR afgekort) in Colombia een werk van Observatorium in de context van de nieuwe situatie die zich opent in Colombia na de ondertekening van het Vredesakkoord door de Regering en de Fuerzas Armadas Revolucionarias de Colombia (Revolutionaire Strijdkrachten van Colombia) (FARC-EP) op 24 november 2016. Ze was samengesteld uit personen met een institutionele functie en vertegenwoordigers van sociale organisaties[i], afkomstig uit Duitsland, België, Italië en Spanje.     

Dit waren de doelstellingen van deze Commissie. Ze werden telkens ook uiteengezet bij institutionele organismen, bij sociale organisaties en bewegingen waarmee we ontmoetingen hebben gehad:

 

  • Onze steun uitdrukken voor het vredesproces dat plaatsvindt in Colombia, zowel voor het akkoord ondertekend door de regering en de FARC-EP als voor de nieuwe fase van vredesonderhandelingen van de regering met het Ejército de Liberación Nacional (Nationaal Bevrijdingsleger) (verder ELN genoemd)
  • De actuele situatie kennen, na de ondertekening van de akkoorden.
  • Opvolging geven aan de implementatie van deze vredesakkoorden om niet- nalevingen te detecteren die kunnen leiden tot een situatie van schending en inbreuken van de MMRR, zoals bij vorige vredesakkoorden gebeurde.
  • Contacten leggen met mensenrechtenorganisaties en mensenrechtenverdedigers met het oog op toekomstige noodsituaties en samenwerking en ook bij de instellingen die we ontmoeten aandringen dat ze deze MMRR–organisaties en verdedigers  beschermen. 
  • De noodwendigheden kennen van de internationale organisaties van begeleiding van mensenrechtenactivisten, in de nieuwe context.
  • De situatie van de Vredesgemeenschap van San José de Apartadó zichtbaar maken, alsook onze steun tonen aan deze gemeenschap, bij de 20-te verjaardag van hun oprichting.
  • Deelnemen aan het Vijfde Internationaal Forum over Geweldloosheid in Quindío.

De Commissie had ontmoetingen met Institutionele en Staatsorganismen, Kerkinstellingen, Platformen van MMRR, Sociale Bewegingen, Vakbonden, Organisaties van Internationale Begeleiding (Vredesbrigadisten), Platformen van Vrouwen, alsook met Vredesbemiddelaars van de FARC-EP en van ELN. Er werd ook een bezoek gebracht aan twee Zones van Transitie van de guerrilleros van de FARC-EP, nl. La Florida (Chocó)[ii] en Icononzo (Tolima).  

Na al deze ontmoetingen stelt deze Commissie de door allen gedeelde bekommernissen op schematische wijze voor. 

 

  1. We drukken onze tevredenheid uit over het Vredesproces dat in Colombia plaats vindt, over de akkoorden die in Havanna bereikt werden tussen de Colombiaanse Regering en de FARC-EP, over de veralgemeende naleving van het overeengekomen staakt-het-vuren en over het begin van de publieke fase van de onderhandelingen tussen de Colombiaanse Regering en het ELN. Zo wordt vorm gegeven aan een nieuwe realiteit voor Colombia.

 

Tegelijk tonen we onze bezorgdheid over de grote risico’s waarvan men sporen ziet bij het Vredesproces:

 

  • We stellen een niet gerechtvaardigde vertraging vast in de implementatie van de Akkoorden van Havanna, zowel wat betreft de concretisering in een nieuw wetgevend lichaam (men berekent dat er een 40-tal nieuwe wetten of wetgevende hervormingen nodig zullen zijn, waarvan er nauwelijks 4 gerealiseerd zijn) als wat betreft het in werking stellen van de overeengekomen mechanismen  (speciaal wat betreft de ontmanteling van het paramilitarisme en de bescherming van sociale leiders).
  • We stellen met grote bezorgdheid vast dat men ertoe is overgegaan om wat overeengekomen werd tussen de Colombiaanse Regering en de FARC door parlementaire procedures te veranderen, wat de juridische zekerheid van heel het proces in vraag stelt. Ons lijken vooral de veranderingen die werden aangebracht aan het Akkoord over de Bijzondere Vredesjustitie ernstig, wat betreft de sterke beperkingen aangebracht over de verantwoordelijkheid van bevelvoering en de afscherming die vastgelegd werd voor private agenten, deelnemers of financiers van het geweld.  
  • We stellen vast dat de rol die aan de missie van de Verenigde Naties werd toegekend in het proces zich actueel beperkt tot de loutere verificatie van het staakt-het-vuren en de toekomstige inlevering van wapens.  We beschouwen het noodzakelijk zo snel als mogelijk een begin te maken met een tweede fase die werkelijk een Vredesmissie vormt, met een meer integraal karakter, die verificatie inhoudt op het vlak van MMRR.  
  • We stellen met bezorgdheid de grote moeilijkheden vast, die zich in het begin voordeden bij de installatie van de publieke fase van de onderhandelingen met het ELN, de ernstige misverstanden, die ze hebben bij het vastleggen van de agenda, alsook de hinderpalen die de Colombiaanse Regering optrekt om de deelneming van de burgermaatschappij  te verzekeren in het proces. Wij zijn van oordeel dat het noodzakelijk is zo vlug mogelijk een bilaterale beëindiging van de vijandelijkheden in te voeren, die het slagen van de onderhandelingen vergemakkelijkt en die met spoed het lijden van de burgerbevolking vermindert.   
  • We stellen een sterke oppositie tegen de Akkoorden vast vanwege machtige sectoren  van het land die zich inzetten voor de ontsporing ervan, terwijl er tegelijk een optreden is van sommige Staatsinstellingen (Openbaar Ministerie, Fiscalía en Procuraduría, rechterlijke macht) en sommige sectoren van de eigen regering die ingaan tegen de normale ontplooiing van de Akkoorden. 

 

  1. We tonen onze diepe bezorgdheid voor de situatie van de Voorlopige Zones van Normalisering (ZVTN) en de Voorlopige Punten van Normalisering (PTN) waar de guerrilla bijeengebracht is in haar proces van inlevering van wapens, van overgang naar de legaliteit en haar voorbereiding om zich opnieuw te incorporeren in het burgerleven. Bij de redactie van dit voorlopig rapport en op slechts twee maanden van de langverwachte dag D + 180, zijn de woonomstandigheden van deze zones beklagenswaardig en van een absolute hachelijkheid en zo zijn ook de vertragingen in de bouw van de hele infrastructuur van deze kampementen, die huizen, aula’s, uitrusting van basisdiensten om deze overgang te vergemakkelijken zou insluiten, enorm. Zo kon deze delegatie het vaststellen bij zijn bezoek aan het Voorlopige Punt van Normalisering van La Florida, in het departement Chocó, waar zo’n 150 leden van de FARC bijeengebracht werden. Maar volgens de aanklacht van de guerrilla zelf betreft het een wijd verbreide situatie.

 

Wat betreft de logistiek en de infrastructuur, in het geval van dit Voorlopig Punt van Normalisering dat we konden kennen, hadden de werken moeten beëindigd zijn op 21 januari en ze begonnen nauwelijks op 24 januari. De werken verliepen erg onregelmatig omdat dikwijls materialen ontbraken en bovendien ook de voor dit werk in dienst genomen arbeiders. Daarom nemen de guerrillero’s deel aan de bouw van hun huizen. Van de 30 huizen die gebouwd zouden moeten worden om de 150 guerrillero’s onderdak te bieden, zijn er nauwelijks vier een beetje gevorderd maar zonder dat ze afgewerkt zijn. De guerrilla slaapt er op dit moment in optrekjes door hen zelf gebouwd, in veel gevallen onder bananenplanten om zich te beschermen tegen de hoge temperaturen.   Op het vlak van gezondheid is er geen enkele medische aanwezigheid.  En wat betreft basisvoorzieningen die zijn nog niet afgewerkt, ofschoon zowel de elektrische generatoren en de watertanks reeds in het kamp aanwezig zijn. Er zijn geen douches en het is verontrustend dat er geen beheersplan bestaat voor afvalwater noch voor het beheer van afval om de milieuschade te beperken. Zoals de betrokkenen aanklagen de energievoorziening werkt erg deficiënt omdat dikwijls brandstof ontbreekt en dit heeft schadelijke gevolgen voor de koelkasten, de pompen voor het sanitair en voor het drinkbaar maken van het water. De aula’s voor de vorming zijn ook nog niet gebouwd en nauwelijks op 24 februari werd één van de programma’s van vorming van de guerrillero’s door de regering opgestart.

 

We tonen ook onze bekommernis voor het ontbreken van veiligheidscondities voor de ex-strijders. Op het moment van ons bezoek detecteerden wij geen plaatsing van de veiligheidsringen die in de protocollen van het eindakkoord bepaald werden. Deze condities doen zich voor in een gevaarlijke context van paramilitaire aanwezigheid en controle in de streek, zoals door de FARC zelf werd aangeklaagd, door het Kantoor van de Ombudsman voor de Mensenrechten of door de Bisschop van Apartadó. Onze bezorgdheid strekt zich nog verder uit voor wat kan gebeuren vanaf de Dag + 180.  De guerrillero’s zelf toonden ons hun vrees voor wat kan gebeuren de dag nadat ze het Voorlopig Punt van Normalisering moeten verlaten als er geen concrete acties worden ondernomen tegen het paramilitarisme die de omschakeling garanderen van de FARC in een politieke kracht en waken over de veiligheid van all hun leden eens ze hun wapens inleveren en zich incorporeren in het burgerleven. In hun herinnering is erg aanwezig wat een tijd terug gebeurde met de Unión Patriótica. 

 

We tonen onze bezorgdheid omdat de maatregel, die aan 10 ex-strijders toelaat om zich vrij te verplaatsen door het grondgebied om aan vredespedagogie te doen, nog niet effectief is. Dit ofschoon het opgenomen was in de akkoorden.

 

Tegenover dit panorama van vertragingen en niet-nakomingen ziet de delegatie het weinig waarschijnlijk dat het overeengekomen tijdsschema kan geëerbiedigd worden, waarbij de FARC voorzien had de inlevering van wapens te hebben beëindigd op 31 mei omdat bovendien niet eens de containers om de wapens in te deponeren aanwezig zijn. We achten deze vertragingen en de niet-nakomingen, die zouden kunnen aangerekend worden aan de inefficiëntie van de Staat zelf, niet gerechtvaardigd. Maar hierin zien we betreurenswaardig genoeg ook een gebrek aan wil  om de omschakeling van de guerrilla in een politieke beweging mogelijk te maken. De delegatie kon de ontreddering vaststellen die deze situatie veroorzaakt tussen de leden van de FARC en die reeds enkele dissidenties veroorzaakte , vooral in de guerrillafronten die zich concentreren in het zuiden van het land.  Zelfs zo en ondanks al deze tegenslagen prijzen we ons gelukkig dat de FARC herhaaldelijk hun vaste vredeswil hebben getoond  en hun wil om de bereikte overeenkomsten te volbrengen.

 

  1. We tonen onze diepe bezorgdheid voor de groeiende paramilitaire aanwezigheid in uitgebreide zones van het land en we zijn ervan overtuigd dat, als die zich consolideert, dit fenomeen het Vredesproces kan doen ontsporen.  In veel gevallen zijn het juist deze gebieden waaruit de FARC zich terugtrokken, in uitvoering van de Vredesakkoorden, die het paramilitarisme tracht te bezetten. Zowel in de ontmoetingen die we hadden met sociale organisaties en organisaties van MMRR, als in het bezoek aan de Vredesgemeenschap van San José de Apartadó, als in de bijeenkomst met autoriteiten van Urabá werden we op de hoogte gebracht van de ernstige bedreiging die deze gewapende groepen  vertegenwoordigen voor de fysieke integriteit van de sociale leiders en voor de eigen gemeenschappen.

 

Talrijk zijn de getuigenissen die verzekeren dat deze groepen opereren in bepaalde zones met de wil de grondstoffen te controleren ter verdediging van de belangen van de multinationals van de mijnbouw en de energie of ter wille van de accumulatie van gronden voor de agro-industrie, voor de illegale teelten of voor de veeteelt en die daartoe gemeenschappen terroriseren en de ontheemding van gemeenschappen veroorzaken.  

 

Met speciale invloed in regio’s als Urabá, de Catatumbo, de havens van de Stille Oceaan of de benedenloop van de Cauca, ofschoon bepaald door verschillende factoren, is dit een dynamiek die zich uitstrekt over een groot gedeelte van het land, zelfs in streken waar ze voorheen niet aanwezig geweest waren.  Ofschoon dit alles behoudt de Regering een houding van ontkenning van het paramilitair fenomeen, door deze groepen als “criminele bendes”(bacrim) of als “georganiseerde gewapende groepen” (GAO) te bestempelen, zonder het probleem in zijn werkelijke dimensies het hoofd te bieden. Ons verontrust het gebrek aan politieke wil van de Colombiaanse regering, die had moeten beginnen met de implementatie van de mechanismen voor de ontmanteling van het paramilitarisme, bepaald in het hoofdstuk 3.4 van de Vredesakkoorden vanaf het eerste moment, omdat het reeds daartoe bevoegdheid bezat, zonder de noodzaak te wachten op enige normatieve verandering.

 

In de ontmoetingen die we onderhielden, waren er veel personen die zich in deze zin richtten op de noodzaak dat er een reconversie moet gebeuren van de militaire structuren en van hun bevelhebbers in die zones waar de Strijdkrachten sterke operatieve banden met de paramilitaire groepen onderhielden. 

 

  1. Op de verjaardag van twintig jaar Vredesgemeenschap brachten we een bezoek aan deze gemeenschap en we hebben de internationale steun vastgesteld,  que esta atesora  ??? Op de dag van de verjaardag 23 maart, was er buiten deze  Europese Commissie, een grote aanwezigheid van verschillende instellingen zoals, vertegenwoordigers van de ambassades van Noorwegen, Zweden, Zwitserland, Duitsland, België en Italië, ook een vertegenwoordiging van de Europese Unie en tenslotte het Kantoor van de Hoge Gezant voor de MMRR van de Verenigde Naties (OHCHR).

 

We tonen met vrees en grote bezorgdheid de toename van de paramilitaire aanwezigheid in de zone. De Gemeenschap zelf registreert de bedreigingen en de agressies die ze ondergaat en we stellen vast dat ze toenemen tegenover de periode die de ondertekening van de Vredesakkoorden voorafgaat. Vanaf december 2016 tot 23 februari 2017 werden door de Gemeenschap 88 gevallen van agressie aangeklaagd wat een gemiddelde veronderstelt van één agressie elke twee dagen. Van deze registratie stelden we vast dat 65% hiervan werden uitgevoerd door groepen paramilitairen, in concreto door de groep Autodefensas Gaitanistas de Colombia (AGC), wat ons opnieuw bevestigt in de toename van deze aanwezigheid.

 

We tonen onze bezorgdheid voor de arbitraire aanhoudingen van leden van de Gemeenschap door agenten van de SIJIN (Sectie Onderzoek en Gerechtelijke Politie) en van de Politie van het belangrijkste Politiestation van Apartadó, zoals de gemeenschap zelf aanklaagt.

 

We tonen onze bezorgdheid voor het niet tussenkomen van de staat bij het opsporen van deze paramilitaire groepen, die kamperen in zones die grenzen aan de Gemeenschap, en zelfs erin.  Het leger doet niets om deze groepen aan te houden, zoals Pater Javier Giraldo, begeleider van de Gemeenschap vanaf haar oprichting, het aankaart: “’s Nachts zijn ze er zelfs toe gekomen om dicht bij de basis van het Leger in de hoofdplaats van het district San José de Apartadó  te passeren en het Leger doet niets”. [iii] 

 

We stellen vast dat sommige communicatiemedia campagnes van stigmatisering tegen de Vredesgemeenschap blijven opzetten, waarin beweerd wordt dat hun leden zich verzetten tegen de vooruitgang, bij het tonen van hun tegenstand tegen de illegale wegen die ze willen laten passeren door hun erven.

 

We geven blijk van een grote vrees voor het aankopen van terreinen door paramilitairen dichtbij de gemeenschap, met de bedoeling tot bij de gemeenschap te geraken. En volgens hun aanklachten gebruiken ze afpersing om de boeren die dichtbij gelegen gronden bezitten  te verplichten hun gronden te verkopen. 

 

We stellen een strategie vast om met de boeren van de Raad van Gemeentelijke Actie in confrontatie te gaan met de Gemeenschap. Dit als maatregel om druk uit te oefenen en zo konden wij het vaststellen in de ontmoeting die we hadden met de XVII-de Brigade en de Burgemeester van Apartadó, waar ze zonder voorafgaand advies aan de bijeenkomst die opgezet was met beide instellingen, boeren lieten aanvoeren om deze strategie van confrontatie te versterken.

 

We tonen onze steun aan het project van burgerlijk geweldloos verzet dat de Vredesgemeenschap tot stand brengt vanaf het begin van hun oprichting, alsook aan hun economische strategie die het verkrijgen van de certificaten impliceert van biologische productie voor de VS en voor de Europese Unie (CERES verleent dit certificaat) , zowel voor de cacao als voor de kleine bananen,  en ook het certificaat van eerlijke handel (Flo-cert).  

 

  1. We tonen onze bezorgdheid voor de situatie van de MMRR in het land en meer in het bijzonder voor de toename van de moorden van sociale leiders en verdedigers van de MMRR, alsook voor de stigmatisering en judicialisering van hun werk.  Dit is een bekommernis die we delen met Todd Howland, vertegenwoordiger van de Hoge Gezant van de Verenigde Naties voor de MMRR. In de ontmoeting die we met hem hadden bracht hij dat aan ons over.

 

Het jaarlijks rapport van de Verenigde Naties telt 127 sociale leiders die in 2016 werden vermoord. Daar zou nog moeten bijgevoegd worden dat nog 389 meer aanvallen ondergingen[iv]. Spijtig genoeg houden gelijkaardige cijfers aan in het eerste trimester van 2017. Het is een paradox dat terwijl de doden te wijten aan de gewapende confrontatie maximaal verminderen, het geweld tegen verdedigers van de MMRR en sociale leiders verhevigd is tot niveaus die sinds 10 jaar niet meer werden gezien[v].

 

De slachtoffers van dit geweld zijn in het bijzonder leiders van processen van restitutie van gronden, van vervanging van illegale teelten of tegen de expansie van de mijnindustrie. Wat betreft de verantwoordelijkheid voor de moorden en agressies, die valt grotendeels op de paramilitaire groepen[vi].  

 

Het is verontrustend dat de Regering de ernst van de feiten niet erkent en dat de Minister van Defensie Luis Carlos Villegas verzekert dat  “er geen aanduidingen zijn dat deze reeks moorden systematisch zijn” en dat “de onderzoeken als resultaat blijven opleveren dat deze moorden geïsoleerde feiten betreffen”[vii]. Die verklaringen doen tragisch genoeg denken aan die van de toenmalige regeringen gedurende de uitroeiing van de Unión Patriótica, die die doden ook bestempelden als “geïsoleerde feiten”.

 

We tonen onze bezorgdheid voor de campagne van judicialisering van het sociaal protest die opgezet wordt door het Openbaar Ministerie. Hierbij worden sociale leiders en gemeenschappen vervolgd. Gedurende het verblijf van de Commissie in het land deden zich minstens 9 aanhoudingen voor en er was een bewijs van 31 aanhoudingsbevelen tegen sociale leiders. Aangehouden sociale leiders blijft men beschuldigen van rebellie of terrorisme, met dezelfde behandeling die de leden van de guerrilla krijgen. In één van de laatst gekende episodes, om de aanhouding van de sociale leider Milena Quiroz van het ‘Congreso de los Pueblos = Congres van de Volken’  te rechtvaardigen, signaleert het Openbaar Ministerie dat “zij marsen organiseert” en dat “indien zij zou vrij gelaten worden zij opnieuw grote marsen kan opzetten die de publieke orde kunnen verstoren” [viii].  

 

Het is verontrustend dat men vanuit verschillende instanties van de Staat campagnes blijft promoveren van verdachtmaking, stigmatisering en in diskrediet brengen van mensenrechtenverdedigers en sociale leiders, terwijl men hun  onontbeerlijk werk zou moeten waarderen en beschermen.

 

Het is ook verontrustend dat de veiligheidsschema’s van sociale leiders door de Regering ontmanteld worden terwijl men de vermindering van het gevaar aanvoert, juist op het moment dat men een opleving meemaakt van het geweld tegen hen.

 

  1. We tonen onze bezorgdheid voor het proces van restitutie van gronden en voor de implementatie van de Akkoorden wat betreft gronden. Dit proces wordt omkaderd door het recht van de slachtoffers om hun gronden te recupereren van hen die hun gronden roofden door gedwongen ontheemding. Volgens het Kantoor van de Hoge Gezant van de VN voor de MMRR gaat het om 7 miljoen slachtoffers, waarvan 80 %  ontheemde bevolking is, die getroffen zijn door dit proces[ix].

 

Wij wijzen op de noodzaak om de noodzakelijke hervormingen te introduceren voor het opmaken van een alternatief kadaster van de gronden, om te “zien wie wat bezit”, als beginproces van de restitutie van de 7 miljoen hectares die in betwisting zijn. Met dit kadaster zullen de objectieve gegevens verkregen worden van de grootte van de plundering en zou een instrument gegeven worden aan de slachtoffers om hun grondgebied op te eisen, alsook om de regering aan te manen om de verantwoordelijkheid van de staat om dit te hebben toegelaten op te nemen.  

 

We tonen onze diepste bezorgdheid voor de aanvallen en moorden op leiders en leidsters die de gronden claimen. We wijzen ook op de noodzaak dat het openbaar Ministerie van de regio met beslistheid optreedt in situaties van om het even welk type van gevaar tegen deze verdedigers. Ook moet het een prioriteit zijn van de staat om de paramilitaire groepen te ontbinden, die de controle behouden over de geplunderde gronden door geweld en bedreigingen.

 

  1. We uiten onze bezorgdheid voor de situatie van de vrouwen omdat in het tweede akkoord (na het NEEN), in dit tweede proces van justitie voor de Vrede, er een terugtreden was in het verwerven van de rechten, zoals wat te maken heeft met de participatie van de vrouwen in het politieke leven vertrekkend van het concept van gelijkheid, of zoals de verwerving van de rechten van de bevolking LGTB, die in het huidige akkoord, omzeggens geen aanwezigheid heeft.

 

In het dagelijks geweld dat tegen vrouwen wordt gepleegd tonen we onze bezorgdheid voor het recht op denken en beslissen, dat ofschoon de wet 1257 over geweldloosheid tegenover vrouwen reeds op nationaal niveau bestaat,  de bescherming van vrouwen in hun dagelijks leven meer implementatie vereist door de Staat. Men rapporteerde ons het cijfer dat deze realiteit schetst, namelijk dat van 193 gevallen van seksueel geweld slechts 3 gevallen veroordeeld werden.

 

We geven te kennen dat ofschoon het seksueel geweld een werktuig van de oorlog tegen de vrouwen was dit niet het enige is. Vervolgde vrouwen, moord op haar kinderen, judicialisering van de strijdsters omwille van het plegen van abortus, analyse van de traceerbaarheid van (vtouwen)handel en prostitutie en andere vormen van geweld (tegen vrouwen)  moeten geïntegreerd worden in de huidige onderhandelingen met het ELN.

 

We tonen onze bezorgdheid voor de moord op vrouwen leidsters, die zich vermomd ziet door de naturalisatie die gerealiseerd wordt, om niet te erkennen dat het gaat over een politieke moord  en het voor te stellen als een “passioneel misdrijf”.

 

  1. We tonen onze bezorgdheid voor de situatie van de Colombiaanse gevangenissen in het algemeen, maar in het bijzonder voor de politieke gevangenen die de 3.200 personen vormen die banden hebben met de FARC en het ELN, alsook voor de zo genaamde ‘juridische positieven’, namelijk personen die bestempeld worden als guerrillero’s door hun conditie van sociale leiders of leidsters te zijn en zich te onderscheiden in het sociaal protest. In dit opzicht willen we eraan herinneren dat de vredesakkoorden voorzien dat zo’n 2.400 gevangenen met banden met de FARC begunstigd worden door amnestie om zich te incorporeren in de transitiezones. Evenwel en ondanks dat deze wet van amnestie werd goedgekeurd, heeft tot nu toe niemand de gevangenis verlaten.

 

We tonen ook onze bezorgdheid voor de situatie waarin de 600 guerrillero’s van het ELN leven, gevangengezet in gevangenissen ver verwijderd van hun families, met hun veiligheid in gevaar en waar ze geen aangepaste medische zorg ontvangen, zoals organisaties van solidariteit met de Colombiaanse politieke gevangenen aanklagen.

 

  1. Binnen de verontrustende situatie van vervolging van de sociale leiders die we vaststelden, willen we de situatie van vakbondsleiders en hun organisaties, die historisch gezien één van de meest gestrafte collectieven vormen,  onderstrepen. Sinds de jaren ’80 werden meer dan 4.000 vakbondsleiders vermoord, honderden vakbonden opgedoekt en duizenden leden ontheemd. Feiten die allemaal in totale straffeloosheid verkeren.  

 

In hun strijd tegen de privatisering van publieke ondernemingen, tegen de onderaanneming van diensten, tegen het precair maken van de werkgelegenheid en vóór waardige arbeidsvoorwaarden, antwoorden de bedrijven met selectieve ontslagen, de verplaatsing van het arbeidscentrum en met verbod op lidmaatschap van de vakbond, terwijl de Regering antwoordt met militarisering van het sociaal protest, antisyndicale wetgeving,  gevangennemingen, verdachtmakingen en stigmatiseringen. We werden in kennis gesteld dat er in het afgelopen jaar een alarmerende toename was van doodsbedreigingen tegen vakbondsleiders en hun families.

 

Het resultaat is een hoge werkloosheidsgraad en een hoge graad van informeel werk voor meer dan 60 % van de actieve bevolking, miseriesalarissen, smartelijke arbeidsomstandigheden en een heel lage graad van lidmaatschap van de vakbond. De vakbondsleiders die wij interviewden vertelden de moeilijkheden die ze ondervinden bij het doen van hun werk, waaraan ze zich moeten wijden met een voortdurende vrees voor hun leven en dat van hun familieleden. Ze vroegen ons dat we niet zouden nalaten hun stem te zijn bij de Internationale Gemeenschap, want die hebben ze nodig voor hun overleven.

 

  1. Het nieuwe regeringsbeleid wat betreft illegale teelten, is gebaseerd op het Nationaal Integraal Programma van Substitutie van Teelten voor Illegaal Gebruik (afgekort in het Spaans PNIS), dat werd afgesloten tussen de Regering en de FARC. Dit type teelt is hoofdzakelijk geconcentreerd in 32 departementen. Daarom is het dat actueel in 40 gemeenten dit programma wordt toegepast. Dit programma beantwoordt volgens de regering aan het zoeken van een oplossing voor het probleem van de drugstrafiek.

 

We tonen onze bezorgdheid voor het uitvoeren van de akkoorden beloofd in dit programma aan de boeren van hen hulp te verlenen opdat ze hun illegale teelt zouden vervangen door een andere. De boeren drukken uit dat er een gebrek aan waarborgen is vanwege de regering en dat ze vrezen dat eens zij hun illegale teelt, die aan de andere kant hun dagelijks levensonderhoud vormt,hebben uitgetrokken ze van de regering niet de middelen gaan ontvangen die ze hen hebben beloofd.

 

We begrijpen dat de regering het programma PNIS voorstelt als een vorm om een einde te maken aan de drugstrafiek maar in de ontmoetingen die we hadden werd het probleem aangekaart van de juridische hervorming die nog niet is doorgevoerd en die zou moeten geïmplementeerd worden om het potentieel te scheppen voor een mogelijke verandering.

 

  1. Het bekommert ons welke de rol zal zijn die de Internationale Gemeenschap vanaf nu zal spelen in het Vredesproces. We zijn ervan overtuigd dat een belangrijke factor voor zijn succes de steun en de begeleiding zal zijn die de Internationale Gemeenschap bereid is te leveren, in het bijzonder in de rol van bewaken van de uitvoering van de akkoorden . Men heeft ons echter in kennis gesteld dat de interesse die bestond tijdens de onderhandelingen in Havanna blijkbaar na de ondertekening van de akkoorden is teruggevallen.

 

Het verontrust ons in het bijzonder dat de politieke en financiële steun aan de Colombiaanse sociale organisaties, aan de gemeenschappen , aan de MMRRorganisaties en aan de organisaties van internationale begeleiding veel kan te verduren krijgen. Hun onontbeerlijk democratisch werk, hun capaciteit van weerstand tegen de talrijke aanvallen die ze ontvangen hangt in hoge mate af van de solidaire actie van de Internationale Gemeenschap.

 

We worden geïnformeerd over een tendens van de agentschappen van coöperatie om een groot deel van hun fondsen te kanaliseren naar de Colombiaanse Regering zelf, want men begrijpt dat in een fase van ‘postconflict’ het door deze instantie is waar langs hulp dient gericht te worden. Het verontrust ons dat dit zo is wanneer men herhaalde malen de mindere efficiëntie van deze weg heeft aangetoond op het moment van tastbare resultaten te bekomen voor de bevolking en wanneer bovendien het juist de sociale organisaties en de gemeenschappen zijn die geroepen zijn om de echte agenten van opbouw van Vrede te zijn in Colombia.

 

We beschouwen het als een noodzaak dat er meer controle van de Internationale Gemeenschap komt over het optreden van Europese bedrijven en die van andere landen die belangen hebben in Colombia en die, te dikwijls, verworden tot veroorzakers van geweld en uitbuiting. De Europese Regeringen moeten hun verantwoordelijkheid opnemen over dit optreden en ze moeten een taak van observatie uitoefenen van de sociale en milieugevolgen van de activiteiten van hun respectieve bedrijven. 

 



[i]
             Deelnemers aan de Delegatie:

 

        Coördinatie:    Joaquín Sánchez Cabezas (coördinator gebied vrede en  solidariteit van  IU Castilla y León)

 

        Duitsland:

 

                Miguel Böller:     Lid van Kolumbienkampagne Berlin (KKB)

Luis Ortiz:            Lid van  Kolumbienkampagne Berlin (KKB)

        België:

 

Rik Röttger:          Gedeputeerde van de provincie Antwerpen voor sp.a (Socialistische Partij.Anders)

                Leden van het Vlaams Netwerk van Solidariteit met de Vredesgemeenschap van San José de Apartadó

»                        Frans  Van Olmen

»                        Paul  Jonnet

»                        Daniel Huygens 

»                        Elsa Emma Wouters          

»                        Nel Verbeke                                                                       

»                        Eleuterio Cárdenas León                                

»                        Wendy Van Dyck                                               

»                        Erica Baeck                                                                       

»                        Hendrik Plettinx                                               

»                        Stef De Ceulaer                                                 

        Italiëa:

Luigino Ciotti:    Voorzitter ‘Italiaans Netwerk van Solidariteit met Colombiaanse Vredesgemeenschappen Colombia vive

        Spanje:

               

Burgos

»         Eva de Ara Peña:                               Raadslid van de gemeente Burgos (Imagina Burgos)

»         Mar Martin Búrdalo:                        Lid  Platform van Steun Vredesgemeenschap van San José de Apartadó 

»         Ana Celia Martínez:                          Lid Platform van Steun Vredesgemeenschap van  San José de Apartadó (Ex-ambtenaar Coöperatie Gemeente Burgos

»         Luis Escribano:                                 Ex-gedeputeerde voor de Socialistische Partij en lid Platform van Steun aan de Vredesgemeenschap van San José de Apartadó

»         Javier Batallé:                                    Lid Platform van Steun aan de Vredesgemeenschap van San José de Apartadó (kandidaat voor de Senaat voor Ciudadanos )

 

Catalonië

»         Robert Morral:                  Lid van Itaca

»                         Javier Sulé:                                         Journalist

»          

Valenciaanse Gemeenschap

»         Roberto José Jaramillo:                   Raadslid van Valencia

»         Cristina Cabedo:                               Gedeputeerde voor Castellón in las Corts Valencianes (Podemos)

»         María del Ángel Campello:            Gedeputeerde voor Alacant in las Corts Valencianes  (Compromis)

»         Isaura Navarro:                                                 Gedeputeerde voor Valencia in las Corts Valencianes (Compromis)

»         Marco Antonio Llerena:                 Intersindical Valenciana

»         Javier Moya:                      Lid van de Valenciaanse Coördinatie van Solidariteit met Colombia

 

 

                Rivas- Vaciamadrid

»                        Pedro del Cura:                                  Burgemeester van  Rivas Vaciamadrid (IU)

»                        Curro García Corrales:                    Woordvoerder en Schepen van Financiën (IU)

»                        Carmen Pérez:                                    Raadslid, woordvoerder Socialistische Partij (PSOE)

»                        José A. Riber:                                         Raadslid, woordvoerder van Partido Popular (PP)

»                        Miguel Quesada:                                   Raadslid, woordvoerder van de groep Rivas Puede.

»                        Javier González:                                    Vertegenwoordiger van XXI Solidario

»                        Pilar Rodrigo:                                        Vertegenwoordiger van  XXI Solidario

 

»         [ii]  Institutionele en Staatsorganismen:

»         Senator Iván Cépeda Lid van de Commissie Vrede van de Senaat

»         Viceminister van Justitie voor Crimineel Beleid en Restauratieve Justitie Asuntos Internacionales

»         Brigade XVII van het Leger

»         Burgemeester van Apartadó

»         Ambassades van de landen die deel uitmaken van de commissie (Duitsland, Italië, België, Spanje)

»         Kantoor van de Hoge gezant van de Verenigde Naties voor de MMRR in Colombia (OHCHR)

»         Defensoría del Pueblo = Kantoor van de Ombudsman voor de Mensenrechten

»         Kerkelijke instellingen:

  • Bisschop van  Apartadó, monseñor Hugo Alberto Torres Marín

»         Gevangenis van  La Picota

»         Platformen van   MMRR-organisaties

  • Alianza por la paz
  • Coordinación Colombia Europa EEUU
  • Comité de Solidaridad con Presos políticos (CSPP)

 

»         Sociale Bewegingen

  • Congreso de los pueblos
  • Marcha patriótica
  • Coalición de Movimientos y Organizaciones sociales de Colombia (COMOSOC)
  • Comunidades Construyendo Paz en los Territorios, (CONPAZ)
  • Paz y dignidad
  • Corporación Amiga Joven

»         Sindicatos

  • CUT-Bogotá
  • Cundimarca (central sindical mayoritarias de Colombia)
  • USO (Sindical petrolera)
  • Sintra teléfono y Aury Sará (Corporaciones de investigación sindical)

»         Organizaciones de Acompañamiento internacional

  • Brigadas de Paz (PBI)

 

»         Platformen van Vrouwenorganisaties:

  • Confluencia de mujeres para la acción pública
  • Corporación Humana
  • Fundación Lunaria

»         FARC-EP en ELN

»         Transitiezones

  • La Florida
  • Antonio Nariño